Overslaan en naar de inhoud gaan
Image
navo

Betoging tegen de NAVO in Istanboel, 05/07/2026; foto: L.D.B.

De NAVO was nooit het vredesproject dat het beweerde te zijn
Artikel
10 minuten

Dat Trump de NAVO naar zijn hand zet, is niet verrassend, want de NAVO was op zichzelf nooit het vredesproject dat het beweerde te zijn. Dat zegt vredesactivist Ludo De Brabander, op de tweede dag van de NAVO-top in Turkije. Rond het militaire bondgenootschap dat de NAVO is, worden feit en fictie vaak door elkaar gehaald, vindt de woordvoerder van Vrede vzw. Maar wat is zijn alternatief? 

We spreken Ludo De Brabander (63) op de warmste dag van de hittegolf. De verzengende temperaturen, waar we allebei zichtbaar moeite mee hebben, zijn voor hem een treffende illustratie van wat hij ziet als scheve politieke prioriteiten. 

“Terwijl Europa miljarden uittrekt voor bewapening, tonen extreme weersomstandigheden dat de grootste veiligheidsdreigingen elders liggen. We creëren onveiligheid door te bewapenen, terwijl investeringen in klimaat en sociale bescherming achterblijven.” 

De Brabander laat al decennialang een uitgesproken antimilitaristisch geluid horen. Als student nam hij deel aan de massabetoging van 1983 tegen Amerikaanse kernraketten in West-Europa. Tegelijk kent hij de militaire wereld van binnenuit: hij is de zoon van een beroepsmilitair en liep school op een kazerne in Duitsland. 

“Militairen doen hun werk vaak met de beste bedoelingen,” zegt hij, naar aanleiding van de publicatie van zijn nieuwe boek Navo, Mythes, macht en militarisme. “Mijn kritiek richt zich niet op hen, maar op het militarisme als ideologisch kader dat onze samenleving steeds sterker doordringt.”  

Voor De Brabander is de NAVO de motor achter die oprukkende ideologie. 

Militarisering ver voorbij het leger 

De NAVO wordt vaak voorgesteld als een garantie voor democratie en vrede, schrijft De Brabander. Maar volgens hem strookt dit beeld niet met de historische ontwikkeling van de alliantie.  

“Wat in 1949 begon als een defensief bondgenootschap tegen de Sovjet-Unie, groeide na de Koude Oorlog uit tot een organisatie met een veel bredere mondiale rol”, zegt hij. “De NAVO-interventies in Joegoslavië, Afghanistan en Libië illustreren een evolutie naar crisisinterventie en machtspolitiek.” 

Volgens De Brabander is de NAVO dan ook een voorbeeld van wat Dwight Eisenhower in 1961 het ‘militair-industrieel complex’ noemde. Dat is een netwerk van politici, het leger en de wapenindustrie dat elkaar financieel en politiek versterkt. Critici waarschuwen dat zo’n netwerken door hun enorme winsten overheden ophitsen en de kans op conflicten vergroten. 

Maar het zijn niet enkel het leger en de industrie die een rol spelen in zo’n netwerken, denkt De Brabander. Hij verbreedt Eisenhowers analyse en spreekt van een 'militair-industrieel-media-academisch complex’, waarin ook de media en de academische wereld bijdragen aan het dominante veiligheidsdiscours. “In de media komen vooral academici en experten aan bod die hogere defensie-uitgaven ondersteunen. Kritische stemmen krijgen weinig het woord”, vindt hij.  

De mythe van onderinvestering

De Russische invasie van Oekraïne luidde een versnelling in voor de Europese militarisering, omdat de invasie zou duidelijk maken dat ook andere Europese landen gevaar lopen. Maar De Brabander betwist die redenering. “De oorlog in Oekraïne is een duidelijke schending van het internationaal recht en heeft enorm menselijk leed veroorzaakt. Dat betekent echter niet automatisch dat Rusland ook andere Europese landen zal aanvallen.”  

Het beeld dat Europa zwak zou zijn, of een gemakkelijke prooi, klopt dan ook niet, denkt hij. “Zelfs zonder de VS hadden Europese NAVO-landen vóór de oorlog samen al een groter defensiebudget en meer conventionele slagkracht dan Rusland.”  

Image
Cover NAVO-boek

Rusland compenseert die achterstand met kernwapens, wat volgens hem het risico op escalatie verhoogt. “Extra Europese bewapening kan in Moskou dan ook worden gezien als bedreiging, wat het risico op nucleaire confrontatie net verhoogt.”  

