Image
gacheke Gachihi

Foto: Gacheke Gachihi

"Armoede is geweld"
Artikel
12 minuten

Kenia heeft een lange geschiedenis van politiegeweld, buitenrechtelijke executies en gedwongen verdwijningen. Een interview met Gacheke Gachihi, activist voor mensenrechten en sociale rechtvaardigheid, en coördinator van het 'Mathare Social Justice Centre' in Nairobi. Hij laat zich inspireren door het Koerdische project voor een 'democratisch confederalisme'.

Het project ‘Missing Voices’, een samenwerkingsverband van Keniaanse sociale organisaties documenteerde in 2020, 157 gevallen van politiedoden en 10 verdwijningen. “Dat zijn de statistieken van een oorlog tegen de armen, een sociaal conflict georganiseerd door de staat om leden van Kenia's allerarmsten te doden”. De commentaar is van Gacheke Gachihi, coördinator van het Mathare Social Justice Centre in Nairobi, een basisorganisatie die campagnes leidt tegen politiegeweld. Hij bevestigt nog zwaardere cijfers die zijn organisatie kon documenteren in de periode 2013 en 2015. Toen vielen er meer dan 800 doden door politiegeweld.

Gacheke was in Brussel op uitnodiging van het Koerdisch Nationaal Congres (KNK) om zijn solidariteit uit te drukken met de Koerdische strijd voor een ‘democratisch confederalisme’, maar ook om eruit te leren en ideeën mee te nemen naar zijn thuisstad Nairobi, de Keniaanse hoofdstad. Gacheke: “Onze strijd moet verbonden zijn met andere bewegingen en activisten om te overleven. We moeten ons verzet verenigen en elkaars campagnes steunen.”

Vanwaar komt je activisme?

“Oorspronkelijk ben ik niet geboren in Nairobi, ik kwam er pas jaren later terecht. Ik groeide op in de Rift vallei, op het Keniaanse platteland. Mijn grootvader werd daar tijdens de kolonisatie door de Britten naartoe gebracht om te werken als landarbeider. Mijn moeder en ikzelf zijn daar geboren als leden van de Kikuyu gemeenschap, de grootste etnische groep in Kenia. In mijn vroege jeugd bewerkte ik bosgrond in een plaats genaamd Kericho. De politiek in Kenya is erg etnisch geladen. De Britse kolonisator verdeelde de etnische gemeenschappen. De Kikuyu gemeenschap speelde een belangrijke rol in de onafhankelijkheidsstrijd en de Mau Mau-opstand in de jaren 1950. Tot vandaag heerst in Kenia de etnische politiek, wat wil zeggen dat politieke mobilisatie voornamelijk langs etnische breuklijnen verloopt. We leefden in een etnische grensregio met veel geweld waardoor we ons gedwongen zagen de streek te verlaten.”

“Toen Daniel Arap Moi in 1978 aan de macht kwam, werd Kenia een eenpartijstaat. Begin jaren 1990 kwam ik in Nairobi terecht waar ik overleefde met het wassen van auto’s. Ik leefde op straat tot ik onderdak vond bij een katholieke organisatie voor daklozen waardoor ik terug naar de lagere school kon gaan. Ik was toen 14 jaar. Daarna kon ik naar de humaniora, maar er was niet genoeg geld om mijn studies te betalen. Daardoor bleef ik verder wat geld verdienen met het wassen van auto’s. Het is in die periode dat ik geregeld in aanraking kwam met de politie. Ik werd talloze keren gearresteerd en geslagen. Dat maakte me erg bitter, maar het deed me wel in het mensenrechtenactivisme belanden. Later werd het meerpartijensysteem terug ingevoerd en waren de omstandigheden beter voor mensenrechtenactivisten. Advocaten keerden terug uit ballingschap en engageerden zich in mensenrechtenorganisaties tegen het politiegeweld en de corruptie. Zelf zette ik me in voor de autowassers en verspreidde pamfletten en posters tegen het politiegeweld. Dat had resultaat. De jongeren in de autowasserij voelden zich gesteund en geraakten bewust. Ze zeiden: vanwaar heb je die affiches? Breng er meer mee. Ik zag de impact en besloot om me helemaal voor de mensenrechten in te zetten. Na mijn studies, in 1998, liep ik stage bij de Keniaanse mensenrechtencommissie om daar zaken op te volgen. Daar streden we voor een nieuwe grondwet.”

Na jouw stage ben je actief gebleven?

