Image
primaire populaire

Foto: Mathilde Desgranges, CC 0.2

De campagne voor de Franse presidentsverkiezingen is op gang getrokken
Artikel
17 minuten

Op 10 april trekt Frankrijk naar de stembus om een opvolger te kiezen voor Emmanuel Macron. Op het moment van dit schrijven heeft Macron zijn kandidatuur voor een tweede termijn van 5 jaar nog niet bevestigd, maar hij verklaarde onlangs “wel zin te hebben” om zijn kandidatuur te stellen en analisten verwachten dat hij dat eerstdaags ook zal doen.  

39 Franse staatsburgers waren hem voor en stelden zich wel reeds kandidaat voor het hoogste ambt, al zullen de meesten van hen geen rol van betekenis spelen. Indien er geen absolute winnaar uit de bus komt in de eerste ronde van de verkiezingen, volgt op 24 april een tweede ronde. De grote vraag is wie in die tweede ronde tegenover elkaar zal komen te staan, want het lijkt schier onmogelijk dat de beslissing al valt op 10 april. 

Tot een paar maanden geleden leek het land af te stevenen op een heruitgave van de tweede ronde van de presidentsverkiezingen van 2017: EmManuel Macron van de centrumpartij ‘La République En Marche’ (LREM), versus Marine Le Pen van het extreemrechtse ‘Rassemblement National’ (RN). Maar er verscheen een onverwachte kaper op de kust.    

Zemmour

Politiek polemist en TV-persoonlijkheid Eric Zemmour heeft zich pijlsnel gemanifesteerd als onontkoombare hoofdrolspeler in de aanloop naar de verkiezingen. Aan zijn profileringsdrang in de weken voordien was het al duidelijk dat hij van plan was om zich kandidaat te stellen en op 30 november 2021 maakte de 63-jarige extreemrechtse populist het ook officieel

Op zijn eerste verkiezingsmeeting op 5 december in het ‘Parc des expositions de Villepinte’ (Parijs) kondigde hij de oprichting aan van zijn eigen partij, ‘Reconquête’ (Herovering) – een naam die verdacht veel doet denken aan de middeleeuwse Spaans-katholieke Reconquista tegen de moslims. En dat is uiteraard geen toeval. 

Zemmour maakt regelmatig islamofobe opmerkingen en werd in 2018 zelfs veroordeeld (bevestigd in beroep in 2019) voor religieuze haat gericht tegen moslims. Hij was toen niet aan zijn proefstuk toe. In de jaren ervoor werd hij meermaals aangeklaagd en in 2011 werd hij veroordeeld voor het provoceren van rassenhaat. Momenteel loopt er een rechtszaak tegen hem omdat hij op de televisie stelde dat onbegeleide minderjarige immigranten “dieven, moordenaars en verkrachters” zijn. Het vonnis wordt verwacht op 17 januari.   

Met zijn standpunten vormt Zemmour een politieke bedreiging voor het extreemrechtse Rassembelement National.

Met zijn islamofobe, anti-immigratie en seksistische standpunten vormt Zemmour in de eerste plaats een politieke bedreiging voor het inmiddels gevestigde extreemrechts van het RN. Marion Le Pen voelt de hete adem van Zemmour inderdaad in haar nek blazen. Volgens de meest recente peilingen staat Le Pen een tikkeltje voorop, maar het is duidelijk dat Zemmour al een pak kiezers van Le Pen heeft afgesnoept en er zijn nog wat maanden te gaan. 

Fascisme

Op 15 december 2021, 10 dagen na de lancering van Reconquête, beweerde de partij al 60.000 leden te tellen. Veel lokale vertegenwoordigers van de partij zouden uit de rangen komen van de RN en de ‘mouvance identitaire’, de Franse versie van de pan-Europese extreemrechtse beweging die pleit voor het behoud van de nationale identiteit en een terugkeer naar de ‘traditionele waarden’ van de Westerse wereld en cultuur. 