Daarom pleit De Brabander, in dit conflict en in het algemeen, voor terughoudendheid in verdere bewapening, en hernieuwde diplomatieke inzet. “Ik zeg niet dat we ons moeten ontwapenen, maar wel dat we aan het overbewapenen zijn. Een deel van die middelen kan beter naar diplomatie gaan.” 

Strategische autonomie of militaire kopie? 

Volgens De Brabander is de Europese Unie, ook los van de NAVO, al sterk gemilitariseerd. “Via instellingen zoals het Europees Defensieagentschap (2004) zet de Unie in op de uitbouw van een competitieve defensie-industrie en een versoepeling van de wapenwetgeving. Daarnaast verplicht het verdrag van Lissabon (2009) de lidstaten om hun militaire vermogens te verbeteren.”  

Dat verdrag bevat bovendien een wederzijdse bijstandsclausule, die sterk aan artikel 5 van het NAVO-vedrag doet denken. “Door dit verdrag is de EU eigenlijk al een soort ‘mini-NAVO’”, vindt De Brabander. “Hoewel de EU historisch als civiel project werd opgevat, krijgt ze steeds nadrukkelijker militaire trekken, maar zonder evenredige democratische of institutionele controle.” 

“Het Europese streven naar ‘strategische autonomie’ – het vermogen van een land om onafhankelijk beslissingen te nemen, zonder afhankelijk te zijn van andere mogendheden op het vlak van economie, technologie, diplomatie of defensie – dreigt, wanneer dit militair wordt ingevuld, te vervallen in een vorm van grootmachtpolitiek. Het gevolg is een zichzelf versterkende dynamiek waarin dreigingspercepties en bewapening elkaar voeden. Kijk naar Theo Francken, die met zijn polariserend taalgebruik de machtsretoriek van de VS kopieert.” 

De Brabander meent dat echte veiligheid niet voortkomt uit bewapening, maar uit stabiele politieke verhoudingen en wederzijds vertrouwen. Europa, zo meent hij, zou moeten investeren in diplomatie in plaats van permanente militarisering. 

Die focus op diplomatie is ook belangrijk in de Europese onderhandelingen met Rusland, dat eenzijdig en ongeprovoceerd de oorlog verklaarde aan buurland Oekraïne. “Rusland is een autoritair en gevaarlijk regime, gevoed door nostalgie naar de vroegere grootmachtstatus van de Sovjet-Unie”, zegt De Brabandere. “Maar tegelijkertijd minimaliseert het Westen ook zijn eigen rol in de escalatie van de spanningen met Rusland.” 

“Op dit moment weten we bijvoorbeeld nog altijd niet wie namens Europa de onderhandelingen met Rusland zou moeten voeren”, zegt De Brabander. “Er is geen duidelijk diplomatiek plan.” Nochtans komen we zonder begrip voor de Russische veiligheidspercepties niet tot vrede, denkt hij. “Dat begrip kan alleen groeien door met elkaar aan tafel te zitten en te blijven praten.” 

Zo’n gesprekken moeten ook aandacht hebben voor ontwikkelingen uit het verleden. “Bepaalde stappen, zoals de eenzijdige Amerikaanse opzegging van het ABM-verdrag (het verdrag over antiballistisch-raketsystemen) in 2001 door George W. Bush en de bouw van raketschilden in Oost-Europa, werden in Moskou als bedreigend ervaren", beweert hij. "Ook de Amerikaanse interventiepolitiek in Irak en de neoconservatieve koers in die periode verscherpten de spanningen met Rusland.” 

Maar die diplomatieke inspanningen gelden in beide richtingen, zegt De Brabander. “Ook Rusland kan door zo’n gesprekken tot nieuwe inzichten komen, die een einde van de oorlog mee mogelijk maken.” 

Op dit moment lijkt Europa echter vooral in te zetten op oorlogspolitiek, zegt De Brabander. “Maar als we als Europeanen stellen dat Poetin niet te vertrouwen is als onderhandelingspartner, is diplomatie waarschijnlijk toch een betere strategie dan bewapening, want je zit tegenover de leider van een kernwapenmacht.”  

“En daarbij, als Europa een onvoorspelbare actor als Trump grotendeels als bondgenoot blijft zien, dan zouden we op zijn minst met Poetin moeten kunnen onderhandelen.” 

Amerikaans leiderschap en Europese volgzaamheid 

Hoewel Trump de NAVO framet als een last voor de Verenigde Staten, omschrijft De Brabander de NAVO in zijn boek als een in wezen Amerikaans machtsinstrument. 

