Na veertien dagen van aanhoudende protesten en repressie in Iran is nog steeds niet duidelijk wat de uitkomst zal zijn. Is het protest, veroorzaakt door economische ontwrichting, de voorbode van een totale ineenstorting van het huidige regime? En welke rol zullen de VS en Israël daarbij spelen?
Wat op 28 december begon als een staking van handelaren in de Grote Bazaar van Teheran uit onvrede over de financieel-economische omstandigheden, escaleerde in de afgelopen veertien dagen tot bredere protesten en dodelijke confrontaties met veiligheidstroepen in heel Iran.
Van economische crisis naar politiek protest
Aan de basis van de huidige protestgolf tegen de leiders van de Islamitische Republiek -opgericht in 1979 na een volksrevolutie- ligt een ernstige economische crisis. Sinds de herinvoering door Trump in 2018 van een sanctiebeleid van maximale druk op de Iraanse olie-, gas- en petrochemische export is de Iraanse munt, de rial, dramatisch in waarde gezakt ten opzichte van de VS-dollar. De volledige instorting van de rial is nog versneld sinds juni 2025, na de twaalf dagen durende Israëlische oorlog met Iran en de VS-aanvallen op nucleaire installaties. Daarnaast zijn de internationale bankbeperkingen en wijdverbreide corruptie (waarbij staatsgelieerde actoren hun greep op de resterende middelen verstevigen en profiteren van een door sancties gecreëerde schaduweconomie) andere belangrijke oorzaken van de economische crisis.
Deze wordt gekenmerkt door torenhoge inflatie, een systematisch krimpende middenklasse en steeds duurder wordende basislevensmiddelen. De bijna dagelijkse prijsstijgingen van de afgelopen periode hebben geleid tot een economische situatie die voor miljoenen gewone huishoudens onhoudbaar is geworden. Daarnaast speelden twee recente factoren een sleutelrol: een stijging van de benzineprijzen (in november 2019 leidde een eerdere brandstofprijsverhoging al tot massale protesten) en de bekendmaking van de begroting voor het jaar 2026, waarin dalende inkomsten en hogere belastingen voor ondernemers, handelaars en bedrijven werden voorgesteld.
Hoewel de belangrijkste drijvers achter de huidige protesten dus economisch waren, creëerden ze ruimte voor andere bestaande grieven en kregen ze al gauw een politiek karakter. Ze weerspiegelen de langzame maar aanhoudende uitholling van het publieke vertrouwen -over de grenzen van de sociale groepen heen- in het economisch en bestuurlijk beleid van het huidige regime onder opperste leider ayatollah Ali Khamenei, evenals een diepere ontevredenheid over het gebrek aan verantwoording, en het blokkeren van legale manieren om te protesteren.
De autoriteiten probeerden het onderscheid te maken tussen mensen met volgens hen "legitieme economische bezorgdheden" en “relschoppers” die de situatie “misbruiken om het land te ondermijnen en te destabiliseren”, onder meer door snel economische maatregelen aan te kondigen. President Masoud Pezeshkian riep op tot terughoudendheid en spoorde de staat aan om te luisteren naar "echte" grieven. Maar te midden van een massale ontplooiing van veiligheidstroepen, bleef het protest aangroeien. Binnen een week waren de demonstraties volgens de Iraanse mensenrechtenorganisatie Hrana uitgebreid naar tal van locaties in 60 steden, verspreid over 25 provincies. Ze bleven ook niet beperkt tot de grote stedelijke gebieden.
Naarmate de protestacties zich verder uitbreidden en de sociale onrust groeide, traden de autoriteiten hardhandiger op. De repressie gaat gepaard met gewelddadige arrestaties, en op sommige plaatsen met het gebruik van traangas, en beschietingen met hagelmunitie en scherp vuur, wat dan weer heeft geleid tot gewelddadige confrontaties met woedende demonstranten. Na zeven dagen van straatprotest registreerde Hrana 15 dodelijke slachtoffers en 582 arrestaties. Vrijdag 9 januari werden er al 65 doden (waaronder 7 minderjarigen en 15 leden van de veiligheidsdiensten), en 2311 arrestaties bevestigd.
Digitale blackout
Onder overheidsfunctionarissen en in staatsmedia was er de afgelopen dagen ook een duidelijke toonverschuiving waarneembaar met betrekking tot de demonstranten. Ze worden nu systematisch omschreven als “terroristen”, “gewapende elementen” en “pionnen van de VS”. Khamenei zelf bestempelde de demonstranten als “huurlingen voor buitenlanders” die “handelen namens president Trump” ter ondermijning van de openbare veiligheid van het land - een discours dat gemakkelijk gelegitimeerd wordt door Trumps herhaaldelijke steunbetuigingen aan de demonstranten. De veranderende beeldvorming rond de protesten moet de intensivering van de gewelddadige repressie rechtvaardigen.
