In augustus trad de rechtse miljardair Abelardo de la Espriella aan als president van Colombia. Hij beloofde een extreemrechtse agenda te zullen uitvoeren, hoewel hij met minder dan één procentpunt verschil won van de linkse kandidaat Iván Cepeda. Het is kenmerkend voor een bepaald soort extreemrechts om eender welk mandaat te beschouwen als een bevoegdheid om de samenleving te transformeren in hun eigen giftig moeras.
Van de twintig staten die over het algemeen tot Latijns-Amerika worden gerekend, hebben er nu elf extreemrechtse regeringen: Argentinië (Javier Milei sinds 2023), Bolivia (Rodrigo Paz sinds 2025), Chili (José Antonio Kast sinds 2026), Colombia (de la Espriella sinds 2026), Costa Rica (Laura Fernández sinds 2026), Ecuador (Daniel Noboa sinds 2025), El Salvador (Nayib Bukele sinds 2024), Honduras (Nasry Asfura sinds 2026), Panama (José Raúl Mulino sinds 2024), Paraguay (Santiago Peña sinds 2023) en Peru (Keiko Fujimori sinds 2026).
De meeste van deze leiders komen niet uit het traditionele conservatieve blok, maar maken met een gemiddelde leeftijd van 52 jaar deel uit van een nieuwe generatie (Noboa is de jongste van de groep, geboren in 1987). Het zijn mannen en vrouwen die de oude oligarchieën van Latijns-Amerika vertegenwoordigen, de oude families met diepe koloniale wortels en uitgestrekte bezittingen, maar deze leiders hebben geen aristocratische mentaliteit en zijn evenmin afkomstig uit de gevestigde conservatieve politieke partijen. Ze zijn libertair van karakter, met een onverbloemde loyaliteit aan de Verenigde Staten en de VS-agenda. Ze presenteren zichzelf als patriotten, maar dit patriottisme wordt met gemak opzijgeschoven ten gunste van een absolute loyaliteit aan Washington en zijn bedrijven.
Schieten om te doden
Extreemrechts komt voort uit een lange traditie van wetteloos geweld van de oligarchie, die teruggaat tot de genocide tegen inheemse bevolkingsgroepen en de militaire dictaturen van het Operatie Condor-tijdperk. (Operatie Condor was een campagne van zware politieke repressie door de rechtse dictaturen van Latijns-Amerika, van het midden van de jaren 1970 tot het midden van de jaren 1980, onder meer gekenmerkt door inlichtingenoperaties, staatsgrepen en moordaanslagen op linkse sympathisanten.) Straffeloosheid voor geweld is het kenmerk geweest van deze klasse en haar politieke vertegenwoordigers, en het huidige extreemrechts vormt dan ook een volstrekt authentieke voortzetting van die klasse en diens voorgangers.
De huidige presidente van Costa Rica, Laura Fernández, werd in 1986 geboren, het jaar voordat de Costa Ricaanse president Óscar Arias de Nobelprijs voor de Vrede won voor zijn werk op het vlak van conflictbemiddeling in Midden-Amerika (Costa Rica schafte in zijn grondwet van 1949 zijn leger af). Bij haar inauguratie in mei 2026 zei Fernández dat ze met een ‘ijzeren vuist’ zou reageren op criminaliteit en dat haar ‘hand niet zou trillen’. Nadat Gustavo Petro had geprobeerd om in Colombia vreedzame oplossingen voor conflicten te bewerkstelligen, trad de la Espriella aan met de opvatting dat “criminelen ook kogels kunnen krijgen”, wat een terugkeer suggereert naar een staat van oorlog.