“De VS hebben de NAVO altijd gezien als een organisatie die hun belangen moet dienen”, zegt hij.  

“De zogenoemde Wolfowitz-doctrine - geformuleerd na de ineenstorting van de Sovjet-Unie en genoemd naar Paul Wolfowitz, voormalig onderminister van Defensie onder president George H. W. Bush - blijft daarbij richtinggevend. Ze stelt dat het strategische uitgangspunt van de VS moet zijn om op wereldvlak altijd dé dominante speler te blijven.”  

Die dynamiek was in het verleden al merkbaar tijdens de invasies in Afghanistan en Irak, zegt De Brabander. “Dat waren Amerikaanse oorlogen waarin Europese landen in meerdere of mindere mate werden meegesleurd.”  

Maar volgens De Brabander gaat Trump daar nog verder in. “Hij verwacht dat de NAVO eenvoudigweg de geostrategische prioriteiten van de VS overneemt. Als hij dan Iran aanvalt, vindt hij het vanzelfsprekend dat de NAVO volgt. En dat zij de gevolgen mee opvangen wanneer de situatie escaleert.”  

Toch is er ook enig Europees verzet tegen die dynamiek. “Over het algemeen stellen de meeste Europese landen zich terughoudend op tegenover de illegale Amerikaanse militaire interventies, maar dikwijls zonder die expliciet te veroordelen. In sommige gevallen is er zelfs steun. Als het bijvoorbeeld enkel aan Theo Francken had gelegen, zou ook België in bepaalde dossiers actiever betrokken zijn geweest.”  

Opnieuw plat op de buik voor Trump?  

De spanningen tussen Europa en de Verenigde Staten zijn ook op de NAVO-top voelbaar. De politieke fricties rond onder meer Groenland en Iran, de verhoogde NAVO-defensie-uitgaven en een heroriëntatie van de Amerikaanse militaire aanwezigheid in Europa – meer bepaald het terugtrekken van Amerikaanse troepen op Europese grond – spelen hierin een rol. 

“Op de vorige top in Den Haag werden die spanningen tussen Europa en de VS deels weggemasseerd door in te gaan op de volstrekt arbitraire eis van Donald Trump voor hogere defensie-uitgaven, met de afspraak te evolueren naar 5 procent van het bbp ”, zegt De Brabander. Dat percentage zou opgesplitst worden in 3,5 procent voor ‘klassieke defensie’, en 1,5 procent voor de bredere veiligheid. “Die verhoging tot 5 procent gebeurde niet vanuit veiligheidsnoden, maar in het kader van de Amerikaanse 'pivot to Asia', die zijn strategische focus verlegde van Europa en het Midden-Oosten naar Oost-Azië. In het bijzonder naar China”, zegt De Brabander.  

Omdat de VS meer willen inzetten op hun grote concurrent in het Oosten heeft ze middelen nodig, en dus moet Europa zijn eigen defensie zoveel mogelijk zelf leren inrichten en financieren, luidt de redenering. “Die beslissing is zonder veel overleg met NAVO-bondgenoten door de VS doorgedrukt, waarna de NAVO de top als een succes presenteerde.” 

De maatschappelijke prijs van buitensporige bewapening

Op 14 juni vond in Brussel een Europese betoging plaats met de slogan “Welfare, not warfare”. De demonstranten protesteerden tegen de toenemende militarisering en de verhoging van defensie-uitgaven door de EU en de NAVO. 

De Brabander is kritisch over de impact die de verhoogde budgetten voor defensie hebben op andere beleidsdomeinen. “Zo was er recent nog discussie over het schrappen van een deel van het leerlingenvervoer, een besparing van enkele miljoenen euro’s. Tegelijk sluit Francken contracten voor de bewapening en uitrusting van F-35's en voor bijhorende luchtverdedigingssystemen, goed voor zo'n 2,8 miljard euro. Volgens het Monitoringcomité wordt het oplopende begrotingstekort in België vooral gedreven door Defensie.

”Defensie slorpt nu al bijna een kwart van de gewone federale overheidsuitgaven op, zegt De Brabander, en dat zal nog oplopen. “Als België het NAVO-traject volgt richting 3,5 procent van het bbp voor defensie in 2035, zou uiteindelijk meer dan de helft van de federale overheidsbegroting - de sociale zekerheid en de rentelasten buiten beschouwing gelaten - naar het militaire apparaat gaan.”  

