Overslaan en naar de inhoud gaan
Image
“Het is onmogelijk om te werken rond economie, zonder politiek te zijn.”
Foto: Saamah Abdallah
“Het is onmogelijk om te werken rond economie, zonder politiek te zijn.”
8 minuten

Interview met Saamah Abdallah

Soetkin Van Muylem

Afgelopen maart was Saamah Abdallah van de Britse onafhankelijke denktank, New Economics Foundation, te gast in de Vooruit voor een lezing over alternatieve manieren om vooruitgang te meten. Wij kregen de kans om hem kort te interviewen.

 

Wat doet de New Economics Foundation precies?

Het is eigenlijk een progressieve denktank die het beleid maar ook de bredere maatschappij wil beïnvloeden. We hebben een agenda en waarden die we belangrijk vinden, rond economische, sociale en ecologische rechtvaardigheid, milieu en de maatschappij. Ons doel is om een economische transitie te bewerkstelligen in het voordeel van zowel de mensen als de planeet. We worden eigenlijk ook alsmaar meer een campagneorganisatie. We zijn niet gebonden aan een politieke partij, maar zijn wel politiek bezig. Het is onmogelijk om na te denken over en te werken rond economie, zonder politiek te zijn. Politiek en economie vallen eigenlijk niet van elkaar te scheiden. Veel economisten beweren dat wat ze doen iets technisch is, dat ze zoeken naar manieren om bepaalde doelstellingen te optimaliseren. Ze zeggen dat ze geen ideologie hebben en dat economie gewoon een wetenschap is. Maar bij het vastleggen van je doelstellingen, maak je al een politieke keuze. Ik zeg niet dat economisten noodzakelijk bewust gedreven worden door ideologie, maar ze worden opgeleid met een aantal vooropgestelde veronderstellingen. Neem nu bijvoorbeeld de idee van de rationele keuze. De veronderstelling dat mensen, wanneer ze de kans krijgen om een economische beslissing te maken, altijd zullen kiezen voor de voor hen optimale optie. Als iedereen de optimale keuze maakt, dan hebben we uiteindelijk de optimale economische uitkomst. De ideologische of politieke implicatie van deze veronderstelling is dat je als overheid niet te veel moet ingrijpen in de economie.

Beweer je dat veel economisten dit niet eens doorhebben? Dat ze echt geloven dat ze zeer feitelijk en technocratisch bezig zijn?

Ja, en dat is een probleem. Ik denk echt dat ze dat geloven en dat geldt ook voor politici. Je kan er gewoon van uitgaan dat politici en beleidsmakers deel uitmaken van een elite die bewust zorgt voor zichzelf en de zijnen. Wat is het beste voor mijn rijke vrienden en hoe kan ik garanderen dat ik een goed bedrijfspostje en wat aandelen bemachtigd heb tegen dat ik uit de politiek stap? Ik ben er zeker van dat dat gebeurt, kijk maar naar de Tony Blairs van deze wereld, maar er zijn ook een heleboel beleidsmakers en politici die geloven in de 'economische wetenschappen'. Ze nemen aan dat wat ze doen, echt in het voordeel is van de meerderheid van de mensen. Ze zijn bijvoorbeeld zo doordrongen van een bepaalde economische manier van denken dat ze oprecht geloven dat ze er alles aan moeten doen om het Bruto Binnenlands Product (BBP) op te krikken; dat dit gewoon de juiste manier van handelen is. Als je er vanuit gaat dat tenminste een deel van de politici en beleidsmakers zo denkt, dan krijg je een iets ander perspectief op hoe je verandering moet bewerkstelligen. Het is niet langer gewoon een kwestie van 'weg met de elite'. Het suggereert dat we politici en beleidsmakers moeten informeren en dat we ze moeten helpen om de beschikbare informatie te begrijpen.

Je hebt het BBP al even aangehaald. Je pleit tegen het gebruik van BBP [de totale geldwaarde van alle in een land geproduceerde goederen en diensten gedurende een bepaalde periode] als een welvaartsindicator. Kan je even uitleggen waarom?

