Overslaan en naar de inhoud gaan
Image
kernwapens

Shutterstock.com

Meer kernwapenstaten is geen recept voor grotere veiligheid
Artikel
5 minuten

Of het staakt-het-vuren met Iran nu standhoudt of niet, en of Iran zijn uraniumvoorraad en verrijkingsprogramma nu behoudt of niet, één ding is duidelijk: het nucleaire gevaar neemt toe.

De laatste ronde dreigementen van de regering-Trump gericht tegen Iran werd algemeen gezien als nucleair spierballengerol. Luchtaanvallen van de VS en Israël in de buurt van de kerncentrale van Bushehr in Iran leidden tot een Russische waarschuwing voor escalatie met “onherstelbare gevolgen”. Nucleaire normen en veiligheidswaarborgen brokkelen af, en daadwerkelijke nucleaire dreigingen duiken weer op.

De oorlog in Iran heeft de kans op nucleaire proliferatie juist vergroot, niet verkleind. Het is duidelijk dat Iran niet was aangevallen als het over kernwapens had beschikt. Dat is een krachtige les voor andere landen, die laat zien waarom ze zelf kernwapens zouden willen nastreven. De Verenigde Staten beweert dat het doel in Iran het voorkomen van nucleaire proliferatie was.

Ondertussen pleiten experts in prestigieuze publicaties voor wat zij “selectieve proliferatie” noemen, d.w.z. dat meer bondgenoten van de VS kernwapens gaan ontwikkelen. Als Duitsland en Japan hun eigen onafhankelijke nucleaire afschrikkingsmiddelen zouden ontwikkelen, zo luidt hun argument, zouden ze een groter deel van hun eigen defensielast kunnen dragen, de regionale stabiliteit kunnen versterken en hun afhankelijkheid van een steeds onvoorspelbaarder wordende VS kunnen verminderen.

Dit slaat nergens op en is gevaarlijk misplaatst. In het beste geval is het strategisch geheugenverlies, in het slechtste geval een slaapwandeling richting Armageddon.

Europese leiders bespreken nieuwe vormen van nucleaire samenwerking op basis van hun bestaande kernwapenarsenalen. Frankrijk en Duitsland hebben al concrete stappen gezet in de richting van een gestructureerde coördinatie van de nucleaire afschrikking, wat de onzekerheid weerspiegelt over de betrouwbaarheid op lange termijn van de VS-garanties. Maar zelfs ‘verantwoordelijke’ bondgenoten als Duitsland aanmoedigen om eigen kernwapens te verwerven, zou het systeem niet stabiliseren, noch zou het Europa of andere regio's veiliger maken. Het zou juist risico vergroten dat conventionele conflicten escaleren tot nucleaire conflicten. Recente vijandelijkheden tussen Pakistan en Afghanistan laten zien hoe snel regionale spanningen kunnen escaleren in de nabijheid van kernwapenstaten.

‘Selectieve proliferatie’ zou de fundamentele juridische en politieke kaders die nucleaire risico’s inperken, verzwakken. Het zou de dynamiek binnen allianties bemoeilijken en de kans op misrekeningen, systeemstoringen, escalatie van crisissen en het gebruik van kernwapens vergroten.

Het probleem is niet alleen wie kernwapens bezit. Het is de inherente complexiteit en kwetsbaarheid van nucleaire systemen zelf. Naast het gevaar van irrationele leiders of onstabiele regimes, vormen krappe besluitvormingstermijnen, onvolledige informatie, technologische kwetsbaarheden en het altijd aanwezige risico van menselijke fouten in alle nucleaire systemen, misschien nog grotere gevaren.

Voorstanders van selectieve proliferatie halen de Koude Oorlog aan als bewijs dat nucleaire afschrikking veilig kan worden beheerd en op lange termijn in stand kan worden gehouden. Daarbij wordt echter voorbijgegaan aan het feit dat de wereld meermaals op de rand van een ramp stond. Van de Cubaanse rakettencrisis tot valse alarmen in vroegtijdige waarschuwingssystemen: de geschiedenis staat bol van de waarschuwingen. Deze situaties waarbij een ramp ternauwernood werd vermeden, deden zich niet voor omdat leiders op een nucleaire oorlog uit waren, maar omdat complexe nucleaire systemen faalden onder druk.