De Islamitische Revolutionaire Garde (IRGC), die onder rechtstreeks en exclusief gezag staat van ayatollah Khamenei, en de beruchte vrijwillige paramilitaire Basij-eenheid binnen de IRGC, zweerden dat ze “de veiligheid van het land” en “de verwezenlijkingen van de Islamitische Revolutie van 1979” zouden verdedigen. Het reguliere leger -dat formeel onder het ministerie van Defensie valt, maar waarvan Khamenei grondwettelijk de hoogste bevelhebber is- verklaarde dat het "de nationale belangen, de strategische infrastructuur van het land en het openbaar eigendom zou beschermen en beveiligen".
De protesten hielden echter aan en nadat ze donderdag een hoogtepunt bereikten, met acties in 96 steden in 27 provincies, werd de verbinding van Iran met de buitenwereld grotendeels afgesloten. Sinds donderdagavond werden de mobiele netwerken en de internettoegang in het hele land platgelegd – een beproefde methode om het organiseren van protest te bemoeilijken, de stroom van informatie naar buiten te saboteren, en het gebruik van dodelijk geweld en mensenrechtenschendingen te verbergen. Video's die desondanks zijn opgedoken, met name via het Starlink-satellietnetwerk van SpaceX, laten zien dat er op tal van plaatsen gedemonstreerd werd de afgelopen twee dagen. Er zijn ook alarmerende, maar moeilijker te bevestigen berichten over escalerende repressie, gewelddadige confrontaties, vele doden en de inzet van surveillancedrones en zelfs sluipschutters.
Ondanks de beperkingen op de informatiestroom rapporteerde Hrana vandaag dat het totaal aantal gedocumenteerde dodelijke slachtoffers zou zijn opgelopen tot 116.
Interventie of deal?
Ondertussen richtte Reza Pahlavi, de zoon van de sjah (koning) die met westerse steun over Iran heerste tot hij in 1979 werd afgezet, vrijdag een oproep aan Trump op X: “Meneer de president, dit is een dringend en onmiddellijk verzoek om uw aandacht, steun en actie. Gisteravond zag u de miljoenen moedige Iraniërs op straat die geconfronteerd werden met scherpe munitie. Vandaag worden ze niet alleen geconfronteerd met kogels, maar ook met een totale communicatieblokkade. Geen internet. Geen vaste telefoonlijnen (...) Ik weet dat u een man van vrede bent en een man van uw woord. Wees alstublieft bereid om in te grijpen."
De VS-president had eerder al laten verstaan dat hij inderdaad zou ingrijpen als de Iraanse veiligheidstroepen met dodelijk geweld zouden optreden tegen de demonstranten. Gisteren zei hij: "Als Iran vreedzame demonstranten neerschiet en op gewelddadige wijze doodt -wat hun gewoonte is- zullen de Verenigde Staten van Amerika hen te hulp schieten. We staan paraat en zijn klaar om in te grijpen". Vandaag herhaalde hij op zijn sociale mediakanaal: “De VSA staat paraat om te helpen!!!”
Er zijn momenteel echter geen indicaties dat contingenten van het VS-leger gestationeerd in het Midden-Oosten zich opmaken voor actie. Het is ook allerminst duidelijk of Trump effectief bereid is tot een militaire interventie. Zijn Israëlische bondgenoot, Netanyahu, zal zeker zijn best doen om de VS-president te overtuigen. Op 29 december, tijdens hun recentste onderlinge ontmoeting in Trumps buitenverblijf Mar-a-Lago (Florida), was Iran een van de belangrijkste agendapunten. De Israëlische premier pleitte toen (nog maar eens) voor een hernieuwde militaire aanval tegen Iran. In de Israëlische media werd na de illegale VS-aanval op Venezuela en de ontvoering van president Nicolás Maduro, alleszins veelvuldig gesuggereerd dat Iran wel eens het volgende doelwit op Trumps interventielijst zou kunnen zijn - een mening die ook door een aantal Republikeinse politici wordt gedeeld, zoals senator Lindsey Graham.
De interventieboodschap vindt zeker meer weerklank nu het Iraanse regime wordt geteisterd door protesten, maar Trump houdt het voorlopig alleen bij dreigingen. In combinatie met zijn uitgesproken weigering om Reza Pahlavi te ontmoeten (hoewel die in Washington D.C. resideert), heeft dit onder analisten de speculaties aangewakkerd dat de VS-president de kat uit de boom kijkt en mogelijk bereid is een deal te sluiten met de machtselite van de Islamitische Republiek, net zoals hij dat deed in Venezuela. Het doel zou dan eerder een soort leiderschapswissel zijn, waarbij Khamenei van het toneel verdwijnt, maar het staatsapparaat intact blijft. Een tegemoetkomend bewind dat met de VS wil onderhandelen, kan het dan op een akkoord gooien met Trump door de VS-oliemaatschappijen opnieuw toe te laten in het land in ruil voor sanctieverlichting.
Verschillende waarnemers geloven dat dit een plausibele overlevingsstrategie zou zijn voor de machtselite in Iran, te meer omdat er zich in het land geen afgetekende politieke oppositionele kracht aandient die een voldoende brede steun geniet om het regime omver te werpen én snel orde en stabiliteit te brengen - een noodzakelijke voorwaarde om economische zaken te kunnen doen.
