Image
China in Afrika

Shutterstock

Chinese fossiele brandstof-investeringen in Afrika
Artikel
18 minuten

Afrikaanse landen hebben investeringen nodig, China heeft nood aan grondstoffen en Afrikaanse activisten zijn de resulterende corruptie en milieuschade hartsgrondig beu. 

China’s relatie met Afrika is veelzijdig. De Volksrepubliek China (VRC) deelt een ideologische verbondenheid met veel Afrikaanse landen omwille van de vroege banden met de antikoloniale strijd en via de Beweging van Niet-gebonden Landen. Elk Afrikaans land erkent de VRC, met uitzondering van Eswatini (Swaziland), dat diplomatieke betrekkingen heeft met Taiwan.

Veel Afrikaanse landen behielden handelsbetrekkingen met Beijing na het repressieve optreden op het Plein van de Hemelse Vrede in 1989 en deze commerciële banden zijn alleen maar sterker geworden. China is de belangrijkste handelspartner van Afrika sinds het die rol overnam van de Verenigde Staten in 2009.

Heel wat Afrikaanse regeringen willen graag Chinese hulp via het Gordel- en Weginitiatief (‘Belt and Road Initiative’ – BRI) die de infrastructuurkloof van het continent wil overbruggen. China zoekt op zijn beurt toegang tot een aantal belangrijke natuurlijke hulpbronnen, waaronder fossiele brandstoffen en mineralen, en ook tot grotendeels onaangeboorde markten. Sommige Afrikaanse landen trekken niet alleen de belangstelling van China omdat ze rijk zijn aan natuurlijke grondstoffen, maar ook omwille van hun relatief goedkope arbeid, slecht bestuur en lakse milieunormen.

In 2017 rapporteerde McKinsey dat er waarschijnlijk meer dan 10.000 Chinese bedrijven actief zijn in Afrika. Er zijn daar duizelingwekkende sommen geld mee gemoeid. Volgens een rapport uit 2021 van de Shanghai Universiteit van Internationale Handel en Economie heeft China sinds 2000 een totaal van 47 miljard dollar geïnvesteerd in heel Afrika (in 52 van de 54 landen), met in 2020 nieuwe investeringen die opliepen tot 2,96 miljard (een stijging van meer dan 200 miljoen dollar in vergelijking met het jaar ervoor).

Het merendeel van de Chinese investeringen, 87%, zit geconcentreerd in vier sectoren: energie, transport, metalen en vastgoed. China’s Export-Import Bank verstrekt het grootste deel van de financiering voor infrastructuurprojecten in Afrika, maar een aantal commerciële banken hebben ook vestigingen opgericht doorheen het hele continent. Toch kon Afrika ondanks deze cijfers slechts 2% van de totale Chinese buitenlandse investeringen aantrekken in 2019.

Het merendeel van de Chinese investeringen in Afrika concentreert zich in vier sectoren: energie, transport, metalen en vastgoed.

De impact van de Chinese economische interacties met Afrika kan ook gemeten worden op individueel niveau. “Er zijn geen mensen in Nigeria die geen Chinese goederen hebben”, stelt Tijani Abdulkareem, de uitvoerende directeur van het Socio-Economisch Onderzoeks- en Ontwikkelingscentrum in Abuja. “Het is het voedsel dat ze eten, de polshorloges die ze bezitten, de kleren die ze dragen.”

China’s voetafdruk in Afrika heeft echter tot aanzienlijke woede, wrok en pushback geleid bij gemeenschappen in en rond de projecten die het gefinancierd, gebouwd of gepromoot heeft, vooral die waarbij winningsindustrieën betrokken zijn. Kritiek concentreert zich op de negatieve milieu-impact, de schendingen van arbeids- en mensenrechten, en corrupte praktijken.

In een recent Webinar getiteld ‘Voices from Africa: Activist Perspectives on Chinese Investments’, gesponsord door de 'Africa Climate Justice Group', gaven zes vertegenwoordigers van maatschappelijke middenveldorganisaties uit Afrika hun perspectief op de Chinese mijnbouw- en winningsactiviteiten in hun gemeenschappen. Daarna kwam een expert over Chinese investeringen in Afrika aan het woord. Wat volgt, is een samenvatting van hun bijdrages. 

