Woensdag 22 juli ondertekende de Trump-regering een historische samenwerkingsovereenkomst met Saoedi-Arabië rond de ontwikkeling van een civiel kernenergieprogramma. De overeenkomst, die een looptijd heeft van 30 jaar en meerdere miljarden dollars waard is, verleent VS-bedrijven –met name Westinghouse– het exclusieve recht om de nucleaire infrastructuur van het Saoedische koninkrijk te ontwikkelen, terwijl internationale concurrenten worden uitgesloten.
De nucleaire samenwerkingsovereenkomst -ook wel een ‘123-akkoord’ genoemd, naar Sectie 123 van de ‘US Atomic Energy Act’ uit 1954- regelt de overdracht van nucleair materiaal of nucleaire technologie voor vreedzame doeleinden vanuit de Verenigde Staten naar derde landen. Saoedi-Arabië is zeker niet het enige land dat een dergelijke overeenkomst met de VS heeft gesloten. Momenteel zijn er zo’n 26 van kracht. Eerdere VS-regeringen weigerden echter een 123-akkoord af te sluiten met Saoedi-Arabië, omdat het koninkrijk erop stond de verrijking van uranium te ontwikkelen in eigen land.
Hoewel de details ervan nog vaag en veranderlijk zijn, zou de nieuwe overeenkomst mogelijk de deur openen voor Saoedische uraniumverrijking zonder internationaal toezicht.
Aanjagen van proliferatie
Deze overeenkomst werd gesloten door een VS-regering die zich ogenschijnlijk geen zorgen maakt over de verspreiding van uraniumverrijking en de opwerking van gebruikte splijtstof. In mei 2025 ondertekende president Trump een uitvoerend bevel waarin hij zijn administratie opdroeg om tegen eind 2028 "met grote inzet ten minste 20 nieuwe 123-akkoorden na te streven" en de aflopende overeenkomsten "actief te heronderhandelen".
Vervolgens sprak de VS-regering zich eind vorig jaar expliciet uit vóór binnenlandse uraniumverrijking en opwerking in Zuid-Korea na een ontmoeting met de Zuid-Koreaanse president Lee Jae Myung, en maakte ze de overeenkomst met Saoedi-Arabië vervroegd bekend ('pre-announced', in het jargon van Washington) tijdens het bezoek van de Saoedische kroonprins Mohammed bin Salman aan D.C.
"Dit beleid draait 50 jaar Amerikaans leiderschap binnen de mondiale architectuur voor non-proliferatie terug", aldus Thomas Countryman, voormalig VS-onderminister van Buitenlandse Zaken voor Internationale Veiligheid en Non-proliferatie.
Nu Washington de deur heeft geopend voor uraniumverrijking in Saoedi-Arabië zelf, zullen andere landen in het Midden-Oosten waarmee Washington 123-akkoorden heeft gesloten -de Verenigde Arabische Emiraten (VAE), Turkije en Egypte- waarschijnlijk gelijkaardige eisen stellen. Dat kan mogelijk leiden tot meerdere fronten van nucleaire proliferatie in de regio. Van deze opgesomde landen heeft alleen de VAE een overeenkomst die het Aanvullend Protocol van het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA) omvat als voorwaarde voor de levering van nucleair materiaal vanuit de VS. (Dit Aanvullend Protocol breidt de inspectie- en verificatiebevoegdheden van het IAEA uit.). De overeenkomst verbiedt bovendien permanent de bouw en exploitatie van installaties voor uraniumverrijking en opwerking op het grondgebied van de VAE – een strenge non-proliferatieverbintenis die algemeen bekendstaat als de 'gouden standaard'.
"Aangezien [de overeenkomst tussen de VS en Saoedi-Arabië] buiten de Aanvullende Protocollen valt, zal zij schadelijke gevolgen hebben voor de wapenbeheersing", stelt Rachel Bronson van het 'Bulletin of the Atomic Scientists'. Deze situatie "zou de VAE ertoe kunnen aanzetten hun 123-akkoord te heroverwegen”. De overeenkomst met de VAE bevat namelijk een clausule die het mogelijk maakt de deal te herzien, onder meer vanwege “regionale en internationale ontwikkelingen op het gebied van non-proliferatie”.
