Image
Shell's gevaarlijke Arctische boorplannen
Beeld: Thomas Hawk via Flickr
Shell's gevaarlijke Arctische boorplannen
Artikel
14 minuten

Eén van de meest riskante en meest destructieve olie-exploratieprojecten ter wereld zit -zonder de nodige wetenschappelijke of technische paraatheid- in de laatste fase voor de effectieve uitvoering ervan: Shell gaat naar olie boren in de Arctische Oceaan van Alaska. Op 4 augustus 2011 keurde het Amerikaans agentschap voor het beheer en de regulering van energie in de oceanen (BOEMRE) het plan van de oliemaatschappij Shell om vier exploratiebronnen te boren in de Beaufortzee van het Arctische Alaska voorwaardelijk goed. Dit had nooit mogen gebeuren. Shell heeft wel nog een aantal andere vergunningen en toestemmingen nodig van het Amerikaans Agentschap ter Bescherming van het Milieu (EPA), voor het daadwerkelijk kan beginnen boren.

Voorgeschiedenis

Toen Bush nog president was kocht Shell een aantal exploratielicenties voor de Beaufortzee en de Tsjoektsjenzee -respectievelijk Licentie 195 (in 2005) en Licentie 202 (in 2007) voor de Beaufortzee, en Licentie 193 voor de Tsjoektsjenzee (in 2008). De licenties geven Shell -en alleen Shell- de toestemming om naar olie te zoeken in de gebieden afgebakend door de licenties, op voorwaarde dat hun concrete exploratieplannen goedgekeurd worden door de bevoegde instanties. In 2009 keurde de voorloper van BOEMRE al een plan goed van Shell om vijf exploratiebronnen te boren, twee in de Beaufortzee en drie in de Tsjoektsjenzee. Shell moest alleen nog wachten op een aantal vergunningen van het EPA, waaronder de belangrijke luchtkwaliteitsvergunning. Een aantal milieuorganisaties en Inupiat-groepen (Eskimo-gemeenschappen die aan de kusten van Alaska wonen) startten echter een procedure op om deze vergunningen aan te vechten.

