Thailand
Foto: FMSC - Thailand - CC BY 2.0
Thailand is #1 in ongelijkheid
Artikel
13 minuten

Wie Thailand zegt, denkt aan ongerepte stranden en altijd gedienstig glimlachende mensen. Dat willen de toeristenfolders ons tenminste doen geloven. En de 40 miljoen bezoekers die tot voor de Corona-crisis naar ‘Amazing Thailand’ kwamen, kunnen dat al dan niet beamen, maar daar willen we het een andere keer over hebben.

En op economisch en sociaal vlak? Als we de Wereldbank mogen geloven heeft Thailand “in de afgelopen vier decennia een opmerkelijke vooruitgang geboekt op het gebied van sociale en economische ontwikkeling. In minder dan een generatie is het van een land met een laag inkomen naar een land met een hoger middeninkomen gegaan. Als dusdanig is Thailand een veel geciteerd succesverhaal op het vlak van ontwikkeling, met aanhoudende sterke groei en indrukwekkende armoedebestrijding".

"De economie van Thailand groeide met een gemiddeld jaarlijks tempo van 7,5% in de hoogconjunctuurjaren 1960-1996 en van 5% in 1999-2005, na de Aziatische financiële crisis. Deze groei zorgde voor miljoenen banen, die miljoenen mensen uit de armoede hebben getild. De vooruitgang in meerdere dimensies van welzijn was indrukwekkend: meer kinderen krijgen meer jaren onderwijs, en vrijwel iedereen is nu gedekt door een ziektekostenverzekering, terwijl andere vormen van sociale zekerheid zijn uitgebreid”, aldus de Wereldbank.

Volgens de promotoren van het moderniseringsparadigma is er dus weinig aan de hand dat niet met het westerse groeimodel kan verbeterd worden.

Gini

Maar andere cijfers komen tot een andere conclusie. Op basis van de zogenaamde Gini-index -waarbij 0 staat voor perfecte welvaartgelijkheid in een maatschappij en 100 voor perfecte ongelijkheid- stond Thailand in 2011 met een Gini-coëfficiënt van 53.6 op de dertiende plaats van ongelijke landen in de wereld.

Sindsdien is het land verder opgeschoven in de lijst en wordt het nu tot de top 3 gerekend, zo niet als de Numero Uno beschouwd. Volgens het 2020 'Global Wealth Report and Databook' van Credit Suisse heeft Thailand nu immers de grootste welvaartskloof ter wereld. De armste 50% van de Thailanders bezit momenteel slechts 1,7% van de rijkdom van het land, terwijl de rijkste 10% nu een enorme 85,7% bezit.

De armste 50% van de Thailanders bezit slechts 1,7% van de rijkdom van het land.

De huidige regering heeft geprobeerd de bevindingen van het Credit Suisse-rapport in diskrediet te brengen. De 'National Economic and Social Development Board' (NESDB), een denktank van de regering, heeft de gegevens van Credit Suisse betwist en wijst erop dat ze niet overeenkomen met die van de Wereldbank. Feit is nochtans dat zelfs de Wereldbank niet ontkent dat rijkdom-ongelijkheid een steeds groter wordend probleem is in Thailand en niet adequaat wordt aangepakt.

Hoewel de armoede de afgelopen 30 jaar aanzienlijk gedaald is, van 65,2% in 1988 tot 9,8% in 2018 (op basis van officiële nationale schattingen), zijn de stijging van het gezinsinkomen en de consumptiegroei de afgelopen jaren tot stilstand gekomen. Dit resulteerde in een ommekeer in de voortgang van de armoedebestrijding in Thailand, waarbij het aantal mensen dat in armoede leeft toenam. Daarom steeg het armoedecijfer in Thailand tussen 2015 en 2018 opnieuw van 7,2% naar 9,8%. Het absolute aantal mensen dat in armoede leeft, steeg van 4,85 miljoen naar meer dan 6,7 miljoen (op een totale bevolking van ongeveer 70 miljoen).

Van 2018 tot 2019 daalde het armoedecijfer dan weer tot 6,2%, maar nam in 2020 terug toe tot 8,8% als gevolg van de nadelige effecten van de COVID-19 pandemie. De ongelijkheid -gemeten aan de hand van de Gini-coëfficiënt- nam tussen 2015 en 2017 dus toe. In deze periode groeide de gemiddelde consumptie per hoofd van de bevolking, maar de gezinsconsumptie van de armste 40% van de bevolking kromp.

