De regering-Trump organiseert deze week een nieuwe gespreksronde met het ook op het beëindigen van de recente vijandelijkheden tussen Israël en Libanon.
Er zijn aan het Libanese front geen nieuwe ontwikkelingen die reden geven om optimistisch te zijn dat deze onderhandelingen wél een akkoord zullen opleveren, terwijl twee eerdere rondes dat niet deden. De VS-regering heeft echter een motivatie om aan te sturen op een akkoord: de noodzaak voor president Trump om zichzelf -en de Verenigde Staten- uit de impasse rond de Straat van Hormuz te bevrijden.
De laatste keer dat Iran de blokkade van de zeestraat ophief -een stap die werd teruggedraaid toen Trump zijn eigen blokkade voortzette- was dit als reactie op de aankondiging van een staakt-het-vuren in Libanon.
Iran heeft er vanaf het begin van de oorlog op aangedrongen dat elk staakt-het-vuren alomvattend moet zijn en zowel de Israëlische activiteiten in Libanon als de gevechten in de Perzische Golf moet behelzen. Israël en de Verenigde Staten hebben zich verzet tegen het aan elkaar koppelen van deze twee strijdtonelen in het Midden-Oosten. Maar als een van de partijen in een conflict de twee zaken koppelt, dan is het verband een feit – of de andere partij dat nu wil of niet.
Het Iraanse perspectief op deze kwestie weerspiegelt het feit dat de militaire operaties in Libanon rechtstreeks voortkwamen uit de oorlog tegen Iran. Kort nadat Israël en de VS eind februari die oorlog waren begonnen, reageerde de Libanese Hezbollah door raketten af te vuren op Noord-Israël. Hezbollah is altijd een bondgenoot van Iran geweest dus niemand -en al helemaal de Israëliërs niet- had verbaasd moeten zijn over deze reactie.
Sindsdien zijn de gevechten aan het Libanese front, wat betreft het aantal doden en de mate van verwoesting, net zo eenzijdig als de Israëlische strijd tegen de Palestijnen. Het Israëlische offensief heeft in Libanon aan zo’n 2.700 mensen het leven gekost, terwijl er aan Israëlische zijde 18 militairen en twee burgers zijn omgekomen. Op het hoogtepunt van het offensief waren meer dan een miljoen mensen -ongeveer een vijfde van de Libanese bevolking- ontheemd geraakt en het merendeel van hen is dat nog steeds. De Israëlische strijdkrachten hebben in Zuid-Libanon complete dorpen verwoest.
Het staakt-het-vuren tussen Israël en Libanon dat de VS in maart bemiddelde, heeft -net als de meeste staakt-het-vurenakkoorden waarbij Tel Aviv is betrokken- hooguit geleid tot een vertraging van het tempo van de Israëlische offensieve operaties in plaats van tot een volledige stopzetting. Naast de aanhoudende dodelijke operaties in het zuiden van Libanon voerde Israël nog luchtaanvallen uit in de zuidelijke buitenwijken van de stad Beiroet, waarbij een appartementencomplex werd verwoest.
De gesprekken die deze week in Washington plaatsvinden, zijn ongebruikelijk voor vredesonderhandelingen, in die zin dat ze niet werkelijk tussen de twee strijdende partijen worden gevoerd. De zwakke regering van Libanon wil geen oorlog met Israël, en de oorlog die momenteel woedt, is net zo asymmetrisch van aard als de slachtoffercijfers doen vermoeden. Israël stelt dat zijn vijand Hezbollah is, maar Hezbollah zal niet in de vergaderzaal aanwezig zijn.
De centrale eis van Israël met betrekking tot Libanon is dat Hezbollah ontwapend moet worden. Niemand spreekt echter over het ontwapenen van Israël, of zelfs maar het beperken van diens wapenarsenaal – ook al heeft Israël aan dit front veel meer leed veroorzaakt dan Hezbollah. Hoewel verschillende leden van de Libanese regering de ontwapening van Hezbollah zouden toejuichen, is dat hoe dan ook veel makkelijker gezegd dan gedaan.
Wat een eventuele ontwapening van Hezbollah belet, is deels een kwestie van fysieke capaciteit, maar ook een kwestie van politieke realiteiten binnen Libanon. Hezbollah vertegenwoordigt een aanzienlijk deel van de Libanezen, met name het bijna derde van de bevolking dat sjiiet is. De partij bezet 13 zetels in het Libanese parlement en boekte vorig jaar goede resultaten in de gemeenteraadsverkiezingen.
Een bevestiging van deze realiteiten komt van Nabih Berri, de parlementsvoorzitter van Libanon en een van de machtigste politici van het land. Hij staat aan het hoofd van Amal, de andere grote sjiitische partij in Libanon en een bondgenoot van Hezbollah. Berri verklaarde vorige week dat er geen onderhandelingen met Israël zouden mogen plaatsvinden zolang Israël zijn offensieve militaire operaties in Libanon niet staakt en zich niet terugtrekt uit het zuiden van het land.