Infrastructuurprojecten

China heeft op het Afrikaanse continent geïnvesteerd in enkele spraakmakende infrastructuurprojecten, waaronder een oliepijpleiding van 7 miljard dollar in Niger, een havenproject van 1,3 miljard in Kameroen en een investering van 3,6 miljard dollar in de aluminiumsector in Guinee. Veel van deze projecten zijn bedoeld om de toegang tot grondstoffen te vergemakkelijken en hun export via wegen, het spoor of havens te versnellen. 

China verhuist een deel van zijn productiecapaciteiten naar Afrika omwille van de negatieve impact op het milieu, om China’s eigen CO2-afdruk te verlagen en te profiteren van de lagere arbeidskosten en de nabijheid van grondstoffen. In Afrika moet arbeidsintensieve productie gecreëerd worden, terwijl China zelf dit soort van productie hoopt te verminderen. 

Tijani Abdulkareem wijst erop dat 218 Chinese bedrijven betrokken zijn bij alles, van de bouwindustrie tot de voeding- en drankensector, in Nigeria. Grote infrastructuurprojecten omvatten er de hydro-elektrische Mambilla Dam van 5,8 miljard dollar, een gaspijplijn van 2,8 miljard, een havencomplex van 1,5 miljard dollar en een luchthaven die Abuja bedient van 200 miljoen dollar.   

Aboubacar Diallo van het 'Centre du Commerce' in Conakry stelt dat China in Guinee 20 miljard dollar aan infrastructuur financiert in ruil voor mijnbouwconcessies, een overeenkomst die zal gelden van 2017 tot 2036. China heeft al geïnvesteerd in verschillende waterkrachtcentrales. Maar de focus van Beijings interesse ligt nu op de toegang tot cruciale ertsen zoals ijzer en bauxiet, evenals een raffinaderij om het bauxiet te transformeren naar aluminium en een haven om het metaal uit te voeren.

In ruil heeft China beloofd om een belangrijke hoofdweg te reconstrueren ter waarde van 2,1 miljard dollar, vier universiteiten herop te bouwen ter waarde van 300 miljoen dollar, wegen en sanitaire voorzieningen te herstellen in de hoofdstad Conakry, en een elektriciteitsnet te installeren ter waarde van 250 miljoen dollar. Alleen de werken aan de hoofdweg zijn ondertussen al opgestart, de andere drie grote projecten hebben vertraging opgelopen. 

Een van de grootste voorgestelde projecten op het continent is de Speciale Economische Zone van Musina-Makhado in de Limpopo-regio van Zuid-Afrika. Dat project werd goedgekeurd door de Zuid-Afrikaanse regering in 2016. Contracten werden toegekend aan een dochteronderneming van de Chinese firma Shenzhen Hoi Mor en negen andere Chinese bedrijven voor in totaal meer dan 10 miljard dollar aan investeringen. Deze industriële ontwikkelingszone zal zich concentreren op de verwerking van mineralen zoals chroom, mangaan en ijzer, alsook de productie van cement en staal. 
De Economische zone zou van stroom voorzien moeten worden door een voorgestelde koolcentrale van 3,3 gigawatt.

In sommige Afrikaanse landen is infrastructuur een opvallende afwezige in het plaatje. In Zimbabwe zijn het vooral kleinschaligere Chinese bedrijven die betrokken zijn bij de mijnbouwsector. Maar zoals Farai Maguwu van het 'Centre for Natural Resource Governance' in Harare opmerkt: “De Chinezen bouwen niets in het gebied. Ze graven alleen en laten open putten achter. Er wordt niet geïnvesteerd in onderwijs of in wegeninfrastructuur, die ze net verwoesten met hun machines”. 

De ervaring in Zuid-Soedan, waar China olievelden ontwikkelt sinds de jaren 1990, is gelijkaardig. “De gemeenschappen zouden voordeel moeten halen uit de olie die in hun regio geproduceerd wordt”, observeert Pach Ayuen Pach van de 'Heart of Mother Earth Foundation'. “Het is hun recht, maar er zijn geen goede scholen, er is geen proper water, er zijn geen wegen, geen hospitalen en niets waar de gemeenschap baat bij heeft”. 

Impact op het milieu

De milieu-impact van de Chinese investeringen hangt af van de aard van het project, het gedrag van de Chinese bedrijven en de wetten en handhaving ervan door de gastlanden. De Chinese financieringsinstanties -het Ministerie van Handel, de Export-Import Bank- hebben milieuregels in hun statuten. Maar als je wat nader kijkt, dan zijn het maar weinig regels en zijn ze grotendeels van toepassing op administratieve processen. 