Verdeeldheid
De 65-jarige Reza Pahlavi, die de laatste jaren regelmatig in de westerse pers wordt opgevoerd en kan rekenen op de absolute steun van Israël, schuift zichzelf graag naar voor als de gedoodverfde "overgangsleider" van Iran na de val van de Islamitische Republiek. Hij had de afgelopen decennia echter vooral aanhang bij een deel van de Iraanse diaspora. In eigen land, waar hij sinds de afzetting van zijn vader in 1979 geen voet meer heeft gezet, heeft hij geen betekenisvolle machtsbasis – niet politiek, noch militair.
In de huidige context probeert hij zich opnieuw nadrukkelijk te profileren als een nationale leider en boegbeeld voor verzoening. Hij beweert dat hij Iran op weg wil helpen naar vrije verkiezingen, democratische rechtsstaat en gelijke rechten voor vrouwen, terwijl hij de uiteindelijke beslissing over het herstel van de monarchie of de oprichting van een republiek wil overlaten aan een volksreferendum. Hij sprak de afgelopen dagen herhaaldelijk zijn steun uit voor de Iraanse demonstranten en spoorde ze vandaag nog aan om door te gaan tot ze de grote steden controleren. Hij riep ook op om de Iraanse vlag met de leeuw en de zon te hijsen - de vlag die tijdens het bewind van zijn vader werd gebruikt.
Hoewel zijn oproep aan de Iraniërs om de regering omver te werpen tijdens de aanval van Israël en de VS in juni vorig jaar nog grotendeels werd genegeerd, lijkt Pahlavi plots toch populairder geworden tijdens de huidige protesten. Er circuleren beelden van demonstranten die de Iraanse vlag uit de periode van de Pahlavi-dynastie meedragen, en Reza’s naam uitschreeuwen.
Steun voor de afgezette monarchie is in Iran taboe, zelfs strafbaar, en een sentiment waar doorgaans afkeurend tegen wordt aangekeken door een samenleving die zelf een volksopstand ontketende om de dictatuur van de sjah omver te werpen. Hoewel een Pahlavi voor het eerst in decennia openlijk gebruikt wordt als symbool voor verandering in Iran zelf, is het onduidelijk of de demonstranten die zijn naam scanderen de restauratie van de monarchie echt willen, of het gewoon een manier is om uit te drukken dat ze de repressieve theocratie kotsbeu zijn. Volgens sommige analisten is het vooral een duidelijk teken dat de Islamitische Republiek in een doodlopend straatje is beland. De grote meerderheid van de bevolking in Iran zou zeer wantrouwig staan tegenover Reza en wil zeker niet terug naar een autoritaire vazalmonarchie. De herinneringen aan het brutale repressieregime van de vader, met zijn beruchte geheime dienst Savak, zijn decennia later nog niet vergeten.
De situatie ter plaatse is complex en de huidige gebeurtenissen brengen de scherpe meningsverschillen over de politieke toekomst van het land aan het licht. Veel Iraniërs -al dan niet tevreden met de huidige regering- die niet aan de protesten deelnemen, vrezen expliciet wat hen te wachten staat. Het is duidelijk dat de Iraniërs die wel op straat komen geen verenigd blok vormen. De Bazaar van Teheran waar de stakingen op 28 december begonnen, is een traditioneel bolwerk van steun aan de religieuze instellingen en de machthebbers van het land. Zij wilden louter hun ongenoegen uiten over de enorme inflatie. Voor velen waren de uitbreidende demonstraties die daarop volgden een wanhopige roep om economische verlichting, niet per se een poging om de volledige staat te ontmantelen. Daarbovenop kwamen de broedende politieke ongenoegens, met onder meer eisen voor institutionele hervormingen, democratische vrijheden, de afschaffing van het klerikale systeem. De huidige demonstraties bouwen voor een deel ook voort op de ‘vrouw, leven, vrijheid’-protesten van 2022-2023, waarbij de nadruk op vrouwenrechten ligt. Het gaat om een amalgaam van grieven, noden, eisen en doelstellingen, dat na twee weken van protest en repressie is samengebald tot een gedeelde, toenemende woede tegen het theocratische regime van ayatollah Ali Khamenei.
Ondanks dat er vooralsnog geen verbindend alternatief is voor het huidige systeem, geven veel demonstranten aan dat discussies over staat en leiderschap kunnen wachten. Voorlopig ligt hun focus op economische overleving en verzet tegen de islamitische dictatuur. Ze tolereren daarbij geen enkele vorm van buitenlandse interventie. De toekomst moet en zal bepaald worden door de Iraniërs zelf.
Het Iraanse leiderschap heeft de afgelopen tien jaar al herhaaldelijk te maken gehad met sociale en politieke onrust. Die werd doorgaans bestreden met beperkte concessies in combinatie met repressie. Of dit deze keer -in een geopolitieke context van wegvallende bondgenoten en bemoeizuchtige vijandige machten die zich weinig aantrekken van het internationaal recht- ook zal volstaan, valt nog te bezien.