Image
onderwijs

Matiullah Wesa andere PenPath-vrijwilligers reizen door Afghanistan om les te geven aan kinderen; foto: PenPath

De vrijwilligers die hun leven riskeren om in het geheim les te geven aan Afghaanse meisjes
Artikel
5 minuten

In 2002, toen Matiullah Wesa een tiener was, stak de Taliban zijn school in brand. Het was deze gebeurtenis die hem ertoe bracht zijn leven te wijden aan het verzekeren van onderwijs voor andere kinderen in Afghanistan.

Wesa is mede-oprichter van PenPath, een NGO die ijvert voor de heropening van gesloten scholen in rurale gebieden van het land (van het Spin Boldak-district in Kandahar tot de provincie Helmand) en die tot dusver meer dan 57.000 kinderen heeft opgeleid. Vandaag heeft PenPath 2400 vrijwilligers, waaronder 6 vrouwen, die in het geheim lesgeven aan meisjes van middelbare schoolleeftijd. Ondanks meerdere verzekeringen daartoe van de Taliban op internationale fora worden tienermeisjes, 9 maanden nadat de groep Kaboel innam, nog altijd verbannen uit de Afghaanse klaslokalen. 

De scholen zijn sindsdien heropend voor jongens en voor meisjes tot 11 jaar. Maar in veel rurale gebieden wordt onderwijs nog steeds ontzegd aan kinderen. Veiligheidsbezorgdheden en de zwakke economie zorgen ervoor dat ouders aarzelen of niet in staat zijn om ze naar de klas te sturen… als er al een school in de buurt is. “Er zijn dorpen in Afghanistan met meer dan 1500 inwoners maar geen enkele school”, legt Wesa uit.

Veel van de lessen van PenPath worden gewoon gegeven in de huizen van kinderen, met vrijwilligers die op voorhand opgenomen lessen afspelen. In stadjes waar er een internetverbinding is, geven vrijwilligers onlinelessen aan groepen meisjes en jongens. “We hebben het Afghaans curriculum van klassen 1 tot 12 opgenomen en geven les aan kinderen in rurale gebieden. Als ze niet naar school kunnen, brengen we de school tot bij hen, soms achter gesloten deuren,” vertelt Wesa.
“Zelfs als de Taliban ons bedreigt, staken we de strijd voor educatie niet...Onderwijs is ons mensenrecht”.  

Naast het verbieden van onderwijs voor tienermeisjes, heeft de Taliban vrouwen ook verboden te werken. Dat betekent dat leraressen over het hele land hun banen zijn kwijtgeraakt. Sommige ouders zijn terughoudend om hun dochters naar scholen te sturen met mannelijke leraars – hetzij omdat ze repercussies vrezen van de Taliban, hetzij vanwege van hun eigen conservatieve waarden. Daarom gaan mensen van PenPath van deur tot deur om de gemeenteoudsten, ouders en stammenleiders in ruraal Afghanistan ervan te overtuigen onderwijs voor meisjes aan te moedigen.

“We worden geconfronteerd met twee uitdagingen”, zegt Wesa, “de eerste is dat de Taliban onderwijs voor meisjes van graad 7 tot 12 verboden heeft en de tweede is dat ouders ontmoedigd worden om meisjes naar onze scholen te sturen wegens het gebrek aan vrouwelijke leraars, toiletten en veilige campussen. Het is een enorm probleem.” 

Vastberadenheid

Het grootste deel van de financiering van de NGO, komt uit de zakken van de oprichters, hoewel ook een deel gedoneerd wordt door mensen van over de hele wereld, Afghaanse diaspora en lokale ouderen. Wesa en de andere vrijwilligers werken onbetaald, tenzij een ‘barmhartige samaritaan’ hen geld geeft voor hun salaris.  

“Meisjesleerlingen, hun ouders, en stamleiders komen naar ons toe om ons te bedanken om onderwijs naar hun dorpen te brengen. Ze zijn blij en willen meer leren”, zegt Wesa. “Onze vrouwelijke onderwijzers hebben zoveel aanmoedigingen gekregen van de meisjes. Het moedigt ons alleen maar aan om meer te doen”. Sommige leraressen van PenPath zeggen dat ze niet bezorgd of bang zijn, omdat ze geloven in het recht op onderwijs.

Eén vrouwelijke vrijwilliger stelt: “Ik geloof dat het mijn verantwoordelijkheid is om les te geven aan diegenen die behoefte hebben aan onderwijs, in het bijzonder aan de kinderen hier die de toekomstige bouwers van Afghanistan zijn. Ik zal met vastberadenheid blijven vechten voor mijn doel. We zullen proberen om onderwijs te voorzien voor elk Afghaans meisje. Tegelijkertijd vragen we de internationale gemeenschap om hen mogelijkheden te bieden, in de vorm van beurzen of het helpen bouwen van scholen. We hoeven voor niemand bang te zijn […]. We zullen vechten voor onderwijs voor meisjes tot onze laatste adem." 

Ze wordt bijgetreden door een andere vrouwelijke vrijwilliger, die eraan toevoegt: “Ik ben begonnen met vrijwilligerswerk omdat mijn land, Afghanistan, zich in een heel slechte situatie bevindt. We vechten voor ons land en er zijn hier mensen die niet stoppen met vechten voor dit recht [op onderwijs]. Ik ben verdrietig maar niet bang, omdat ik vecht voor een grondrecht van alle mensen. Het is niet nieuw dat er mensen tegen onderwijs voor meisjes zijn, dus ik ben er niet echt bang voor. Ik laat me niet ontmoedigen."  

Met de toenemende restricties die de Taliban oplegt aan vrouwen die zich verplaatsen zonder mannelijke familieleden, reizen de vrijwilligers van PenPath in gender-gesegregeerde groepen.
“Als onze vrouwelijke leraars het op voorhand afgesproken huis bereiken van een meisjesstudent, dan worden daar andere meisjes van het dorp verzameld om hen te onderwijzen achter gesloten deuren. Onze mannelijke onderwijzers doen hetzelfde als ze lesgeven aan jongens”, legt Wesa uit. De vrijwilligers werken in twee shifts – één in de voormiddag die start om 7 uur en één in de namiddag die start om 15 uur. Elke dag wordt er lesgegeven aan meer dan 1000 studenten in verschillende districten in Kandahar, Helmand en Kaboel.

PenPath heeft ook mobiele bibliotheken gelanceerd die sinds 2013 al meer dan 360.000 boeken verzamelden en uitdeelden aan de kinderen van Afghanistan. De NGO hoopt het aantal onlineklassen, geheime scholen en mobiele bibliotheken nog verder te kunnen uitbreiden de komende maanden. 

Wesa begon voor het eerst met het heropenen van scholen tijdens het vorige Taliban-regime in de jaren 1990. Hij geeft toe dat het nu “moeilijker” is, maar stelt dat hij niet zal opgeven. Gevraagd naar de potentiële risico’s als de Taliban erachter komt dat zijn organisatie lesgeeft aan meisjes zegt Wesa: “We hebben ervoor gekozen om op een geweldloze manier te vechten voor het recht op onderwijs voor meisjes en zelfs als er een bedreiging komt of ze zeggen dat ik naar de gevangenis gestuurd zal worden, zal ik onze educatieve activiteiten niet staken.” Hij voegt toe: “We vinden manieren om te verzekeren dat [kinderen] niet ontzegd worden van het enige dat dit land kan redden van de hongerdood, namelijk onderwijs”. 

Dit artikel verscheen eerder op Opendemocracy.


Iets fout of onduidelijk gezien op deze pagina? Laat het ons weten!

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze digitale nieuwsbrief.