Er bestaan heel wat indicatoren die niet zo goed en inaccuraat zijn, maar geen enkele heeft zo'n impact op de wereld als het BBP. Je kan spreken van een ware BBP-obsessie. Beleidsmakers ontkennen vaak dat ze een soort patroon volgen waarbij ze voortdurend proberen om het BBP te maximaliseren en ze beleidsbeslissingen nemen in functie van deze doelstelling. Maar volgens mij is dat wel zo. De OESO [Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling] produceert bijvoorbeeld heel wat analyses waarin onderzocht wordt welke maatregelen het best zijn voor de economische groei, uitgedrukt in de toename van het BBP. Er wordt ook gewaarschuwd voor concrete regulerende maatregelen die de economische activiteit kunnen drukken. Een stijgende BBP is in onze maatschappijen de belangrijkste determinant van economische activiteit. Economische groei maakt gewoon deel uit van de politieke beleidstaal. In politieke speeches en documenten wordt voortdurend verwezen naar groei. Ook over ontwikkelende landen zeggen we doorgaans dat ze het goed doen als ze stijgende BBP-cijfers kunnen voorleggen. De eerste belangrijke ontwikkelingsindicator die verder keek dan het BBP was de Human Development Index [HDI] van de VN, maar het BBP zit er wel in vervat.

Vind je dan dat het BBP volledig weggelaten zou moeten worden uit die index?

Ja, ik vind van wel.

Waarom?

Wel de HDI heeft drie basiscomponenten: educatie, gezondheid en BBP. Gezondheid is duidelijk een resultaat van ontwikkeling. Onderwijs is dubbelzinnig, het is zowel een middel als een resultaat. Maar het BBP is absoluut geen resultaat. Het is een middel dat gebruikt kan worden om de andere twee componenten te bereiken. Er is dus sprake van een mix van middelen en resultaten. De economisten die de HDI ontwikkeld hebben, hadden hier trouwens een discussie over. Sommigen van hen vonden dat het BBP er niet in moest, maar uiteindelijk werd deze indicator toch opgenomen omdat ze dachten dat het concept dan politiek verkoopbaarder en aanvaardbaarder zou zijn. Dus het eerste probleem met BBP is dat het geen resultaat op zich is. Zelfs de meeste economisten erkennen dit. In de tekstboeken van de economiestudenten wordt uitgelegd dat een stijging van het BBP nuttig kan zijn omdat het bepaalde zaken kan bewerkstelligen. Met geld kunnen we bepaalde zaken aankopen en verwezenlijken die goed zijn voor ons welzijn en onze vooruitgang. Bij gebrek aan meetinstrumenten om 'zaken die goed zijn voor ons' te kwantificeren, meten we maar het middel om die zaken te bereiken, het BBP. Hier stuit je echter op een fundamenteel probleem. Er wordt namelijk heel veel geld gespendeerd aan zaken die helemaal niet goed zijn voor ons welzijn, de maatschappij en de natuur. Er bestaat zoiets als 'defensieve uitgaven'. Bijvoorbeeld als de misdaad stijgt en ik koop een alarmsysteem voor mijn huis, dan stijgt het BBP. Er vloeit meer geld in de economie, maar intuïtief voelt het niet aan als iets dat de vooruitgang of het welzijn bevordert. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor olielekken. Het geld dat in de opkuis gepompt wordt, doet het BBP ook stijgen, enzovoort.

Een andere reden waarom het BBP een slechte indicator is voor het welzijn in een maatschappij, is omdat het totaal geen rekening houdt met de distributie van de rijkdom. Wanneer we het over het BBP hebben worden gewoon alle gecreëerde dollars samengeteld. Er wordt geen rekening gehouden met het feit dat een dollar veel meer waarde heeft voor een bedelaar dan voor een miljonair. Dus zelfs in de simpelste economische termen, zouden we nooit het BBP gebruiken als we iets probeerden te weten te komen over het welzijn van een maatschappij. We zouden een meetinstrument moeten gebruiken dat rekening houdt met ongelijkheid.

