Overslaan en naar de inhoud gaan
Image
stop militarisation
Tien redenen waarom de vredesbetoging tegen de militarisering (22 november) zo belangrijk is!
Artikel
10 minuten

België en Europa zijn in de greep van de oorlogskoorts. Er worden miljarden uitgegeven aan legers en wapens, terwijl de sociale noden alsmaar nijpender en de gevolgen van de klimaatverandering steeds dramatischer worden. Dit alles in een wereld waar het internationaal recht en het multilateralisme moeten wijken voor het recht van de sterkste. Op 22 november trekken we door de straten van Brussel om ons te verzetten tegen de algemene militariseringstrend. 

1. Stop de groei van de militaire uitgaven!

De regering onderhandelt momenteel over nieuwe saneringen. Het gaat al om de derde poging om het overheidstekort terug te dringen. Ditmaal zoekt ze 10 miljard euro. In twee eerdere besparingsrondes nam ze al budgettaire maatregelen ter waarde van 32 miljard euro (besparingen, nieuwe inkomsten en terugverdieneffecten). Iedereen moet bijdragen aan de budgettaire inspanningen, zo luidt het, maar er is één departement dat buiten schot blijft: ‘Defensie’. 

Afgelopen jaar besliste de regering om de militaire uitgaven op te trekken naar 2% van het bruto binnenlands product (BBP) om tegemoet te komen aan de NAVO-norm. Daardoor groeide het budget voor het leger met bijna 5 miljard euro (van 7,9 naar 12,8 miljard euro), of een stijging van 59%. Over de hele legislatuur (tot in 2029) gaat er 28,3 miljard euro naar het departement Defensie. Veel van de besparingen dienen dus om de gestegen militaire uitgaven te dekken. 

Terwijl de factuur voor de gezinnen stijgt en bespaard wordt op de sociale zekerheid en de openbare dienstverlening is de regering bijzonder gul voor het militaire apparaat. Het zijn werknemers, gezinnen en onze planeet die de prijs betalen voor deze versnelde militarisering. Het is de menselijke veiligheid, van ons allemaal, die wordt uitgehold.

De militaire uitgaven moeten worden omgebogen naar reële investeringen in de sociale zekerheid, publieke dienstverlening, onderwijs, gezondheid, cultuur, internationale solidariteit, de strijd tegen de klimaatverandering en de opvang van vluchtelingen, … allemaal posten die effectief bijdragen aan de menselijke veiligheid.

2. Militarisme zorgt niet voor meer veiligheid

De NAVO-landen zijn bezig met een drastische verhoging van hun militaire uitgaven, maar alsmaar meer wapens garanderen niet dat het veiliger wordt. Wel integendeel. Internationale veiligheidsuitdagingen zijn immers geworteld in sociaaleconomische en ecologische ontwrichting, roofbouw en uitbuiting, of zijn een gevolg van een gebrek aan diplomatie en multilaterale collectieve veiligheidsmechanismen.

Het reduceren van veiligheid tot een kwestie van bewapening, afschrikking en militaire confrontatie brengt enorme gevaren met zich mee. Wanneer een land of militaire alliantie zijn militaire slagkracht uitbreidt om zijn subjectieve veiligheidsgevoel te versterken en zijn macht op het internationale toneel te projecteren, wekt dat bij buurlanden vaak een gevoel van onveiligheid op. Zo ontstaat een spiraal van wederzijds wantrouwen en bewapening. Er is dan sprake van een ‘veiligheidsdilemma’. 

De steeds toenemende militarisering op het internationale toneel en de geopolitieke spanningen belemmeren de multilaterale samenwerking die noodzakelijk is om dringende mondiale problemen aan te pakken, zoals de klimaatverandering, armoede, honger, huisvesting, genocide, gewapend conflicten en de kernwapendreiging. De voortdurende stijging van de militaire uitgaven gaat ten koste van de middelen die nodig zijn om de echte veiligheid van mens en planeet te verzekeren.

