De olie-en gasindustrie is een smerige sector die de planeet verwoest en onze toekomst op talloze manieren in gevaar brengt. Deze verachtelijke oorlog in Iran is daar slechts het meest recente en meest in het oog springende voorbeeld van.
Op 28 februari lanceerden president Donald Trump en de Israëlische premier Benjamin Netanyahu een oorlog met Iran. Sindsdien heeft het geweld zich over het hele Midden-Oosten verspreid. Op de eerste dag van de bombardementen raakte de VS een basisschool, waarbij meer dan 100 kinderen werden gedood. Iran sloeg terug en viel Israël en basissen van de VS in de Golfregio aan. Israël breidde zijn militaire acties uit naar Syrië en Libanon en bombardeerde flatgebouwen in Beiroet. Een paar weken geleden bombardeerde Israël oliedepots in Teheran, waardoor de lucht in een vlammenzee veranderde en er giftige olie neerviel op een bevolking die groter is dan die van New York City.
Maar het enige waar Amerikanen mee bezig zijn, is de benzineprijs.
Olie is zowel een belangrijke aanjager van deze oorlog als -voorlopig toch- de belangrijkste manier waarop VS-burgers de gevolgen ervan voelen. De oorlog maakt op pijnlijke wijze duidelijk dat we worden gegijzeld door dit giftige slijk dat vervuilend verbrandt, fauna en flora vergiftigt, kanker veroorzaakt en de klimaatverandering versnelt. De noodzaak om er zo snel en volledig mogelijk van af te komen, is nog nooit zo duidelijk geweest.
Een oliecrisis die Trump zelf heeft veroorzaakt
Zelfs Trump wordt onderworpen aan de grillen en eisen van de olie-economie. Sinds hij de oorlog is begonnen, probeert hij wanhopig de chaotische gevolgen op de wereldwijde oliemarkten in toom te houden. Trump mag dan niet bepaald de slimste zijn, maar één fundamentele politieke realiteit begrijpt hij maar al te best: hij kan de Epstein-dossiers verdoezelen, wegkomen met allerlei vormen van fraude en omkoping, en zelfs oorlogsmisdaden begaan, maar hij kan de benzineprijs niet te hoog laten oplopen.
Vanuit strategisch perspectief werd de Straat van Hormuz al snel het brandpunt van de oorlog. Deze smalle doorgang in en uit de Perzische Golf ligt ingeklemd tussen Zuid-Iran en het Omaanse schiereiland Musandam. De zeestraat is een essentiële scheepvaartroute voor 20% van het wereldwijde vloeibare aardgas (LNG) en voor een derde van de wereldwijde handel in kunstmest. Iran die een vrijwel onbetwiste controle heeft over deze zeestraat sloot ze af voor schepen die “banden hebben met de vijand”. Niet-vijandige schepen mogen passeren indien ze tol betalen in Chinese yuan, wat een poging is om de suprematie van de petrodollar te ondermijnen.
De crisis in de Straat van Hormuz is volledig veroorzaakt door Trump zelf en heeft hem aangezet tot een wisselvallige reeks dreigementen, smeekbeden, leugens en onderhandelingen in een poging te voorkomen dat zijn idiote oorlog de wereldeconomie tot stilstand brengt. De VS-president dreigde zelfs met de ontplooiing van de marine om schepen door de zeestraat te begeleiden. Je kan je afvragen wat de matrozen ervan vinden dat ze worden aangeboden als lijfwachten voor tankers uit Qatar, in een omgeving waar ze volledig blootgesteld zouden zijn aan Iraanse drone- en raketaanvallen.
Trump, de olie-imperialist
Trump bekijkt deze oorlog vrijwel uitsluitend door de lens van de olie. In het kader van vermeende onderhandelingen over een staakt-het-vuren beweerde Trump dat Iran “ons een cadeau heeft gegeven… ter waarde van een enorm bedrag… gerelateerd aan olie en gas”. Het bleek dat Iran tien olietankers door de Straat van Hormuz had laten passeren. Trump suggereerde ook dat de hoge benzineprijzen, die zoveel mensen pijn doen aan de pomp, eigenlijk goed zijn voor het land, omdat de VS een netto-exporteur van olie is. “Als de olieprijzen stijgen, verdienen we veel geld”, zei hij – waarbij hij wellicht vergat dat de meeste VS-burgers geen eigenaars zijn van oliemaatschappijen.
Laten we Trumps voortdurende verwijzingen naar olie eens vergelijken met de invasie van Irak door de regering-Bush in 2003. In de periode 2003-2006 werd de bewering dat de oorlog in Irak om olie ging, beschouwd als een complottheorie. Dissidenten en tegenstanders van de oorlog die het durfden opperen, werden uit beleefde debatten geweerd. De suggestie dat de troepen ooit voor zo'n onwaardig doel zouden worden ingezet, werd door Fox News en het Witte Huis onder Bush beschouwd als volstrekt ongepast, zo niet als verraad.