Vormen en oorzaken van ongelijkheid

Ongelijkheid manifesteert zich in vele vormen. Er is geografische ongelijkheid en sociale uitsluiting van gemarginaliseerde mensen zoals staatlozen, migranten, en ongeschoolde en dus laagbetaalde werknemers. Er is generationele ongelijkheid wanneer de kloof tussen rijk en arm van generatie op generatie wordt overgedragen. Er is ongelijkheid qua onderwijs, zowel wat kwaliteit als het voltooide niveau betreft, er is ongelijke toegang tot krediet en tot de vaardigheden die nodig zijn om te functioneren in een moderne economie, en er is juridische discriminatie.

Sociale verbondenheid (“ons kent ons“) is een andere factor die ongelijke uitkomsten bepaalt, zowel economisch als politiek. In de Thaise cultuur is dit een zeer dominante factor. Het openbaar leven is georganiseerd op basis van vriendschapskringen met een invloedrijke leider aan de top - het zogenaamde patronagesysteem. Thailanders volgen geen politieke programma’s of abstracte ideeën, maar volgen leiders en charismatische figuren op basis van het ‘goed of fout, mijn groep’-principe.

Rood tegen geel

Sinds de jaren 1950 heeft Thailand een snelle economische groei doorgemaakt die delen van de bevolking uit de armoede heeft getild, maar onevenredige voordelen heeft opgeleverd voor de reeds rijke elite. De elite is deels aan monarchie en boeddhisme gelieerd, en deels verbonden met oorspronkelijk Chinese zakenfamilies. Deze eerder conservatieve maar financieel erg machtige belangengroep beschouwt zich, met de steun van het leger, als de behoeder van de nationale ideologie - natie, koning, religie. De leden van deze elite associëren zich uitdrukkelijk met de overleden Koning Bhumibol en worden als de ‘geelhemden‘ aangeduid.

Hoewel het bruto binnenlands product (BBP) per hoofd van de bevolking van Thailand tussen 1980 en 1995 verdrievoudigde, stagneerden de uitgaven voor sociale diensten. Hierdoor werd de sociale mobiliteit sterk beperkt en konden de lagere klassen niet profiteren van de groei.

De overheidsuitgaven voor onderwijs, bijvoorbeeld, bleven tijdens deze groeiperiode op 2-3% van het BBP steken. De stijgende kosten van het hoger onderwijs maakten het ontoegankelijk voor de lagere klassen en ontzegden hen een weg naar beter betaalde banen. In de jaren 1960 was 85% van de Thailanders boer (voor de meesten een beroep met een laag inkomen), maar 15,5% van de boerengezinnen konden hun kinderen naar de universiteit sturen. Dat is niet langer het geval: in het midden van de jaren 1980 was het percentage boeren dat hun kinderen naar de universiteit stuurde gedaald tot 8,8%.

Volgens het 'Thailand Development Research Institute' (TDRI), besteedt Thailand slechts 7,8% van zijn BBP aan sociale diensten, terwijl de meeste ontwikkelde landen gemiddeld 20% uitgeven.

Thailand besteedt slechts 7,8% van zijn BBP aan sociale diensten.

Dit is het economische en sociale landschap waaruit de zogenaamde beweging van ‘roodhemden‘ is ontstaan - een amalgaan van arme boeren in het noorden en noordoosten van het land, een groeiende maar zich economisch en sociaal benadeeld voelende middenklasse in de steden, en een traditioneel rebelse studentenbeweging die sociale aspiraties en anti-elitaire emoties in zich poogt te verenigen.

Thaksin

Deze roodhemden-beweging heeft zich sinds het midden van de jaren 1990 in verschillende gedaanten achter Thaksin Shinawatra, een opportunistische gewezen Luitenant-Kolonel van de politie en telecom-zakenman, geschaard. Ze vormt volgens medestanders de grootste progressieve partij/beweging in Thailand vandaag.

Toen Thaksin en zijn Thai Rak Thai partij in 2001 de verkiezingen wonnen, was dat met de grootste marge ooit gezien bij een Thaise verkiezing. Thaksin promootte populistische economische ontwikkelingsprojecten die ten goede kwamen aan de armen op het platteland, waaronder het lokaal beheerde 'Village Fund'-microkredietprogramma, het ‘One Tambon [dorp] One Product’-programma (OTOP) en het '30 bath [1$] voor een doktersbezoek'-programma.