3. We hebben meer diplomatie nodig

Volgens NAVO-secretaris-generaal Rutte moeten we naar een “oorlogsmentaliteit”. Minister van Defensie Theo Francken gebruikt vaak de bekende lijfspreuk: “Als je vrede wil, bereid je dan voor op oorlog”. De geschiedenis leert evenwel dat militaire afschrikking zorgt voor wantrouwen en de confrontatie kan aanwakkeren. Inzetten op diplomatie levert de noodzakelijke politieke kanalen om wederzijdse zorgen over veiligheid te communiceren en te vermijden dat militaire acties of misverstanden in een gewapend conflict uitmonden. Echte veiligheid ontstaat wanneer werk wordt gemaakt van een ontspanningspolitiek, waarbij akkoorden worden gesloten voor wapenbeheersing en collectieve veiligheidsafspraken worden gemaakt. M.a.w. “Als je vrede wil bereid je dan ook voor op vrede.”

Een gemeenschappelijke veiligheidsarchitectuur die het belang van diplomatie, ontwapening, sociale rechtvaardigheid en een duurzaam milieu centraal stelt, moet de kern vormen van onze aanpak om vrede en veiligheid te garanderen. 

4. Stop de bewapening. We hebben al genoeg wapens om ons te verdedigen

“Na een lange periode van onderinvestering is het nu van het grootste belang om de defensie-investeringen voor een langere periode op te voeren”, zo verklaarde EU-Commissievoorzitter Ursula van der Leyen bij de lancering van het ‘ReArm Europe/Readiness 2030’-plan in maart 2025. Het gaat om een project dat een financieel pakket van in totaal 800 miljard euro aan militaire investeringen moet vrijmaken. Die zogenaamde ‘onderinvestering’ is een hardnekkige mythe van veel beleidsmakers. Tussen 2014 en 2024 stegen de militaire uitgaven met 144 miljard euro (van 182 miljard naar 326 miljard). Met het Verenigd Koninkrijk erbij, een NAVO-lid, gaat het over meer dan een verdubbeling (400 miljard). Dat was voor de beslissing om de NAVO-norm voor militaire uitgaven op te schroeven naar 5% van het BBP. 

Vaak wordt verwezen naar de Russische dreiging. Maar zelfs zonder extra uitgaven geven de Europese NAVO-leden al veel meer uit dan Rusland aan hun militaire apparaten (bijna maal drie), hebben ze veruit meer troepen (plus 700.000) en zijn de Europese lidstaten van het bondgenootschap ook superieur voor wat betreft de hoeveelheid en de kwaliteit van de meeste conventionele wapensystemen. Dat moet ruimschoots volstaan om het grondgebied van de betrokken landen te verdedigen. 

5. Geen woekerwinsten voor de wapenindustrie dankzij publieke middelen

België heeft zich ertoe verbonden 20% van het totale militaire budget te besteden aan de aankoop van wapens en militaire uitrusting. De Arizona-regering heeft haar boodschappenlijst gepresenteerd, en die is ronduit angstaanjagend: extra F-35’s, investeringen in luchtverdedigingssystemen, extra transportvliegtuigen, uitbreiding en bewapening van de dronevloot, een operationele helikoptervloot, een derde fregat, de versterking van de gemotoriseerde brigade, etc. De regering heeft daarvoor een investeringsenveloppe van 34 miljard euro voorzien tegen 2034. Tijdens haar huidige ambtstermijn wil ze beslissen over aankopen en contracten aangaan voor het gros van dit bedrag (27 miljard euro). De effectieve betalingen kunnen over meerdere jaren worden gespreid, waardoor ook toekomstige regeringen met de factuur worden opgezadeld.

Publieke middelen zijn beperkt. Geld voor wapenfabrieken, militaire technologie en munitieproductie kan niet tegelijkertijd worden besteed aan betaalbare woningen, ziekenhuizen, openbaar vervoer, onderwijs of de energietransitie.

In plaats van dat het geld naar de samenleving gaat, boekt de wapenindustrie die vooral in privéhanden is, grote winsten dankzij publieke middelen en ontstaan economische belangen die afhankelijk zijn van hoge militaire uitgaven. Dat maakt het ook moeilijker om later opnieuw voor ontwapening te kiezen. 
VS-president Eisenhower, een voormalige generaal, waarschuwde in zijn afscheidsrede decennia geleden al voor de ongekende en onterechte invloed van het militair-industrieel complex (de verweving tussen de krijgsmacht, de wapenindustrie en de politiek).

