Toename van geweld tegen andersdenkenden en minderheden in Turkije
5 minuten

Sinds enkele weken vinden er in toenemende mate gewelddadige en racistisch geïnspireerde incidenten plaats in Turkije, gericht tegen politieke activisten en andersdenkenden. Het lijkt er op dat de politieke autoriteiten bewust de andere richting uitkijken. Er werd totnogtoe geen enkele juridische of administratieve procedure gestart tegen de politie die de verantwoordelijken voor het geweld liet begaan. Ook de agressors zelf werden niet vervolgd, in tegenstelling tot de ‘slachtoffers’ die wel werden gearresteerd.

Moordaanslagen op Koerdische vooraanstaande politici, zaakvoerders en mensenrechtenactivisten zijn blijkbaar een traditie geworden in Turkije. Ook andere bevolkingsgroepen in het land, zoals de Armeniërs, zijn het slachtoffer van dergelijke mensenrechtenschendingen. Denken we maar aan de moord op de Armeense journalist Hrant Dink drie jaar geleden in Istanbul en op christelijke priesters elders in Turkije. Nu stellen we vast dat de repressie en de aanslagen tegen alle ‘anderen’ – niet-Turken en andersdenkenden – de laatste maanden nog zijn toegenomen.

Het regeringsinitiatief, de zogenaamde ‘Koerdische of Democratische Opening’ die in de lente van 2009 werd gelanceerd, verkeert inmiddels in een duidelijke impasse. Ondanks deze nieuwe retoriek blijft het Turkse gerecht, de veiligheidsdiensten en in de afgelopen weken ook civiele groeperingen oproepen om “het land te redden”. ‘Eén natie, één taal, één vlag’ is de slogan van de door de staat gesteunde agressors. Intimidaties, lynchpartijen en beledigingen van “de anderen” door extreemrechtse groeperingen zijn bijna dagelijkse kost geworden.

Zo werd op 22 november 2009 in Izmir het konvooi van de inmiddels ontbonden pro-Koerdische Partij voor een Democratische Samenleving (DTP) bekogeld door Turkse nationalisten. Hierbij geraakten drie mensen gewond. 

Zowel het verbod door het Turkse Grondwettelijk Hof van de DTP op 11 december 2009, als de gewelddadige reacties die eruit voortvloeiden, waren te voorspellen.

Ook linkse groeperingen worden door extreemrechtse groeperingen geviseerd. In Edirne werden op 16 december jongstleden drie studenten van de linkse Vereniging van de Jeugd (Gençlik Dernegi), die campagne voerden voor de sluiting van de Amerikaanse militaire basis van Incirlik, aangehouden omdat ze ‘propaganda voor de DHKP-C’ zouden voeren.

Op 27 december werd een groep van 15 studenten en de moeder van één van de aangehouden studenten in Edirne het doelwit van een lynchpoging door zo’n duizend extreemrechtse nationalisten terwijl zij slechts handtekeningen inzamelden voor het loslaten van de drie studenten. Ook hier werden de agressors duidelijk gemobiliseerd door politieagenten en agenten in burger. Dit wordt bevestigd door ooggetuigen en tientallen videobeelden. Tijdens de lynchpartij in Edirne riepen de agressors ook anti-Koerdische en anti-PKK slogans zoals: “In Edirne, is er geen plaats voor verraders” en “Weg met de PKK”. En dat terwijl deze studenten of hun campagne geen enkel verband houden met de Koerdische zaak.
Begin januari protesteerden 150 leden van het Populair Front (Halk Cephesi) tegen dit incident. Maar opnieuw werden de betogers door de politie met traangas aangepakt en gingen hun belagers vrijuit. Ook in de steden Erzincan en Kars werden demonstranten die protesteerden tegen het incident in Edirne aangevallen. Ook hier keek de politie gewoon toe en kwam zij niet tussenbeide.