De leden van identitaire en neo-nazistische groeperingen maakten hun aanwezigheid pijnlijk duidelijk op Zemmours verkiezingsmeeting in Villepinte, waar ze geweldloze antiracistische activisten aanvielen. Ook de media werd geviseerd en een filmploeg van de linkse nieuwssite Médiapart kreeg zelfs klappen. Volgens Franse correspondenten hing er een met geweld geladen sfeer, vergelijkbaar met de verkiezingscampagnes destijds van Jean-Marie Le Pen.   

Het waren de verklaringen van Zemmour over ras, immigratie en moslims die op de meeste bijval konden rekenen bij de meer dan 10.000 aanwezigen in Villepinte. Hij benadrukte er ook het gevaar dat de Franse bevolking “vervangen” dreigt te worden door gekleurde immigranten – de ‘grote vervangingstheorie’ is populair bij witte supremacisten en een stokpaardje van Zemmour. 

Ondanks deze standpunten zijn er politieke theoretici die zich bezighouden met te argumenteren dat Zemmour geen fascist is omdat hij niet voortspruit uit een politiek fascistische traditie zoals dat bij Marine Le Pen wel het geval is. Dat laatste is waar, maar het maakt Zemmours ideeën er zeker niet minder fascistisch op. 

Zemmour versus Le Pen

Er zijn wel twee belangrijke verschillen tussen de twee extreemrechtse rivalen. Ten eerste profileert Zemmour, die afgestudeerd is aan de Parijse elite-universiteit ‘Sciences Po’, zich als een hoog gecultiveerde politieke intellectueel. Hij verwijst graag naar Franse historische figuren uit de autoritaire traditie, zoals Napoleon Bonaparte, en noemt zichzelf een echte Gaullist. Hiermee spreekt hij uitdrukkelijk de reactionaire kiezers aan die in 2017 stemden voor François Fillon, de conservatieve kandidaat van de economisch ultraliberale en politiek rechtse partij ‘Les Républicains’ (LR). (Fillon werd toen derde in de eerste ronde met 20,01% van de stemmen.)  

Terwijl Zemmour populairder is bij de rijke ultrarechtse patriottische bourgeoisie, spreekt Le Pen eerder de kleine man aan (arbeiders, bedienden, kleine zelfstandigen, werklozen), met sociale standpunten die weliswaar iedereen die niet beantwoordt aan het extreemrechtse idee van het Franse volk, buitensluiten. Maar de kracht van een mediafiguur valt niet te onderschatten, in die zin dat de traditionele politieke scheidingslijnen gemakkelijk overschreden worden door een electoraat dat graag op persoonlijkheden stemt. Bovendien is een aanzienlijk deel van de RN achterban niet tevreden met de ‘gematigdere’ lijn van Marine Le Pen.      

Het tweede verschil tussen Le Pen en Zemmour is de manier waarop eerstgenoemde sinds jaar en dag door het politieke media-establishment gemeden wordt en laatstgenoemde er net een uitgesproken product van is. 

Zemmour begon zijn carrière als conservatief journalist achtereenvolgens bij de rechtse dagbladen ‘Le Quotidien de Paris’, ‘InfoMatin’ en ‘Le Figaro’, daarnaast draagt hij freelance bij aan verschillende magazines. Hij is de auteur van een aantal boeken (o.a. een bibliografie over president Jacques Chirac) en politieke essays waarin hij o.a. tekeergaat tegen de “ontmannelijking” van de samenleving, het “heilige anti-racisme”, de “macht van de mei-68 generatie” en “de groeiende invloed van de islam op de maatschappij”. 

Zemmour werd grootgemaakt en gecultiveerd door de Franse mainstream media.

Vanaf 2003 verscheen Zemmour wekelijks op de televisiezender I-Télé, tot zijn contract in 2014 verbroken werd omwille van zijn uitspraken over moslims. Maar ondertussen was Zemmour al uitgegroeid tot een bekend mediafiguur, met onder meer vaste verschijningen op het populaire radiostation RTL, de TV-zender Canal+ en een veelbekeken talkshow op France 2, het grootste televisiekanaal van de staat. Zemmour werd dus grootgemaakt en gecultiveerd door de Franse mainstream media. 

