De mobilisatie van de Chileense studentenbeweging
Artikel
13 minuten

Er heerste een gespannen sfeer op donderdag 25 augustus in de Chileense hoofdstad Santiago. Na een massale betoging in de namiddag verzamelden bijna 200.000 mensen op de hoeken van de straten en sloegen met lepels op potten en pannen als een teken van protest. De acties markeerden de tweede en laatste dag van een nationale staking in de Chileense steden voor de hervorming van het onderwijs.

Het maandelijkse minimumloon in Chili is 385 dollar. Het gemiddelde maandelijkse schoolgeld per student is 485 dollar. Hoger onderwijs wordt alsmaar onbereikbaarder voor de jeugd in Chili. Steeds meer studenten moeten enorme leningen aangaan bij de banken om hun hogere studies te kunnen betalen. De gemiddelde totale schuld gegenereerd voor studies is 40.000 dollar per student. En de studenten hebben er genoeg van. Begin juni begonnen de Chileense scholieren en studenten met de vreedzame overname en bezetting van hun scholen en campussen. Ze hielden er allerlei bijeenkomsten en vergaderingen, en weigerden de lessen te hernemen tot het ministerie van Onderwijs de systematische hervormingen zou doorvoeren die de Nationale Studenten Federatie eist. Sinds de kleinschaligere studentenprotesten van 2006 waren er al occasionele stakingen, maar vooral een stijgende frustratie bij studenten en hun families omwille van de opgeblazen kosten van het onderwijs. De studentenbeweging van vandaag, die veel groter is dan de beweging van 2006, heeft de steun van de studenten van de middelbare scholen en van het hoger onderwijs, van professoren, van families, van arbeiders en van de meerderheid van de bevolking. 82% van de Chilenen is voor een hervorming van het onderwijs. 26% van de bevolking staat achter het beleid van president Piñera.

Hervormingen

Weken aan een stuk werkten de studenten aan hun voorstellen die ze wilden presenteren aan het Ministerie van Educatie. De finale eisen, waarover ze stemden, zouden het huidige onderwijssysteem volledig omgooien. De laatste hervorming die nog werd doorgevoerd in het bestaande onderwijssysteem dateert al van tijdens de dictatuur van Pinochet (1973-1990). Het overheidsbudget voor educatie werd toen met meer dan de helft verminderd. Momenteel loopt slechts 45% van de middelbare schoolstudenten school in traditionele publieke scholen, de rest gaat naar private instellingen. De meeste universiteiten zijn sowieso privé-initiatieven, waar veel winst gemaakt wordt op de rug van de studenten. Er zijn geen nieuwe publieke universiteiten meer opgericht sinds het einde van het Pinochet-tijdperk, ondanks de drastische stijging van het aantal studenten sindsdien.

Een tandje bijsteken

De studenten eisen vandaag een nieuw onderwijssysteem dat kwaliteitsvol is, publiek gesubsidieerd wordt en dat bedrijven en individuen verbiedt om er winst mee te maken. De Piñera-regering bood twee verschillende voorstellen tot hervormingen aan, één in juli en één begin augustus, maar de studenten vonden beiden ambigu en onvoldoende. Ze eisten dat er een nieuw voorstel opgesteld zou worden. In tussentijd verzonnen de studenten nieuwe en creatieve manieren om te protesteren, wat ertoe geleid heeft dat de aandacht van de Chileense pers gevestigd werd op de hervormingen die ze eisten. Na ontelbare acties en geen adequate oplossingen besloten de studenten om de beweging te radicaliseren. Ze organiseerden straatblokkades en 'cacerolazos', een actievorm waarbij er geklopt wordt op potten en pannen in de straten en de hele buurt meedoet (ten tijde van Pinochet was deze vorm van protest het begin van de volksbeweging tegen de dictatuur). Als de protesten langer duurden dan de goedgekeurde tijdspanne intervenieerde de politie. De meest beklijvende protestacties waren ongetwijfeld de hongerstakingen. In het Noorden van Chili in de havenstad Antofagasta gingen er drie studenten in hongerstaking op 27 juli 2011. Een vierde vervoegde hen 2 dagen later. Sebastian Varela, één van de hongerstakers in Antofagasta zei: ”in een geavanceerde maatschappij, zijn de idealen van een persoon het belangrijkste wat er is. Onze ouders hebben ons en de pers laten weten dat ze niet voor de hongerstaking als een protestmiddel zijn omdat het onze fysieke integriteit in gevaar brengt, maar ze geloven met een grote overtuiging in onze idealen en ons doel.” Op 14 augustus staakten de 4 studenten hun hongerstaking omwille van de ernstig achteruitgaande gezondheid van één van hen en ook omwille van anonieme bedreigingen tegen hun ouders. 31 andere studenten namen de fakkel van hen over en gingen op hun beurt in hongerstaking. Hun aantal verminderde echter dagelijks omdat ze gehospitaliseerd moesten worden. Op het moment van dit schrijven is er een hongerstaking aan de gang in een middelbare school, Daria Salas, in Santiago. Daar voegde de vader van één van de jongeren zich zelfs bij de actie.