Massale financiering voor gezondheidszorg verhoogde het percentage van de bevolking met toegang tot gezondheidszorg van 76% naar 96%, maar Thaksin was niet in staat om de rijkdom-ongelijkheid te verminderen. Ongelijkheid in rijkdom is een algemeen erkend probleem in Thailand. Zowel de ‘progressieve’ roodhemden als de Palang Pracharath-partij van huidig premier Prayut Chan-o-cha (gelinkt aan de militaire junta die Thailand bestuurde van 2014 tot 2019) en de particuliere sector, zijn het erover eens dat ongelijkheid een bedreiging vormt voor de sociale stabiliteit van Thailand. Hun meningen over de oorzaken van de toenemende ongelijkheid zijn echter verdeeld.

De roodhemden beweren dat politieke ongelijkheid en de welvaartskloof elkaar voeden. Ze willen daarom de politieke machtsstructuur hervormen om economische ongelijkheid aan te pakken. De particuliere sector en (militaire) regering wijzen echter op structurele tekortkomingen in de economie, waardoor de lagere economische klassen niet hebben kunnen genieten van de voordelen van de groei. Ze dringen aan op economische in plaats van politieke hervormingen. De oplossing, zeggen zij, is een combinatie van vrijemarktkapitalisme, neoliberalisme en welvaart. De dominante invloed van het leger en de bovengenoemde traditionele ‘gele’ elite blijken een obstakel te zijn voor meer progressieve hervormingen.

De roodhemden beweren dat politieke ongelijkheid en de welvaartskloof elkaar voeden.

Thaksin werd in 2006 door een staatsgreep verdreven en ging in ballingschap. Toch wonnen zijn aanhangers in 2007 de volgende verkiezingen en werd Thaksins zus, Yingluck Shinawatra, premier tot 2011. Maar ook onder Yingluck kwam er geen verandering aan de welvaartsongelijkheid in Thailand. Ze steunde verlagingen van de vennootschapsbelasting, maar slaagde er niet in het belastingstelsel fundamenteel te herstructureren ten gunste van de armere lagen van de bevolking.

Het belastingbeleid neigde lange tijd naar een stelsel dat rijkdom effectief weghaalt van de armen, door een economie op te bouwen die groei voor de hoogste inkomens mogelijk maakt. Sinds de tweede helft van de 20e eeuw zijn de inkomsten- en onroerendgoedbelasting laag gebleven en hebben belastingstructuren voordelen geboden aan productie- en industriële bedrijven. 

Zelfs de door de elite fel gecontesteerde rijstregeling van Yingluck, waarbij de overheid rijst van lokale boeren kocht tegen prijzen die 50% hoger lagen dan de marktwaarde, deed niets om de ongelijkheid te bestrijden en verergerde het probleem zelfs. Uit onderzoek van het 'Thailand Development Research Institute' (TDRI) blijkt dat de regeling onevenredig gunstig uitpakte voor tussenhandelaren en bedrijven verderop in de toeleveringsketen, in plaats van voor de rijstboeren zelf. Slechts een klein deel van het budget van het programma ging effectief naar de arme boeren waarvoor het bestemd was. En het feit dat de overheid kleine boeren hogere prijzen aanbood, verhoogde de kosten op de hele markt.

Een deel van het probleem is dat de meer progressief georiënteerde Thaise leiders die de afgelopen jaren aan de macht zijn geweest, nog steeds werkten binnen de stevig verankerde status-quo. Regeringen worden in Thailand nooit gevormd door een politieke beweging van onderaf. Ook de Shinawatra’s, als telecom-miljardairs, zijn niet de beste belichaming van de idealen van de roodhemden.

De armen en rechtelozen in Thailand vestigden hun hoop op de roodhemdenbeweging, niet omdat ze een samenhangend beleid biedt, maar omdat ze staat voor een herziening van de politieke en economische ongelijkheid en de mogelijkheid van progressieve hervormingen - ook al heeft die hervorming in de praktijk weinig opgeleverd om de structurele ongelijkheid in rijkdom aan te pakken.

De staatsgreep van 2014

Sinds de staatsgreep van 2014 hebben het leger en de traditionele heersende elite het politieke landschap opnieuw grondig hertekend door middel van een nieuwe grondwet, een herkaveld politiek systeem (waarbij de door het leger benoemde Senaat steeds de macht heeft om de premier te kiezen), de ‘politisering’ van het gerechtelijk apparaat, draconische wetten wat betreft informatievrijheid en digitalisering, en de zogenaamde Lèse-majesté-wet. 