Alomtegenwoordig

Zijn job van 2019 tot eind 2021, als redacteur van een dagelijks programma dat uitgezonden werd op CNews, bood hem een uitstekend politiek platform. Op deze nieuwszender, eigendom van de ultrakatholieke conservatieve zaken- en mediamagnaat, Vincent Bolloré, kon Zemmour vijf dagen per week een uur quasi ongecontesteerd zijn reactionaire en islamofobe ideeën spuien. CNews wordt beschouwd als een soort Franse tegenhanger van het Amerikaanse Fox News, met duidelijke rechtse en extreemrechtse sympathieën. 

De verkoop van Zemmours recentste boek ‘La France n'a pas dit son dernier mot’, waarin hij de staat van het land opmaakt en ‘oplossingen’ aanreikt om “het verval van Frankrijk” tegen te gaan, loopt als een trein. De publicatiedatum, september 2021, was perfect getimed als onderdeel van zijn campagne. Nog voor de formele bekendmaking van zijn kandidatuur rolden zijn ideeën dankzij het boek al volop over de tongen en werd hij massaal door de media uitgenodigd om zijn zegje te doen.   

Van zodra hij zich officieel aansloot bij de race om het presidentiële ambt, eiste de ‘Conseil supérieur de l'audiovisuel’ (die de vrijheid van de audiovisuele communicatie in Frankrijk moet garanderen), dat de media-blootstelling van Zemmour teruggebracht werd naar het niveau van andere politici. CNews maakte bezwaar, maar ontsloeg hem uiteindelijk toch schoorvoetend. 

Dat betekent echter niet dat Zemmour plots veel minder in de media te bespeuren is. Op CNews blijft hij de man wiens standpunten het meest besproken worden en die de meeste spreektijd krijgt. Het helpt dat Zemmours grote medestander achter de schermen, Bolloré, zijn greep op de Franse media blijft uitbreiden. Inmiddels controleert hij ook de populaire radiozender Europe 1 en wil hij het deel van de mediapijler van de Lagardère Groep dat nog niet in zijn bezit is, opslokken . 

Eric Zemmour is alomtegenwoordig in zowat alle Franse media.

En Zemmour is niet uitsluitend alomtegenwoordig in het media-imperium van Bolloré. Ook de andere populaire media lopen zich voor de voeten om het fenomeen te volgen, te bekritiseren of een platform te geven, om nog maar te zwijgen over de sociale media. 

Omwille van hun extreemrechtse, populistische standpunten en doordat beide heren groot geworden zijn dankzij de media, worden vaak vergelijkingen getrokken tussen Eric Zemmour en Donald Trump (die tussen 2011 en 2015 wekelijks op Fox News verscheen). 

Een andere gelijkenis is dat Zemmour even hard van leer trekt tegen diezelfde media als Trump. Beiden beweren er pathetisch “een slachtoffer” van te zijn van zodra er een kritische noot valt. En dan zijn er ook nog de meerdere beschuldigingen van seksistisch en seksueel overschrijdend gedrag die opdoken. Zemmours advocaat doet ze achteloos af als leugens en politieke aanvallen, net zoals Trump beweert dat de vrouwen in kwestie uit zijn op roem, geld of een politieke afrekening.  

Précesse

Op 4 december 2021 won Valérie Pécresse de nominatie voor Les Républicains. Ze is de eerste vrouwelijke kandidate in de geschiedenis van de partij. Ooit was ze raadgever van Jacques Chirac, ze bekleedde ministerposten onder het presidentschap van Nicolas Sarkozy en is close met François Fillon. Zelf behoort Pécresse niet tot de extremere vleugel van de partij, maar het platform waarmee ze voor de dag komt wijst duidelijk op een verharding van haar standpunten.   