Algemene staking

De regering van Piñera was er tegen midden augustus nog altijd niet in geslaagd om met een nieuw voorstel voor de studenten op de proppen te komen. “Niets in dit leven is gratis” reageerde president Piñera enigszins filosofisch. Dit brengt ons terug bij het initiële probleem. De meerderheid van de Chilenen moeten zich zwaar in de schulden werken om hun eigen educatie of die van familieleden te kunnen bekostigen. De studenten benadrukken echter dat de middelen om een kosteloos publiek onderwijs te betalen er wel degelijk zijn. Ze stellen onder meer dat Chili meer geld zou hebben voor publiek gebruik als het land de lucratieve mijnindustrie (vooral de koperontginning) zou nationaliseren. Op 14 augustus weigerde de Nationale Studenten Federatie een uitnodiging om te onderhandelen in het parlement tot de regering zich akkoord had verklaard om te werken aan gratis onderwijs in Chili. Op 16 augustus gingen de leiders van de studentenbeweging hun standpunten alsnog gaan uitleggen aan het Parlementair Comité Educatie. De regering deed op 18 augustus een nieuw voorstel om het onderwijssysteem te hervormen. Ze hoopte dat de verlaagde intrest op studieleningen en een verhoging van het aantal studiebeurzen de studenten tot bedaren zou brengen. De Chileense studenten wezen dit inmiddels derde voorstel echter opnieuw af en organiseerden dezelfde dag nog massale protesten. Op 21 augustus volgde een massabetoging. Ze riepen ook op tot een algemene en nationale staking, waarbij ze alle burgers en zakensectoren vroegen om op straat te komen voor de hervorming van het onderwijs. Op 24 en 25 augustus werd met de actieve steun van de vakbondsfederatie 'Central Unitaria de Trabajadores de Chile', massaal aan die oproep gehoor gegeven. In eerste instantie waren de protesten vreedzaam, maar later ontstonden er gewelddadige opstootjes toen gemaskerde personen scholen in brand begonnen te steken en private en publieke eigendommen probeerden te beschadigen. Dit alles leidde tot de onvermijdelijke confrontaties met de politie. Op twee dagen van protest werden er 1394 mensen opgepakt, 153 politieagenten en 53 burgers raakten gewond en de politie schoot hoogstwaarschijnlijk een 16 jarige student dood.

De avond van 25 augustus veroordeelde vice-minister van Binnenlandse Zaken Rodrigo Ubilla de gebeurtenissen: “Chili heeft niets te vieren vandaag. We moeten verdrietig zijn omdat we er niet in geslaagd zijn om de grote problemen en uitdagingen waar dit land mee geconfronteerd wordt, op een vreedzame manier aan te pakken”. Het geweld, dat regelmatig wel eens opflakkert gedurende grote publieke protestacties in Chili, werd fel uitvergroot in de media, zeker in vergelijking met de verslaggeving over de gigantische aantallen burgers die vreedzaam op straat waren gekomen tegen het huidige onderwijssysteem en het economisch beleid. Honderdduizenden vreedzame manifestanten participeerden aan betogingen in steden van het uiterste noorden tot in het uiterste zuiden van het land. Ze verenigden zich allemaal om dezelfde wens uit te drukken: de regering moet werk maken van een kwaliteitsvol, gratis en niet op winst gericht onderwijssysteem voor alle studenten.

