In de woestijn bij Agadez in Niger voeren honderden vluchtelingen die verblijven in het ‘Agadez Humanitarian Center’ al bijna twee jaar actie voor betere levensomstandigheden en een veilige toekomst. Het gaat om een van de langst aanhoudende, door vluchtelingen geleide protestbewegingen in de geschiedenis.
Velen van de bijna 2000 vluchtelingen in het centrum zijn afkomstig uit Soedan, waar sinds april 2023 een verwoestende oorlog woedt tussen de Soedanese strijdkrachten en de paramilitaire ‘Rapid Support Forces’, die al vele duizenden doden eiste en zo’n 14 miljoen mensen ontheemde. Anderen zijn gevlucht voor geweld en politieke instabiliteit in landen als Tsjaad, Eritrea, Somalië, Ethiopië, de Democratische Republiek Congo, Kameroen en de Centraal-Afrikaanse Republiek.
Het Agadez Humanitarian Center werd in 2017 opgericht met steun van onder meer de Europese Unie, Italië en het Verenigd Koninkrijk. Het wordt beheerd door de autoriteiten in Niger en de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR. Het opvangcentrum was bedoeld als tijdelijke tussenstop voor vluchtelingen die op hervestiging wachten, maar voor sommigen is het inmiddels al jaren hun gedwongen verblijfplaats.
De bewegingsvrijheid van de vluchtelingen die er verblijven, wordt sterk ingeperkt, asielprocedures gaan niet of nauwelijks vooruit en de mogelijkheden voor hervestiging zijn zeer beperkt. In 2025 waren voor heel Niger slechts 200 hervestigingsplaatsen beschikbaar, terwijl de behoefte geschat werd op meer dan 15.000. Geen van die plaatsen is naar vluchtelingen in Agadez gegaan.
Bijna elke dag verzamelen zich onder de brandende zon tot ongeveer duizend mensen in de Sahara. Ze houden borden omhoog met boodschappen als: ‘We willen hier niet blijven’ en ‘We voelen ons hier niet veilig’. Ook kinderen doen mee en houden stukken karton vast waarop wordt bijgehouden hoeveel dagen de actie al duurt. Op 29 september is het de 736e dag van protest. De centrale boodschap blijft steeds dezelfde: de vluchtelingen willen niet langer in de woestijn worden vastgehouden zonder uitzicht op een veilige toekomst. Hun belangrijkste eisen zijn hervestiging naar een veilig derde land, betere levensomstandigheden in afwachting daarvan en een einde aan hun de facto detentie.
De UNHCR stelt dat het centrum geen detentiecentrum is en dat bewoners zich vrij kunnen bewegen. Vluchtelingen ter plaatse spreken dit tegen. Voor verplaatsingen buiten Agadez zijn vergunningen van de lokale autoriteiten nodig die moeilijk te verkrijgen zijn. En zelfs als de vluchtelingen deze wel te pakken krijgen, worden ze vaak tegengehouden aan controleposten en gedwongen om een omkoopsom te betalen.
En dan is er ook de extreme hitte. De temperaturen in Agadez lopen regelmatig op tot boven de 40 graden Celsius. Vluchtelingen lopen daardoor risico op uitdroging en hitteberoertes, terwijl de medische voorzieningen ter plaatse beperkt zijn. In 2024 besloten de Nigerese autoriteiten om het lokaal gezondheidscentrum te sluiten. Sindsdien moeten migranten op eigen kracht 10 kilometer afleggen om het dichtstbijzijnde gezondheidscentrum in de regio te bereiken, dat bovendien slecht is uitgerust. Volgens de bewoners van het centrum zijn sinds 2024 meerdere mensen overleden aan medische oorzaken die voorkomen hadden kunnen worden, waaronder bloedarmoede en bloedingen na een bevalling. Ook de voedselvoorziening is problematisch.
Een protest dat niet wil verdwijnen
De huidige protestactie begon op 22 september 2024 en wordt sindsdien vrijwel dagelijks voortgezet. De vluchtelingen hebben een eigen comité opgericht dat de acties organiseert, petities opstelt, hongerstakingen coördineert en contact zoekt met organisaties buiten Niger.
Het protest is bewust geweldloos, maar de Nigerese politie en veiligheidstroepen reageren vaak repressief, met intimidatie, agressie en geweld. Verschillende leiders van de protestbeweging zijn al gearresteerd, mishandeld en naar Tsjaad gedeporteerd. In 2025 werden meerdere leiders opgepakt. Sommigen werden volgens getuigen met geweld meegenomen en van een aantal gedeporteerde activisten is niet bekend waar ze zich momenteel bevinden.
De VN-rapporteur voor mensenrechtenverdedigers waarschuwde dat dergelijke arrestaties mogelijk neerkomen op gedwongen verdwijningen en ernstige schendingen van de mensenrechten. De UNHCR zegt dat het zijn bezorgdheden over de arrestaties bij de Nigerese autoriteiten heeft aangekaart, maar vluchtelingen verwijten de organisatie dat ze onvoldoende reageert op de arrestaties en het geweld, en bovendien weinig doet aan hun slechte leefomstandigheden.
In februari 2025 zette de UNHCR op verzoek van de Nigerese autoriteiten zelfs tijdelijk een groot deel van de voedselhulp stop, waardoor sommige vluchtelingen de organisatie die hen behoort te beschermen, beschuldigden van medeplichtigheid aan het onderdrukken van het protest.
