Meer dan zeven decennia nadat het Vijfde Pan-Afrikaanse Congres opriep tot de volledige bevrijding van Afrika van de koloniale overheersing, blijft het continent gevangen in structuren van afhankelijkheid. De resoluties van het historische congres, dat in 1945 in Manchester plaatsvond, waren duidelijk: Afrikaanse naties verdienen volledige politieke en economische onafhankelijkheid, de beëindiging van buitenlandse overheersing en het recht van de Afrikaanse volkeren om hun eigen toekomst te bepalen. Toch blijven in 2026 veel Afrikaanse leiders de poorten van het continent openzetten voor dezelfde imperialistische machten die de Afrikaanse volkeren hebben gekoloniseerd, uitgebuit en mishandeld.
De ‘Africa Forward Summit’ die in mei plaatsvond in Nairobi en gezamenlijk werd georganiseerd door de Keniaanse president William Ruto en de Franse president Emmanuel Macron, werd een symbool van deze contradictie. De top werd voorgesteld als een partnerschap tussen gelijken, maar was bedoeld om de relatie van Frankrijk met Afrika een nieuw imago aan te meten op een moment dat Parijs in sneltempo invloed verliest op het Afrikaanse continent.
De top bracht meer dan dertig Afrikaanse leiders samen en resulteerde in investeringsbeloften ter waarde van ongeveer 23 miljard euro in sectoren zoals energie, landbouw en artificiële intelligentie. Achter de retoriek van co-investeringen, onderling respect en wederzijds voordeel gaat echter de hardnekkige realiteit van het imperialisme schuil.
Frankrijk kwam niet naar Nairobi louter uit sympathie voor Afrika. De top vond plaats op een moment waarop de Franse invloed in West-Afrika sterk is afgenomen. Mali (in 2022), Burkina Faso en Niger (in 2023) hebben de Franse troepen het land uitgezet en zich verzet tegen decennialange Franse militaire en economische controle. Frankrijk werd gedwongen zijn troepen terug te trekken uit verschillende voormalige kolonies te midden van een groeiend anti-Frans sentiment en volksopstanden.
Dat verklaart waarom de top in Nairobi politiek zo belangrijk was voor Frankrijk. Het was ook de eerste grote Frans-Afrikaanse top die werd georganiseerd in een Engelstalig Afrikaans land. Kenia moet zo de brug vormen waarlangs Frankrijk opnieuw strategische invloed hoopt te verwerven in Oost- en Centraal-Afrika, nadat het geconfronteerd werd met verzet in de Sahel.
De vraag rijst: waarom was president Ruto bereid om op dit specifieke moment een dergelijke top te organiseren? Het antwoord ligt in het klassenkarakter van de Keniaanse staat. De huidige regering heeft zich consequent gelieerd aan westerse machten en positioneert Kenia als een betrouwbare regionale partner voor buitenlands kapitaal, militaire samenwerking en geopolitieke belangen. Door Macron te ontvangen, positioneerde Ruto Kenia als een strategische toegangspoort voor de hernieuwde Franse betrokkenheid bij Afrika, terwijl hij tegelijk de status van zijn regering versterkte bij de westerse bondgenoten. In plaats van een onafhankelijke Afrikaanse ontwikkelingsagenda te vertegenwoordigen, weerspiegelde de top de neiging van binnenlandse 'comprador'-elites om legitimiteit en steun te ontlenen aan imperiale machtscentra, eerder dan aan de burgers van de eigen landen.
De Keniaanse autoriteiten presenteerden de top als een kans op economische groei en buitenlandse investeringen. Maar de diepere vraag luidt: groei voor wie, en onder wiens controle?
Macron beschreef het initiatief als "een partnerschap van gelijken". Maar gelijkheid kan niet bestaan tussen economieën die fundamenteel ongelijk zijn gestructureerd. De relatie tussen Frankrijk en Afrika is historisch niet gekenmerkt door gelijkheid, maar door extractie. Volgens het Franse Ministerie van Europa en Buitenlandse Zaken zijn er meer dan 1000 Franse dochterondernemingen actief in Afrika en meer dan 140 in Kenia alleen. Grote bedrijven zoals TotalEnergies, Orange, Carrefour, CMA CGM en Bolloré hebben omvangrijke commerciële belangen in energie, telecommunicatie, logistiek, retail en infrastructuur. Hoewel dit wordt voorgesteld als ontwikkeling en partnerschap, komen de winsten die worden onttrokken uit Afrikaanse arbeid en grondstoffen vrijwel uitsluitend ten goede aan buitenlands kapitaal.
De Franse invloed in Afrika is nooit uitsluitend uitgeoefend via militaire en economische middelen. Culturele diplomatie maakt al lange tijd deel uit van de Franse strategie om invloed in het buitenland te behouden. Via Franstalige instellingen, onderwijsuitwisselingen, mediapartnerschappen, culturele centra en ontwikkelingsprogramma’s projecteert Frankrijk wat vaak wordt omschreven als ‘soft power’. Critici stellen dat dergelijke initiatieven ook bredere politieke en economische doelstellingen dienen door gunstig gezinde elites te cultiveren, het publieke debat te beïnvloeden en de strategische langetermijnbelangen van Frankrijk te versterken. Het aan de top verbonden Africa Forward-concert, Macrons kooksessies met influencers en andere PR-activiteiten tijdens zijn bezoek aan Kenia vormen hier allemaal bewijs van.