Antofagasta

In Antofagasta, dat 1100 kilometer ten noorden van de hoofdstad Santiago ligt, kwamen tienduizenden van de 400.000 inwoners de straat op. Carlos Cubillos, de politiecommandant van Antofagasta, vertelde dat de studenten er over het algemeen geen problemen maakten. “Het is zeer vreedzaam gebleven in Antofagasta omdat we voortdurend in contact stonden en overlegden met de studentenleiders”, zei hij. Sebastián Quiróz, een 21-jarige student geneeskunde omschreef de protesten in Antofagasta als vreedzaam maar ook apolitiek. Juffrouw Tapia marcheerde samen met een groep van haar vrouwelijke collega's uit een plaatselijk kinderdagverblijf. “We werken vandaag niet”, zei ze, “maar het is om de toekomst van de kinderen te verzekeren. Vele families worden namelijk voor de keuze gesteld: kopen we een huis of sturen we onze kinderen naar school?” Volgens Tapia staat de meerderheid van de families die betalen om hun kind in haar dagverblijf te plaatsen, achter de algemene staking. Het loon voor de twee dagen dat Tapia staakte zal worden afgetrokken van haar door de staat gesubsidieerde loon. “Het maakt niet uit, men moet opofferingen doen in elke strijd en dit is onze opoffering”, reageert ze. Gabriel Alvarez, een professor in de ingenieursopleiding aan de universiteit van Antofagasta, zat al een uur voor de betoging zou vertrekken op de trappen van het universiteitsgebouw te overleggen met twee collega professors. “Een deel van mijn studies werd betaald door de staat”, vertelde hij. “Als ik die hulp niet had gekregen, zou ik nu geen professor zijn. Sommige masters kosten tot 650 dollar per maand, wat gelijk staat aan een startersloon voor werknemers met een hogere opleiding. Er zijn sommige studenten die ondanks dat ze hun hele leven zullen werken, nooit zullen kunnen afbetalen wat ze van de bank leenden voor hun studies”, legde Alvarez uit. Hij had het ook over het verband tussen de kwaliteit van het onderwijs en de pensioenen: “Er zijn professoren die zeer oud zijn, maar die geen enkele motivatie hebben om te stoppen met werken omdat de pensioenen zo extreem laag zijn. Die mensen willen eigenlijk niet meer werken en weten vaak niet eens hoe ze een e-mail met een bijlage moeten verzenden. Als de pensioenen opgetrokken zouden worden, zouden de oudere professoren een stimulans hebben om effectief op pensioen te gaan, wat dan weer plaatsen zou creëren voor nieuwe jongere professoren”. Volgens de student burgerlijk ingenieur Cristián Daza was de grote betoging in Antofagasta “een belangrijke stap in het terug opeisen van het sociaal bewustzijn van de stad, dat verloren gegaan was door de dictatuur van Pinochet en de neoliberale invloeden.” Antofagasta heeft zowel hoge kosten, omwille van de afgelegen ligging in de woestijn, als een hoge levensstandaard, omwille van de beschikbaarheid van goed betaalde posities in de mijnindustrie. “Het is moeilijk om hier te zien dat de zaken er niet zo rooskleurig voorstaan als ze graag willen doen uitschijnen” zei Daza. “Maar deze beweging rond het onderwijs heeft de inwoners van Antofagasta geleerd dat ze elkaar nodig hebben”, legde hij uit. “Ze komen hier niet op straat omdat ze dat leuk vinden, maar omdat ze elkaars hulp nodig hebben bij het afdwingen van hervormingen in het onderwijs en in de economie. We zijn hier voor de toekomstige generaties, voor onze kinderen. Dat is wat ons motiveert”. De generatie van Cristián Daza is de eerste die mobiliseert zonder angst voor repressie vanwege de overheid. De plaatselijke studentenleider Alexandra Kala zei voor de mars begonnen was dat ze uitgeput was van het constant mobiliseren. Maar toen ze aankwam op de plaats van afspraak en alle mensen zag roepen, kreeg ze naar eigen zeggen onmiddellijk weer energie.