De invloed van Le Pen en Zemmour op de thema’s en de toon van de hele verkiezingscampagne is immens en LR is niet de enige partij die vreest voor de impact op haar achterban. Het gevolg is een algemene verschuiving naar rechts bij de andere rechtse en centrumpartijen, vooral wat immigratie betreft. 
Zo neemt Précresse de grote lijnen van Fillons harde immigratieprogramma van 2017 over – de invoer van quota, het moeilijker maken van gezinshereniging, enz. Daarnaast stelt ze voor om de toegang tot de sociale zekerheid voor buitenlanders te verbieden tot ze vijf jaar in het land geleefd hebben.

De invloed van Le Pen en Zemmour op de thema’s en de toon van de hele verkiezingscampagne is immens.

Wat haar economisch programma betreft, zijn er geen verrassingen: LR is ultraliberaal. Pécresse breidde wel ook een sociaal luik aan haar campagne, gebaseerd op gelijke kansen in het onderwijs. Met deze drie pijlers heeft ze het potentieel om zowat het hele rechtse politieke spectrum aan te spreken.   

Precies daarom vormt Pécresse een geduchte tegenstander voor Macron, wiens partij de naar het centrum neigende LR-stemmers die Fillon te extreem vonden, onderdak gaf in 2017. Guillaume Peltier, de voormalige nummer twee van LR oordeelde op 9 januari: "Valérie Pécresse en Emmanuel Macron, dat is hetzelfde" en sprak zijn steun uit voor Zemmour, “de enige echte kandidaat van rechts”.  

In alle peilingen blijft Macron voorop staan, maar Pécresse is op het moment van dit schrijven (9 januari) in sommige peilingen over Le Pen en Zemmour naar de tweede plaats gesprongen – al liggen de percentages van deze drie kandidaten dicht bij elkaar. En het gaat uiteraard om een momentopname. 

Het parcours naar de eigenlijke verkiezingen is nog lang. De standpunten, de uitspraken en het gedrag van de kandidaten, de gebeurtenissen in de maatschappij en de wereld, maar ook de voortdurende publicatie van kiezerspeilingen, zullen allemaal een invloed hebben op de uiteindelijke uitslag – en het zou zeker niet de eerste keer zijn dat de peilingen de bal volledig misslaan.

Zoals het er nu voorstaat lijken de presidentsverkiezingen echter uit te draaien op Emmanuel Macron tegen de rechtse tot extreemrechtse partijen -LR, Reconquête en RN- die tot op zekere hoogte in dezelfde vijver vissen.  

Centrumlinks 

Hoe zit het met links? Het ziet ernaar uit dat het eeuwig verdeelde links in Frankrijk opnieuw gedoemd is tot een tweede ronde waarin ze centrumrechts zal moeten steunen om te voorkomen dat extreemrechts aan de macht komt. Dat lijkt onbegrijpelijk in een maatschappij waarin sociale thema’s -openbare gezondheidszorg, onderwijs, koopkracht, ongelijkheid, enzovoort - extra op de voorgrond getreden zijn in de context van een wereldwijde pandemie. Toch verdrinken deze thema’s veel te gemakkelijk in een politieke media-omgeving die gegijzeld lijkt door een reactionair, identitair en nationalistisch denkkader.

Op 14 oktober nomineerde de sociaaldemocratische ‘Parti Socialiste’ (PS), de burgemeester van Parijs, Anne Hidalgo, als haar presidentskandidate. Hidalgo geniet zeker enige populariteit bij de progressieve professionele stedelijke klassen, maar het publieke gezicht zijn van het rijkste stedelijke centrum van het land, brengt je niet veel verder in de provincies waar de vijandigheid ten opzichte van grootstedelijke elites alleen maar gegroeid is, noch herpositioneert het de PS als een partij die voeling heeft met de traditionele socialistische achterban.   