Die bestaat toch? De Gini-coëfficiënt?

Ja, je hebt de Gini-coëfficiënt, die rekening houdt met de inkomensongelijkheid binnen een maatschappij en er bestaat ook iets dat de Atkinson Index heet, maar deze instrumenten worden niet veel gebruikt. Maar om even terug te komen op het gebruik van het BBP als de belangrijkste indicator van vooruitgang of welzijn. De implicatie hiervan is: hoe meer we consumeren, hoe beter. Vooruitgang wordt dus gelijkgesteld aan consumptie. Maar consumptie is zeker niet altijd bevorderlijk voor het welzijn, zowel op persoonlijk als op maatschappelijk vlak. Ecologische duurzaamheid komt al helemaal niet in het plaatje voor. En wat met alle zaken die ons waarde en betekenis geven in het leven en die niet geconsumeerd worden of waar geen prijs op te plakken valt. Zoals sociale relaties, goede gesprekken, zelfs gewoon een wandelingetje maken, ... Deze dingen kunnen je welzijn aanzienlijk beïnvloeden.

Zijn zulke zaken niet onmogelijk te meten?

Wel, het is moeilijk, maar het is niet onmogelijk. Met de New Economics Foundation introduceerden we de Happy Planet Index [HPI]. Een indicator van maatschappelijk welzijn, die ook rekening houdt met duurzaamheid. Als je alles wil meten wat goed is voor mensen, al die zaken samen wil capteren, dan sta je voor een onmogelijke taak. Daarom proberen we geen exhaustieve lijst op te stellen van alles wat goed kan zijn voor iemands welzijn, maar vragen we de mensen gewoon zelf om over hun leven te reflecteren.

Maar is dat niet zeer subjectief? Als twee mensen exact dezelfde ervaringen hebben, dan kunnen ze die gemakkelijk volledig verschillend inschatten. Is dat geen probleem?

Welzijn heeft natuurlijk meer objectieve (toegang tot gezondheidszorg, huisvesting, ...) en meer subjectieve aspecten (hoe iemand iets ervaart, ...). Wij argumenteren echter ook voor het meten van het subjectieve welzijn. Concreet komt dat neer op een enquête waarin je mensen vraagt om aspecten van hun leven te beoordelen. De resultaten kunnen gebruikt worden als een soort kernindicator die een algemeen idee geeft van het gevoel van welzijn in een maatschappij. Maar omdat welzijn bepaald wordt door alles, door materiële factoren, door sociale factoren, door culturele factoren, enzovoort, is het uiteraard moeilijk om aan het resultaat van zo'n enquête op zich betekenis te geven. De idee is echter om welzijn te combineren met andere indicatoren. Bijvoorbeeld als je een enquête doet en je focust op de tewerkstellingsstatus van de bevraagden, zou je misschien kunnen vaststellen dat de mensen met tijdelijke werkcontracten een lager welzijn aangeven dan mensen met een permanent contract, zelfs al hebben ze gelijkaardige inkomens en opleidingsniveaus. Dit geeft je iets zeer concreets om rond te werken. Zo kunnen er bijvoorbeeld maatregelen genomen worden om tijdelijke arbeidscontracten af te bouwen. Er kan ook jaar na jaar bekeken worden of het welzijn toe- of afneemt. Dit systeem kan ook op supra-nationaal niveau werken.

 


Iets fouts of onduidelijks gezien op deze pagina? Laat het ons weten!

Zonder kritisch middenveld, geen gezonde democratie!

De Vlaamse regering is met de botte bijl door de structurele subsidie van Vrede vzw gegaan. Vanaf 2026 moeten we het doen met meer dan de helft minder dan verwacht. Dit brengt onze algemene werking in gevaar! Een kritische, antimilitaristische tegenstem is vandaag nochtans meer dan nodig. Stel ons in staat om de strijd voor vrede en rechtvaardigheid voort te zetten!

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze digitale nieuwsbrief.