20 september is de officiële verkiezingsdag voor de Russische Staatsdoema (parlement), maar er kan in de praktijk al vanaf vandaag, 18 september, gestemd worden. Het zijn de eerste federale parlementsverkiezingen sinds het begin van de grootschalige invasie van Oekraïne.
De verkiezing van de negende Staatsdoema, vindt gelijktijdig plaats met verkiezingen voor 39 regionale parlementen en de gouverneurs van zeven federale deelgebieden. In totaal worden ongeveer 23.000 mandaten verdeeld.
Het belangrijkste kenmerk van deze verkiezingen is dat ze doorgaan tegen de achtergrond van een oorlog die nog altijd voortduurt. Dat schept zowel mogelijkheden als risico's voor het Kremlin. De oorlog biedt de mogelijkheid om kiezers te mobiliseren rond de zogenoemde 'partij van de macht' en politieke tegenstanders af te schilderen als medestanders van de vijand. Tegelijkertijd voeden oorlogsmoeheid, de economische gevolgen van het conflict en de toenemende Oekraïense aanvallen op Russische infrastructuur een onderhuidse onvrede, die de autoriteiten zoveel mogelijk buiten het publieke debat proberen te houden.
Voorspelbare verkiezingsuitslag
De politieke uitkomst van de verkiezingen lijkt vooraf vast te staan. De regerende partij, Verenigd Rusland, zal haar constitutionele meerderheid behouden. De verkiezingscampagne draait daardoor minder om de vraag welke partij de macht kan overnemen, en meer om de onderlinge verhoudingen tussen de partijen die buiten de dominante regeringspartij opereren. Daarbij vormt de strijd om de symbolische derde plaats een aandachtspunt, met de rechts-nationalistische Liberale Democratische Partij van Rusland, de Nieuwe Mensen-partij en Een Rechtvaardig Rusland als belangrijkste kandidaten.
De Communistische Partij zal haar positie als tweede partij behouden, ondanks de politieke druk waaraan ze blootstaat. De enige partij die zich openlijk met een vredesplatform profileert, Yabloko, staat ondertussen onder systemische druk en zal de kiesdrempel niet halen. De omstandigheden waaronder de verkiezingen plaatsvinden roepen vragen op, want onafhankelijke verkiezingswaarneming is in de praktijk nagenoeg afwezig. In 32 regio's wordt ook gebruikgemaakt van elektronisch stemmen vanop afstand, wat de onafhankelijke verificatie van de resultaten verder bemoeilijkt.
Na de verkiezingen zijn drie politieke scenario’s denkbaar. Het eerste, meest waarschijnlijke scenario is inertie. Dit is het scenario waarin het Kremlin de verkiezingsuitslag interpreteert als een bevestiging van zijn huidige koers en het bestaande beleid grotendeels voortzet. Ingrijpende politieke koerswijzigingen zijn uitgesloten, maar het is wel mogelijk dat de autoriteiten gerichte veranderingen doorvoeren binnen het regionale bestuur, waaronder het vervangen of rouleren van gouverneurs. Daarnaast kan het repressieve staatsapparaat verder worden versterkt. In het tweede scenario zullen de autoriteiten het verkiezingsresultaat gebruiken als een mandaat om een nieuwe mobilisatiegolf aan te kondigen of het binnenlandse beleid aan te scherpen onder het voorwendsel van een “externe dreiging”. Het derde, minst waarschijnlijke scenario is een soort overgangsperiode die kan ontstaan wanneer de economische problemen in Rusland verder toenemen en het Russisch leger met ernstige militaire tegenslagen wordt geconfronteerd. Dergelijke omstandigheden kunnen de strijd om de opvolging van Vladimir Poetin binnen de Russische elites intensiveren, wat zou kunnen leiden tot een periode van onvoorspelbare politieke turbulentie.
Vooruitzichten op einde oorlog
Ook de vooruitzichten op een beëindiging van de oorlog in Oekraïne blijven onzeker. Het Kremlin toont zich publiekelijk bereid tot onderhandelingen en laat de mogelijkheid open van een trilaterale ontmoeting tussen Rusland, de Verenigde Staten en Oekraïne, mogelijk al in oktober 2026. Tegelijkertijd blijven de fundamentele standpunten van Moskou en Kiev ver uit elkaar liggen. Moskou eist de terugtrekking van Oekraïense troepen uit het nog niet veroverde gedeelte van de Donbas-regio, terwijl Kiev aandringt op een staakt-het-vuren langs de frontlinie als uitgangspunt voor onderhandelingen. Volgens het Kremlin heeft de regering-Trump in Anchorage al raamwerkovereenkomsten met Rusland bereikt, maar de uitvoering daarvan wordt geblokkeerd door de positie van Kiev en de Europese bondgenoten.