Nayib Bukele’s keiharde aanpak van criminaliteit heeft het extreemrechtse gedachtegoed in Latijns-Amerika diepgaand beïnvloed. De massale arrestaties, de inzet van het leger, de noodtoestand en de megagevangenissen in El Salvador zijn uitgegroeid tot een regionaal politiek model. Leiders en kandidaten uit Ecuador, Colombia, Costa Rica, Peru, Chili en elders presenteren criminaliteit steeds vaker als een oorlog die uitzonderlijke staatsmacht vereist, in plaats van conventioneel politieoptreden en sociaal beleid. Bukele’s populariteit heeft ertoe bijgedragen dat de idee van gemilitariseerde straten, strengere straffen, meer gevangenissen en minder procedurele bescherming is genormaliseerd. Hoewel critici de willekeurige detenties en mensenrechtenschendingen documenteren, presenteren bewonderaars zijn methoden als een bewijs dat doortastend, autoritair leiderschap orde op zaken kan stellen waar democratische instellingen ineffectief lijken. Tot dusver stelt dit specifieke type van extreemrechts zijn illiberale aanpak van criminaliteit -die in feite gericht is op de wijken van de armen- voor als de enige effectieve oplossing voor de narco-maffia’s en kleine criminelen van de barrios.
Verlies van sociale verworvenheden
In heel Latijns-Amerika probeert de Boze Golf feministische verworvenheden terug te draaien door abortus en anticonceptie te beperken, instellingen die gendergerelateerd geweld aanpakken te ontmantelen, seksuele voorlichting aan te vallen en feminisme af te schilderen als een bedreiging voor het traditionele gezin. In Argentinië heeft de regering van Javier Milei het ministerie van Vrouwen gesloten, de nationale verspreiding van abortusmedicatie stopgezet en anticonceptie- en tienerzwangerschapsprogramma’s afgebouwd, waardoor formele rechten steeds ontoegankelijker worden, vooral voor arme vrouwen en vrouwen uit de arbeidersklasse.
In Chili hebben extreemrechtse parlementsleden voorgesteld vrouwen te dwingen om naar de hartslag van de foetus te luisteren alvorens ze een wettelijk slechts beperkt toegestane abortus kunnen krijgen. Verschillende nieuwe wetsvoorstellen willen ook vermeende ‘valse’ beschuldigingen van verkrachting, seksueel misbruik en huiselijk geweld bestraffen. Deze voorstellen zouden een beschuldigde in staat kunnen stellen om de persoon die de beschuldiging heeft geuit te vervolgen nadat een zaak is geseponeerd, wat intimiderend is voor de slachtoffers. In de praktijk zou dit vrouwen uit de arbeidersklasse, vrouwen op het platteland, migranten en inheemse vrouwen het hardst treffen omdat zij geen advocaten, geld en institutionele bescherming hebben, waardoor de patriarchale controle wordt versterkt en de toegang tot gerechtigheid gevaarlijker wordt.
Het negeren van genocide
Extreemrechts ziet wetteloos geweld niet alleen als een hedendaags machtsmiddel, maar verheerlijkt ook stelselmatig de geschiedenis van de conquistadores tegen de inheemse volken van de Amerika’s. Daarnaast verheerlijkt het ook alles wat de westerse beschaving volgens hen omvat en vertegenwoordigt (zoals Milei deed in zijn toespraak in Davos in 2024).
Het negeren van genocide is kenmerkend voor dit extreemrechts, en daarom heeft het er absoluut geen moeite mee om nauwe betrekkingen met de Verenigde Staten te onderhouden en Washingtons beleid te steunen dat erop gericht is het gehele halfrond van de Amerika’s aan zijn belangen te onderwerpen. Wanneer Washington zegt dat nauwe banden met de VS via Tel Aviv moeten lopen, haasten de extreemrechtse regeringen zich om nauwe betrekkingen met Israël aan te knopen – ondanks de aanhoudende genocide op de Palestijnen.