"Dat betekent niet dat de VAE de overeenkomst ook daadwerkelijk zal willen heronderhandelen", voegt Bronson eraan toe. "Maar de VAE heeft voor een deel met de 'gouden standaard' ingestemd om met name Iran, maar ook Saoedi-Arabië, te tonen dat er een weg vooruit was voor civiele kernenergie in het Midden-Oosten zonder dat uraniumverrijking vereist was".
Turkije en Egypte zijn daarentegen niet aan dergelijke beperkingen gebonden.
Hoewel Turkije op grond van zijn 123-overeenkomst geen nucleair materiaal of nucleaire technologie uit de VS mag gebruiken voor binnenlandse uraniumverrijking zonder de uitdrukkelijke toestemming van Washington, heeft Ankara juridisch gezien niet voor altijd afstand gedaan van het recht om uranium te verrijken. De overeenkomst tussen Egypte en de Verenigde Staten liep in 2021 af, en Caïro wendt zich nu tot Rusland voor de levering van nucleair materiaal en nucleaire technologie.
Volgens Countryman, die eerdere onderhandelingen over 123-akkoorden heeft geleid voor de VS, "vergroot de overeenkomst [tussen de VS en Saoedi-Arabië] het risico dat andere landen uraniumverrijking en opwerking zullen nastreven als onderdeel van de opbouw van een latente capaciteit om kernwapens te produceren".
Dubbele in plaats van gouden standaard
Veel waarnemers wijzen op het tegenstrijdige beleid van de VS ten aanzien van Iran en Saoedi-Arabië. "De [VS] heeft Iran nooit toegestaan dit te doen", reageert Nicole Grajewski, Iran-kenner en professor aan 'Sciences Po Paris', op de recente aankondiging van de nucleaire deal met de Saoedi's. “Alle brandstof voor de nucleaire reactoren van Iran wordt in het buitenland verrijkt (gedeeltelijk op aandringen van Rusland)", stelt Grajewski. "Saoedi-Arabië heeft nog geen kernreactor", voegt ze eraan toe.
Jon Wolfsthal, ex-functionaris van het Witte Huis en voormalig lid van de 'Bulletin Science and Security Board' stelt: "Ik ben niet tegen om het even welke overeenkomst, maar ik vertrouw deze regering niet om een goede deal tot stand te brengen."
De samenwerkingsovereenkomst tussen de VS en de Saoedi’s "klinkt heel anders dan de standaard 123-deal", licht Wolfsthal verder toe in 'The New Republic'. "Dit voedt de bezorgdheid dat Saoedi-Arabië zijn nauwe financiële banden met de familie Trump gebruikt om de samenwerking met de VS te manipuleren met het oog op het nastreven van een kernwapenoptie, vooral als Iran een nucleaire drempelstaat blijft." (Een nucleaire drempelstaat is een land dat de technische kennis, de nucleaire infrastructuur en het splijtbare materiaal bezit om in relatief korte tijd een kernwapen te produceren, maar ervoor kiest dat [nog] niet te doen.)
Experts hadden wel een nucleaire overeenkomst tussen de VS en Saoedi-Arabië verwacht, maar de meesten waren verrast door de gemelde concessies van de regering-Trump, die ze zien als een ondermijning van de nationale veiligheid en de inspanningen op het gebied van non-proliferatie.
"Als iemand die gelooft in zowel het civiele kernenergieprogramma van de VS als de waarde van VS-samenwerking bij de ontwikkeling van vreedzaam gebruik van kernenergie in andere landen, ben ik desondanks fel gekant tegen deze overeenkomst met Saoedi-Arabië", zegt Laura Kennedy, waarnemend VS-vertegenwoordiger bij het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA). "Instemmen met enige vorm van nucleaire samenwerking zonder dat die partner ten minste het Aanvullend Protocol van het IAEA aanvaardt, zou haaks staan op de nationale veiligheidsbelangen van de VS en een gevaarlijk precedent scheppen voor deze instabiele regio [Midden-Oosten], met inbegrip van de inspanningen om te voorkomen dat Iran kernwapens verwerft."
Het Aanvullend Protocol van het IAEA is uitgegroeid tot de gouden standaard voor nucleaire transparantie. Het is complementair aan de alomvattende waarborgovereenkomsten ('Comprehensive Safeguards Agreements') en breidt de inspectie- en informatiebevoegdheden van het agentschap uit, onder meer tot installaties die niet rechtstreeks verband houden met geregistreerde nucleaire activiteiten. De ondertekening van het Aanvullend Protocol is vrijwillig, maar Iran aanvaardde het als onderdeel van de nucleaire overeenkomst (JCPOA) van 2015. Saoedi-Arabië heeft dat nu niet gedaan.
