Op dinsdag 23 juni boog de Commissie Buitenlandse Handel van het Vlaams Parlement zich over het nieuwe wapenhandeldecreet dat de Vlaamse regering er nog voor het zomerreces wil doorjagen. Het kwam niet tot een finale stemming. Die zal volgende week plaatsvinden. Maar het is duidelijk dat de meerderheid van N-VA, CD&V en Vooruit eensgezind dit nieuwe soepelere wapenhandeldecreet zal goedkeuren. Enkel PVDA en Groen kanten zich ertegen. Anders vindt dan weer dat het nieuwe decreet de exportregels onvoldoende versoepelt.
IPIS en Amnesty International publiceerden recent een rapport met aanbevelingen over het nieuwe wapenhandeldecreet. Ze omschreven hun conclusies als “onrustwekkend”. “Het decreet schiet volgens ons tekort in het verzekeren van een effectieve controle op het eindgebruik (van uitgevoerde wapens en wapenonderdelen). Het verzekert niet dat een transfert niet wordt toegestaan als er een duidelijk risico bestaat dat de wapens zullen worden gebruikt om ernstige schendingen van mensenrechten of van het internationaal humanitair recht te plegen in het land van eindgebruik of dat de verboden van het VN-Wapenhandelverdrag worden nageleefd”, aldus het rapport.
De versoepeling van het bestaande Wapenhandeldecreet uit 2012 komt er op vraag van de wapenindustrie zelf. Tekenend voor de huidige periode is dat dit altijd opnieuw beargumenteerd wordt met een verwijzing naar de “gewijzigde geopolitieke situatie”. Nochtans, zo stellen IPIS en Amnesty International terecht, kan de gewijzigde relatie tussen de Europese staten en Washington ook betekenen dat de directe of indirecte uitvoer van wapens en wapenonderdelen naar de VS net het tegendeel is van rekening houden met de gewijzigde situatie. “Hierbij gaat het niet alleen om de houding van de VS ten aanzien van Israël. Ook het mogelijke gebruik van Europese wapens door ICE roept de vraag op of het decreet in dit opzicht niet vertrekt van een onvolledige analyse.”
Race to the bottom
Op welke punten zet het nieuwe Wapenhandeldecreet duidelijk stappen achteruit? De codewoorden van het nieuwe decreet zijn “versoepelen” en “een gelijk speelveld creëren”. Met een dure Engelse term wordt dat laatste ook wel “no goldplating” genoemd. Dat betekent dat Vlaanderen zich in principe niet strenger zou mogen opstellen dan andere Europese lidstaten als het gaat om de controle op wapenexport, omdat dat onze defensie-industrie concurrentieel zou benadelen. Maar terwijl het decreet in lijn zou moeten zijn met het VN-Wapenhandelverdrag, wordt dat verdrag er zelfs niet in vermeld.
De vrijstelling van vergunningsplicht voor bepaalde wapenleveringen in het kader van Europese intergouvernementele samenwerkingsprogramma’s lijkt, nog steeds volgens het rapport van IPIS en Amnesty International, ook onverenigbaar met het EU-recht. Meer nog, het decreet breidt de mogelijkheid tot het uitreiken van algemene vergunningen uit naar internationale samenwerkingsprogramma’s met nog nader te bepalen NAVO-lidstaten (buiten de EU dus) en de 42 deelnemers aan het Wassenaar Arrangement (een internationaal overleg- en controlesysteem voor de export van conventionele wapens en goederen of technologieën die zowel civiel als militair kunnen worden gebruikt, zogenaamde 'dual-use'-goederen). Het rapport stelt klaar en duidelijk: “Dit is in strijd met Europese regelgeving, die dit niet toelaat.” Wat omschreven wordt als een gelijk speelveld, komt in de praktijk neer op een 'race to the bottom' als het gaat over controle op de export en doorvoer van wapens en wapenonderdelen.
Wat betekent dit in de praktijk?
IPIS en Amnesty halen het voorbeeld aan van Vlaamse bedrijven die betrokken zijn bij de productie van onderdelen voor het militaire transportvliegtuig van Airbus, de A400M. Drie landen gelden als potentiële problematische eindgebruikers. Terwijl Turkije al een actieve partner is in het samenwerkingsprogramma, zijn Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) met Airbus in gesprek over de aankoop van respectievelijk 30 en 10 toestellen. De VAE zouden zelfs toetreden tot het overkoepelende consortium en ook actief onderdelen leveren voor het vliegtuig.
De auteurs van het rapport concluderen: “Het Turkse eindgebruik van de A400M kwam in opspraak wegens het schenden van VN-wapenembargo’s op Libië, Syrië en Azerbeizjan. De A400M zou voor Saoedi-Arabië en de VAE een sleutelrol kunnen spelen in het gewapend conflict in Jemen, waar een coalitie geleid door deze landen zich schuldig heeft gemaakt aan schendingen van het internationaal humanitair recht.” Dan spreken we over grootschalige vernietiging van essentiële infrastructuur zoals ziekenhuizen, scholen, marktpleinen en woonwijken, met duizenden burgerdoden als gevolg. Een A400M zou bijvoorbeeld troepen en militair materiaal kunnen aanvoeren naar het conflictgebied en heeft de capaciteit om jachtbommenwerpers bij te tanken in de lucht.
Vredesbeweging in actie
De afgelopen weken voerde een alliantie van Vrede vzw, Vredesactie, Pax Christi, Intal en 11.11.11 een sensibiliseringscampagne tegen de versoepeling van het wapenhandeldecreet. Dat gebeurde onder meer met een opvallende actie in Antwerpen, waar we met een wagen voorzien van grote LED-schermen op drukke plekken in de stad passanten wezen op de gevaren van deze nieuwe wet. Met satirische boodschappen als “Wapenembargo tegen Israël? Het was maar om te lachen” of “Mensenrechten? Da’s voor losers” werd de boodschap overgebracht.
Na de bijeenkomst van de Commissie Buitenlandse Zaken gisteren is het duidelijk dat de Vlaamse meerderheidspartijen vast van plan zijn om door te zetten met dit decreet. Reden te meer voor de vredesbeweging om de verdere evoluties van nabij te blijven volgen. Want het is niet omdat een overheid beslist om de wapenhandel te versoepelen dat het internationaal recht, zoals het VN-Wapenhandelverdrag, niet langer zou gelden. Als de Vlaamse overheid de controle afbouwt, komt deze de facto bij rechtbanken te liggen. De vredesbeweging zal dus niet nalaten om de export of doorvoer van wapenleveringen die in strijd zijn met het internationaal recht voor te leggen aan het oordeel van een rechtbank.