Image
wapenhandel
De versoepeling van de EU-regels voor wapentransfers creëert een gevaarlijkere wereld
Artikel
5 minuten

Het wapenexportbeleid van de EU-lidstaten is gebaseerd op het juridisch bindende Gemeenschappelijk Standpunt inzake de uitvoer van militaire technologie en uitrusting. Dit Gemeenschappelijk Standpunt heeft tot doel te voorkomen dat wapens, militaire technologie en militaire onderdelen terechtkomen bij mensenrechtenschenders en oorlogsstokers. Het is gebaseerd op humanitaire waarden, eerbied voor de mensenrechten en de preventie van oorlog en geweld. Lidstaten zijn verplicht om hun nationale beleid af te stemmen op de principes die in dit Gemeenschappelijk Standpunt zijn vastgelegd.

Momenteel stelt de Europese Commissie ingrijpende beleidswijzigingen voor om de regelgeving binnen de Europese Unie te versoepelen, waaronder ook op militair gerelateerde terreinen. Deze beleidswijzigingen zijn ingegeven door economische overwegingen, zoals samengevat in het Draghi-rapport over het concurrentievermogen van de EU, evenals door veiligheidsargumenten, die hun meest recente neerslag vinden in de 'Defence Readiness Omnibus'.

Wat in deze beleidsvoorstellen ontbreekt, is het besef dat ongecontroleerde en ongeremde wapenexport naar landen over de hele wereld zal leiden tot meer onveiligheid en zou kunnen bijdragen aan geweld tegen staten en bevolkingen. Het 'European Network Against Arms Trade' (ENAAT) -een netwerk van onderzoekers en campagnevoerders dat pleit voor een gecontroleerde en terughoudende wapenhandel- is zeer bezorgd dat de door de Europese Commissie voorgestelde wijzigingen grotendeels onopgemerkt plaatsvinden, terwijl ze leiden tot een gevaarlijkere wereld met meer vluchtelingen en meer menselijk leed. 

Ontmanteling van de controle op wapenuitvoer

Een bijzonder zorgwekkend voorstel beoogt het “vereenvoudigen” van de EU-richtlijn voor de wapenhandel binnen de Europese Unie, kortweg het ‘Transfers-directief’. De eerste herziening van deze richtlijn in 2016 was al problematisch. De huidige herziening vormt een verdere stap richting deregulering van de wapenhandel binnen de EU, met mogelijk ingrijpende gevolgen voor de controle op uitvoer naar landen buiten de Unie.

Dit lijkt een technische kwestie, maar een grondige analyse en een bredere blik op het geheel -inclusief de uitvoer naar het buitenland en de herbewapeningsplannen- tonen aan dat het voorstel:
   • de nationale systemen voor wapenexportcontrole ontmantelt, zonder alternatieve maatregelen voor te stellen die garanderen dat wordt voldaan aan het EU-Gemeenschappelijk Standpunt inzake wapenexport of aan het internationaal recht, in het bijzonder het Wapenhandelsverdrag (Arms Trade Treaty, ATT);
   • verregaande de facto bevoegdheden toekent aan de Europese Commissie (EC), buiten haar formeel vastgelegde taken en mandaat, zonder adequaat bestuurlijk kader, zonder parlementair toezicht en zonder duidelijke inbedding in het Europees en internationaal recht. 
   • wapenbedrijven tot sleutelspelers maakt die zowel rechter als partij zijn bij de naleving van uitvoerbeperkingen, wat de transparantie vermindert en een klimaat van wijdverbreide onverantwoordelijkheid creëert.

Volgens het Gemeenschappelijk Standpunt van de EU is de controle op wapenexport gebaseerd op een nationaal vergunningensysteem voor individuele uitvoer van wapens, militaire onderdelen en technologie. Dit systeem van individuele vergunningen is cruciaal, omdat verschillende landen verschillende risicobeoordelingen maken op basis van democratisch publiek debat. Duidelijke voorbeelden hiervan zijn de ernstige zorgen over militaire uitvoer naar Saoedi-Arabië, die in veel landen worden gedeeld maar niet in alle, en naar Israël, eveneens gedeeld in veel landen maar niet overal.

Zelfregulering door de industrie

Met haar voorstellen om de wapenhandel binnen de EU te “vereenvoudigen”, beperkt de Europese Commissie in sterke mate de nationale, individuele beoordeling en breidt ze het gebruik van algemene vergunningen uit (d.w.z. vergunningen die gedurende meerdere jaren onbeperkte aantallen en hoeveelheden toestaan) tot een brede waaier aan actoren, wapens en onderdelen. Tegelijk legt ze de verantwoordelijkheid voor de controle op de daadwerkelijke leveringen en op mogelijke uitvoerbeperkingen bij de wapenindustrie zelf, in plaats van bij gespecialiseerde overheidsdiensten. Dit zal ertoe leiden dat militaire technologie, systemen en onderdelen worden verkocht en doorverkocht, en aan toezicht ontsnappen. 

