G4S
Creative Commons
De verontrustende opkomst van huurlingenbedrijven
Artikel
7 minuten

Het is nog niet te laat om deze gewapende reuzen aan banden te leggen, maar er moet snel gehandeld worden.

Toen de journalist Jamal Khashoggi vermoord werd door agenten van de Saoedische regering in 2018, veroorzaakte dat een internationaal schandaal. Nu blijkt dat zijn moordenaars opgeleid werden in de Verenigde Staten. In juni rapporteerde de krant 'The New York Times' dat vier Saoedi’s betrokken bij de moord, paramilitaire training kregen van ‘Tier 1 Group’, een privaat veiligheidsbedrijf gevestigd in Arkansas.

Dit was geen buitengewone operatie. Tier 1 Group, waarvan het trainingsprogramma goedgekeurd werd door het Amerikaans Ministerie van Buitenlandse Zaken, maakt deel uit van een snelgroeiende wereldwijde industrie. Huurlingenbedrijven -of beter, private veiligheids- en militaire bedrijven- nemen in toenemende mate functies over die vroeger uitgevoerd werden door de staat. Dit heeft zware gevolgen voor de mensenrechten en de democratie over heel de wereld. 

En het is een zeer bloeiende business. ‘Cerberus Capital Management’, het private aandelenbedrijf dat eigenaar is van Tier 1 Group, bezit ook een reeks wapenfabrikanten. In april 2010 smolt Cerberus samen met 'DynCorp International', een van ‘s werelds grootste huurlingenbedrijven. 

Huurlingen -huursoldaten- bestaan al eeuwen, maar deze nieuwe soort is anders. De 'Observatory Shock Monitor', die de impact van geprivatiseerde oorlog onderzoekt, stelt dat de huidige huurlingen verbonden aan gespecialiseerde bedrijven opvallen door de geïnternationaliseerde, zakelijke diensten die ze leveren. Deze bedrijven staan geregistreerd in een bepaalde staat, maar werken vaak in een andere en bieden hun diensten aan via gepolijste websites en een wereldwijd netwerk van kantoren en faciliteiten.

De huidige huurlingen verbonden aan gespecialiseerde bedrijven vallen op door de geïnternationaliseerde, zakelijke diensten die ze leveren.

In de landen waar ze opereren stellen ze zowel buitenlands als plaatselijk personeel te werk. En de diensten die ze aanbieden gaan veel verder dan de traditionele rol van huursoldaten: van bewakingsopdrachten en het patrouilleren in openbare ruimtes, over militaire gevechten en het voorzien van operationele ondersteuning, tot humanitair werk, het ruimen van mijnen of het redden van gijzelaars. Kortom, ze vormen een vervanging voor een hele reeks aan taken die traditioneel uitgevoerd worden door staten en hebben toegang tot het soort van militair materieel dat moderne legers tot hun beschikking hebben.   

Terwijl staatsveiligheidsfuncties geleidelijk aan geprivatiseerd werden onder het neoliberalisme, hebben de huurlingenbedrijven de manier waarop macht en dwingende controle wordt uitgeoefend hervormd, en boorden ze een nieuwe bron van winst aan.  

Mensenrechten

Staten hebben hun afhankelijkheid van private veiligheidscontractanten opgedreven, niet alleen in internationale conflicten, maar ook om hun binnenlandse macht op te vergroten. Huurlingenbedrijven zijn zich beginnen focussen op opkomende sectoren op het vlak van nationale veiligheid, zoals het beschermen van kritieke infrastructuur tegen terrorisme en cyberaanvallen, het controleren van migratiestromen, het uitbaten van gevangenissen en detentiecentra, en het uitvoeren van politietaken, waaronder het ‘neutraliseren’ van activisten die zich verzetten tegen de belangen van staten en multinationale bedrijven.   

Tijdens de recente wijdverbreide protesten in Frankrijk bijvoorbeeld, leverden bedrijven als 'Groupe DCI' training en advies aan de veiligheidstroepen van de regering. Groupe DCI is een van de vele bedrijven die ondersteuning bieden aan de oproerpolitie in uiteenlopende locaties, van de VS tot in Bahrein, ondanks de verhoogde gevoeligheid die de ontplooiing ervan kan opwekken bij de publieke opinie. 

