Uit onderzoek blijkt dat de machtigste familie van de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) profiteert van tientallen miljoenen aan landbouwsubsidies van de Europese Unie (EU).
De Verenigde Arabische Emiraten is een federale staat bestaande uit zeven emiraten die elk geleid worden door hun eigen emir. Sjeik Mohammed bin Zayed Al Nahyan, de emir van Abu Dhabi, staat als president aan het roer van de VAE. De familie Al Nahyan is de op één na rijkste ter wereld, met een geschat vermogen van meer dan 320 miljard dollar, grotendeels afkomstig uit de enorme oliereserves van de Emiraten.
In iets meer dan vijftien jaar tijd heeft de VAE enorme stukken landbouwgrond en tal van agrobedrijven opgekocht in Afrika, Zuid-Amerika en Europa. Vandaag controleren de Emiraten wereldwijd ongeveer 960.000 hectare landbouwgrond. Dit maakt deel uit van een bredere strategie om de voedselzekerheid te vergroten in een land waar hoge temperaturen, waterschaarste en zandbodems het verbouwen van gewassen extreem moeilijk maken. Momenteel importeert de VAE tot 90% van zijn voedsel. Via het opkopen van buitenlandse landbouwbedrijven wil het deze import en toekomstige voorraden veiligstellen. Het is een strategie die ook door andere rijke Golfstaten wordt gevolgd.
Specifiek in Europa zouden bedrijven gelinkt aan de Al Nahyan-familie in amper zes jaar tijd (tussen 2019 en 2024), meer dan 71 miljoen euro aan EU-subsidies hebben ontvangen voor landbouwgronden in Roemenië, Italië en Spanje.
Subsidies in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) van de Unie maken een derde uit van de totale EU-begroting, waarbij jaarlijks ongeveer 54 miljard euro wordt uitgekeerd aan boeren en plattelandsgebieden in de hele Unie. Een onbekend deel hiervan komt echter in handen van buitenlandse investeerders.
In samenwerking met het Spaanse dagblad El Diario en het Roemeense nieuwsmedium G4Media analyseerde de onafhankelijke onderzoeksorganisatie DeSmog de gegevens van duizenden GLB-begunstigden tussen 2019 en 2024. Ze vonden 110 Europese subsidiebetalingen aan een netwerk van bedrijven en dochterondernemingen die onder controle staan van de familie Al Nahyan en ADQ, het staatsinvesteringsfonds van Abu Dhabi.
De Europese belastingbetaler subsidieert dus onrechtstreeks de voedselzekerheid van een steenrijke repressieve Golfstaat die bekendstaat om een gebrek aan politieke vrijheid, de mishandeling van opgesloten dissidenten, de criminalisering van homoseksualiteit, genderdiscriminatie, de structurele arbeidsuitbuiting van migranten, willekeurige detentie en oneerlijke berechting, enz.
De grootste subsidiebetaling die tijdens het onderzoek aan het licht kwam, verliep via het Roemeense Agricost, exploitant van het omvangrijkste landbouwbedrijf van de EU. Het gaat om een landbouwonderneming met een oppervlakte van 57.000 hectare – vijf keer zo groot als Parijs. Agricost werd in 2018 voor naar schatting 230 miljoen euro opgekocht door de familie Al Nahyan via het Emiratische agro-industrieconcern Al Dahra, opgericht door Hamdan bin Zayed Al Nahyan, de broer van de Emiratische president. In 2020 kocht ADQ 50% van Al Dahra. Sjeik Hamdan Bin Zayed bleef voorzitter van de bestuursraad. Hoewel ADQ technisch gezien in staatsbezit is, staat het onder strikte controle van de Al Nahyans. De grens tussen privé- en staatsfinanciën is zeer vaag.
Sinds 2012 heeft Al Dahra ook meerdere landbouwbedrijven in Spanje overgenomen, die samen goed zijn voor meer dan 8.000 hectare grond. Deze bedrijven ontvingen tussen 2015 en 2024 samen meer dan 5 miljoen euro aan GLB-subsidies. In 2022 nam ADQ Unifrutti over, een Italiaanse fruitproducent met een geschatte waarde van 730 miljoen euro. Volgens de analyse van DeSmog ontvingen de Italiaanse landbouwbedrijven van Unifrutti in de drie jaar volgend op de verkoop minstens 186.000 euro aan GLB-subsidies.