Wederkerige escalatie 

Pogingen tot een inclusieve Europese veiligheidsarchitectuur – zoals Michail Gorbatsjovs zijn “gemeenschappelijk Europees huis” of het voorstel van Francois Mitterrand voor een Europese confederatie met Rusland – zijn nooit echt doorgezet, vooral omdat Amerika zijn invloed in Europa niet wilde verliezen. 

“Ook de eerste Russische president Boris Jeltsin heeft herhaaldelijk gepleit voor ‘ondeelbare veiligheid’, waarbij de veiligheid van de ene staat niet ten koste mag gaan van die van een andere. Die voorstellen vonden echter geen gehoor in Washington.”  

Volgens De Brabander werd deze dynamiek verder versterkt door de NAVO-uitbreiding en de discussies over het NAVO-lidmaatschap van Oekraïne en Georgië in 2008, die Moskou als een rode lijn beschouwde. Dat betekent niet dat Rusland geen eigen verantwoordelijkheid draagt, vindt hij, maar in het huidige debat wordt die bredere voorgeschiedenis naar zijn persoonlijke inschatting vaak genegeerd. Volgens De Brabander leidt een eenzijdige focus op het Russisch imperialisme ertoe dat eigen blinde vlekken onderbelicht blijven. 

“Rusland is een autoritair regime en als kernwapenmacht bijzonder gevaarlijk, maar dat geldt ook voor de VS en Israël.” Volgens hem zijn die staten ook niet bepaald altijd rationeel of terughoudend in hun buitenlands beleid. 

“Het is niet uitgesloten dat Europese landen binnen tien jaar overwegend door extreemrechtse regeringen worden bestuurd met toegang tot een aanzienlijk militair arsenaal. De geschiedenis van de jaren dertig toont hoe riskant de combinatie van militarisering en extreemrechts kan zijn.” 

Helsinki reprise  

Welk geloofwaardig alternatief is er voor de NAVO? Hoe zou zo'n alternatief de veiligheid waarborgen van kleinere staten, zoals de Baltische staten, die zich bedreigd voelen door een machtig buurland?  

De sleutel ligt volgens De Brabander in het internationaal recht. Dat moet worden versterkt en consequent toegepast. Dat recht is bedoeld om de willekeur van macht te beperken en kleinere staten te beschermen tegen machtspolitiek. “Maar wanneer het selectief wordt toegepast of uitgehold, verlies het zijn functie als instrument van conflictbeheersing.” 

Daarnaast pleit hij voor een herwaardering van het Helsinki-proces uit de jaren zeventig, dat met de Slotakte van Helsinki (1975) tussen NAVO- en Warschaupactlanden een periode van ontspanning inluidde.  

“Het uitgangspunt van dat proces was dat veiligheid alleen duurzaam is wanneer ook de tegenpartij zich veilig voelt. Dat principe vormde de basis voor vertrouwens- en ontwapeningsmaatregelen, waar vandaag weinig van overblijft.” 

Uit dat proces groeide later de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), die na de Koude Oorlog werd gezien als mogelijk fundament voor een bredere Europese veiligheidsorde.  

Maar, vindt De Brabander, in de plaats van verdere institutionalisering van gedeelde veiligheid, koos het Westen voor de NAVO-uitbreiding richting Oost-Europa. Daarmee laat hij het feit achterwege dat Oost-Europese landen ook zelf, vanuit hun eigen autonomie, het NAVO-lidmaatschap nastreefden.  

“We hebben moreel leiderschap nodig dat opnieuw inzet op gedeelde veiligheid, vertrouwen en diplomatie. Zonder zo’n kader blijft Europa gevangen in een escalatiespiraal”, besluit hij.

Dit interview verscheen (met een andere titel) op de onafhankelijke nieuwssite Apache, waarop je je kan abonneren via deze link.

Het boek 'NAVO. Mythes, macht, militarisme' kan hier besteld worden. 


Iets fouts of onduidelijks gezien op deze pagina? Laat het ons weten!

Land

Zonder kritisch middenveld, geen gezonde democratie!

De Vlaamse regering is met de botte bijl door de structurele subsidie van Vrede vzw gegaan. Vanaf 2026 moeten we het doen met meer dan de helft minder dan verwacht. Dit brengt onze algemene werking in gevaar! Een kritische, antimilitaristische tegenstem is vandaag nochtans meer dan nodig. Stel ons in staat om de strijd voor vrede en rechtvaardigheid voort te zetten!

Campagne

banner

Stop Militarisation

Meer wapens maken de wereld gevaarlijker! Stop de groei van de militaire uitgaven en de militarisering van onze samenleving!

Basisinfo

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze digitale nieuwsbrief.