Lèse-majesté of majesteitsschennis is een misdaad volgens Artikel 112 van het Thaise Strafwetboek: “Het is illegaal om de koning, koningin, troonopvolger, vermoedelijke opvolger of regent te belasteren, te beledigen of te bedreigen”. De moderne Thaise majesteitsschennis staat sinds 1908 in de wetboeken. Thailand is de enige constitutionele monarchie die haar Lèse-majesté-wet sinds de Tweede Wereldoorlog heeft aangescherpt.

Majesteitsschennis is volgens het Thaise Strafwetboek een misdaad die strafbaar is met opsluiting.

Met straffen variërend van drie tot vijftien jaar gevangenis voor elke schending, wordt ze beschreven als de “zwaarste majesteitsschennis-wet ter wereld” en “misschien wel de strengste strafrechtelijke lasterwet waar dan ook”.

Niet alleen politieke tegenstanders of leden van de zogenaamde drie-vinger-studentenprotestbeweging worden op basis van deze wet vervolgd, maar ook op het eerste gezicht ‘gewone burgers’ riskeren problemen. Zo raakte begin januari 2021 bekend dat “een gepensioneerde ambtenaar veroordeeld werd tot meer dan 43 jaar gevangenisstraf wegens majesteitsschennis nadat zij kritische audioclips online had geplaatst”.

De Nationale Strategiewet 

De junta heeft het elke toekomstige regering erg moeilijk gemaakt om dynamische en effectieve hervormingen door te voeren om de ongelijkheid aan te pakken. In juli 2018 nam ze de 'National Strategy Act' aan, een juridisch bindend 20-jarig ontwikkelingsplan dat de prioriteiten en strategieën van Thailand van 2018 tot 2038 schetst. Het is een allesomvattend document waarin politieke stabiliteit, nationale veiligheid en ontwikkeling op lange termijn centraal staan.

Toekomstige regeringen zullen zich aan het plan moeten houden, anders riskeren ze gevangenisstraffen en represailles van de anticorruptie-commissie van de junta. Het plan specificeert de noodzaak om de sociale gelijkheid te bevorderen, maar alleen door middel van 'volksvergaderingen', ontworpen om lokaal op maat gemaakte programma’s te ontwikkelen die de gelijkheid verbeteren.

De huidige regering heeft het moeilijk gemaakt om het economisch beleid en ontwikkelingsplannen van het land te hervormen, maar toch zijn er nog steeds voorbeelden van compromissen en samenwerking. Zo hebben sommige beleidsmaatregelen van Thaksin een blijvende impact gehad en brede politieke steun gekregen. Het populaire zorgplan van 30 baht voor een doktersbezoek dat Thaksin invoerde, heeft het overleefd en geeft nog steeds meer dan 48 miljoen burgers toegang tot elke gezondheidsdienst voor een vast bedrag van 1 dollar. Ondanks openlijke kritiek van de huidige (militaire) Prayut-regering houdt het tot vandaag stand.

De impact van de pandemie

Hoewel Thailand erin is geslaagd om het tij van COVID-19-infecties gedurende het grootste deel van 2020 in te dammen, zijn de economische gevolgen ernstig geweest en hebben ze geleid tot wijdverbreid banenverlies, met gevolgen voor zowel huishoudens uit de middenklasse als de armere lagen van de maatschappij. Bovendien worstelt Thailand momenteel met de indamming van een derde golf van de pandemie en een zeer trage vaccinatie van de bevolking. 

De economische groei in Thailand kromp tot 6,1% in 2020 als gevolg van een daling van de buitenlandse vraag die gevolgen had voor handel en toerisme, van verstoringen van de toeleveringsketen en van een verzwakking van de binnenlandse consumptie. Vóór de pandemie ontving de Thaise toeristenindustrie jaarlijks 40 miljoen bezoekers, goed voor een omzet van ongeveer twee biljoen baht per jaar (ongeveer 64,3 miljard dollar). Hoewel de regering het internationale toerisme weer op gang poogt te krijgen, zijn de verwachtingen eerder pessimistisch. Een opbloei van de toerisme-industrie wordt niet voor 2023 tot 2026 verwacht.

Vóór de pandemie ontving de Thaise toeristenindustrie jaarlijks 40 miljoen bezoekers.

De uitbraak van COVID-19 zorgt voor een aantal extra uitdagingen op de arbeidsmarkt. Het primaire effect was een piek in de werkloosheidspercentages. Ten minste 1,8 miljoen extra mensen zaten als gevolg van de pandemie zonder werk in het eerste kwartaal van 2021. Tussen december 2020 en maart 2021 waren de meeste mensen zonder baan onafhankelijke werknemers of ‘contractuelen’, pas afgestudeerden, migrerende werknemers en niet-geregistreerde (dus illegale) ‘gastarbeiders’.