De milieu-impact van de Chinese investeringen hangt af van de aard van het project, de houding van de Chinese bedrijven en de wetten en handhaving ervan door de gastlanden

Chinese administratieve instanties moeten zich aan regelgeving houden wanneer ze investeringen beoordelen, maar er zijn geen wetten die hen verplichten om deze investeringen te screenen. Er zijn geen vereisten qua milieueffectenrapportage, noch is het verplicht om de Chinese praktijken in het buitenland openbaar te maken.

Nationale milieubeschermingswetten en controlemechanismen variëren enorm doorheen het Afrikaanse continent. Zuid-Afrika heeft op papier misschien de strengste milieuwetgeving. Zo wonnen milieuactivisten in juli 2020 bijvoorbeeld een rechtszaak waarin een voorgestelde kolencentrale in de provincie Mpumalanga van de tafel geveegd werd.

“In Zuid-Afrika hebben we wel wetgeving die ons helpt om koolstofintensieve projecten tegen te houden”, zegt David Tshidzumba van 'Save Our Limpopo Valley Environment'. Maar tot nu toe zijn activisten er nog niet in geslaagd om de Musina-Makhado Speciale Economische Zone (SEZ) af te stoppen op grond van de milieu-impact, voornamelijk omdat dergelijke SEZ’s vrijgesteld zijn van de gebruikelijke milieuwetgeving.

Tshidzumba legt uit dat Zuid-Afrika een land is dat te kampen heeft met waterschaarste en de locatie van de SEZ “is een van de gebieden met de grootste waterschaarste in het land”. De industriële zone zal 80 miljoen kubieke liter water per jaar verbruiken, maar het blijft onduidelijk waar dit water vandaan zal komen. Eveneens verontrustend is dat het project maar liefst 15% zal bijdragen aan Zuid-Afrika’s koolstofbudget, ook al heeft de regering ermee ingestemd om de koolstofuitstoot te verminderen. “Als het doorgaat zal Zuid-Afrika zich moeten verantwoorden”, vervolgt Tshidzumba. “En we zullen waarschijnlijk sancties zien tegen Zuid-Afrika vanwege dit project”. Het milieueffectenrapport van de economische zone is nog in de maak maar “de Chinezen spreken over het project alsof het al het groen licht heeft gekregen”.  

In Guinee, waar Chinese investeren zich concentreren in de bauxiet- en ijzerindustrieën, heeft de mijnbouw een enorme impact gehad op het land. “De lokale wet vereist het herstel van de grond”, stelt Aboubacar Diallo, “maar dat gebeurt nergens”. Guinee heeft ook mijnbouwwetten die compensatie claimen voor gronden die gebruikt worden voor mijnbouwoperaties, maar bedrijven hebben gronden in beslag genomen en mensen ontheemd zonder compensatie te voorzien.

Rijst is het belangrijkste gewas in Guinee en beslaat bijna een derde van de vruchtbare grond, maar de lozing van chemicaliën en afvalwater van de bauxietontginning heeft deze voedselproductie in gevaar gebracht. Stof van de mijnbouw heeft de lucht vervuild en er is ook sprake van geluidsvervuiling door ontploffingen en het gebruik van zwaar materiaal. 

Soms is de impact op het milieu niet alleen toe te schrijven aan ogenschijnlijk legale projecten maar ook aan illegale operaties. Reporters in Nigeria hebben bijvoorbeeld de link blootgelegd tussen vervuiling en de illegale houtkap, visserij en mijnbouw door Chinese entiteiten of door lokale actoren die dan doorverkopen aan Chinese bedrijven. De gevolgen omvatten “toegenomen overstromingen, erosie, en het uitsterven van dieren en planten”, zegt Tijani Abdulkareem. “De illegale houtkap ontzegt gemeenschappen een bron van voedsel en levensonderhoud”.

Illegale visserij en mijnbouw zijn ook een probleem in Madagaskar, waarvan China een belangrijke handelspartner is. “De Chinezen gebruiken kwik voor de exploratie van goud, hoewel het verboden is”, meldt Volahery Andriamanantenansoa van het 'Center for Research and Support for Alternatives to Development in the Indian Ocean'. “De regering van Madagaskar heeft de middelen niet om er iets aan te doen”.