Eind mei 2025 kondigde de UNHCR aan dat de algemene voedselhulp in Agadez geleidelijk zou worden beëindigd en vanaf juli kregen alleen de meest kwetsbare bewoners nog voedselbonnen. Dit had volgens de VN-vluchtelingenorganisatie niets te maken met het aanhoudende protest in het centrum, maar was het gevolg van een ernstige financieringscrisis. (In april 2025 meldde de UNHCR dat de Niger-operatie slechts voor 20% gefinancierd was.)
Bredere context
De wanhoop en de weerstand van de vluchtelingen in Agadez staan voor veel meer dan de omstandigheden in één opvangcentrum. Het draait hier om de vraag wat vluchtelingenbescherming nog betekent wanneer mensen jarenlang worden vastgehouden zonder duidelijk perspectief.
Volgens David Yambio van ‘Refugees in Libya’ is het protest in het Agadez Humanitarian Center onderdeel van een bredere beweging van vluchtelingen in Noord-Afrika. Ze proberen aandacht te vragen voor een systeem dat steeds meer gericht is op het tegenhouden, vasthouden en terugsturen van vluchtelingen zonder dat hun wettelijk recht op bescherming daadwerkelijk wordt geregeld, en zonder rekening te houden met de waardigheid van de betrokken personen.
De rol van Europa is daarbij cruciaal. Er moet koste wat kost voorkomen worden dat migranten, asielzoekers en vluchtelingen, waaronder mensen die proberen te ontsnappen aan oorlog en vervolging, Europa bereiken. Dat gebeurt steeds vaker door grenscontrole en opvang (wat regelmatig neerkomt op detentie) te organiseren buiten Europa. De Europese grenzen liggen in de praktijk diep in Libië, Tunesië, Niger en verder.
De mediterrane landen Algerije, Marokko, Tunesië en Libië vormen de belangrijkste routes voor vluchtelingen die proberen bescherming en veiligheid te zoeken in Europa. De autoriteiten in deze landen voeren echter de bevelen van Europese regeringen uit door mensen die op de vlucht zijn met geweld uit te zetten.
In Libië en Tunesië financiert de EU operaties van de ‘kustwacht’, niet om vluchtelingen te redden, maar om boten met migranten op zee te onderscheppen en hen gedwongen terug te sturen, vaak naar Libië, waar zij systematisch te maken krijgen met opsluiting, afpersing, foltering en slavernij.
Andere vluchtelingen die in Noord-Afrika en op de Middellandse Zee worden onderschept, worden in de woestijn gedumpt, bij grensgebieden achtergelaten of naar Mauritanië, Niger en de Egeïsche eilanden gestuurd, waar de EU grootschalige detentiecentra financiert. Algerije alleen al heeft sinds 2024 meer dan 80.000 mensen uitgezet naar Niger.
Deze massale uitzettingen zijn geen op zichzelf staande acties, maar maken deel uit van een gecoördineerde ‘deportatiecorridor’, waarin met Europees geld en via internationale organisaties een systeem wordt gefinancierd dat migranten zoveel mogelijk moet buitenhouden. In de Egeïsche Zee houden door de EU gesteunde ‘Closed Controlled Access Centers’ asielzoekers maandenlang en onder voortdurende bewaking vast. In Mauritanië financieren de EU en Spanje migrantendetentiefaciliteiten die bekendstaan om hun onmenselijke behandeling, ondanks het feit dat ze worden voorgesteld als ‘humanitaire centra’. De bedoeling is mensen voor onbepaalde tijd op te sluiten, ver weg van Europese rechtbanken, verantwoordingsmechanismen en menselijke empathie.
Agadez is dus geen geïsoleerd geval, maar past binnen een breder Europees migratiebeleid waarin het tegenhouden en terugsturen van migranten, en de uitbesteding daarvan aan derde landen, een steeds belangrijkere plaats krijgen. Op 17 juni 2026 sprak het Europees Parlement zich uit voor de nieuwe 'Return Regulation', die een juridische basis biedt voor zogenoemde ‘return hubs’ buiten de EU. De nieuwe regels vormen een aanvulling op het EU-Asiel- en Migratiepact, dat op 12 juni 2026 in werking trad. Ook daarin wordt het Europese beleid van grenscontrole, detentie en deportatie verder wettelijk verankerd – een migratiebeleid dat in de praktijk al jarenlang wordt gevoerd en steeds verder wordt uitgebreid via de toenemende financiering van onder meer grens- en kustbewakingsprogramma’s. De verantwoordelijkheid voor de 'bescherming' van migranten en vluchtelingen wordt op die manier steeds verder buiten Europa gelegd. Hoewel de EU beweert mensenrechten en het recht op asiel te beschermen, spreekt haar migratiebeleid dit in de praktijk fundamenteel tegen.
Agadez illustreert perfect hoe internationale bescherming botst met migratiecontrole. Vluchtelingen worden er vastgehouden in een kamp in de woestijn, hun asielaanvragen worden niet behandeld en wanneer zij vreedzaam protesteren tegen hun detentie, wordt hun vrijheid van meningsuiting gecriminaliseerd door de autoriteiten die hen daar vasthouden. En dit wordt allemaal gefinancierd door de Europese belastingbetalers.