Op 31 maart 2010 kondigde president Obama zijn nieuw energiebeleid aan, dat grote gebieden langs de Amerikaanse kustlijn vrijgaf voor de exploitatie van olie en gas. Een aantal weken later (20 april) ontplofte BP's Deepwater Horizon boorplatform in de Golf van Mexico, waardoor er naar schatting 4,9 miljoen vaten ruwe olie en een enorme hoeveelheid methaan in de oceaan terecht kwamen. In de nasleep van de ramp schortte president Obama Shell's reeds goedgekeurde Arctische boorplannen op (27 mei 2010). De grote ironie was dat het de BP-catastrofe was die de Arctische Oceaan voorlopig gered had. Zoals te verwachten viel, startte Shell een offensief via een gigantische promotiecampagne en bleef het druk uitoefenen op de administratie. Een jaartje later, op 4 mei 2011 diende Shell een herzien exploratieplan in bij BOEMRE voor de Beaufortzee. Het betrof twee exploratiebronnen gepland in 2012 en twee in 2013. Op 12 mei 2011 volgde dan het Tsjoektsjenzee exploratieplan. Shell wilde daar drie exploratiebronnen boren in 2012 en drie in 2013. In plaats van de vijf bronnen die ze in het verleden hadden aangevraagd, gingen ze in hun hernieuwde aanvraag dus voor tien exploratiebronnen in het totaal. Reeds op 4 augustus 2011 keurde BOEMRE het plan voor de Beaufortzee voorwaardelijk goed. Het persbericht van BOEMRE over deze beslissing begon met de aankondiging dat de boringen van Shell in “ondiep water” zouden plaatsvinden. Dit is een belangrijk argument voor zowel BOEMRE als Shell. BP's Deepwater Horizon opereerde op een diepte van bijna 2 km, terwijl de werkzaamheden van Shell in de Arctische Oceaan slechts op een diepte van 40 meter zullen uitgevoerd worden. Daarmee lijkt men te willen zeggen dat Shell’s plannen veel veiliger zijn. Het is waar dat de druk veel groter is in diepere wateren, maar toch moet men niet trappen in dit argument. Boren in de ruwe, door ijs bedekte Arctische gebieden is veel moeilijker dan boren in de subtropische Golf van Mexico. De directeur van BOEMRE, Michael Bromwich, schreef in het persbericht: “we baseren onze beslissing over de energie-exploratie en ontwikkeling in de Arctische regio op de beste wetenschappelijke informatie die er voor handen is”. Ik zou de commentaar van Bromwich als volgt interpreteren: “We weten dat er te veel gaten zitten in onze kennis over de Arctische Oceaan. Als Shell de oceaan schade toebrengt, kunnen we altijd zeggen dat onze kennis te beperkt was -echt waar, we wisten van niets”. Het persbericht stelde ook: “BOEMRE heeft geen bewijzen gevonden dat de voorgestelde activiteiten de kwaliteit van de menselijke omgeving aanzienlijk zouden beïnvloeden. Daarom besloot BOEMRE dat een ‘Environmental Impact Statement’ (EIS) niet noodzakelijk was”. Een EIS is een grondig evaluatieproces dat bestaat uit een uitgebreid onderzoek. Het rapport met de conclusies van zo'n EIS-onderzoek is publiek toegankelijk en iedereen kan er commentaar op geven. Als de voorgestelde acties ecologisch destructief geacht worden, dan worden er andere mogelijkheden onderzocht. Via een volledige publieke participatie en via een rigoureus proces wordt dan een finale impactbeoordeling opgesteld. Volgens de nationale milieuwetgeving (NEPA) “moet een EIS voorbereid worden als er substantiële vragen rijzen over de mogelijke degradatie van de menselijke omgeving door een project”. Op 15 juli 2011 zonden 14 milieuorganisaties en een inheemse organisatie een brief naar James Kendall, de regionale directeur van BOEMRE-Alaska. De brief eiste dat BOEMRE een volledige EIS-analyse zou voorbereiden en de effecten van de voorgestelde boringen zou ontsluiten. Om hun eisen kracht bij te zetten werd in de brief verwezen naar de enorme gevolgen die de voorgestelde boringen zouden kunnen hebben, zoals het negatieve effect van geluidsoverlast op de met uitsterven bedreigde Groenlandse walvissen, de effecten van een mogelijke grote olielek en andere cumulatieve effecten. Er werd ook verwezen naar de potentiële invloed van de booractiviteiten op de levenswijze van de inheemse kustgemeenschappen. De briefschrijvers benadrukten dat de wet vereist dat al deze mogelijke effecten geanalyseerd worden in een EIS. Ook de Nationale Commissie die de BP-ramp in de Golf onderzocht had aanbevolen om een EIS op te stellen voor de exploratieplannen van Shell. Maar BOEMRE keurde deze plannen amper veertien dagen nadat ze ingediend waren goed, zonder een EIS te doen.

Olie of wetenschap?

Gedurende het presidentschap van George W. Bush werd het wetenschappelijk onderzoek over de Arctische gebieden tegengewerkt en gemanipuleerd om het Arctisch boren te promoten. Het openstellen van de kustvlakten van het Arctische Nationale Natuurreservaat voor olieboringen was een topprioriteit voor president Bush. Gedurende zijn ambt was er een schandaal rond vervalste rapporten die werden voorgelegd aan de Senaatscommissie, over het mogelijke effect van boringen op kariboes in de Arctische regio. De persoon die verantwoordelijk was voor de desinformatie en dat ook officieel heeft toegegeven, ging een paar jaar later werken bij Shell om de Arctische boringen te promoten.