6. Stop de militarisering van de samenleving

De federale regering wil niet alleen fors investeren in bewapening en legers. Volgens het regeerakkoord moet de hele samenleving bewust worden gemaakt “van een nieuwe veiligheidscultuur” om de “bevolking een beter beeld te geven van veiligheid en defensie” en het “draagvlak te vergroten”. Een breder draagvlak is nodig om de bevolking te overtuigen van de noodzaak om in volle economische crisis miljarden in het legerapparaat te pompen. 

Een doorgedreven gemilitariseerde veiligheidscultuur kan ertoe leiden dat steeds meer maatschappelijke sectoren betrokken worden bij de idee dat we militair paraat moeten staan om ons te verdedigen tegen een externe vijand. Het beeld van de permanente dreiging moet ervoor zorgen dat de militaire logica steeds meer doordringt in onderwijs, industrie, transport, media, enz. Dat is wat NAVO-secretaris-generaal Rutte bedoelde toen hij stelde dat we naar een “oorlogsmentaliteit” moeten.

Het valt sterk te betwijfelen dat de weerbaarheid van de samenleving zal worden versterkt door ze te militariseren en af te stemmen op militaire behoeften. Er zal eerder voor worden gezorgd dat oorlog en geweld in de samenleving wordt genormaliseerd. In plaats van een ‘veiligheidscultuur’, dreigen we een cultuur van geweld te creëren.

7. In een democratie horen geen militairen op straat

Tegen eind dit jaar wil minister van Defensie Theo Francken een defensiecodex klaar hebben. Die moet een juridisch kader scheppen voor de militarisering van de maatschappij. Deze defensiecodex last een nieuwe ‘militaire crisistijd’ in - een periode van vrede, noch oorlog.

Het leger moet volgens Francken een grotere rol krijgen bij binnenlandse veiligheidsopdrachten. De regering wil dat doen met een wettelijke regeling voor de inzet en bevoegdheden van militairen op Belgisch grondgebied. Het inzetten van militairen voor politionele taken in eigen land, is een kenmerk van autocratieën, niet van liberale democratieën.    

De defensiecodex moet er ook voor zorgen dat het leger tijdens een militaire crisistijd meer bevoegdheden kan krijgen en dat openbare infrastructuur, zoals transport en ziekenhuizen, prioritair kunnen worden ingezet voor militaire noden. De concrete details zijn nog niet bekend, maar volgens informatie in de media kan de weigering om mee te werken leiden tot boetes en zelfs gevangenisstraffen.

De invoering van een permanente crisistijd dreigt de grondrechten te ondermijnen en moeten we samenlezen met pogingen en initiatieven om het middenveld aan banden te leggen, te criminaliseren of sociale conflicten met militaire hand te beteugelen. Defensieminister Francken heeft al diverse keren laten verstaan -verwijzend naar de defensiecodex- dat hij een repressievere aanpak wil van de ordehandhaving. Hij spreekt nu ook van een rijkswacht 2.0, een op militaire leest geschoeide mobiele ordehandhavingsbrigade. Een van de argumenten om de rijkswacht in de jaren 1990 te ontbinden was net de kritiek op het gewelddadige en militaristische optreden tijdens manifestaties -die net meer geweld in de hand werkt- en de noodzaak voor een meer de-escalerende aanpak. 

8. Scholen hebben vredeseducatie nodig, geen militaire indoctrinatie

Een van de maatregelen in het regeerakkoord voor een ‘nieuwe veiligheidscultuur’ is de militarisering van het onderwijs en jongeren. De Arizona-regering stelt daarin dat ze “de opleiding Veiligheid en Defensie die in het onderwijs wordt voorzien” zal versterken en uitbreiden “door met name te zorgen voor een voldoende aantal opleiders”. 

Er is ook sprake van de aanstelling van een “militair referendaris” die in “scholen uiteenzet wat Defensie doet en hoe dit bijdraagt tot internationale vrede en onze veiligheid”. Dit maakt het onderwijssysteem tot het rechtstreekse doelwit van een indoctrinatieproject en dreigt vredeseducatie, dat al jaren door de Verenigde Naties wordt gepromoot, te verdringen. Naast kennisopbouw en de verwerving van vaardigheden, heeft onderwijs ook tot doel te werken aan emancipatie op basis van democratische waarden en mensenrechten. 

