Overslaan en naar de inhoud gaan
Image
IMF

Shutterstock.com

Geen frisse wind bij het IMF en de Wereldbank
Artikel
7 minuten

Van 12 tot 18 oktober houden de instellingen die opgericht werden in het kader van het 'Bretton Woods’-systeem -de Wereldbank en het Internationaal Muntfonds- hun jaarlijkse vergadering, deze keer in Bangkok, Thailand. Het wordt er erg druk, want het zijn niet alleen de instellingen zelf die er aanwezig zijn, ook vertegenwoordigers van hun 191 lidstaten, centrale banken en een horde academici en civiel-maatschappelijke organisaties. Het is elk jaar opnieuw en elk jaar een beetje meer een groot circus dat doet alsof er nijverig wordt gewerkt aan een ‘betere wereld’, aan het bestrijden van de armoede en het bevorderen van ‘ontwikkeling’.

Wie de agenda bekijkt ziet meteen dat het een vrij saaie bedoening wordt. De buitenlandse schuldenlast -in Noord én Zuid- zal worden besproken, de besparingen op de zogenaamde ‘ontwikkelingssamenwerking’, de klimaatverandering, de geopolitiek en de vaststelling dat er van de ‘duurzame ontwikkelingsdoelen’ (SDG's) van de VN slechts 36% ‘on track’ zijn.

De verwachtingen zijn ondermaats, niet omdat de thema’s niet belangrijk zijn, maar omdat alle zogenaamde oplossingen al jarenlang in rapporten, verklaringen en resoluties zijn vastgelegd. Er wordt nauwelijks iets mee gedaan en er is niets nieuws onder de zon. De schuldenlast staat al decennialang op de agenda. In 2025, in Belem, Brazilië werd een zoveelste ‘COP’ (Conference of the Parties) gehouden over milieu en klimaatverandering, er was in 2024 een VN-top over de toekomst, in 2025 een vierde conferentie in Sevilla over de financiering van ontwikkeling en in 2015 een ‘SDG-top’ met duurzame ontwikkelingsdoelen die in 2030 gehaald zouden moeten worden. Quod non.

De formele naam van de Wereldbank is ‘Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling’, een bank die geacht wordt te werken aan de modernisering en ontwikkeling van de hele wereld, na de heropbouw na de Tweede Wereldoorlog. Het IMF van zijn kant moet toezien op de monetaire en financiële stabiliteit in de wereld. Beide instellingen doen hun werk, wellicht doen ze dat ook goed. De vraag is of dat wat ze doen ook nodig en gepast is om het doel te bereiken, dan wel of ze niet meer schade aanrichten dan wat goed is voor de mensen.

De herauten van het neoliberalisme en de mondialisering

Na de val van de Muur (1989) was er veel enthousiasme over de nieuwe wereld die in de maak was. Gedaan met ideologische conflicten, hoera voor de nieuwe samenwerkingsmogelijkheden door middel van vrijhandel in de hele wereld. Er werd komaf gemaakt met 'ontwikkeling' in de oude betekenis, er kwam een neoliberale ‘pensée unique’ die de economie aan de democratische processen onttrok, verzorgingsstaten werden best vervangen door armoedebestrijding.

Twee decennialang ging het onderzoek in de studiediensten van de Bretton Woods-instellingen vooral over hoe armoede moest gemeten worden, hoeveel armen er eigenlijk wel waren, welke armoedeprofielen er bestonden en hoe die armoede uit de wereld kon worden geholpen. Het antwoord was kort samengevat: met economische groei. En voor die groei waren ‘structurele aanpassingen’ nodig, denk aan privatiseringen en dereguleringen, wegwerken van ‘handelsbelemmeringen’, vrij kapitaalverkeer, afbouw van openbare diensten.