Ook de Roma-gemeenschap van Turkije werd opnieuw aangevallen door een menigte van extreemnationalistische Turken. Op 6 januari vielen een duizendtal mensen de woningen aan van de Roma in Selendi, een buitenwijk van Manisa aan de Egeïsche Kust. Huizen, tenten en wagens van de Roma werden vernield of in brand gestoken, ramen werden ingeslagen. De aanvallers riepen slogans zoals ‘Seledi is van ons en het zal altijd van ons blijven’ en ‘Wij willen geen Roma in Selendi’.

Daarop werd besloten om de Roma-families (74 personen) van Selendi over te brengen naar een ander district, Gördes. Sinds de racistische aanval woont geen enkele Roma meer in Selendi. Ook in Sakarya, Izmir, Mugla en Edirne werden de Roma slachtoffer van racistische aanvallen.

In Turkije kunnen daders van aanslagen, moordenaars en bendeleiders die plannen maken om staatsgrepen te plegen vrij rondlopen, terwijl kinderen, mensenrechtenactivisten en democratisch gezinde politici massaal opgepakt worden op beschuldiging van “staatsvijanden” te zijn. In 2009 werden in totaal 300 kinderen gearresteerd.

Sinds oudejaarsavond werden in het kader van de operatie tegen de Unie van Koerdische Gemeenschappen (KCK) al meer dan 200 mensenrechtenactivisten en politici aangehouden. Tijdens hun arrestatie werden zij gehandboeid op een schandalige manier. Onder hen bevinden zich o.a. de voorzitter van de afdeling Diyarbakir van de mensenrechtenorganisatie IHD, zes dienstdoende en negen uitgetreden DTP-burgemeesters. Osman Baydemir, burgemeester van Diyarbakir, kreeg van de rechtbank van Diyarbakir ook een verbod om het land te verlaten in het kader van de operatie tegen de KCK.

Zo te zien is de Turkse staat niet van plan de haatcampagnes van extreemnationalisten te bestrijden. Integendeel. Men roept de mensen zelfs op om het ‘land te redden’ en zich te keren tegen ”de anderen”.

Wij, vier democratische organisaties, vragen de Europese autoriteiten, dringend en krachtig te reageren tegen het geweld die door de Turkse autoriteiten duidelijk gewild, gesteund en goedgekeurd worden.
 
Koerdisch Instituut te Brussel, stichting Info-Türk, Vereniging van de Assyriërs in Brussel en Vereniging van de Democratische Armeniërs in België

Ook in anarchistische en antimilitaristische kringen vallen slachtoffers van Turks overheidsgeweld.

Op 6 januari 2010 vielen agenten in Ankara met geweld activisten aan van het Enver Aydemir- Solidariteitsinitiatief. Bij de actie vielen 23 arrestaties. De activisten eisen de vrijlating van de gewetensbezwaarde Aydemir, die in de militaire gevangenis is gemarteld. Ze maakten in het politiebureau gebruik van hun zwijgrecht. 22 van hen werden vrijgelaten na hun ondervraging door de openbare aanklager nadat ze 24 uur in de gevangenis hadden doorgebracht.

Een van hen echter, een anarchistische activist Volkan Sevinc, werd gevangen gezet. De rechter verklaarde de actie tot een "onwettige bijeenkomst” en Volkan Sevinc werd beschuldigd van het organiseren van die bijeenkomst en het bezit van een wapen. Hij werd opgesloten in de  gevangenis Nr. 1 van Ankara.

Op vrijdag 22 januari om 16u30 vindt in Brussel een solidariteitsactie plaats voor de slachtoffers van de vervolging en de repressie op de anarchistische en  antiautoritaire beweging in Turkije.

Plaats: Turkse Ambassade in Brussel, Rue Montoyer 4, 1000 Brussel


Iets fout of onduidelijk gezien op deze pagina? Laat het ons weten!

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze digitale nieuwsbrief.