Het belangrijkste mijnbouwbelang dat China vandaag heeft in Madagaskar zijn zeldzame aardmineralen. In China zelf wordt de ontginning van deze mineralen afgebouwd omwille van de negatieve effecten ervan op het milieu en de gezondheid, maar het zijn cruciale bestanddelen van hoogtechnologische producten dus Beijing wil graag andere bronnen aanboren.

In Madagaskar verwacht China tijdens de proeffase van het project 300 tot 800 ton van deze zeldzame aardmineralen te ontginnen. Maar de extractie van slechts 1 ton van dergelijke mineralen, genereert 1000 ton vervuild water en 2000 ton giftig afval. Over de totale tijdspanne van het project, dat 40 à 50 jaar kan duren, zou dat een verbluffende 500 miljoen ton giftig water en een miljard ton toxisch afval kunnen opleveren. “Dat is simpelweg catastrofaal”, zegt Volahery. De mijnbouw zal een verwoestende impact hebben op de rijke biodiversiteit van de regio, een negatieve invloed hebben op de toeristische sector en de output van belangrijke landbouwproducten als vanille en koffie ondermijnen.

Het mijnbouwbedrijf heeft “beloofd om minder vernietigende technieken te gebruiken”, vervolgt ze, “maar ze hebben geen ervaring met het ontginnen van zeldzame aardmineralen”. Hoewel deze bedrijven zich terdege bewust zijn van de milieu-impact die dit soort van mijnbouw gehad heeft in China, negeren ze de gevolgen in Madagaskar.

Hoewel Chinese bedrijven in Madagaskar zich bewust zijn van de milieu-impact van de ontginning van aardmineralen, wordt dit genegeerd.

Ook in Zuid-Soedan “leven de Chinezen de internationale milieunormen niet na”, rapporteert Pach Ayuen Pach. Hun operaties in de oliesector “veroorzaken lucht-, water- en bodemvervuiling”, waaronder de uitstoot van gassen via generatoren op dieselbrandstof, de verdamping van gassen uit graafputten, en de uitstoot van onverbrande gassen van de verwerkingsfaciliteiten op de velden. "De olie-industrie in Zuid-Soedan heeft een landschap achtergelaten bezaaid met honderden open afvalputten, samen met water en grond verontreinigd door giftige chemicaliën”, concludeert hij.     

Arbeidsimpact

De infrastructuurprojecten en mijnbouwconcessies zouden niet alleen inkomsten moeten genereren voor de Afrikaanse regeringen, maar ook jobs voor lokale arbeiders. Afrikaanse landen als Zuid-Afrika, Nigeria en Namibië hebben met 33 à 34% de hoogste graden van werkloosheid ter wereld.

In veel gevallen zijn Chinese bedrijven terughoudend met het inhuren van lokaal personeel en hebben ze in plaats daarvan hun eigen arbeiders uit China meegebracht. Tegen eind 2019 werkten er 182.000 Chinezen in Afrika, de meesten aan bouwprojecten. Volgens McKinsey rekenen Chinese bedrijven echter voor bijna 90% van de jobs op Afrikanen. De arbeidsomstandigheden variëren.

Bij een bedrijf in Zimbabwe beweren arbeiders volgens Farai Maguwu dat ze “opgesloten worden tijdens de lunchpauze. De Chinezen zeggen: ‘Als we jullie vrij laten, gaan jullie stelen’. Ze worden weer vrijgelaten na de lunchpauze. We hebben ook gezien dat Chinezen met vuurwapens in de lucht schieten waar arbeiders een minimumloon eisen”. 

Pach Ayuen Pach kreeg de opdracht om de gezondheid- en veiligheidsomstandigheden voor arbeiders te controleren in het UNI Afro oliebedrijf in Zuid-Soedan. Het Chinese bedrijf heeft de Zuid-Soedanese arbeidswetgeving grotendeels aan zijn laars gelapt. Zo werken de arbeiders er bijvoorbeeld negen uren per dag, zeven dagen per week, 30 dagen per maand. “Werknemers hebben geen keuze”, benadrukt hij. “Het is of werken, of een loonsverlaging, of ontslag. In deze situatie kiezen mensen ervoor om te werken, ook al is dat slecht voor hun persoonlijke gezondheid”.