De wereld van 2026 is erg verschillend van wat men in 1990 voor ogen had. De drang naar ‘mondialisering’ werd in erg veel gevallen vervangen door een klemtoon op nationale grenzen, grootmacht Verenigde Staten gebruikt handelstarieven als politiek wapen, de schuldenlast blijft een immens groot probleem en de armoede, tja, die is ‘spectaculair gedaald’, maar men vergeet er bij te zeggen dat dit vooral dankzij China en India is. In Afrika zijn er, mede door de bevolkingsgroei, vandaag meer armen dan in 1990. Een klein miljard mensen lijdt honger. De ongelijkheid bereikt ongekende hoogtes. Het is wachten op een nieuwe financiële crisis of het uitbreken van een nieuwe wereldoorlog dan wel een klimaatramp.

En de ontwikkeling?

Het probleem met ‘ontwikkeling’ is dat er nooit een heldere definitie is geweest van wat het kon betekenen. Na het dekoloniseringsproces in de tweede helft van de twintigste eeuw wisten de nieuwe staten wel wat ze wilden: industrialisering, een rechtvaardig handelssysteem, technologietransfers en hulp van de rijke landen.

Van meet af aan werd de ‘samenwerking’ gekenmerkt door assymetrie, corruptie en cliëntelisme, de economische belangen van de rijke landen waren nooit weg te denken en de ‘witte olifanten’ waren talrijk.

Met de ommekeer van de jaren 1990 (na de val van het communistisch blok) werd ‘ontwikkeling’ als collectief economisch en sociaal project zo goed als vergeten. We gingen ‘de armoede bestrijden’, wat betekende dat er winst moest gemaakt worden door bedrijven uit het mondiale Noorden, dat er hier en daar zeer beperkte programma’s van ‘sociale bescherming’ werden ingevoerd en dat enkele grote NGO’s zich toelegden op humanitaire hulp.

Ook die periode is nu aan het aflopen. De budgetten voor ‘ontwikkelingssamenwerking’ worden drastisch ingekrompen, bij de landen van de 'Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) en de Europese Unie, waaronder ook België. En uiteraard in de VS waar USAID, de overheidsdienst voor internationale ontwikkelingssamenwerking, gewoon werd opgedoekt. Het Noorden beweert nog steeds ‘solidair’ te (willen) zijn met het Zuiden, maar de praktijk wijst op iets anders. Sinds de jaren 1970 beweren we 0,7% van ons bruto nationaal product (BNP) aan hulp te willen besteden, maar de OESO-landen stonden in 2024 op 0,34%. België is gezakt van 0,48% in 2024 naar 0,37% in 2025. In België gaat een groot deel van die hulp naar Oekraïne en naar de opvang van asielzoekers. De honderden miljoenen extreem arm gemaakte mensen in de wereld mogen hun plan trekken.

Trouwens, mocht de samenwerking echt tot ‘ontwikkeling’ leiden, we zouden het al gezien hebben. Maar in 1971 telde de VN-organisatie voor handel en ontwikkeling (UNCTAD) 24 landen in de categorie ‘minst ontwikkelde landen’. Rond 2000 waren dat er zo’n vijftig en vandaag zijn er nog steeds 44 'minst ontwikkelde landen'. Het enige land dat zich daadwerkelijk heeft geïndustrialiseerd en ontwikkeld is China, niet met de regels van Wereldbank en IMF, maar met een eigen programma. De Zuidoost-Aziatische ‘tijgers’ die zich vanaf de jaren 1960 sterk konden ontwikkelen -Zuid-Korea, Taiwan, Singapore en Hong Kong- konden op gulle kapitaalstromen vanuit het Westen rekenen om het communisme in de regio tegen te houden.

Alleen maar kommer en kwel?

Er zal in Bangkok niets te merken zijn van enige nieuwe dynamiek. Het neoliberale beleid waar de instellingen zich met volle overgave mee bezig hielden, is deels van de agenda verdwenen. Het is grandioos mislukt. De mondialisering en de vrijhandel liggen op apegapen. ‘Structurele aanpassingen’ blijven onverminderd gelden, maar werden eerst ‘fiscal consolidation’ en nu ‘rebuilding buffers’ genoemd. Armoedebestrijding werd ‘sociale bescherming’ en heet nu ‘jobs, jobs, jobs’, maar zal de economische en sociale rechten van de werknemers niet bevorderen, laat staan bijdragen tot hun emancipatie. Er wordt nu zelfs over ‘solidariteit’ als een ‘strategisch globaal belang’ gesproken. Er is geen enkele reden om te denken dat dit in het belang kan zijn van arm gemaakte landen in het Zuiden.