Deze keer wordt er nog nauwelijks gedaan alsof de oorlog van Trump om nobele motieven draait. Hoewel er met wisselende geloofwaardigheid en logica allerlei oorlogsmotieven zijn aangevoerd, -variërend van het stoppen van de nucleaire capaciteiten van Iran tot het inluiden van het bijbelse Armageddon- is de regering-Trump ronduit open over de centrale rol die olie speelt in haar oorlogsmissie. In zekere zin is het bijna verfrissend om een politicus zo openhartig over zijn imperialistische bedoelingen te horen spreken, ook al legt dit de kwaadwilligheid van het VS-imperium helemaal bloot.
Naast de Straat van Hormuz is Trump ook gefocust op het Kharg-eiland, een klein Iraans eiland in de Perzische Golf waar tot 90% van de Iraanse ruwe-olie-export wordt verwerkt. De Republikeinse Senator voor South-Carolina, Lindsey Graham, die tot de meest bloeddorstige oorlogshaviken ter wereld behoort, moedigde Trump aan om het eiland Kharg in te nemen (en vergeleek een dergelijke operatie met de inname van het Japanse eiland Iwo Jima in 1945, waarbij 7.000 mariniers omkwamen – iets waar Lindsey Graham niet van wakker ligt). Tijdens een bespreking van zijn militaire opties zei Trump onlangs zelf: “Het liefst wil ik de olie in Iran in beslag nemen.”
Trump fantaseert al lang openlijk over het inzetten van het leger om olievelden te veroveren. In 2013, nog voordat zijn politieke carrière echt van start ging, tweette hij: “Ik kan nog steeds niet geloven dat we Irak hebben verlaten zonder de olie”, en tijdens de verkiezingen van 2016 herhaalde hij deze drang om de Iraakse olie te plunderen. Voor Trump is dit gewoon hoe de wereld in elkaar zit: als je geweren en bommen grotere gaten maken en heftigere explosies veroorzaken, mag je gewoon nemen wat je wilt, waar ook ter wereld. Er is geen goed, geen kwaad, geen wet.
Dit sluit ook volledig aan bij de manier waarop Trump de olie-industrie in Venezuela heeft aangepakt. Vorig jaar begon hij te beweren dat Venezuela olie van de VS had gestolen, of “unilateraal in beslag had genomen en verkocht”. Hij doelde daarmee op de nationalisatie van de Venezolaanse olie-industrie en de expulsie van VS-oliemaatschappijen uit het land. In januari dit jaar volgde dan de ontvoering van de Venezolaanse president Nicolás Maduro door het VS-leger - een verbazingwekkende schending van internationale rechtsnormen. Eenmaal Maduro van het toneel was verdwenen, begon Trump op dubieuze wijze Venezolaanse olie-inkomsten door te sluizen naar een offshore-rekening in Qatar.
De noodzaak om af te kicken van olie
Dit soort olie-imperialisme gaat het Trump-tijdperk echter ruim vooraf. Vraag dat maar aan andere tegenstanders van het VS-oliemonopolie, zoals Moammar al-Qadhafi of Saddam Hoessein. Olie vormt de kern van het buitenlands beleid van de VS. Het VS-leger is zelf de grootste institutionele vervuiler en verbruiker van fossiele brandstoffen ter wereld. Het is een smerige industrie die de planeet verwoest en onze toekomst op talloze manieren in gevaar brengt. Deze verachtelijke oorlog in Iran is daarvan het meest recente en meest in het oog springende voorbeeld.
Het eenvoudigste antwoord op al deze waanzin is het afkicken van olie. Dat zal niet makkelijk zijn, en we zullen er waarschijnlijk nooit helemaal vanaf komen, maar nu doen we niet eens een poging. Er zijn talloze manieren waarop we onze afhankelijkheid van olie zouden kunnen verminderen en tal van investeringen die we zouden kunnen doen met het oog op een toekomst die zo olievrij mogelijk is. Maar Trump doet er echt alles aan om ons verslaafd te houden, inclusief het starten van een onpopulaire en illegale oorlog.
Trump is altijd al een groot voorstander van fossiele brandstoffen geweest. Hij is dol op de onzinnige uitdrukking “mooie propere steenkool”. Hij noemt groene energie “oplichterij”, en herhaalde al meermaals de volstrekt krankzinnige bewering dat windmolens kanker veroorzaken. Zijn regering vertoont bovendien een psychotische obsessie met het torpederen van initiatieven op het gebied van groene energie. Zo betaalde ze onlangs 1 miljard dollar aan het Franse energiebedrijf 'TotalEnergies' om een windmolenpark te annuleren en in plaats daarvan in olie en gas te investeren.
Olie maakt ons leven vuiler en onveiliger. Oorlogen voeren zodat we het kunnen opgraven totdat het allemaal op is –of totdat wijzelf er niet meer zijn– is een van de domste, roekeloze en zelfvernietigende dingen die de mens ooit heeft gedaan.
Dit vertaalde artikel verscheen eerst op 'Third Rail News'.