De Obama-administratie gaat nu verder op het pad dat geëffend werd door de vorige administratie. Dr. Charles Monnett, een bioloog verbonden aan BOEMRE en één van Amerika's top-experts wat de Arctische regio betreft, werd op 18 juli 2011 plotseling geschorst. In 2006 had dr. Monnett samen met een collega een artikel van zeven bladzijden gepubliceerd in 'Polar Biology' waarin verwezen werd naar vier ijsberen die in 2004 verdronken waren in de Beaufortzee ten gevolge van de klimaatsverandering. Het poolijs is immers aan het smelten aan een ongekende snelheid waardoor er grote stukken open water gecreëerd worden. Ijsberen moeten vaak veel langere afstanden overbruggen voor ze zee-ijs vinden om wat op uit te rusten of om eten te zoeken. Ze sterven van uitputting. Dr. Monnett was degene die de aandacht van de wereld op deze tragische feiten vestigde. Sinds de publicatie van het bewuste artikel werd dr. Monnett in toenemende mate lastig gevallen door officiële diensten. Tot dit culmineerde in zijn recente schorsing. Dit verhaal heeft een duidelijke boodschap voor elke federale wetenschapper die het waagt om baanbrekende rapporten te schrijven over de condities op de Noordpool. Ondanks de gangbare retoriek over het respecteren van de wetenschap, illustreert deze zaak dat de federale wetenschappers die rond controversiële gebieden werken vandaag een risico lopen. Op 28 juli 2011 schreef journaliste Suzanne Goldenberg in de Britse krant the Guardian: “de Obama-administratie wordt ervan beschuldigd de Arctische wetenschappers lastig te vallen, zodat ze de fragiele regio kan openstellen voor het boren door Shell en andere grote oliebedrijven”. Maar waarom is de wetenschappelijke kennis over ijsberen zo bedreigend voor Shell's plannen? Op 24 november 2010 riep de Obama-administratie 484.734,5 km² in het Arctische Alaska uit tot 'cruciale habitat' voor ijsberen die bedreigd worden door het verdwijnende zee-ijs ten gevolge van de klimaatsverandering. Bijna 95% van deze voorbehouden habitat ligt in de Beaufort- en Tsjoektsjenzeeën van het Arctische Alaska. Dr. Monnett het zwijgen opleggen, komt de promotie van het olieboren in Alaska dus wel degelijk ten goede.

Leugens

Laten we de crisisprocedure in het plan van Shell bij een mogelijke olielek wat nader bekijken. De oliemaatschappij beweert dat het 95% van de olie die in de Arctische wateren terecht zou komen ten gevolge van een lek, zou kunnen recupereren via mechanische indammings- en recuperatietechnieken. Een speciaal rapport, besteld door de VS-minister van Binnenlandse Zaken Ken Salazar over het Arctisch gebied en de mogelijke impact van olieboringen daar, schat echter dat in een dergelijke omgeving het percentage olie dat gerecupereerd zou kunnen worden met mechanische technieken eerder tussen de 1% en de 20% ligt. Het reële recuperatiepercentage bij de Deepwater Horizon-ramp lag op 3% en bij de Exxon Valdez-ramp in 1989 was dat 8% à 9 %. Heeft Shell dan gelogen in haar aanvraag? Het antwoord is simpelweg ja. Oliebedrijven zetten allerlei zaken in hun exploratieplannen om ze goedgekeurd te krijgen. In het BP-plan voor het Deepwater Horizon boorplatform, dat zonder problemen goedgekeurd werd door het bevoegde federale agentschap, beloofde BP dat het gevoelige diersoorten zou beschermen “waaronder walrussen, zeeotters en zeeleeuwen”. Merk op dat dit allemaal koudwater-soorten zijn die niet eens in de Golf van Mexico leven. BP had duidelijk een aantal passages gekopieerd uit één of ander document dat betrekking had op de Noordpool. In het exploratieplan van BP stond ook geschreven dat een lek “onwaarschijnlijk” was. Moest er zich toch een lek voordoen, dan werd er volgens dit plan “geen significant nadelige impact verwacht op de stranden, de moerassen en broedende vogels aan de kusten van de regio”. Ook de bedreigde vissoorten zouden niet echt te lijden hebben onder de activiteiten van BP, lek of geen lek. Achteraf bekeken is het exploratieplan van BP voor de Golf van Mexico één grote leugen gebleken.