Hidalgo’s zeer selectieve voorstel om de lonen van leerkrachten te verdubbelen, zal de geloofwaardigheid en de relevantie van de PS, die sinds het presidentschap van François Hollande (2012-2017) volledig in elkaar gezakt is, niet kunnen herstellen. Indien er vandaag verkiezingen zouden doorgaan, haalt ze volgens peilingen amper 4% van de stemmen binnen. 

Macron is in feite de politieke erfgenaam van de PS. Als voormalig minister van Economie onder Hollande nam Macron bij zijn vertrek in de zomer van 2016 een hele reeks centristische PS-functionarissen in zijn kielzog mee. Hoewel hij sinds zijn aantreden als president duidelijk naar rechts is opgeschoven, komen zijn politieke recepten -loyaliteit aan Europa, het inkrimpen van de welvaartsstaat, het creëren van een zakenvriendelijk klimaat, strikt secularisme, ...- grotendeels overeen met die van de gemiddelde sociaaldemocratische centrumpartij vandaag.   

De ruimte in het centrum, links van Macrons LREM, lijkt op 10 april alvast niet opgevuld te zullen worden door de PS. Die rol is eerder weggelegd voor de Groenen (Europe Écologie Les Verts – EELV), met presidentskandidaat Yannick Jadot. In 2017 trok Jadot -als reactie op beschuldigingen van het verdelen van de centrumlinkse stem- zijn kandidatuur in ten gunste van PS-kandidaat Benoît Hamon, maar die kon slechts 6,36% van de kiezers overtuigen. Nu staat Jadot als gezicht van de Groenen op ongeveer 8% in de peilingen.  

Primaire Populaire

Naast Anne Hidalgo en Yannick Jadot, zijn Nathalie Arthaud (‘Lutte Ouvrière’), Philippe Poutou (‘Nouveau Parti Anticapitaliste’), Fabien Roussel (‘Parti Communiste Française’), Jean-Luc Mélenchon (‘La France Insoumise’), en de onafhankelijke ex-PS-er Arnaud Montebourg allemaal presidentskandidaten die zich aan de linkerzijde van het politieke spectrum bevinden. Het gevolg is dat de groene en linkse stem versnipperd is. 

In een poging om deze verdeeldheid te bestrijden, wordt van 27 tot 30 januari een ‘Primaire Populaire’ georganiseerd. Dit burgerinitiatief gelanceerd in oktober 2020 door een collectief van sociale bewegingen en activisten -antiracisten, feministen, ecologisten, ... - heeft tot doel om één presidentskandidaat te kiezen die gesteund wordt door het hele linkse politieke landschap. Ze geloven dat dit de enige manier is waarop links een vuist zal kunnen maken tegen rechts en extreemrechts.  

In een poging om de verdeeldheid aan linkerzijde te bestrijden, wordt van 27 tot 30 januari een ‘Primaire Populaire’ georganiseerd.

Hoewel de grote meerderheid van de kiezers die zichzelf als links bestempelen voorstander is van een eenheidskandidaat, dat de Primaire Populaire publieke steun kreeg van een reeks bekende Fransen (waaronder de actrice Juliette Binoche) en dat al meer dan 300.000 mensen zich hebben geregistreerd om te stemmen, lopen de linkse partijen allesbehalve warm voor het initiatief.

De belangrijkste linkse presidentskandidaat Jean-Luc Mélenchon van ‘La France Insoumise’ (LIS) verwierp op 3 januari definitief zijn deelname aan de Primaire Populaire. Mélenchon die tijdens de eerste ronde van de presidentsverkiezingen van 2017 nog dé slokop was aan linkerzijde, met 19,58% van de stemmen in de eerste ronde, zegt eens te meer ‘non’ tegen een linkse eenheidskandidaat. Nochtans lijkt het momentum dat hij in 2017 had, verdwenen te zijn in de aanloop naar zijn derde achtereenvolgende gooi naar de post van president. In de huidige peilingen haalt hij maar 10% van de stemmen – daarmee is hij onmiddellijk ook de linkse kandidaat die het best scoort. 