Oneerlijk systeem
De Europese landbouwsubsidies bevoordelen disproportioneel kapitaalkrachtige, grote landbouwbedrijven ten opzichte van kleinere boeren, omdat de subsidiebedragen voornamelijk berekend worden op basis van de oppervlakte grond die wordt bewerkt of in bezit is. Momenteel rijven de grootste landbouwbedrijven in de EU -een fractie van 0,5% van het totale aantal- ruim 16% van het volledige GLB-budget binnen. Agricost ontving alleen al in 2024 10,5 miljoen euro aan rechtstreekse betalingen - meer dan 1.600 keer het bedrag van een gemiddeld landbouwbedrijf.
Deze bevindingen komen er op het moment dat Europese beleidsmakers volop debatteren over de toekomst van de subsidieregeling. In juli 2025 publiceerde de Europese Commissie een voorstel voor de volgende periode van GLB-betalingen (2028 tot 2034). Milieu- en boerenorganisaties klagen aan dat het voorstel de boeren in de EU niet helpt, de intensieve agro-industrie bevoordeelt en de grootste grondbezitters zal blijven verrijken, terwijl daar amper milieuvereisten tegenover worden gesteld.
In het voorstel van de Commissie blijft het GLB-subsidiesysteem gebaseerd op de omvang van de grond die wordt geëxploiteerd, maar de steun zou worden beperkt tot 100.000 euro per landbouwbedrijf, per jaar. Dit plafond ligt echter nog steeds veel te hoog, aangezien 99% van de Europese boeren minder dan 100.000 euro aan steun ontvangt. Bovendien kunnen grote landbouwondernemingen de aanvragen makkelijk spreiden via de creatie van dochterbedrijven. De grootste agrobedrijven zouden dus amper geraakt worden door deze hervormingsvoorstellen. Toch stuitten ze op verzet van lobbygroepen uit de industriële agro-sector, Europese ministers en sommige Europarlementariërs - ook omdat het algemene subsidiebedrag voor het GLB wordt ingeperkt. De Europese Raad heeft op zijn top van juni 2026 bevestigd dat het de boedeling heeft om tegen eind 2026 tot een akkoord te komen over het totale EU-budget voor 2028-2034, waarvan het GLB-budget dus een belangrijk onderdeel vormt.
De door DeSmog en partners opgespoorde subsidies geven wellicht slechts een momentopname weer van de totale EU-betalingen ten gunste van steenrijke heersende families uit de Emiraten, vanwege fragmentarische officiële gegevens en een gebrek aan transparantie bij bedrijven uit de VAE.
Alle EU-landen zijn verplicht om informatie te publiceren over de boerderijen en boerderij-eigenaren die GLB-subsidies ontvangen. Deze gegevens vermelden echter alleen de rechtstreekse ontvanger, waardoor het moeilijk of soms onmogelijk is om de uiteindelijke eigenaars en investeerders te identificeren die van de fondsen profiteren. Unifrutti bezit bijvoorbeeld boerderijen op Sicilië en in de regio Almeria in Spanje, maar er kon geen informatie worden gevonden over de subsidies die deze bedrijven hebben ontvangen.
Deskundigen stellen dat dit soort grootschalige buitenlandse investeringen hebben bijgedragen aan grote verschuivingen in het landbouwlandschap van de EU. Uit officiële cijfers blijkt dat de Unie tussen 2005 en 2023 5,6 miljoen boerderijen heeft verloren, waarvan het overgrote deel kleinschalige bedrijven waren en waarvan veel zijn opgekocht door grotere producenten. Roemenië kende de grootste daling van alle lidstaten.
In Spanje zeggen boeren die luzerne verkopen voor verwerking door Al Dahra, dat de controle van het bedrijf over de regio grote risico's met zich meebrengt voor hun inkomen. “Hier in het dorp hebben ze veel macht. We moeten uiteindelijk allemaal via Al Dahra werken. Zij bepalen de prijs, punt uit”, vertelt Josep Ripoll, een boer in Fondarella in Catalonië, waar het hoofdkantoor van Al Dahra Europe is gevestigd, aan El Diario. “Het is een monopolie. Te nemen of te laten. Ik was veel beter af voordat ze hier kwamen.”
De grootschalige buitenlandse overname van landbouwgrond kan er ook toe leiden dat de lokale voedselproductie vooral voor export wordt ingezet, waardoor de beschikbaarheid en betaalbaarheid van voedsel in het gastland onder druk komen te staan.
De Europese landbouwsubsidies blijken zo een stille motor achter de hertekening van wie macht heeft in de sector, en wie die macht ondergaat.