Toen de voorloper van BOEMRE in 2009 Shell's vijf exploratieplannen voor de Beaufortzee en de Tsjoektsjenzee goedgekeurd had, beweerde dit agentschap dat een grote lek “een veel te ver gezochte en speculatieve mogelijkheid was” om een diepgaande analyse te verantwoorden, Het erkende anderzijds wel dat zo'n olielek vernietigende gevolgen zou kunnen hebben in de ijzige wateren van de Arctische Oceaan en dat de opkuis moeilijk zou zijn. Shell's worst-case scenario beschreven in het onlangs goedgekeurde herziene plan voor de Beaufortzee is gebaseerd op de condities aan de Noordpool rond 1 augustus. Een datum waarop de oceaan voor het grootste stuk ijsvrij is, de temperaturen boven het vriespunt liggen, er bijna 24 uur per dag zonlicht is en er veel minder stormen voorkomen. Maar Shell wil boren in de Arctische Oceaan van 10 juli tot 31 oktober 2012. Vanaf begin oktober vriest de Noordelijke Ijszee toe en is het meestal donker aan de Noordpool met extreem koude temperaturen en gure sneeuwstormen. Het verschil tussen 1 augustus en 15 oktober is zo groot dat het aanvoelt alsof je op twee verschillende planeten vertoeft. Daarbij komt dat de dichtstbijzijnde Kustwachtbasis meer dan 1600 km verwijderd ligt van de geplande boorplaatsen. Het zou een week tot 18 dagen duren voor er noodschepen ter plaatse geraken. En dan is de opkuisoperatie nog niet eens in gang gezet. Dit alles betekent concreet dat de opkuis van elke lek die tot iets langer dan 1,5 maand voor oktober voorvalt, tot 9 maanden uitgesteld zou moeten worden omdat de Arctische Oceaan volledig bedekt geraakt met ijs vanaf oktober. De crisisprocedure van Shell houdt er rekening mee dat wachten misschien nodig zal zijn. Maar het laten rusten van de opkuisactiviteiten tot in de lente, zoals voorgesteld door Shell, dat is uiteraard geen plan.

Methaan

Bij de Deepwater Horizon-ramp kwamen enorme hoeveelheden methaangas vrij die gigantische dode zones creëerden in het water. Methaan zuigt het zuurstof uit het water en verstikt op die manier het leven. Methaanconcentraties in sommige gebieden in de Golf waren 100.000 maal hoger dan normaal, met pieken op sommige plaatsen van een miljoen maal hoger. Niets kan dit overleven. Zowel de Beaufortzee als Tsjoektsjenzee hebben grote, maar niet exact gekende hoeveelheden methaan onder de zeebodem zitten. Methaangas is 20 maal potenter dan een broeikasgas als CO2. Wetenschappers zijn zeer bezorgd over de potentieel enorme hoeveelheid methaan die kan vrijkomen door de opwarming van de Noordpool en het smelten van de permafrost laag, zowel boven als onder het water. Het kan een catastrofe voor de planeet zijn. Stel u voor dat de operaties van Shell een lek veroorzaken begin oktober die olie en methaan begint te spuien. Volgens het briljante plan van Shell om alles te laten rusten tot het weer ijsvrij is, zouden de olie en het methaan zich onder het ijs overal in de Oceaan kunnen verspreiden. En anders dan in de Golf van Mexico, waar een deel van het methaan kon ontsnappen via de lucht, zal dit niet lukken aan de Noordpool door de ijslaag. Het gevangen methaan zou de creatie van enorme dode zones zeker verergeren. In de zomer, als het ijs weg is en Shell eindelijk klaar is om zich met de lek bezig te houden, zal het met een totaal dode Arctische Oceaan geconfronteerd worden in plaats van met de gebruikelijke zeehondenpuppy's, vissen, vogels en ijsberen. Bovendien groeit alles veel trager in de Arctische Oceaan dan in de gematigde en tropische oceanen. Een dode Arctische zee zal dus veel meer tijd nodig hebben om zich te herstellen.

