Image
Ursula

Voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen; shutterstock.com

Europese Unie: quo vadis?
Artikel
6 minuten

Hoe kan je beter de filosofie en de doelstellingen van een beleid achterhalen dan door een begroting te bestuderen? Het zijn niet alleen de cijfers -die erg veel zeggen- maar ook de structuur en de procedures die blootleggen hoe een instelling, het zij staat, gemeente of internationale instelling, omgaat met zichzelf en diegenen voor wie het geld is bedoeld.

De nieuwe meerjarenbegroting die de Europese Commissie op 16 juli heeft voorgesteld, verdient daarom meer belangstelling. Vooral omdat ze volgens de Commissievoorzitter zelf, Ursula von der Leyen, de ambitieuste begroting ooit is. Ze zou sterk strategisch zijn en voor flexibiliteit en transparantie zorgen.

Vooruitzien

Naast de jaarlijkse begroting heeft de Europese Unie inderdaad ook een meerjarenbegroting. De oefening die nu begint om de grote krachtlijnen voor de toekomst uit te tekenen geldt voor de periode 2028-2034. Er is dus nog ruim de tijd om te onderhandelen, en dat zal nodig zijn.

De Commissievoorzitter heeft de oude structuur volledig overboord gegooid. Het nieuwe voorstel bevat vier hoofdstukken.

Eén, de nationale en regionale partnerschappen, met een totaal bedrag, voor zeven jaar dus, van 864 miljard euro. Dit omvat het landbouwbeleid met de inkomenssteun voor de boeren, het cohesiebeleid met steun voor het platteland en de armste regio’s, de structuurfondsen (regionaal en sociaal beleid), migratie en grenscontroles en het milieubeleid. Volgens de Commissievoorzitter is dit het hoofdstuk van het ‘Europese model’ en de solidariteit.

Twee, een hoofdstuk over concurrentievermogen, met een pot van 410 miljard euro. Hierin zit alles wat te maken heeft met onderzoek, innovatie en technologie. Volgens Stéphane Séjourné, vicevoorzitter van de Commissie en bevoegd voor de industriële strategie, wordt dit een echte ‘force de frappe’ voor investeringen in strategische sectoren. Er zou daarbij met een preferentie voor Europese bedrijven worden gewerkt.

Drie, het hoofdstuk ‘Global Europe’, goed voor 200 miljard euro, met steun voor landen die willen toetreden tot de EU, humanitaire hulp (vroeger ontwikkelingssamenwerking) en ‘Protecting Europe’ wat zonder kans op misverstand aangeeft dat migratie als een bedreiging wordt gezien. Er gaat vooral steun naar landen die de emigratie van hun burgers zouden moeten tegenhouden.

Het vierde hoofdstuk gaat over de administratieve kosten.

Het totale begrotingsvoorstel bedraagt 1980 miljard euro.

Een nieuwe aanpak

De verwarring en de verbazing op 16 juli waren groot. Ursula von der Leyen heeft dit voorstel redelijk eigengereid met haar eigen dienst uitgewerkt. De Commissie waarvan ze voorzitter is, dat geacht wordt te werken als een college, werd nauwelijks geraadpleegd. De eerste bezwaren tegen deze aanpak kwamen dan ook van binnen de Europese Commissie zelf.

Bovendien was het allemaal niet zo goed voorbereid, want de cijfers die aan de pers werden getoond klopten niet - opgeteld kwamen ze uit boven de honderd procent. Kortom, eens te meer bleek de werkwijze van Ursula echt niet de beste te zijn.

Technisch gesproken is deze meerjarenbegroting zowel nominaal als reëel groter dan de vorige. Een grote stijging is het echter niet, zowat 2%, maar in termen van bruto nationaal inkomen gaat ze wel van 1,13% voor de vorige periode tot 1,26% nu.

Hier moet echter meteen jaarlijks 25 miljard euro van afgetrokken worden voor de terugbetaling van de grote gemeenschappelijke lening van 650 miljard euro die na de COVID-19 crisis is aangegaan (Next Generation EU).

Tel daar nog bij dat er nu met de EU-lidstaten moet onderhandeld worden over hun bijdrages en er onvermijdelijk zal gekort worden. Stel dat die reductie even groot is als bij de vorige oefening, dan komt men uiteindelijk uit op 1,09% van het bruto nationaal inkomen, dat is dus minder dan bij de vorige begroting, ook al betekent dat nominaal wel een paar honderd miljard euro meer.

Dat zal een aantal lidstaten niet slecht uitkomen. Duitsland en Nederland lieten al horen dat ze niet méér willen betalen en ook Frankrijk dringt aan op een daling van zijn bijdrage.

De Europese begroting wordt voor ongeveer 70% gefinancierd door de bijdragen van lidstaten en de overige 30% door eigen inkomsten, met name de douanerechten die aan de buitengrenzen van de gemeenschappelijke markt worden geheven, en een deel van de BTW-inkomsten. De Commissie wil verder méér eigen inkomsten uit emissierechten, een koolstoftaks op import en het niet zelf verwerkte e-afval, accijnzen op tabak en een belasting op grote ondernemingen in de EU met een omzet van meer dan 100 miljoen euro.