Huurlingenbedrijven spelen een belangrijke rol in de door de VS-gefinancierde internationale ‘Oorlog tegen drugs’ in landen als Colombia en Mexico. Ze bieden training, onderhoud en logistieke ondersteuning aan staatstroepen die rechtstreeks en onrechtstreeks verantwoordelijk zijn voor mensenrechtenschendingen.

Ze zijn ook in toenemende mate betrokken bij het handhaven van de openbare orde, waarbij ze taken op zich nemen die typisch toebehoren aan openbare veiligheidsdiensten. In het Zuid-Afrikaanse Kaapstad bijvoorbeeld nemen bedrijfshuurlingen de rol over van politiediensten, door te patrouilleren in rijke buurten en operaties uit te voeren waarbij mensen verdreven worden van publieke ruimtes.

Huurlingenbedrijven zijn in toenemende mate betrokken bij het handhaven van de openbare orde.

De privatisering van gevangenissen en detentiecentra heeft de meeste tegenstand opgeroepen, omwille van de impact op de mensenrechten. In de VS bijvoorbeeld kennen de drie huurlingenbedrijven die deze markt domineren -'CoreCivic', 'Geo Group' en 'Management and Training Corporation' (MTC)- een lange geschiedenis van klachten over vermeende vernederende behandeling, dwangarbeid, misbruik, en geweld en seksuele aanranding in gevangenissen, penitentiaire instellingen en detentiecentra waar kinderen en migranten vastgehouden worden. 

Cyberspace

Wanneer activisten de bedrijfshuurlingen in de weg staan, kunnen ze geviseerd worden. Er zijn talrijke meldingen van mensenrechtenverdedigers die bespioneerd of zelfs gedood worden door private veiligheidsbedrijven. Eén van de meest notoire gevallen is het moordcomplot tegen de activiste Berta Cáceres in Honduras. Ook in Colombia en Brazilië zijn er tal van voorbeelden.

'The Intercept' onthulde dat het veiligheidsbedrijf 'TigerSwan' in de VS, frauduleuze inlichtingenactiviteiten uitvoerde voor de firma 'Energy Transfer Partners', door de ecologische- en inheemse protestbeweging in Standing Rock te infiltreren die zich verzette tegen een oliepijpleidingproject in Noord-Dakota. Verslagen geproduceerd door TigerSwan werden gebruikt door de lokale politie, de FBI en het Ministerie van Binnenlandse Veiligheid.  

De privatisering van inlichtingen is fel toegenomen sinds de aanslagen van 9/11. Tim Shorrock, de auteur van ‘Spies for Hire: The Secret World of Intelligence Outsourcing’, stelt dat 70% van het Amerikaan inlichtingenbudget in 2007 uitbesteed werd aan veiligheidscontractanten. Een jaar later bleek uit een onderzoek van de 'The Washington Post' dat er 1931 private bedrijven betrokken waren bij nationale veiligheid, contra-terrorisme en inlichtingentaken vanuit 10.000 VS-locaties. 

De aangeboden diensten zijn geëvolueerd door het gebruik van nieuwe technologieën en omvatten nu de inzet tegen dreigingen vanuit cyberspace. Huurlingenbedrijven leveren en onderhouden softwaretechnologie en hardware-systemen, verzamelen data gerelateerd aan nationale veiligheid door oproepen te onderscheppen, mobiele telefoons en IT-systemen te hacken, data gerelateerd aan nationale veiligheid te analyseren en te systematiseren, risicobeoordelingsrapporten te produceren voor het leger, verkenningsdrones te bedienen tijdens protesten of in overzeese gewapende conflicten, en geheime operaties uit te voeren die illegale activiteiten omvatten zoals het infiltreren van sociale bewegingen of het ondervragen van verdachten. 

Cyberspionage is dus uitgegroeid tot een van de belangrijkste diensten aangeboden door huurlingenbedrijven, die ware legers van hackers in onderaanneming hebben en binnen hun bedrijven eigen IT-departementen leiden. 'Hamilton Booz', 'RSB Group', 'G4S' en 'Control Risks' zijn allemaal op de voorgrond getreden als zeer belangrijke spelers op dit gebied. 