Ecologische impact

De Beaufortzee en de Tsjoektsjenzee liggen vlak naast elkaar, respectievelijk ten noorden en ten noordwesten van de landmassa in de Arctische Oceaan. Voor dieren zoals de bedreigde Groenslandse walvis en de ijsbeer is er natuurlijk geen grens. Ze migreren vrij van de ene zee naar de andere. Ze zullen de activiteiten van Shell dus tegenkomen in beide zeeën verspreid over een periode van twee jaar tijd om te beginnen. Duizenden walvissen zullen getroffen worden door het boren en de nevenactiviteiten daarvan. De biologische impact zal specifiek groot zijn als de wijfjes en de kleintjes blootgesteld worden aan de verschillende storende operaties. Shell schat zelf dat er zo'n 5600 migrerende Groenlandse walvissen (dat is bijna de helft van de totale populatie) blootgesteld zouden kunnen worden aan geluidsoverlast van het boren en het breken van ijs. De Beaufort- en de Tsjoektsjenzeeën zijn een toevluchtsoord voor naar schatting 10.000 Groenlandse Walvissen, 3600 tot 4600 bedreigde ijsberen, meer dan 60.000 witte walvissen, de Pacifische walrus, drie soorten zeehonden, ontelbare vogelsoorten en vissen, en een waaier aan miniscule wezens die we niet zien maar die het voedsel vormen van al dit leven. Bepaalde plaatsen in de Beaufortzee zijn belangrijke rust- en eetplaatsen voor de Groenlandse walvissen. De bronnen van Shell zouden maar enkele kilometers van deze plaatsen verwijderd liggen. De periode dat de walvissen langs deze plekken migreren, van begin september tot midden oktober, overlapt rampzalig genoeg met de periode waarin Shell wil boren (van 10 juli tot 31 oktober). De activiteiten van Shell zouden het gedragspatroon van de walvissen kunnen beïnvloeden en zouden hen er zelfs kunnen toe drijven om de eetplaatsen te vermijden. Dit kan grote schade toebrengen aan de populatie, wat dan weer nefast kan zijn voor de inheemse gemeenschappen in Alaska die op de Groenlandse walvis en andere soorten rekenen om hun manier van leven in stand te houden. De Inupiat-gemeenschappen langs de Arctische kusten van beide zeeën -in de plaatsen Kaktovik, Nuiqsut, Barrow, Wainright, Point Lay, Point Hope en Kivalina- zijn afhankelijk van de rijke Arctische Oceaan om in hun levensonderhoud te kunnen voorzien (voedsel). Maar de oceaan en haar rijkdommen zijn ook van centraal cultureel belang voor deze gemeenschappen. Hun culturele en spirituele identiteiten zijn onlosmakelijk verbonden met de zeeën en de wezens die erin leven. De boorplannen van Shell in de Beaufortzee en de Tsjoektsjenzee interfereren dus met de  overlevingskansen van bedreigde diersoorten en met de mensenrechten van de Inupiat. Shell diende zoals gezegd ook een exploratieplan in op 12 mei 2011 om 6 bronnen te kunnen boren in de Tsjoektsjenzee aan het Arctische Alaska. In tegenstelling tot het exploratieplan voor de Beaufortzee heeft BOEMRE het plan voor de Tsjoektsjenzee nog niet goedgekeurd. Licentie nr. 193 betreffende de Tsjoektsjenzee werd namelijk aangevochten voor de rechtbank door vier Inupiatgemeenschappen en 11 milieuorganisaties. Eerst moet de rechtbank een positieve uitspraak doen over Licentie 193 en dan pas kan BOEMRE het nieuwe exploratieplan voor de Tsjoektsjenzee ontvankelijk verklaren en eventueel goedkeuren.

Een belangrijke vergunning die Shell nodig heeft voor haar operaties in beide zeeën is een luchtkwaliteitsvergunning voor de boorschepen die het bedrijf wil inzetten bij zijn operaties.  Waarom zijn deze vergunningen zo belangrijk? De vloot van schepen die Shell plant te gebruiken voor de operaties in de Beaufortzee zullen grote hoeveelheden vervuiling uitstoten, die de Arctische propere lucht aanzienlijk kunnen degraderen. Shell zal deze vervuilers uitstoten in een vlug veranderende Arctische omgeving en relatief dicht bij de inheemse dorpen in Alaska. Het bedrijf kan bij zijn operaties tot 336 ton Nox (stikstofoxiden) per jaar uitstoten en tot 28 ton PM2.5 per jaar (fijne stofdeeltjes). Dit is schadelijk voor de menselijke gezondheid. Omdat de uitstoot de mogelijke degradatie van de menselijke omgeving kan veroorzaken, is BOEMRE volgens de milieuwetgeving verplicht om de zaak grondig te onderzoeken (via een EIS). Het is alleszins duidelijk dat Shell de Arctische Oceaan traag, gradueel en cumulatief zou kunnen vernietigen. Als de regering het oliebedrijf zonder enig onderzoek te verrichten de middelen geeft om dit te doen, is ze medeplichtig aan het vernietigen van de Arctische omgeving.

Besluit

Shell moet nog aan een aantal vergunningen geraken voor het effectief gaten kan gaan boren in de Arctische zeebodem. Milieuorganisaties en de Inupiat zijn vastbesloten om de strijd aan te binden met Shell en de regering -zowel juridisch als door de straten op te trekken. Deze herfst staan er al een aantal betogingen op het programma in Washington DC.

www.climatestorytellers.org, oorspronkelijk artikel vertaald en bewerkt door M. F.

Subhankar Banerjee is een schrijver en milieu-activist.


Iets fout of onduidelijk gezien op deze pagina? Laat het ons weten!

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze digitale nieuwsbrief.