Onder Oekraïense militaire en politieke vertegenwoordigers groeit de consensus dat het meest realistische venster voor een diplomatieke regeling in het voorjaar en de zomer van 2027 ligt. Tegen die tijd zou het Russische commando te maken kunnen krijgen met uitputting van zijn offensieve potentieel. Een voorwaarde is wel dat de Oekraïense verdediging erin slaagt de winter van 2026-2027 te doorstaan. Tegelijkertijd merken waarnemers op dat de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk militaire leveringen aan Kiev in hun begrotingen opnemen tot ten minste 2027, wat de belangstelling van Oekraïense zijde voor een compromis vermindert. Zolang beide partijen ervan uitgaan dat zij hun militaire en economische positie op langere termijn kunnen handhaven, blijft een fundamenteel akkoord moeilijk bereikbaar.
Risico’s op escalatie in de Oostzee
De Baltische Zee-regio is het meest waarschijnlijke punt geworden voor een directe confrontatie tussen Rusland en de NAVO. Het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken heeft officieel verklaard dat de Oostzee door toedoen van het bondgenootschap is veranderd van “een van de rustigste regio’s” in een “zone van militaire rivaliteit”, met een grote kans op ongecontroleerde escalatie. Het aantal incidenten neemt toe: op 14 september 2026 vuurde een Russisch fregat waarschuwingsraketten af in de richting van een Deense helikopter, en de NAVO schoot een drone neer boven Litouwen. Polen stuurde gevechtsvliegtuigen de lucht in naar aanleiding van Russische aanvallen op Oekraïne.
Een aantal factoren vergroot het risico op escalatie, zoals de militarisering van de exclave Kaliningrad, evenals NAVO-oefeningen in de directe nabijheid van de Russische grenzen en het ontbreken van functionerende mechanismen voor directe communicatie en de-escalatie. Elk incident waarbij mensen om het leven komen, zou een kettingreactie kunnen veroorzaken die verder reikt dan het Oekraïense strijdtoneel.
Baltische Zee Vredesconferentie
Tegen de achtergrond van toenemende spanningen staat in november 2026 de 3e Baltische Zee Vredesconferentie gepland, onder de titel ‘The Baltic Sea - A Sea of Peace: From Confrontation to Dialogue’. Deze online conferentie wordt georganiseerd door het ‘International Peace Bureau’, de ‘North German Peace Alliance’ en het ‘Baltic Civil Peace Initiative’ (een netwerk van Russische activisten, wetenschappers en milieudeskundigen), met deelname van organisaties uit Scandinavië.
De conferentie positioneert zich als een strikt partij-onafhankelijk maatschappelijk initiatief, dat losstaat van regeringen. Belangrijke onderwerpen zijn de risico’s van een directe militaire confrontatie in de Oostzeeregio, de economie van confrontatie versus de economie van regionale samenwerking, en milieu- en nucleaire veiligheid. In de regio van de Oostzee bevinden zich immers meer dan 30 kernreactoren en talrijke opslaglocaties voor radioactief afval. Als deze tijdens vijandelijkheden zouden worden vernietigd, zou de regio voor onbepaalde tijd onbewoonbaar kunnen worden. De geschiedenis van de Oostzee is al getekend door de milieuschade die tijdens de twee wereldoorlogen is aangericht, waarvan de gevolgen tot vandaag doorwerken. Militarisering heeft enorme en onmiddellijke gevolgen voor het milieu – van vervuiling tot de vernietiging van de bodem en de vergiftiging van het water.
Een van de doelstellingen van de conferentie is het aannemen van een Baltische Vredesverklaring en het oprichten van een permanent maatschappelijk comité dat projecten kan plannen en coördineren.
De conferentie is een van de weinige overgebleven kanalen voor grensoverschrijdende dialoog in de regio. Officiële contacten tussen Rusland en het Westen zijn vrijwel volledig verbroken sinds het begin van de oorlog. De resultaten van een dergelijke conferentie zullen een adviserend karakter hebben en zullen hoogstwaarschijnlijk geen directe invloed hebben op het beleid van staten. Desondanks heeft het loutere feit dat een dergelijk platform wordt georganiseerd, onder omstandigheden van totale confrontatie, een grote symbolische en maatschappelijke betekenis, omdat het ruimte in stand houdt voor een alternatieve -niet-militaristische- agenda in de Baltische Zee-regio: een agenda waarin veiligheid niet uitsluitend wordt benaderd vanuit militaire afschrikking, maar vanuit dialoog, samenwerking, nucleaire veiligheid en het voorkomen van escalatie.
*De naam van de auteur is een pseudoniem.