9. Neen aan de legerdienst

Om de maatschappelijke verankering van het leger bij jongeren verder te versterken wordt voorzien in de mogelijkheid van een “vrijwillige militaire dienst” van 12 maanden (tegen een vergoeding van 2100 euro per maand), met het oog op de uitbouw van “een operationele, goed getrainde en beschikbare reserve”. Die zou in de eerste plaats op Belgisch grondgebied worden ingezet voor veiligheidsmissies. 
Ondanks de slechts 500 beschikbare plaatsen (en mogelijk 1.000 plaatsen vanaf 2027) nam de Belgische Arizona-regering een wet aan die bepaalt dat er gedurende 10 jaar jaarlijks een brief wordt verstuurd naar alle 17-jarigen in het land, met een uitnodiging om zich aan te melden voor een militaire dienst. Zo werden er in november 2025 149.000 brieven verstuurd. Het gaat bijgevolg om een volstrekt onevenredige maatregel die als belangrijkste doelstelling heeft om jongeren kennis te laten maken met de door de regering gewenste veiligheidscultuur.

Defensieminister Francken, maar ook enkele topgeneraals, sluiten niet uit dat de legerdienst op termijn verplicht kan worden. Steeds meer jongeren verzetten zich echter tegen de oorlogscultuur die hen via de vrijwillige legerdienst en de militarisering van het onderwijs wordt opgedrongen. Ze zijn kwetsbaar door bestaansonzekerheid, ongelijkheid en de klimaatcrisis en hebben meer dan ooit nood aan perspectieven voor vrede, diplomatie en sociale zekerheid. Terwijl ze aangemoedigd worden om zingeving te vinden in een militair engagement, is de behoefte naar de versterking van civiel-maatschappelijke alternatieven groot.

10. België en Europa moeten genezen van de oorlogskoorts

België en Europa moeten genezen van de oorlogskoorts en het angstklimaat zodat er terug ruimte ontstaat voor een perspectief op vrede en ontwapening, de enige weg naar een duurzame toekomst.

Daarom doen we een dringende oproep aan iedereen die kiest voor vrede en sociale rechtvaardigheid, om deel te nemen aan de nationale manifestatie in Brussel op 22 november (15u – Brussel-Noord). We pleiten voor investeringen in de samenleving, niet in (de voorbereiding op) oorlog.

Stap mee op voor:   

  • Vrede en veiligheid – investeringen in gezondheidszorg, onderwijs, waardig werk, klimaattransitie en sociale bescherming, niet in de militarisering van de maatschappij.  
  • Respect voor het internationaal recht – naleving van het VN-Handvest, de verdediging van mensenrechten en arbeidsrechten, het bevorderen van sociale en klimaatrechtvaardigheid.
  • Gemeenschappelijke veiligheid, dialoog en diplomatie – het samenbrengen van mensen en landen, in plaats van ze tegen elkaar op te zetten.
  • Investeringen in internationale solidariteit en samenwerking – een rechtvaardige transitie is de beste garantie voor een veilige en stabiele samenleving en dus conflictpreventie.
  • Ontwapening – wapenbeheersing en nucleaire ontwapening zorgen voor vrede en veiligheid.


Iets fouts of onduidelijks gezien op deze pagina? Laat het ons weten!

Zonder kritisch middenveld, geen gezonde democratie!

De Vlaamse regering is met de botte bijl door de structurele subsidie van Vrede vzw gegaan. Vanaf 2026 moeten we het doen met meer dan de helft minder dan verwacht. Dit brengt onze algemene werking in gevaar! Een kritische, antimilitaristische tegenstem is vandaag nochtans meer dan nodig. Stel ons in staat om de strijd voor vrede en rechtvaardigheid voort te zetten!

Campagne

banner

Stop Militarisation

Meer wapens maken de wereld gevaarlijker! Stop de groei van de militaire uitgaven en de militarisering van onze samenleving!

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze digitale nieuwsbrief.