Het voedsel dat voorzien wordt voor arbeiders mist groenten, op rauwe ajuinen na. De accommodatie voor de Soedanese arbeiders is van lagere kwaliteit dan de verblijven van de Chinese arbeiders. De arbeiders hebben om de drie maanden recht op een maand verlof, maar dan aan een half loon, wat hen aanspoort om de maand niet op te nemen. De taalbarrière bemoeilijkt alle interacties. 

In Zuid-Afrika zal de Speciale Economische Zone van Musina-Makhado naar verluidt 53.000 jobs creëren op de site zelf plus nog een pak meer in ondersteunende industrieën. Om deze jobs te verkrijgen heeft de Zuid-Afrikaanse regering beloofd om een speciaal regime te hanteren voor de Chinese bedrijven die er opereren, zoals een vrijstelling van belastingen en van invoerrechten. Dat betekent een aanzienlijke daling van de overheidsinkomsten. “Altijd als we meer te weten proberen te komen over de details van de beloofde jobcreatie, worden we geconfronteerd met een oorverdovende stilte”, zegt David Tshidzumba. “We hebben nood aan meer transparantie. Onze wetten bieden ons de mogelijkheid om dit soort van informatie te verkrijgen.” 

Gebrek aan aansprakelijkheid

Een van de uitdagingen van het omgaan met Chinese bedrijven is het gebrek aan transparantie en duidelijke lijnen qua aansprakelijkheid. Voor een deel heeft dat te maken met taalkundige en culturele kloven, maar het reflecteert ook een duidelijk patroon in de houding van die bedrijven.

Zelfs wanneer gemeenschappen en burgerorganisaties in Guinee hun bezorgdheden uiten bij Chinese bedrijven -bijvoorbeeld over de schending van wetten en rechten- “doen de bedrijven ongestraft verder”, observeert Aboubacar Diallo. “Wanneer een gemeenschap de Wereldbank contacteert, wordt ze gehoord. Dat is bij geen enkel Chinees bedrijf het geval”.

“Chinese bedrijven doen de zaken anders dan andere multinationale bedrijven” treedt Tijani Abdulkareem bij. “Zelfs als we kwesties aanklagen als de aantasting van het milieu, kan het hen niet schelen wat de civiele maatschappij zegt. China heeft zich tijdens de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties geëngageerd om propere energie te promoten. We moeten de druk opvoeren om Beijing aan zijn beloftes te houden”. 

In het geval van de ontginning van zeldzame aardmineralen in Madagaskar, vermijdt het bedrijf Reenova opzettelijk transparantie om de winsten te vergroten. Hoewel Chinees van oorsprong en gevestigd in Singapore, is Reenova geregistreerd in Mauritius om ten volle te kunnen profiteren van een belastingverminderingsovereenkomst tussen dat eiland en Madagaskar. In 2003 kreeg het bedrijf een vergunning voor “onderzoek”, en ondanks het verbod op het verkopen van mineralen die ontgonnen worden tijdens de exploratiefase, suggereren bedrijfsdocumenten ingediend op de beurs van Singapore dat het toch van plan is om tot 800 ton materiaal te verkopen dat in deze fase ontgonnen wordt.

Bovendien heeft het bedrijf niets overlegd met de getroffen gemeenschappen, maar biedt het alleen informatie over de vermeende voordelen van het project en neemt het zijn toevlucht tot bedreigingen als de gemeenschap niet overtuigd blijkt. 

In Zimbabwe, waar de mijnbouwoperaties kleinschaliger zijn, hebben de bedrijven vaak niet eens een fysiek adres, laat staan een website. Toch onderhouden ze nauwe relaties met de Zimbabwaanse regering. In één geval werden de veiligheidstroepen van de staat in naam van een Chinees bedrijf uitgestuurd om een terrein te bulldozeren in een gemeenschap die duidelijk gekant was tegen koolontginning. Toen de gemeenschap bleef aandringen op het vertrek van het Chinese bedrijf, “droegen de Chinezen de regering op om de leider van het verzet op te pakken en hem een tijdelijk verbod op te leggen om de gemeenschap te bezoeken”, zegt Farai Maguwu.