“Ik vond werk bij een andere organisatie die strijd voerde tegen folterpraktijken. Dat deed ik tot 2010. Het was hoofdzakelijk administratief en juridisch werk. Ik vond dat ik losgekoppeld geraakte van het echte mensenrechtenwerk aan de basis in de buitenwijken van Nairobi. Daarom dat ik betrokken geraakt bij de oprichting van het Mathare Social Justice Centre, die de mensenrechtenbeweging wil inspireren vanaf de onderkant van de samenleving. In het bijzonder vanuit het perspectief van de sociale rechtvaardigheid. Mensenrechten worden vaak legalistisch benaderd. Sociale rechtvaardigheid spreekt over het recht op water, gezondheidszorg, onderwijs, etc. Het gaat om een gemeenschapsgerichte organisatie. Het is dus in de eerste plaats een beweging.”

Je leeft in een staat die formeel een democratie is, maar in werkelijkheid met heel wat problemen kampt als het over democratie gaat. Wat zijn de omstandigheden waarin je moet werken?

“De situatie is moeilijk. Armoede is geweld. We zitten met een politiemacht die nog steeds opereert als een koloniale organisatie die controle uitoefent op de bevolking in dienst van de macht. Dat is niet veranderd. Mathare is een sloppenwijk in Nairobi, omringd door politiestations met de bedoeling om de controle over de buurt uit te oefenen. Armen worden vaak lastig gevallen door de politie. In de arme buurten worden mensen, vooral jongeren, gecriminaliseerd. Vaak krijgen we te maken met buitengerechtelijke executies. Sommigen zijn activist. Zo is er recent een zaak aan het licht gekomen van een verdwenen advocaat die vermoord is teruggevonden. Zijn lijk was in een rivier gedumpt. De moord kreeg internationale belangstelling waardoor de regering onder druk kwam te staan om de zaak te onderzoeken. Het kan dus om een advocaat of activist gaan, maar vaak ook een gewone arme inwoner van de wijk die ervan verdacht wordt een of andere misdaad te hebben begaan. De politie staat er bekend voor om verdachten af te persen voor geld en zit vaak zelf ook verwikkeld in illegale drug- en wapentrafieken, mensenhandel met vluchtelingen uit Ethiopië, … De politie is volledig in opspraak geraakt.”

Hoe komt het dat Kenia ook met zoveel politiek geweld te maken heeft?

“Er is een verschil tussen Kenia, Tanzania en Oeganda. Dat laatste land was een Brits protectoraat. Tanzania was een Duits protectoraat en evenmin een klassieke kolonie. Kenia was daarentegen een volwaardige Britse kolonie. De structuur van de neokoloniale staat is nooit helemaal verdwenen. Wanneer je achter de politieke schermen kijkt dan zie je een heersende klasse die zich aan de macht vastklampt. De Kenyatta-familie is de grootste landeigenaar in Kenia. Jomo Kenyatta was de eerste president van Kenia. Zijn zoon Uhuru was de vierde president. Jomo was een vrijheidsstrijder die deel begon uit te maken van het neokoloniale systeem, economisch en politiek.

Na Jomo Kenyatta kwam Arap Moi aan de macht, die deel uitmaakte van het systeem en president was van 1978 tot 2002. Vervolgens won een breed verenigd front van oppositie en middenveld (de ‘regenboogcoalitie’) de verkiezingen, waarop hun kandidaat Mwai Kibaki president werd. Het volk was de corruptie en autoritaire regeerstijl van Kenyatta en Moi beu. Het kwam tot bescheiden democratiseringen met een opportuniteit voor de uitbouw van een grassrootsbeweging. In 2007 kwam het land evenwel in een zware politieke crisis terecht. De regenboogcoalitie viel uiteen en Raila Odinga werd een politieke tegenstander van Kibaki. Odinga verloor nipt de verkiezingen van Kibaki die zo aan zijn tweede termijn als president kon beginnen. Daarbij kwam het op straat tot hevig geweld waarbij rond de 1000 mensen zijn gedood. De bevolking is diep verdeeld langs etnische lijnen waarbij Kikuyu meestal de politieke macht naar zich toetrekken. Dat zorgt voor spanningen.”

De etniciteit blijft het politieke systeem in Kenia blijkbaar domineren.