Cyberspionage is uitgegroeid tot een van de belangrijkste diensten aangeboden door huurlingenbedrijven.

Overheidsinlichtingendiensten die bedrijven contracteren om surveillancetechnologieën te produceren is niets nieuws. Wat ongewoner is, het contracteren van private gespecialiseerde werknemers voor het uitvoeren van inlichtingentaken en nationaal veiligheidswerk.

In 2019 legde een voormalige NSA-agent het 'Raven-project' bloot, een inlichtingeneenheid die opgericht werd door de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) en bemand door cyberhuurlingen, waaronder een aantal personen die eerder ingehuurd waren door Amerikaanse inlichtingendiensten.

Het Raven-project hield zich jarenlang bezig met het volgen van dissidenten en critici van de regering in Abu Dhabi, zoals de Britse journalist Rori Donaghy, VAE-activist Ahmed Mansoor, en Tawakkol Karman, leider van het protest in het kader van de ‘Arabische Lente’ in Jemen.

Nood aan internationale regulering

De industrie van de huurlingenbedrijven is opvallend ondoorzichtig, een feit dat de groei ervan wereldwijd gefaciliteerd heeft. Het beperkt de publieke controle op zowel binnenlandse als buitenlandse operaties, en vermindert de politieke impact van slachtoffers in conflictzones, omdat staten weten dat burgers niet op dezelfde manier reageren op de dood van een contractant als op de dood van een soldaat.

Een perfect voorbeeld is de Amerikaanse luchtaanval in februari 2015 op de Deir Ezzor-regio van Syrië. In de aanval kwamen honderden werknemers van het Russische huurlingenbedrijf 'Wagner Group' om. Het was de dodelijkste (zij het indirecte) clash tussen de VS en Rusland sinds het einde van de Koude Oorlog. Het gebruikelijke beleid volgend, ontkende Rusland elke connectie met Wagner en het incident is sindsdien grotendeels vergeten. 

Gezien hun omvang en reikwijdte moeten huurlingenbedrijven dringend aan banden gelegd worden door politici en verantwoordelijk gesteld worden voor hun daden door de media, sociale bewegingen en het breder publiek. Een belangrijke eerste stap zou de effectieve internationale regulering van geprivatiseerde oorlog en veiligheid zijn.

De afwezigheid van regulering verleent bedrijfshuurlingen en bij uitbreiding de staten en multinationale bedrijven die hen in dienst nemen straffeloosheid voor mensenrechtenschendingen. Zelfs wanneer huurlingen toch veroordeeld worden voor misdaden, komen politici soms tussenbeide om hen vrij te pleiten.

Donald Trump deed dat bijvoorbeeld in december 2020 toen hij voormalige werknemers van 'Blackwater' (ondertussen gekend als 'Academi') pardonneerde, die in de gevangenis zaten voor de brutale afslachting van burgers op het Nisour-plein in de Iraakse hoofdstad Bagdad (2007). 

De weinige bestaande regulering steunt op zwakke en niet-bindende normen, zoals de Internationale Gedragscode voor Beveiligingsaanbieders en het Montreux Document uit 2008, dat niet eens ondertekend werd door Rusland. Dit juridisch vacuüm vormt een bijzondere bedreiging voor mensenrechtenverdedigers in fragiele landen waar de burger- en politieke rechten al beperkt worden.

De weinige bestaande regulering steunt op zwakke en niet-bindende normen.

De neoliberale logica van winst boven publiek belang die aan de wieg stond van deze industrie, zal de situatie alleen maar erger maken, omdat ze ervoor zorgt dat staten hun burgers geen economische en sociale bescherming kunnen bieden. Op die manier scheppen ze de omstandigheden waarin veiligheid en militaire oplossingen noodzakelijk geacht worden.

Er moet dringend een einde gesteld worden aan de geheime privatisering van de beveiligingssector, anders zal onze veiligheid uitbesteed worden aan de hoogste bieder.

Dit is een vertaalde en geredigeerde samenvatting van het 'State of Power 2021'-rapport van het 'Transnational Institute'.
 


Iets fout of onduidelijk gezien op deze pagina? Laat het ons weten!

Land

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze digitale nieuwsbrief.