Thailand heeft relatief goed gepresteerd in vergelijking met buurlanden wat betreft de schaal, snelheid en doelgerichtheid van zijn fiscale respons, die zich concentreerde op een pakket van 1 biljoen baht (32 miljard dollar) om geldoverdrachten, de medische respons en economische en sociale rehabilitatie te financieren. Er zijn nieuwe grootschalige geldoverdrachtprogramma’s opgezet om kwetsbare groepen te ondersteunen die niet gedekt worden door de bestaande sociale bijstandsmechanismen.

Het verlies aan werkgelegenheid was in alle sectoren wijdverbreid, met meer significant banenverlies in de industrie en de groot- en detailhandel. De landbouwsector fungeert als vangnet. De financiële sector heeft de schok van de pandemie tot nu toe weten te doorstaan. De grotere kwetsbaarheid van bedrijven en de hoge schulden van huishoudens brengen echter aanzienlijke risico’s met zich mee. De schulden van huishoudens in Thailand zijn namelijk de op één na hoogste in Oost-Azië (80,2% van het BBP in maart 2020) en de niet-renderende leningen (NPL’s) zijn bijzonder hoog voor kmo’s. De schuldenlast van huishoudens, als percentage van het BBP, zal dit jaar waarschijnlijk toenemen als gevolg van de economische malaise, de werkloosheidsproblemen en de lage koopkracht van de bevolking, vooral in gezinnen met een laag inkomen.

Directeurs van middelgrote bedrijven op de Thaise beurs zeggen dat “de regering niet genoeg doet" en dat "de nieuwe COVID-uitbraak te wijten is aan een falend bestuur”. Ze vinden corruptie en vriendjespolitiek als een bestaand onderdeel van Thailand niet erg, maar niet als er zoveel op het spel staat.

Soortgelijke sentimenten worden ook gehoord in grotere Thaise bestuurskamers, stelt Suwat Sinsadok, directeur van het bedrijfsadviesbureau 'International Investment Advisory Securities' in Bangkok. “Ze zijn zich ervan bewust dat zelfgenoegzaamheid en corruptie in het land zullen blijven, zelfs als de economie groeit, maar als de economie niet groeit en mensen blijven sterven als gevolg van COVID, dan zal je woede zien”, vertelde hij aan het nieuwsmagazine 'Nikkei Asia'. “Er is een groeiende visie dat het leiderschap in militaire stijl waarmee de premier bekend is, deze keer niet werkt”.

Een recente beoordeling door The Economist ondersteunt deze angst. De Britse publicatie plaatste Thailand op de 124e plaats van 154 landen wat betreft het percentage volwassenen dat de eerste dosis van een vaccin gekregen heeft (slechts 0,4%). De trage vaccinatie-inspanningen van Thailand hebben het succes van de regering vorig jaar overschaduwd.

In januari wekte Prayut de publieke verwachting dat Thailand 63 miljoen doses zou binnenhalen, wat bij twee doses per persoon de helft van de bevolking zou dekken. Maar dat is niet gebeurd. "Door incompetentie of arrogantie dacht de regering dat haar volksgezondheidsprogramma voldoende was om infecties onder controle te houden en het aantal slachtoffers laag te houden. Het gokte met het leven en het levensonderhoud van mensen", stelde de nieuwswebsite de 'Thai Enquirer' eind mei.

Onzekere toekomst

De economische vooruitzichten blijven zeer onzeker voor Thailand. Als de nieuwe infectiegolf niet goed onder controle wordt gehouden, of als de wereldwijde gevallen blijven toenemen en de verspreiding van een vaccin langzamer verloopt dan verwacht, zou de economische activiteit kunnen worden verstoord door nieuwe noodzakelijke gezondheidsmaatregelen en lockdowns.

Ook de voortijdige afschaffing van fiscale en financiële steun zou het herstel van Thailand in de weg kunnen staan.

Naarmate Thailands politieke en economische malaise en sociale ontgoocheling in het licht van de verergering van de pandemische ontberingen toenemen, en hoe langer de door Prayut geleide regering in functie blijft, des te meer zal de roep van het volk voor verandering toenemen. Of een andere militaire ‘klas’ en/of eraan gelieerde businessgroep zou een nieuwe staatsgreep kunnen overwegen.

Land

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze digitale nieuwsbrief.