“Als sociale beweging is het niet evident om de koloniale erfenis van etnische verdeel- en heerspolitiek te overstijgen. We proberen als beweging mensen te mobiliseren rond kwesties van sociale rechtvaardigheid. We bouwen aan een nieuwe generatie rond de originele ideeën van het panafrikanisme. We omarmen ook het Koerdische project voor een democratisch confederalisme. Het gaat over de opbouw van macht van onderuit die voorbijgaat aan de heersende etnische verdeeldheid en niet langer vasthangt aan koloniale grenzen. De toekomst van Afrika en van Kenia is alleen maar verzekerd als we erin slagen de koloniale grenzen te doen verdwijnen. Je vriend is een Masai, je grootvader is van Tanzania, je moeder is van Kenia… . De koloniale grenzen zijn een gevolg van de Conferentie van Berlijn (die in 1884-1885 de koloniale opdeling van Afrika bezegelde, nvdr). De bewoners van het opgedeelde continent, de Afrikanen, hadden daarin geen enkele inspraak. We zien hetzelfde bij het Koerdische volk. Het betaalt daarvoor een zware prijs.”

Waarom ben je zo geïnteresseerd in de Koerdische kwestie?

“Daar zijn twee redenen voor. Ten eerste, Kenia verraadde hun leider, Abdullah Öcalan, door toe te staan dat de Turkse geheime dienst hem in 1999 kon ontvoeren in Nairobi, waar hij op zijn vlucht een veilig onderkomen had gezocht. Je moet je voorstellen dat dit kon gebeuren in een land dat door Nelson Mandela kort na zijn vrijlating in 1990, bezocht werd omdat hij zich geïnspireerd voelde door de Keniaanse onafhankelijkheidsbeweging. Een decennium later pleegde Kenia dan verraad aan een andere vrijheidsstrijder. Mijn generatie moet Koerdische jongeren duidelijk maken dat we er ons van bewust zijn dat ons land hen heeft verraden. Ten tweede, we hebben veel te leren van hun weerbaarheid en politiek project. De Koerdische beweging ontwikkelde nieuwe ideeën geïnspireerd op het werk van Murray Bookchin. We kunnen in Kenia leren uit hun projecten (voor zelforganisatie, directe democratie, pluralisme, gendergelijkheid, ecologische rechtvaardigheid, coöperatieve economie, etc, nvdr). We moeten onze gelijkaardige geschiedenis met elkaar verbinden. We leven in voormalige kolonies. We delen ook de dezelfde geschiedenis van strijd over natuurlijke grondstoffen, zoals water en bossen. We hebben allen te maken met een crisis van het kapitalisme. De Koerdische bevrijdingsbeweging zoekt een antwoord in dat krachtige model van democratisch confederalisme dat men in Rojava (Noord-Syrië, nvdr) probeert uit te voeren. Een vriend van me ging naar een MST-school (‘Movimento dos Trabalhadores Rurais Sem Terra’, de beweging van landlozen, nvdr.) in Brazilië waar ook vrouwen van Rojava aanwezig waren. Hij was zwaar onder de indruk van de strijd van de vrouwen in Rojava. Hij leerde er ook over ecologische rechtvaardigheid. Het zette er ons toe aan om een boomplantcampagne op te zetten.Ter nagedachtenis van elk slachtoffer plantten we een boom als bijdrage aan het gezonder maken van moeder aarde. De mensen bezoeken de boom en zorgen dat het afval verdwijnt. Door mensenrechten en natuur aan elkaar te koppelen hopen we de betrokkenheid van mensen bij die thematiek vergroten.”

Door de brede betekenis die jullie hechten aan mensenrechten, door te werken aan sociale en ecologische rechtvaardigheid lijken jullie een volwaardige politieke beweging, meer dan een mensenrechtenorganisatie.

“Maar niet als partijpolitieke beweging in een land dat een geschiedenis heeft van etnische mobilisering. De belangrijkste partijen werken op etnische basis. Als we een partij zouden oprichten riskeren we mensen te verliezen. Dan zouden ze zeggen dat het een partij is van Gacheke en hij is een Kikuyo. Dan wordt het voor de mensen een Kikuyo-partij. Ook al leven we in dezelfde buurt, de mensen zijn van verschillende etnische groepen afkomstig. We moeten dus bouwen aan een populaire sociale beweging. Misschien kan dat de weg bereiden naar een alternatief politiek leiderschap. Momenteel zijn we niet in staat om de gevestigde politieke macht uit te dagen in de partijpolitieke arena, net omdat we een politieke cultuur kennen van partijen die op etnische basis zijn georganiseerd. Het is beter om een sterke beweging voor sociale rechtvaardigheid uit te bouwen.”