In een ander geval vroeg Maguwu aan het Zimbabwaans parlement om een Chinees bedrijf te onderzoeken dat diamanten ontgint in partnerschap met de Zimbabwaanse defensie-industrie. De Chinezen argumenteerden dat ze slechts in de ‘exploratiefase’ zaten, hoewel het bedrijf in kwestie er al gemijnd had van 2011 tot 2015, tot de voormalige president het bedrijf eruit schopte. Maguwu legt uit dat het bedrijf terugkeerde in 2018. “Dat ze nu slechts aan ‘exploratie’ zouden doen, houdt geen steek”. 

Corruptie

Een voor de hand liggende manier waarop Chinese bedrijven de milieu- en arbeidswetgeving weten te omzeilen en zowel een gebrek aan aansprakelijkheid als transparantie weten te handhaven, is door ambtenaren om te kopen.

Sommige Chinese bedrijven weten de milieu- en arbeidswetgeving te omzeilen door ambtenaren om te kopen.

In Jigawa, een van de armste Nigeriaanse staten, kunnen Chinese bedrijven ongestraft landbouwgrond in beslag nemen van gemeenschappen omdat “lokale politici omgekocht zijn en er niets om geven”, merkt Tijani Abdulkareem op. “Heel wat ambtenaren worden omgekocht. In deze staten waar veel banditisme heerst, kan een Chinese zakenman krijgen wat hij maar wil”.

Hetzelfde geldt voor Nigeriaanse zakenlieden die optreden namens Chinese bedrijven. Zo’n zakenman, bijgenaamd “Dan China,” had de leiding over illegale mijnen die 278 miljard dollar aan lood, zink, tin en andere ertsen wonnen. “Beschermd door omgekochte veiligheidsagenten en lokale functionarissen smokkelde Dan China de illegaal ontgonnen ertsen naar verluidt naar China via de haven van Lagos”, vertelt Abdulkareem. In 2017 trad de Nigeriaanse regering in een ongebruikelijke poging tot corruptiebestrijding op tegen een van de grootste van deze illegale mijnbouwoperaties in Kampanin Zurak, een ruraal gebied ongeveer 150 buiten Jos, de hoofdstad van de staat Plateau. Tijdens de raid arresteerde de politie 16 Chinese staatsburgers die op de afgelegen locatie werkten”.

In hun gretigheid om de Chinese kopers te bevoorraden, ontbossen illegale houthakkers Nigeria en worden de visvoorraden langs de kust uitgeput - opnieuw beschermd door lokale ambtenaren die omgekocht zijn. Nigeria verliest jaarlijks naar schatting 70 miljoen dollar uitsluitend via de illegale visserij.

“In juli 2017 betaalde Addax, eigendom van het Chinees energiebedrijf Sinopec, 32 miljoen dollar om de Zwitserse juridische aanklacht te schikken dat het bedrijf tot 100 miljoen dollar aan steekpenningen betaald had via tussenpersonen aan Nigeriaanse regeringsfunctionarissen”, rapporteert Abdulkareem.

Een vergelijkbaar corruptieniveau gaat gepaard met de mijnbouwoperaties in Guinee. In 2020 werden de Israëlisch-Franse mijnbouwmagnaat Beny Steinmetz en twee anderen in een Zwitserse rechtbank beschuldigd van het betalen van 10 miljoen dollar smeergeld om toegang te verkrijgen tot de lucratieve ijzervoorraden in Guinee. Eerdere beschuldigingen van corruptie werden ingetrokken toen Steinmetz afstand deed van de ijzerontginningscontracten. De regering gaf de contracten vervolgens aan een Chinees-Singaporees-Guinese joint venture, die een spoorlijn en een diepwaterhaven beloofde om het erts naar de mondiale markten te transporteren.

In Zimbabwe wekken de Chinese ondernemers “de indruk dat ze beschermd worden door iemand in een hoge functie die hen de toestemming heeft gegeven om te doen wat ze willen”, zegt Farai Maguwu. “Wanneer gemeenschappen zich verzetten tegen mijnen, zal de staat reageren door Zimbabwanen te arresteren voor de Chinezen”. 

Culturele Impact

Mijnen en infrastructuurprojecten hebben niet alleen een economische en ecologische impact. Ze hebben ook gevolgen voor het culturele leven van de gemeenschappen waar ze zich situeren.