Dat soortgelijke sentimenten ook leven buiten het sjiitische segment van de Libanese bevolking, wordt weerspiegeld in het standpunt van president Joseph Aoun, die -net als alle Libanese presidenten- een Maronitische christen is. Aoun biedt weerstand aan de druk van de VS om de Israëlische premier Benjamin Netanyahu te ontmoeten. Hij stelde dat elke dergelijke ontmoeting moet wachten op een stopzetting van de Israëlische offensieve operaties en een terugtrekking van Israël uit Libanon. Dit standpunt van Aoun is de reden waarom de gesprekken van deze week op ambassadeursniveau worden gevoerd.
Hezbollah is niet de voornaamste aanstichter van chaos die op de een of andere manier spontaan is ontstaan, noch is de beweging door Iran aan Libanon opgedrongen. Hezbollah dankt zijn bestaan en snelle opkomst in de jaren 1980 aan eerdere Israëlische militaire offensieven en bezettingen van delen van Libanon. Hezbollah heeft zich geprofileerd als een verdediger, in het bijzonder van de Libanese sjiieten, maar ook van alle Libanezen, tegen de Israëlische agressie.
Deze geschiedenis is bijzonder relevant in het kader van wat Israël vandaag doet in Libanon. Naast de dodelijke luchtaanvallen bezet het een groot deel van Zuid-Libanon, in een herhaling van wat het vier decennia geleden deed. Het viseert specifiek de sjiieten met de eis -die niet in gelijke mate aan andere sektarische groepen wordt gesteld- om hun huizen in dat deel van Libanon te verlaten.
Dergelijke discriminerende eisen zullen bijkomende bitterheid en wraaklust aanwakkeren binnen de sjiitische gemeenschap, die van oudsher de voornaamste steunbasis van Hezbollah vormt. Maar de gevolgen zijn ook zichtbaar in de attitudes van zelfs de Libanezen die liever hadden gezien dat Hezbollah nooit raketten had afgevuurd ter ondersteuning van zijn Iraanse bondgenoot en die de groepering verantwoordelijk houden voor het feit dat Libanon werd meegesleept in de oorlog tussen de VS/Israël en Iran. Geconfronteerd met het leed veroorzaakt door de Israëlische aanvallen -en met het onvermogen van de Libanese regering om hier veel tegenin te brengen, richten veel van deze Libanezen hun blik opnieuw op Hezbollah als hun voornaamste hoop op zelfverdediging.
Een implicatie hiervan is dat, zelfs als er een akkoord wordt bereikt dat de wapens voorlopig doet zwijgen, de ingrediënten voor toekomstige gevechtsrondes aan het Israëlisch-Libanese front aanwezig zullen blijven. Een duurzamere vrede zou afhangen van een volledige en permanente Israëlische terugtrekking uit Libanon, en van de toezegging van de VS dat het zijn invloed zal aanwenden om ervoor te zorgen dat die terugtrekking permanent is.
Het geweld aan het Israëlisch-Libanese front herinnert eraan hoezeer de instabiliteit in het Midden-Oosten voortkomt uit de Israëlische onderwerping van de Palestijnen en het gewelddadige verzet dat dit onvermijdelijk uitlokt. De Israëlische invasie van Libanon in 1982 was gericht tegen de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) in ballingschap. Maar de PLO zou niet eens hebben bestaan als er geen noodzaak was ervaren om de Palestijnen die onder de Israëlische bezetting leven, te bevrijden. De meest recente Israëlische invasie van Libanon, in oktober 2024, vloeide voort uit de verwoestende Israëlische aanval op de Gazastrook die toen al een jaar aan de gang was. In reactie hierop vuurde Hezbollah raketten af op Israël ter ondersteuning van de Palestijnen in Gaza.
De Libanese regering wil dat de Verenigde Staten voldoende druk uitoefent op Israël om een einde te maken aan het huidige Israëlische offensief. Libanon is één van meerdere fronten in het Midden-Oosten waarbij de belangrijkste factor die bepaalt of de instabiliteit zal afnemen, is of de VS Israël onder druk zal zetten. In dit geval zou Trumps wens om zich aan het Iraanse moeras te onttrekken wel eens voldoende kunnen zijn om op zijn minst een staakt-het-vuren te bewerkstelligen dat beter standhoudt dan het huidige, dat voortdurend wordt geschonden.
Of zelfs maar een dergelijke beperkte vorm van overeenstemming wordt bereikt, zal voornamelijk afhangen van de Amerikaans-Israëlische dimensie van de gesprekken van deze week, veel meer dan van de rol van de Libanese regering in de onderhandelingen. Gezien de samenhang met de gebeurtenissen in de Perzische Golf, kunnen afspraken ook deels afhangen van eventuele bredere deals die worden gesloten tijdens de door Pakistan bemiddelde onderhandelingen tussen Iran en de Verenigde Staten.
Dit vertaalde artikel verscheen eerder in 'Responsible Statecraft'.