In juni 2025 -bijna twee jaar na het begin van de genocide- kondigde de Argentijnse ambassadeur in Israël, rabbijn Shimon Axel Wahnish, de zogenaamde Isaac-akkoorden aan, die tot doel hebben nauwe betrekkingen te bevorderen tussen Latijns-Amerikaanse landen en Israël. Formeel kwamen de eigenlijke Isaac-akkoorden pas in april 2026 tot stand in Jeruzalem. Hoewel Argentinië en Israël de enige officiële ondertekenaars zijn, bracht een conferentie in Buenos Aires in mei functionarissen uit Bolivia, Brazilië, Chili, Colombia, Costa Rica, Ecuador, El Salvador, Guatemala, Honduras, Panama, Paraguay en Uruguay bijeen, die een verklaring ondertekenden waarin werd opgeroepen tot een uitbreiding van de Isaac-akkoorden. In afwachting daarvan hebben Bolivia (2025) en Colombia (2026) de diplomatieke betrekkingen met Israël alvast hersteld, terwijl Venezuela (2026) de consulaire diensten heeft hervat.
De ontwikkeling van onderontwikkeling
In presidentiële paleizen en parlementen werken de extreemrechtse regeringen aan economische agenda’s die zijn uitgewerkt door het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en het ministerie van Financiën van de VS. De agenda is eenvoudig: ervoor zorgen dat multinationals uit het Westen gemakkelijk toegang hebben tot de Latijns-Amerikaanse grondstoffen, het beschermen van de investeringen van deze bedrijven, het laten deelnemen van de plaatselijke oligarchie aan de diefstal van sociale rijkdom, en het disciplineren van de bredere bevolking via de realiteit van onmiddellijke bezuinigingen en de belofte van toekomstige welvaart.
De meeste landen die door extreemrechts worden geregeerd vallen onder IMF-programma’s (Argentinië, Chili, Ecuador, El Salvador, Honduras en Paraguay), terwijl het IMF andere landen op het oog heeft voor toekomstige programma’s. Wat van belang is, zijn niet de IMF-programma’s als zodanig, maar een nieuwe inspanning van het IMF om investeringsgerichte deregulering te waarborgen.
Het Argentijns Groot Investeringsstimuleringsregime (RIGI), dat in 2024 in wetgeving werd omgezet, biedt het kader voor wetten die in heel Latijns-Amerika worden aangenomen. IMF-financieringsprogramma’s, zoals in Bolivia, zijn afhankelijk van het overnemen van gelijkaardige wetten om de (voornamelijk buitenlandse) investeringen in het land te beschermen. RIGI -een langetermijnovereenkomst- trekt grote buitenlandse investeringen aan door bedrijven vergaande fiscale, douane-, valuta- en reguleringsprivileges toe te kennen die tot 30 jaar kunnen gelden. RIGI socialiseert milieu- en economische risico’s terwijl het winsten privatiseert, overheidsinkomsten verzwakt en het vermogen van toekomstige regeringen om kapitaal te reguleren beperkt. Werknemers en burgers krijgen daarentegen geen vergelijkbaar sterke garanties op stabiele werkgelegenheid, goede lonen, lokale productie of publieke voordelen, terwijl multinationale investeerders meer macht krijgen om de hulpbronnen van Argentinië te ontginnen en winsten naar het buitenland te kanaliseren.
De terugkeer van leiderschap gebaseerd op testosteron zal de problemen van de bevolking van Latijns-Amerika niet kunnen oplossen, maar heeft wel de capaciteit om sociale verhoudingen te vergiftigen door mensen tegen elkaar op te zetten en daarmee hun capaciteit om hun eigen samenlevingen op te bouwen te verzwakken. Het doel van de extreemrechtse leiders is een totale maatschappelijke transformatie, niet slechts het aannemen van deze of gene wetgeving. Het gaat om een felle contrarevolutie tegen de verworvenheden die zijn voortgekomen uit de invloed van de Cubaanse Revolutie en de Bolivariaanse stroming. Er zullen ongetwijfeld tegenstellingen ontstaan, maar langzaam en voorzichtig, binnen een bevolking die verdeeld is door bestaansonzekerheid en nieuwe vormen van sociale versobering.
Dit vertaalde artikel verscheen eerder op 'Counterpunch'.