Met algemene vergunningen zullen de landen met het grootste aandeel in de productie de controle verwerven over de uitvoer, ten koste van andere landen. Dit zal leiden tot een verlies aan controle over de wapenexport voor kleinere landen die vooral onderdelen produceren en voor landen met strengere uitvoerregels. Daarnaast voorziet het voorstel in een uitbreiding van algemene vergunningen naar ‘Europese’ -niet uitsluitend EU- wapenproducenten die deelnemen aan grensoverschrijdende projecten. Daarmee ontstaat het risico dat de controle over de wapenuitvoer niet langer in handen van EU-landen blijft die zich aan het Gemeenschappelijk Standpunt houden, maar zich uitbreidt naar niet-EU-landen, zoals Turkije, Oekraïne of zelfs Israël (dat al deelneemt aan veel Europese of EU-programma’s). 

Dat de militaire industrie niet altijd alles, naar overal en zo snel als ze zou willen, kan uitvoeren, belemmert misschien commerciële belangen, maar is niet zonder reden. De commerciële belangen van de militaire industrie of de ‘stakeholders’, zoals de Europese Commissie hen noemt, moeten wijken voor de hogere belangen van vrede en mensenrechten. Dat is precies het doel van wapenexportcontrole. Het is bovendien niet logisch om het beleid inzake de controle op wapenuitvoer te wijzigen met 'veiligheidsbelangen’ als rechtvaardiging, wanneer die wijzigingen juist tot meer onveiligheid leiden. (Zie het rapport: 'Arms trade, conflicts and human rights. Analysis of European arms exports to countries in armed conflict and human rights violation'.)

Nationale regeringen moeten ageren 

Volgens het European Network Against Arms Trade moeten alle voorgestelde wijzigingen aan het Transfers-directief verworpen worden, omdat ze neerkomen op een nieuwe poging van de Europese Commissie om het vergunningsproces voor wapenuitvoer binnen de EU de facto over te nemen. Dit zal leiden tot een verlies van controle door de lidstaten over hun wapenexport. Met name het voorstel om de reikwijdte van gedelegeerde handelingen te verruimen, zou de Europese Commissie in staat stellen om vrijwel unilateraal kernaspecten van het vergunningenstelsel voor wapenexport te bepalen, zoals de definitie van gevoelige onderdelen, de gevallen waarin vrijstellingen gelden, de voorwaarden voor algemene vergunningen, of de participatiedrempel waaronder een land geen zeggenschap heeft over wederuitvoer buiten de EU (de de-minimisregel). [Deze de-minimisregel kan eenvoudig uitgelegd worden als volgt: Land A levert een klein onderdeel van een wapen aan land B, dat het eindproduct bouwt. Land B wil het wapen vervolgens doorverkopen naar een land buiten de EU. Als het aandeel van land A in dat wapen onder een vastgestelde drempel blijft, mag land A niet meer mee beslissen over die doorverkoop.]

In plaats van de controle op wapenuitvoer te versterken, liberaliseert de Europese Commissie de internationale wapenmarkt verder, wat een aanzienlijk risico vormt voor vrede en mensenrechten.

Aangezien de Europese parlementaire commissies voor Veiligheid & Defensie en Interne Markt hebben besloten dat deze ingrijpende beleidswijzigingen geen goedkeuring van de plenaire vergadering van het Europees Parlement behoeven alvorens de onderhandelingen worden opgestart met de EU-Raad -waardoor de normale democratische procedures worden omzeild- is onze hoop gevestigd op de nationale regeringen en parlementen om deze liberalisering van een markt die bij uitstek strikt gecontroleerd zou moeten worden, tegen te houden.

Noot: Voor een diepgaande analyse van de voorgestelde wijzigingen in het
Transfers-directief zie de ENAAT-achtergrondnota 'Weakening Arms Transfers Rules or how to sell principles & ethics for the sake of arms dealers'.


Iets fouts of onduidelijks gezien op deze pagina? Laat het ons weten!

Thema
Land

Zonder kritisch middenveld, geen gezonde democratie!

De Vlaamse regering is met de botte bijl door de structurele subsidie van Vrede vzw gegaan. Vanaf 2026 moeten we het doen met meer dan de helft minder dan verwacht. Dit brengt onze algemene werking in gevaar! Een kritische, antimilitaristische tegenstem is vandaag nochtans meer dan nodig. Stel ons in staat om de strijd voor vrede en rechtvaardigheid voort te zetten!

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze digitale nieuwsbrief.