Daarom werd Macrons poging om zichzelf tijdens de Africa Forward-top voor te stellen als een Pan-Afrikanist met scepsis ontvangen door activisten en progressieve krachten in Kenia. Pan-Afrikanisme is geen middel om een bepaald imago te creëren. Het is een revolutionaire strijd voor Afrikaanse eenheid, soevereiniteit en bevrijding van imperialistische overheersing.
De besprekingen tijdens de top waren sterk gericht op schuldherschikking, particuliere investeringen, krediethervormingen en veiligheidssamenwerking — kwesties die doorgaans functioneren binnen financiële systemen die worden gedomineerd door instellingen zoals het Internationaal Muntfonds (IMF) en de Wereldbank. De slotverklaring weerspiegelde dan ook de taal van de afhankelijkheidspolitiek.
De veiligheidsdimensie verbonden aan de top baarde activisten eveneens zorgen. Kenia en Frankrijk hebben hun militaire samenwerking de afgelopen jaren versterkt. Het recent ondertekende militaire pact versterkt de ondermijning van de nationale soevereiniteit. Sociale bewegingen trekken parallellen tussen de nieuwe defensieregelingen en de militaire overeenkomsten met Britse troepen van de ‘British Army Training Unit Kenya’ (BATUK) - een permanente trainingsfaciliteit van het Britse leger in Kenia. Vooral de defensieregelingen die buitenlandse militairen in Kenia aanzienlijke juridische bescherming bieden zijn omstreden. Ze beperken de mogelijkheden van Keniaanse instellingen om buitenlandse troepen volledig juridisch ter verantwoording te roepen op grond van de lokale wetgeving.
Tegelijk blijft Frankrijk zichzelf presenteren als een “stabiliserende kracht” in Afrika, ondanks de wijdverspreide kritiek op zijn militaire rol in de Sahel. Veel mensen in West-Afrika associëren buitenlandse militaire interventies in toenemende mate met instabiliteit in plaats van met bevrijding.
Deze tegenstrijdigheden werden zichtbaar tijdens protestacties tegen de top in Nairobi, die werden georganiseerd door activisten en leden van sociale rechtvaardigheidsbewegingen. De demonstranten veroordeelden het Franse imperialisme, buitenlandse overheersing, schuldenafhankelijkheid en militaire expansie. Activisten meldden dat ze werden geconfronteerd met politiegeweld, waaronder het gebruik van traangas, arrestaties en willekeurige detentie.
De top legde twee Afrika's bloot die naast elkaar bestaan. Het ene Afrika zit in conferentiezalen en bespreekt investeringskaders met multinationale ondernemingen en buitenlandse mogendheden. Het andere Afrika bevindt zich in de straten, onder de werkloze jongeren, de worstelende werknemers, de boeren, studenten en gemeenschappen die worden geconfronteerd met de stijgende kosten van het levensonderhoud.
Slechts een week na de top vonden er in Kenia demonstraties plaats tegen de hoge brandstofprijzen en de duurte van het leven in het algemeen. In grote steden en dorpen uitten delen van de bevolking hun frustratie over de verslechterende economische omstandigheden. Het protest weerspiegelde diepere klassentegenstellingen binnen de kapitalistische economie van Kenia.
Recente ontwikkelingen in de Alliantie van Sahelstaten bevestigen dat de buitenlandse militaire overheersing in bepaalde delen van Afrika in vraag wordt gesteld en dat er meer soevereiniteit wordt opgeëist. Hoewel er binnen die staten nog steeds tegenstrijdigheden en uitdagingen bestaan, heeft hun afwijzing van een permanente buitenlandse militaire aanwezigheid anti-imperialistische discussies aangewakkerd over heel het continent.
Uiteindelijk volstaat het niet voor progressieve Afrikaanse krachten om alleen initiatieven zoals de Africa Forward-top te bekritiseren. De diepere uitdaging is het opbouwen van georganiseerde politieke alternatieven die geworteld zijn in bewegingen van arbeiders, jongeren, boeren, vrouwen en onderdrukte gemeenschappen. De bevrijding van Afrika zal niet voortkomen uit elitaire conferenties in luxueuze zalen, noch uit afhankelijkheid vermomd als partnerschappen. Ze zal voortkomen uit revolutionaire politieke organisatie, Pan-Afrikaanse solidariteit en de collectieve strijd van Afrikaanse volkeren tegen imperialisme, kapitalisme en comprador-elites die profiteren van buitenlandse overheersing.
De toekomst van het continent kan niet worden bepaald in Parijs, Washington, Londen of in de bestuurskamers van multinationals. Ze moet worden bepaald door de georganiseerde massa’s in Afrika zelf. De opdracht van deze generatie is duidelijk: leren van de mislukkingen van valse onafhankelijkheid, afhankelijkheid afwijzen en de onafgemaakte strijd voortzetten voor een verenigd en soeverein continent.
Dit vertaalde artikel verscheen eerder op 'Africa is a Country'.