België is een netto-ontvanger, het krijgt dus meer uit de begroting dan dat het er in stopt.

Democratie

Een begroting is ook altijd een uiting van hoe democratisch een instelling wil of kan zijn. Dat is dit keer niet anders en de vooruitzichten zijn beslist niet positief.

Het grote probleem zit in het eerste hoofdstuk, over de partnerschappen. De Commissie wil die rechtstreeks met de nationale regeringen bespreken en dus de democratische inspraak van het Europees parlement uitschakelen. Idem voor de regio’s en het Comité van de regio’s.

Er wordt daarom meteen gesproken van een her-nationalisering van het beleid, maar tegelijk is het een gecentraliseerde machtsgreep van de Commissie zelf. Zo zou zij haar voorwaarden kunnen stellen voor het verlenen van alle steun uit dit hoofdstuk, en dus optreden als een soort IMF. De vele ‘aanbevelingen’ die ze in het kader van de ‘economic governance’ kan geven, worden op die manier bevelen voor structuurhervormingen, van loonindexering en pensioenen tot respect voor de rechtsstaat. De kans is klein dat de lidstaten dit zonder meer zullen accepteren, hoewel het hen ook de kans zou geven om voor moeilijke hervormingen de schuld te geven aan ‘Brussel’. Wellicht zal het Europees Parlement deze hervorming niet laten gebeuren.

Ook bij het tweede hoofdstuk en de grote pot voor ‘concurrentievermogen’ rijzen vragen. Vicevoorzitter Stéphane Séjourné is dolblij met deze "begrotingsrevolutie" en stelt dat het geld niet langer zal worden versnipperd en dat alle tegenstellingen kunnen worden uitgesloten. Waarbij natuurlijk meteen gedacht wordt aan de handelsovereenkomst met Trump, die toch wel ingaat tegen de ‘Europese preferentie’ die de vicevoorzitter predikt.

Het geld uit deze pot gaat voor een groot deel naar onderzoek en naar investeringssteun voor bedrijven. Die investeringen kunnen volgens Séjourné oplopen tot wel 1000 miljard euro - de ondernemingen zullen dankbaar zijn voor dit manna van de overheid.

Hoe het zit met sociaal beleid? Het sociaal fonds is ondergebracht in hoofdstuk één, maar volgens von der Leyen zitten er zowat overal sociale bestedingen verborgen in de begroting. Het is nooit een goed teken als er niet van meet af aan een bedrag wordt gereserveerd voor een bepaald beleid.

Critici stellen nu al dat de Commissie met deze nieuwe begrotingsstructuur zowat alles wat ze liever niet zou doen in één groot fonds steekt –hoofdstuk één– en dat verder aan nationale regeringen wil overlaten. Wel voorwaarden stellen, dan uit handen geven. In hoofdstuk twee gebeurt dat duidelijk niet, daar houdt ze zelf rechtstreeks controle over de bestedingen.

Bovendien wordt erop gewezen dat door het beleid te her-nationaliseren de nationale regeringen het geld ook makkelijker kunnen gebruiken om de gaten in hun eigen begrotingen te vullen. De Europese meerwaarde zou op die manier verdwijnen.

Verzet

Zoals reeds gesteld, het eerste bezwaar tegen deze begroting kwam van binnen de Europese Commissie zelf, evenals van het Europees Parlement en het Comité van de regio’s.

Volgens sommigen betekent dit meteen ‘dead on arrival’, d.w.z. dat dit begrotingsvoorstel geen schijn van kans maakt en de onderhandelingen niet zullen beginnen voor er iets nieuws op tafel ligt.

Voor wie gelooft in het belang van Europees beleid en van een echte integratie is deze machtsgreep van de Commissie totaal onaanvaardbaar. Nogmaals, het is volledig in strijd met wat ‘strategische autonomie’ wordt genoemd, een sterke en onafhankelijke Europese Unie die een rol kan spelen op het wereldtoneel. Integendeel, het zou een beleid worden gericht op economische ‘uitmuntendheid’, met steun aan bedrijven en, aansluitend bij het handelsakkoord met Trump, ondergeschikt aan de VS.

De Europese Unie hééft iets te zeggen over vrede, over samenwerking, over democratie én over sociaal beleid, maar is blijkbaar niet bereid die rol op zich te nemen.

Hoog tijd wellicht om nogmaals alle sociale bewegingen, vakbonden voorop, op te roepen om hun stem te laten horen.

Afwachten ook welke rol de voorzitter van de begrotingscommissie in het Europees Parlement zal willen spelen, de NVA-er Van Overtvelt van de fractie van Europese Conservatieven en Hervormers.


Iets fouts of onduidelijks gezien op deze pagina? Laat het ons weten!

Land

Zonder kritisch middenveld, geen gezonde democratie!

De Vlaamse regering is met de botte bijl door de structurele subsidie van Vrede vzw gegaan. Vanaf 2026 moeten we het doen met meer dan de helft minder dan verwacht. Dit brengt onze algemene werking in gevaar! Een kritische, antimilitaristische tegenstem is vandaag nochtans meer dan nodig. Stel ons in staat om de strijd voor vrede en rechtvaardigheid voort te zetten!

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze digitale nieuwsbrief.