Recentste ontwikkelingen

Op 26 augustus 2011, de dag na de beëindiging van de algemene nationale staking, deed Cecilia Morel, de vrouw van de Chileense president Piñera, een uitspraak die mijlenver verwijderd was van wat de gemobiliseerde Chileense bevolking wou horen. Op het populaire ochtendprogramma op de televisie 'Bienvenidos a Todos' (Goedemorgen iedereen) verdedigde ze het argument van de regering-Piñera dat onderwijs onmogelijk gratis kon zijn voor iedereen in Chili, met een populistische omkering van de argumentatie. “Waarom zouden we iedereens middelen (de middelen van de belastingbetaler) gebruiken om de rijkste 10% te financieren?”, vroeg ze zich luidop af. Gratis onderwijs komt immers iedereen ten goede ook degenen die het niet nodig hebben. Camila Vallejo, de jonge mondige voorzitster van de Nationale Studentenfederatie en hèt gezicht van de onderwijsbeweging, tweette een antwoord op de visie over sociale rechtvaardigheid van de familie Piñera. “Piñera heeft gelijk. De rijken zouden eigenlijk moeten betalen, via een herverdeling van de inkomens.

"Belastingshervormingen nu!”

Hoewel de regeringsvoorstellen van 18 augustus niet voldeden aan de verwachtingen van de studenten, aanvaardden ze een uitnodiging om met de president te gaan spreken. De Nationale Studenten Federatie zou in gesprek treden met president Piñera en een aantal van zijn kabinetsleden op zaterdag 3 september. “Dit is geen werkgesprek noch een ronde tafel”, zei Vallejo vooraf. “Dit is alleen een kans om de president persoonlijk te ontmoeten zodat hij ons een rechtstreeks antwoord kan geven op onze lijst van 12 eisen en het ziet er naar uit dat hij dit ook zal doen”. Voor de Studenten Federatie zich bereid verklaarde om de president te ontmoeten werden er drie voorwaarden gesteld. Ze eisten ten eerste dat de regering het 12-puntenprogramma van de studenten in consideratie zou nemen. De tweede voorwaarde was dat de regering twee nieuwe onderwijswetten, naar voren gebracht in hun voorstel van 18 augustus, nog niet zou doorvoeren. De studentenleiders argumenteerden dat deze wetten opgesteld waren zonder hun inbreng en dus herschreven zouden moeten worden in een gezamenlijke inspanning tussen de regering en de studenten. Als derde voorwaarde eiste de Studenten Federatie een formeel onderzoek naar de dood van de 16-jarige Manuel Gutiérrez, die op 25 augustus in de borst geraakt werd door een kogel. Getuigen zeggen dat de schutter een politieagent was. Minister van Binnenlandse Zaken Rodrigo Hinzpeter kondigde maandag 29 augustus aan dat er zeker een onderzoek zou komen naar de mogelijke moord op de jongeman. “Alle mensenrechten van de hele bevolking moeten gerespecteerd worden, en dat is een principe dat deze regering verdedigt” zei Hinzpeter. Ondertussen roepen meer en meer mensen om zijn ontslag.