Het creëren van meer kernwapenstaten –zelfs ‘zeer capabele’, ‘stabiele’ staten- zou deze risico’s vermenigvuldigen en allianties fundamenteel veranderen op manieren die de nucleaire afschrikking zou ondermijnen in plaats van versterken. Allianties functioneren niet alleen op basis van capaciteiten, maar op basis van coördinatie, communicatie, geloofwaardigheid en duidelijkheid in de bevelstructuur. Selectieve proliferatie zou die functies bemoeilijken.

Effectieve afschrikking hangt niet af van het aantal kernkoppen of kernwapenstaten, maar van het vermogen van bondgenoten om extreme onzekere omstandigheden te beheersen. Elke extra kernwapenstaat introduceert nieuwe commando- en controlesystemen, nieuwe besluitvormingsprocessen en nieuwe potentiële zwakke plekken. Grotere complexiteit betekent een grotere kans op misverstanden en escalatie in een crisis.

Hopen dat dit allemaal veilig beheerd kan worden, is geen strategie. Zullen nieuw bewapende bondgenoten onafhankelijk handelen in een regionaal conflict? Hoe zal escalatie worden beheerst over meerdere nucleaire besluitvormingscentra heen? Zullen tegenstanders de ambiguïteit binnen bondgenootschappen kunnen uitbuiten om verdeeldheid te zaaien of misrekeningen uit te lokken? De onzekerheid rond deze vragen zou de afschrikkingskracht verzwakken.

Selectieve proliferatie zou uiteraard ook het Non-proliferatieverdrag (NPT) schenden, waarvan de fundamentele afspraak is dat niet-kernwapenstaten afzien van het nastreven van kernwapens, terwijl kernwapenstaten zich ertoe verbinden te goeder trouw te onderhandelen over nucleaire ontwapening. Die afspraak is altijd al onvolmaakt en omstreden geweest, maar blijft niettemin een van de belangrijkste internationale veiligheidswaarborgen. 

Vandaag staat het NPT onder toenemende druk. Het vertrouwen in het langetermijnengagement van kernwapenstaten ten opzichte van hun verdragsverplichtingen brokkelt af. Vooruitgang richting ontwapening vertraagt. De modernisering van kernwapenarsenalen gaat door. Al deze stressfactoren zullen centraal staan op de NPT-herzieningsconferentie van 27 april tot 22 mei 2026 in New York. Oproepen tot “selectieve proliferatie” zullen de druk alleen maar verergeren.

Voorstanders van selectieve proliferatie zijn ervan overtuigd dat dit geen bredere verspreiding van kernwapens zou veroorzaken, maar dat vertrouwen is misplaatst. Beslissingen over kernwapens worden niet in een vacuüm genomen. Ze worden veeleer geformuleerd in het kader van de heersende regionale veiligheidsdynamiek, historische rivaliteit en uiteenlopende percepties van dreigingen. Als Duitsland of Japan kernwapens zouden verwerven, zou dat Zuid-Korea, Polen en andere staten ertoe aanzetten om hun niet-nucleaire status te heroverwegen.

De proliferatiedruk in het Midden-Oosten, die al hoog is, zou verder escaleren. Selectieve proliferatie wordt voorgesteld als een pragmatisch antwoord op een veranderende wereld. In werkelijkheid is het precies het tegenovergestelde: een teken dat men geen rekening houdt met de realiteit van nucleaire dreigingen.

De internationale gemeenschap heeft stabiliteit weten te bewaren in het nucleaire tijdperk ondanks uitzonderlijke risico’s, vaak evenzeer door geluk als door opzet. Het toevoegen van meer kernwapenstaten aan de wereld vergroot de kans dat die risico’s zich op een dag daadwerkelijk zullen materialiseren. Het doel van internationaal veiligheidsbeleid zou niet moeten zijn om een wereld met meer kernwapens te beheren, maar om te voorkomen dat zo’n wereld ontstaat. 

Dit artikel verscheen eerder op 'Foreign Policy in Focus'.


Iets fouts of onduidelijks gezien op deze pagina? Laat het ons weten!

Thema
Land

Zonder kritisch middenveld, geen gezonde democratie!

De Vlaamse regering is met de botte bijl door de structurele subsidie van Vrede vzw gegaan. Vanaf 2026 moeten we het doen met meer dan de helft minder dan verwacht. Dit brengt onze algemene werking in gevaar! Een kritische, antimilitaristische tegenstem is vandaag nochtans meer dan nodig. Stel ons in staat om de strijd voor vrede en rechtvaardigheid voort te zetten!

Campagne

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze digitale nieuwsbrief.