Volgens een nieuw rapport van ‘End Austerity’ worden vandaag 6 miljard mensen getroffen door een of ander soberheidsbeleid. Wie mocht denken dat de Arizonaregering in België zelf zijn besparingen kiest: voor ons land stelt het IMF voor dat de uitgaven voor onderwijs en gezondheidszorg worden beperkt, dat er wordt bezuinigd op de sociale zekerheid (uitsluitend richten op de allerarmsten), dat er een pensioenhervorming komt, dat de vennootschapsbelasting én de sociale bijdragen van werkgevers worden verlaagd, dat er meer verbruiksbelasting (BTW) wordt geïnd, dat er een verlaging komt van de loonsom bij de overheid (verlaging van ambtenarensalarissen en/of vermindering van het aantal ambtenaren) en dat de arbeidsmarkt wordt geflexibiliseerd.

De plundering van Afrika’s rijkdommen door grootmachten houdt aan, ongehinderd, net zoals in het verleden. Deskundigen leggen haarfijn het verband bloot tussen die roofeconomie en de vele eveneens onderling verbonden conflicten: van Iran tot Soedan, Libië, Ethiopië, Jemen, de Sahel en uiteraard de VS, Frankrijk en Rusland.

Is er dan alleen maar kommer en kwel? Neen, omdat het besef van de hypocrisie steeds meer aan de oppervlakte komt. Een klein aantal organisaties behorend tot het mondiale middenveld zal daar in belangrijke mate toe bijdragen in Bangkok. Wie wil luisteren zal er kunnen horen wat voor kwaad de nieuwe ‘buffers’ aanrichten en vooral hoe totaal ongepast en schadelijk het beleid van de Wereldbank en het IMF wel is. Een hervorming van die instellingen, zo wordt nu gezegd, is even noodzakelijk als een hervorming van de VN-Veiligheidsraad. Binnen het IMF en de Wereldbank hangt het stemgewicht van landen grotendeels samen met hun financiële bijdragen, waardoor de grote economieën meer invloed hebben. Met dit zogenaamde '1 dollar, 1 stem'-systeem werken de Wereldbank en het IMF trouwens in strijd met het VN-Handvest dat de ‘soevereine gelijkheid’ van alle landen vooropstelt. Het mondiale middenveld zal in Bangkok een ‘toolkit’ voor campagnes tegen de Bretton Woods-instellingen voorstellen, met meer uitleg over de instellingen zelf en hoe hun beleid te bestrijden. Er is ook het voorstel om een ‘International People’s Assembly’ op te richten en het oude idee van ‘recht op ontwikkeling’ wordt weer uit de kast gehaald.

Aan ideeën over hoe solidariteit, democratie en mensenrechten of sociale en economische rechtvaardigheid kunnen worden verdedigd, is er geen gebrek. Wat nog ontbreekt is een gedeelde agenda, een bereidheid om samen te werken en een strategie om mensen ervan te overtuigen dat ‘ontwikkelingssamenwerking’ een uitstekend idee is waar we dringend mee moeten beginnen.

Dit artikel verscheen eerder op Uitpers.


Iets fouts of onduidelijks gezien op deze pagina? Laat het ons weten!

Zonder kritisch middenveld, geen gezonde democratie!

De Vlaamse regering is met de botte bijl door de structurele subsidie van Vrede vzw gegaan. Vanaf 2026 moeten we het doen met meer dan de helft minder dan verwacht. Dit brengt onze algemene werking in gevaar! Een kritische, antimilitaristische tegenstem is vandaag nochtans meer dan nodig. Stel ons in staat om de strijd voor vrede en rechtvaardigheid voort te zetten!

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze digitale nieuwsbrief.