Op woensdag 31 augustus keurde de Chileense Senaat een wetsvoorstel goed dat het maken van winst in gedeeltelijk gesubsidieerd onderwijs moet tegengaan. In Chili zijn er drie types van scholen. Er zijn de vele privé-scholen met winstoogmerk, er zijn de scholen die volledig afhankelijk zijn van staatssubsidies of publieke scholen en dan heb je een derde categorie van scholen genaamd 'sostenedores'. Dit type van scholen voorziet bijvoorbeeld het gebouw en bepaalde middelen zelf, maar krijgt voor een stuk ook staatssubsidies. Het nieuwe wetsvoorstel heeft eigenlijk alleen betrekking op deze laatste categorie. De privé-investeerders in deze gedeeltelijk gesubsidieerde scholen kunnen bijvoorbeeld via inschrijvingsgelden heel wat winsten opstrijken. Aan deze praktijk wil men met de voorgestelde wet een einde stellen. De minister van Educatie Felipe Bulnes hield vlak voor de stemming in de Senaat nog een fel pleidooi tegen het nieuwe wetsvoorstel. Hij zei dat het nieuwe project “de kwaliteit van het onderwijs geen centimeter vooruit zou helpen” en dat het met de toekomst speelt van 1.200.000 studenten en 4000 gedeeltelijk gesubsidieerde middelbare scholen. Hij vindt net als president Piñera en de rest van het kabinet dat de oplossing ligt in het afschaffen van onderwijsinstellingen die geen kwaliteitsonderwijs aanbieden, en niet in het ontzeggen van subsidies aan kwaliteitsvolle scholen, zelfs al zijn ze op winst gericht. De gedeeltelijke subsidiëring van deze vaak religieuze instellingen geven net de kans aan minder welgestelde gezinnen om hun kinderen toch naar private lagere en middelbare scholen te sturen. Dit is uiteraard een scheve redenering want vermits deze scholen eveneens winst willen en moeten maken, houden ze de inschrijvingsgelden ondanks subsidies -hoewel lager dan in private scholen- toch vaak artificieel hoog. Privaat onderwijs wordt in Chili beschouwd als van hogere kwaliteit. Omdat deze scholen per definitie kinderen moeten aantrekken om winstgevend te kunnen draaien, steken ze veel geld in mooiere gebouwen, een modernere infrastructuur, enzovoort. Publieke scholen worden klassiek gefrequenteerd door iedereen die zelfs de gedeeltelijk gesubsidieerde scholen niet kan betalen. De afschaffing van de tussencategorie van gesubsidieerde private scholen zou dus honderdduizenden families verplichten om ofwel toch de zeer hoge schoolgelden van de private instellingen op te hoesten of hun kinderen massaal naar de publieke scholen van 'lagere' kwaliteit te sturen. Het is nuttig om hier nog eens te wijzen op de specifieke eisen van de protestbeweging. Het wetsvoorstel van de Senaat komt niet voor in hun 12-eisenplan. Zij willen in de eerste plaats gratis publiek onderwijs, vrij van winstmakerij, maar tegelijkertijd ook kwalteitsvol. Het verbieden van het gesubsidieerd privaat onderwijs zal de kwaliteit van het onderwijs op zich inderdaad niet vooruit helpen. Het zal het publieke net alleen overspoelen met vele extra scholieren zonder dat het extra middelen krijgt. De allerbelangrijkste stap in de hervormingen zoals geëist door de studentenbeweging is dan ook de dringende verbetering van de kwaliteit van het Chileense publieke onderwijssysteem. Zodat publieke educatie geen sociale en economische straf is voor arme families, maar een belangrijke stap op de weg naar een betere toekomst voor elke student. Het recente wetsvoorstel raakt ook op geen enkele manier aan de private instellingen met winstoogmerk.

De ontmoeting op 3 september van de studentenvertegenwoordigers met president Piñera en minister van Onderwijs Felipe Bulnes duurde meer dan drie uren. In een verklaring na de vergadering benadrukte Bulnes dat de studenten en de administratie heel wat doelstellingen delen. Voorzitter van de Studenten Federatie, Camila Vallejo, stelde dat de bijeenkomst de opinies duidelijker heeft gemaakt. Ze verklaarde: “Het is belangrijk om vast te stellen dat de wil er is om vooruitgang te boeken”. Nu moeten de studenten beslissen of ze zullen deelnemen aan een formele rondetafel met de regering en onder welke voorwaarden.

Brittany Peterson is een onafhankelijke multimedia journaliste die momenteel in de Chileense stad Antofagasta verblijft. (www.brittany-peterson.com of volg haar via Twitter @brittanykamalei).


Iets fout of onduidelijk gezien op deze pagina? Laat het ons weten!

Land

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze digitale nieuwsbrief.