Als excuus voor het verwerpen van een eenheidskandidaat verwijst Mélenchon naar de presidentsverkiezingen van 1981, toen links zich wel verenigd had achter één kandidaat, de Communist Georges Marchais, maar toch niet kon doorstoten tot de tweede ronde (die uiteindelijk gewonnen werd door François Mitterand). Het is een manke vergelijking, wegens een veranderde politieke en maatschappelijke context, en moet eigenlijk verhullen dat de politieke kloven tussen de verschillende linkse partijen te groot geacht worden én de ego’s van de politici die ze vertegenwoordigen te groot zijn.  

Het is natuurlijk waar dat de standpunten van de radicaal linkse Mélenchon op verschillende vlakken een eind verwijderd liggen van die van de sociaaldemocratische Hidalgo, maar door voortdurend de nadruk te leggen op die verschillen, krijgt rechts in de eerste ronde van de verkiezingen een vrijgeleide van links. De extreemrechtse standpunten van Zemmour of Le Pen zijn blijkbaar niet afschrikwekkend genoeg om Mélenchon te overtuigen.

En Mélenchon is lang niet de enige. Ook Yannick Jadot zal niet participeren aan de Primaire Populaire. Dat kondigde de kandidaat van de Groenen in december aan. Fabien Roussel, de presidentskandidaat voor de ‘Parti Communiste Français’ (PCF) is evenmin te vinden voor het initiatief om links te verenigen, net als Arnaud Montebourg en de kandidaten van de kleinste linkse partijtjes.

Op 8 december verklaarde de presidentskandidate van de PS, Anne Hidalgo, in het avondjournaal van de zender TF1 dat ze bereid was te participeren aan een Primaire Populaire en zich te scharen achter eender wie die de nominatie wint. Nota nemend van de zwakte en de versnippering van de kandidaturen aan linkerzijde, en van “een gebroken links dat veel van onze medeburgers doet wanhopen”, riep ze haar linkse collega-kandidaten op om zich te verenigen. Maar ze kreeg dus nul op het rekest.      

Analisten wezen erop dat Hidalgo zelf eerst ook afwijzend stond tegenover een gezamenlijke kandidaat, maar dat ze na het zien van het laag aantal stemmen dat haar wordt toegedicht in de peilingen, van mening veranderde. Vermits er niets bewoog, legde Hidalgo zich ongeveer een maand na haar oproep op TF1 neer bij het feit dat “iedereen zijn eigen kleuren zal gaan vertegenwoordigen” en stelde ze dat het “geen zin had” om te participeren aan gelijk welke primaire als Yannick Jadot er niet aan meedeed. 

Terwijl ze blijft herhalen dat er “geen overwinning komt zonder eenheid”, heeft ze contradictorisch genoeg besloten om alsnog op eigen houtje mee te dingen in plaats van haar steun te verlenen aan een van de andere linkse kandidaten. Op 13 januari zal ze haar programma officieel voorstellen.    

Tussen wanhoop en hoop

De wanhoop bij een groot deel van de linkse achterban en de vele vrijwilligers die zich al maanden inzetten voor het verwezenlijken van de Primaire Populaire is groot. Op vrijdag 7 januari gingen zelfs twaalf activisten in hongerstaking in een poging de linkse en groene kandidaten aan te sporen zich alsnog te verenigen. Onder de stakers bevinden zich Anne Hessel -de dochter van wijlen Stéphane Hessel, de politiek militante schrijver van ‘Indignez-vous!’- en klimaatactivist en Europarlementariër Pierre Larrouturou. 

Op 7 januari gingen twaalf activisten in hongerstaking in een poging de linkse en groene kandidaten aan te sporen zich alsnog te verenigen.