In Zuid-Afrika “zullen de heilige dieren en bomen van het Venda-volk plaats moeten ruimen voor de Musina-Makhado Speciale Economische Zone”, stelt David Tshidzumba. “Ze zullen graven opgraven die meer dan 60 jaar oud zijn, bomen ontwortelen die heilig zijn voor inheemse volkeren. Eenmaal je het land vernietigt, eenmaal je het water wegneemt, dan hebben we geen gevoel meer van 'er thuis te horen'. Het is niet alleen erfgoed, maar ook ons levensonderhoud, onze manier van leven”. 

Ontginningsprojecten in Zimbabwe omvatten de toe-eigening van gemeenschapsgronden, waaronder het boren in begraafplaatsen. “Ik denk niet dat er ergens in de wereld zo’n flagrante schending van de culturele rechten is geweest als wat er gebeurt in Zimbabwe”, beweert Farai Maguwu. Op de site van een granietmijn vertelde het Chinese bedrijf Heijin aan de dorpelingen dat de ontginningsoperatie zou doorgaan omdat ze de grond niet bezitten. De Zimbabwaanse regering probeerde ondertussen het aantal dorpelingen dat getroffen zou worden door de operatie te minimaliseren. 

Vooruit kijken

Civiel-maatschappelijke activisten hebben campagnes opgezet tegen een waaier aan winningsprojecten in heel Afrika die gefinancierd worden door de Chinezen. Ze volgen juridische strategieën om te voorkomen dat de Musina-Makhado SEZ groen licht krijgt. Ze werken samen met getroffen gemeenschappen om informatie over de impact op het milieu te verspreiden, voorbeelden van corruptie aan het licht te brengen en druk te zetten op regeringen zodat ze zich zouden houden aan de lokale wetgeving als ze zaken doen met Chinese bedrijven.

Ze willen meer transparantie en aansprakelijkheid rond Chinese projecten en duurzamere mechanismen die de klachten van arbeiders en gemeenschapsleden op een verantwoordelijke manier behandelen. Ze benadrukken het belang van niet-extractieve projecten -duurzame landbouw, ecotoerisme, propere energie- die gelijkaardige economische voordelen kunnen opleveren zonder de verwoestende impact op het milieu en de gemeenschap. 

Afrikaanse activisten pleiten voor niet-extractieve projecten die economische voordelen kunnen opleveren zonder verwoestende impact op het milieu en de gemeenschap.

Westerse bedrijven kunnen aangeklaagd worden in de landen waar ze gevestigd zijn, maar China heeft geen onafhankelijke rechterlijk macht. Maatschappelijk verantwoord ondernemen werd opgenomen in het Chinese contractrecht in 2006 en is sinds 2014 van kracht, maar bedrijven houden zich niet noodzakelijkerwijs aan dergelijke principes.

Hoewel Beijing in 2018 een rechtbank oprichtte onder het gezag van de Hoogste Volksrechtbank om internationale claims ten gevolge van het Gordel- en Weginitiatief te behandelen, is het onduidelijk hoe onafhankelijk dit gerechtelijk orgaan zal zijn.

China zit echter alsmaar meer in met zijn reputatie. Het heeft 60 miljard dollar uitgetrokken voor buitenlandse hulp en besteedt 1 miljard dollar van zijn Gordel- en Weginitiatief aan Afrikaanse infrastructuur. Het wil gezien worden als een land dat Afrika helpt, niet uitbuit. 

Onlangs schorste de regering van de Democratische Republiek Congo (DRC) een aantal Chinese bedrijven vanwege illegale mijnbouwactiviteiten. Beijing reageerde door de bedrijven op te dragen de regio te verlaten en door sancties te beloven indien de bedrijven schuldig bevonden worden aan schendingen. De zaak demonstreert dat de Chinese regering gevoelig is voor publieke reacties.      

China beweert al lang dat het de soevereiniteit van de landen waarin het economisch actief is niet wil schenden. De kwestie van zelfbeschikking vormt misschien wel de grootste troefkaart van de Afrikaanse belanghebbenden. Als ze klachten openbaar kunnen maken, ontevredenheid kunnen mobiliseren en regeringen kunnen overtuigen om actie te ondernemen, zoals in het geval van de DRC, kan China misschien overhaald worden om van koers te veranderen - zo niet om de principes van bedrijfsverantwoordelijkheid te handhaven, dan wel om de soevereine wil van de bevolking te respecteren en China’s internationale reputatie te beschermen. 


Iets fout of onduidelijk gezien op deze pagina? Laat het ons weten!

Land

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze digitale nieuwsbrief.