"De Verenigde Staten is verwikkeld in een oorlog met Iran", zegt Bonnie Jenkins, voormalig VS-onderminister van Buitenlandse Zaken voor Wapenbeheersing en Internationale Veiligheid. "De regering beweert keer op keer dat we 'Iran niet kunnen toestaan een kernwapen te ontwikkelen', en toch ... stemmen we in met een nucleaire overeenkomst met Saoedi-Arabië.”
Risico op een wapenwedloop in het Midden-Oosten
Veel experts vrezen dat het zopas aangekondigde 123-akkoord nu een nieuwe wapenwedloop kan aanwakkeren tussen de belangrijke machten in het Midden-Oosten, Iran en Saoedi-Arabië, die beide worden aangedreven door een al tientallen jaren durende, diepgewortelde rivaliteit.
Vorige week donderdag trachtte president Trump in een bericht op zijn sociale mediaplatform 'Truth Social' te verduidelijken dat de overeenkomst geen verrijking van nucleair materiaal omvat. "Trumps bericht houdt vrijwel geen enkel verband met wat er zojuist is ondertekend", schrijft Matt Bunn, van het ‘Managing the Atom’-project (Harvard Universiteit), in een reactie op 'Bluesky'.
"Op dit moment lijkt de VS de voorkeur te geven aan een systeem waarbij het een deel van de inspecties zelf zou uitvoeren", verduidelijkt Nour Eid, onafhankelijk onderzoeker op het gebied van kernenergie en nucleaire non-proliferatie, op basis van de beperkte openbare informatie over de overeenkomst. "Een dergelijk mechanisme zou echter alleen betrekking hebben op de faciliteiten die onder de Amerikaans-Saoedische overeenkomst vallen en zou het bredere verificatieregime van het IAEA niet vervangen, waardoor er mogelijke gebieden van onzekerheid blijven bestaan."
Het gebrek aan transparantie en de onzekerheid zouden gevaarlijke achterpoortjes kunnen creëren. Staten die partij zijn bij het Verdrag inzake de Non-proliferatie van Kernwapens (NPT) hebben het recht een civiel nucleair programma te ontwikkelen, inclusief uraniumverrijking. Maar dat recht "moet gepaard gaan met een streng en geloofwaardig inspectieregime om ervoor te zorgen dat deze activiteiten uitsluitend vreedzaam blijven en om elke vorm van dubbelzinnigheid te vermijden", aldus Eid.
Wat volgt nu?
De regering-Trump is naar verluidt van plan de overeenkomst ter goedkeuring voor te leggen aan het Congres, dat na ontvangst van de tekst 90 dagen de tijd heeft om deze te beoordelen. Maar sommige Congresleden uitten als snel hun bezorgdheid. "De nucleaire overeenkomst die Trump vandaag met Saoedi-Arabië heeft gesloten, is rampzalig beleid", schrijft afgevaardigde John Garamendi, een Democraat uit Californië, op Bluesky. "Ze laat de waarborgen van de Gouden Standaard varen, waardoor het risico op uraniumverrijking, nucleaire proliferatie en een regionale wapenwedloop in het Midden-Oosten toeneemt."
Vorige week donderdag verklaarde president Donald Trump plots op zijn sociale media dat de overeenkomst "onder voorbehoud is" van de normalisering van de betrekkingen tussen Saoedi-Arabië en Israël – iets wat niet werd vermeld in de eerdere communicatie van de Trump-regering. De toetreding van het Saoedische koninkrijk tot de Abraham-akkoorden lijkt dus als nieuwe voorwaarde te zijn toegevoegd nadat Saoedi-Arabië de overeenkomst een dag eerder al had ondertekend. Als Riyad in het kader van het akkoord effectief wordt verplicht om diplomatieke betrekkingen aan te knopen met Israël, dreigt de overeenkomst al vast te lopen voordat ze ter behandeling wordt voorgelegd aan het Congres.
Dit vertaalde en geredigeerde artikel verscheen eerder op 'Bulletin of the Atomic Scientists'.