Hoe zijn jullie actief, wat zijn jullie projecten of campagnes?

“Eerst en vooral gaan we in dialoog met de gemeenschap. Bijvoorbeeld als er een probleem is met water, dan discussiëren we daarover, verzamelen we mogelijke oplossingen en treden in actie. Dat kan een petitie zijn aan de lokale overheid. Als die onze brief niet beantwoordt, organiseren we een protestmanifestatie. Op dezelfde wijze treden we naar buiten om ons te verzetten tegen buitengerechtelijke moorden. We werken niet vanuit één centrum. Ondertussen hebben we 21 centra verspreid over Nairobi. Momenteel voeren we elk jaar campagne onder de noemer ‘Saba Saba, mars voor het leven’ om respect te eisen voor de grondwet, een einde te vragen aan het politiegeweld, maar ook om te pleiten voor een grotere bestaanszekerheid voor de mensen. We laten ons inspireren door de beweging ‘Black Lives matter’. We bouwen voort op de Saba Saba traditie. Saba Saba wil zeggen ‘zeven, zeven’ een verwijzing naar 7 juli 1990 toen de Kenianen de straten op trokken om vrije verkiezingen te eisen. De jongste protestmanifestatie was om de dalende koopkracht aan te klagen. Na het massale protest daalden de prijzen voor maïsmeel. Het heeft dus impact.”

Denk je dat het haalbaar is om het concept van een democratisch confederalisme toe te passen in Kenia?

“We willen wat de Koerden doen niet kopiëren. We leven in een maatschappij waar we al jaren moeten kampen met de gevolgen van de koloniale verdeeldheid, waar mensen inmiddels de hoop hebben verloren in termen van democratische veranderingen en perspectief. In een regio met veel nationaliteiten, moet je starten met het creëren van instellingen waar iedereen kan aan deelnemen. Afrikanen kunnen zich herkennen in het democratisch confederalisme want het leunt aan tegen het pan-Afrikanisme en het streven om de koloniale grenzen te verwijderen. Mathare Sociale Justice Centre is een centrum waar we gemeenschapsgericht de strijd voeren voor het recht op water, gezondheidszorg, onderwijs en voedsel. Toen we startten was dat op lokale basis. Het is niet wij die ervoor gezorgd hebben dat er ook elders dergelijke centra kwamen. Mensen uit Dandora, een andere wijk in Nairobi, kwamen kijken en vonden dat ze ook zo’n centrum in hun wijk nodig hadden om iets te doen aan het afval in de straten en het politiegeweld. En zo werd het ene centrum na het andere opgericht en werken we bijna spontaan op onze eigen manier in de geest van het democratisch confederalisme. Het succes zorgde ervoor dat de grote maatschappelijke middenveldorganisaties die weinig banden hebben met de arme bevolking, maar wel over middelen beschikken, kwamen aankloppen om met ons samen te werken. Peace Brigades International is zo’n organisatie die ons contacteerde naar aanleiding van een bijeenkomst ter voorbereiding van een ontmoeting op de VS-ambassade. Het zorgde ervoor dat we met alle 21 centra een ‘werkgroep’ vormden met telkens twee vertegenwoordigers. Tegenwoordig vergadert deze werkgroep elke twee weken, telkens in een ander centrum. We zijn geëvolueerd naar een algemene assemblée van autonome gemeenschapscentra die werken op basis van een gezamenlijk handvest. Ik kan je verzekeren dat we erin geslaagd zijn een sterke identiteit te ontwikkelen.”

Hoe maken jullie de verbinding met de bevolking?

“Heel simpel, we zijn gemeenschapsgericht. Het zijn de mensen van de buurten zelf die de centra oprichten, de problemen bespreken en aanpakken. Elke centrum voert campagne voor het recht op water, gezondheidszorg, enzovoort. We zijn nu bezig met het volgende stadium om die problemen aan te pakken met de oprichting van coöperatieven en een gemeenschappelijke aanpak, net zoals dat in Rojava gebeurt. Dat is een hele uitdaging omdat we actief zijn in arme wijken waar we nog hard moeten werken aan de intellectuele capaciteit. Daarom dat we er nu aan denken om een ‘academie voor intellectuele moderniteit’ op te richten. In november houden we daarover een conferentie. Hopelijk kunnen we in de nabije toekomst naar Rojava reizen om er verder te leren uit hun ervaringen.”


Iets fout of onduidelijk gezien op deze pagina? Laat het ons weten!

Land

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze digitale nieuwsbrief.