"Alleen de kandidaten van links en de groenen zijn zich bewust van de klimaatnoodtoestand en brengen oplossingen voor de uitdagingen. Maar hun verdeeldheid maakt elke overwinning onmogelijk”, aldus de 12 activisten in een verklaring aan Agence France-Presse. “Links heeft nog al verkiezingen verloren, maar in 2022 is de situatie radicaal anders: het gaat niet alleen om een gemiste verkiezing, maar om het lot van onze mensheid… De huidige verdeeldheid ontmoedigt een groot aantal kiezers, maar als de vereniging voor half februari plaatsvindt, is het nog steeds mogelijk om het klimaat en de sociale rechtvaardigheid te doen zegevieren".

Ook binnen de partijen van sommige linkse presidentskandidaten is lang niet iedereen tevreden met de beslissing om voor eigen glorie te gaan. Terwijl Yannick Jadot al meermaals antwoordde op vragen over de Primaire Populaire met “Ik ben hier niet om de Parti Socialiste te redden”, zijn tal van zijn partijgenoten bij EELV bijvoorbeeld niet blij met deze onbuigzame houding. 

Sandrine Rousseau, die het in de voorverkiezingen van de Groenen voor de presidentsnominatie maar heel nipt moest afleggen tegen Jadot (49% – 51%), is de idee om links te verenigen bijvoorbeeld wel gunstig gezind. En Alain Coulombel, die ook een voorstander van een links blok is, werd als woordvoerder van EELV uit zijn functie ontheven nadat hij de “autoritaire houding” van Jadot had aangeklaagd.   

Terwijl de datum van de eerste ronde alsmaar dichterbij komt, moet de idee van een Primaire Populaire, met kandidaten die zich aanbieden en zich akkoord verklaren om zich achter de winnaar te scharen, stilaan definitief begraven worden. Maar het initiatief wordt niet afgelast, alleen gewijzigd. Mensen kunnen zich tot 23 januari registeren om te stemmen. De genomineerde -of die zich nu zelf als dusdanig heeft opgegeven of niet- die een meerderheid van de stemmen haalt, krijgt de steun van de beweging. 

De organisatoren hopen dat de mobilisatie groot zal zijn. Hoe meer burgers participeren, hoe groter de druk op de linkse en groene presidentskandidaten om zich a posteriori nog in te schrijven in een verhaal van eenheid. Indien er effectief honderdduizenden bezorgde burgers komen opdagen eind januari, zal het niet zo gemakkelijk zijn om een dergelijk signaal van de electorale achterban volledig te negeren.

Op 9 januari komt er een kleine opsteker voor de voorstanders van een verenigd links. Christiane Taubira van de centrumlinkse ‘Parti Radical de Gauche’ (PRG) kondigt aan dat ze zich zal onderwerpen aan het proces van de Primaire Populaire. De populaire voormalige minister van Justitie onder Hollande had enkele weken ervoor al te kennen gegeven dat ze overwoog om te participeren aan de presidentsverkiezingen. 

Taubira's steun voor de Primaire Populaire is een poging om de druk op links wat op te voeren om de verdeeldheid te overstijgen. Ze verklaarde dat ze het resultaat van het burgerproces zal aanvaarden, wat betekent dat ze haar eigen kandidatuur zal intrekken ten voordele van eender wie die als winnaar uit de bus komt van het burgerinitiatief eind januari, dat ze “de laatste kans op een mogelijke vereniging van links” noemt.   
 
Hoe uiteenlopend het linkse politieke landschap ook is, een eenheidskandidaat lijkt op dit moment inderdaad de enige realistische mogelijkheid om een duel tussen Macron en extreemrechts te voorkomen. De kans dat die eenheidskandidaat er ook komt is helaas weinig waarschijnlijk, zelfs al zou het hele proces van de Primaire Populaire een herziening van de strategie afdwingen bij de betrokken partijen, dan zou er daarna nog een gemeenschappelijk verkiezingsplatform overeengekomen moeten worden. De ecologische, sociale en economische noden zijn hoogdringend, maar het vermogen van links om zelfs de kleinste meningsverschillen als onoverkomelijke kloven te beschouwen ook.   


Iets fout of onduidelijk gezien op deze pagina? Laat het ons weten!

Thema
Land

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze digitale nieuwsbrief.