Slottoespraak van Ludo De Brabander op de vredesconferentie van het platform 'Stop Militarisering' op 14 maart te Brussel.
Zaterdag eindigde op de Heizel de publieksdag van BEDEX, de eerste grote wapenbeurs in ons land. In de woorden van de organisator moet Brussel voor de wapenindustrie worden wat Cannes is voor de filmwereld. Er is alvast een belangrijk verschil. In de filmwereld bestaat er een classificatiesysteem om jongeren te behoeden voor mogelijke schadelijke inhoud. Niet zo voor Bedex waar jongeren onder 15 jaar aangemoedigd worden om de wapenbeurs aan halve prijs te bezoeken.
Het illustreert de normalisering van de militarisering die op enkele jaren tijd onze samenleving in de greep heeft. Jongeren worden niet gespaard. In verschillende Europese landen wil men de verplichte legerdienst terug invoeren. In België is er sinds kort een vrijwillige legerdienst, maar wordt nagedacht over het terug verplicht maken ervan. In de scholen moet er volgens het regeerakkoord een ‘militair referendaris’ komen die de leerlingen moet uitleggen waarom ‘defensie’ belangrijk is. Vredesopvoeding wordt dus op het stort gegooid. De Verenigde Naties benadrukken nochtans al jaren het belang van onderwijs in het werken aan een cultuur van vrede.
We bevinden ons op een geopolitiek kantelpunt. De politieke en economische rivaliteit tussen de grootmachten is sterk toegenomen, de wapenwedloop is terug en daarmee ook de invloed van het militair-industrieel complex. Dat gaat gepaard met een ondermijning van de internationale orde -het naoorlogs systeem van de Verenigde Naties- en de opkomst van autoritaire machtspolitiek. Het is verontrustend hoe alsmaar meer politici vinden dat het internationaal recht terzijde kan worden geschoven. Onze politici spreken graag over ‘onze waarden’, maar in de praktijk vertrappelen ze de rechtsorde en kiezen ze voor de wetten van de jungle. In hun nieuwe orde moet de diplomatie plaatsmaken voor een wapenwedloop.
Daarbij worden vroegere rode lijnen overschreden. Overheidsinvesteringen in de wapenindustrie zijn niet langer taboe, integendeel. Onder impuls van de Europese Unie stopt de Vlaamse regering tientallen miljoenen in de militaire industrie voor innovatie. Regels voor de wapenhandel worden versoepeld zodat onze wapenindustrie competitief kan zijn. Wapens moeten blijkbaar verhandeld worden als bananen. In Diksmuide staat een Vlaams monument met het opschrift Nooit Meer Oorlog. Minister van Defensie Theo Francken en zijn collega’s lijken het eerste woord ervan te hebben geschrapt.
Bij haar aantreden heeft deze regering de militaire uitgaven drastisch opgetrokken. In 2024 bedroegen de Belgische militaire uitgaven 7,9 miljard euro. In het besparingsjaar 2025 zijn ze opgetrokken naar 12,7 miljard euro. Over de hele legislatuur (tot eind 2029) is voorzien dat er 28,3 miljard MEER wordt uitgegeven voor het leger. Herinner u eind vorig jaar hoe moeilijk het was om een derde van dat bedrag te vinden om te besparen. Gezondheidszorg, pensioenen, werklozen, ontwikkelingssamenwerking, opvang van vluchtelingen, openbaar vervoer… al deze posten moesten inleveren. Het militair-industrieel-academisch en mediacomplex hielden het militaire apparaat uit het vizier. De wapenindustrie mag zich verkneukelen want tussen 2025 en 2034 voorziet het regeringsplan 34 miljard euro aan investeringen in allerlei wapentuig. Als premier De Wever de wapenbeurs BEDEX bezoekt op het ogenblik dat de vakbonden op straat komen tegen de besparingen op de sociale uitgaven, dan weet je waar zijn prioritaire partners zitten. Het geld dat bespaard wordt vloeit naar de aandeelhouders van de oorlogsindustrie.
Dat beleid wordt internationaal aangestuurd. Vorig jaar besliste de NAVO dat lidstaten hun militaire of gerelateerde uitgaven moesten optrekken naar 5% van hun bruto binnenlands product (BBP). In hetzelfde jaar lanceerde de Europese Commissie het 'Rearm Europe/Readiness 2030'-plan om 800 miljard euro te pompen in het militair apparaat. Volgens dat plan mogen de EU-lidstaten gedurende vier jaar 1,5% van hun BBP aan hun legers besteden, zonder dat zij zich aan de Europese begrotingsregels hoeven te houden. Deze vrijgevigheid staat in schril contrast met de begrotingsdiscipline die voor alle andere overheidsuitgaven wordt vereist. Medio 2024 startte de Europese Commissie tegen België en enkele andere EU-lidstaten een procedure voor buitensporige tekorten met dreigende sancties. In de praktijk vertaalt zich dat in bezuinigingen met grote sociale gevolgen.
Kort na zijn aantreden als NAVO-secretaris-generaal pleitte Mark Rutte ervoor dat we naar een ‘oorlogsmentaliteit’ moeten en onze wapenindustrie op volle toeren moeten laten draaien. Zo niet zullen we binnenkort allemaal Russisch moeten spreken, zo beweerde hij. Dergelijke uitspraken moeten de bevolking overtuigen om overheidsmiddelen prioritair naar de oorlogsindustrie over te hevelen. In werkelijkheid zijn we al overbewapend. De NAVO vertegenwoordigt bijna 60% van de wereldwijde militaire uitgaven en gezien het optrekken van de uitgavennorm voor militaire uitgaven gaat die wanverhouding sterk groeien. Afgelopen week kregen we nieuwe cijfers waaruit blijkt dat de NAVO-landen ook nog eens verantwoordelijk zijn voor driekwart van de wereldwijde wapenhandel. Het gaat om dezelfde landen die andere landen verwijten een destabiliserende politiek te voeren.
Het is een gevaarlijke illusie om te denken dat het militarisme ons veilig maakt en ons voor oorlog behoedt. Israël en de Verenigde Staten zijn de levende bewijzen. De militarisering gaat ten koste van de diplomatie en wordt gefinancierd met sociale afbraak. Spanningen tussen gemilitariseerde blokken verhinderen snelle maatregelen om de wereld te redden van de echte bedreigingen voor mens en planeet: klimaatverandering, onhoudbare ongelijkheid en armoede, en kernwapens. We hebben een veiligheidssysteem nodig dat mensgericht en inclusief is en gebaseerd op respect voor wederzijdse veiligheidsbelangen, op gemeenschappelijke veiligheid, gebaseerd op het principe ‘ik ben alleen veilig als mijn buurman zich ook veilig voelt’.
Er is geen vrede zonder sociale rechtvaardigheid. In een vreedzame samenleving is het een basisvoorwaarde dat mensen toegang hebben tot basisvoorzieningen in een gezonde omgeving. Het is een strijd die sociale organisaties, vakbonden, milieugroeperingen, mensenrechten- en vredesactivisten samen moeten voeren. De machtsverhoudingen lijken ongelijk, maar de geschiedenis toont dat verzet loont. Arbeidsrechten werden niet zomaar toegekend, ze zijn veroverd door strijd.
Ik wil eindigen met een oproep. De vredesbeweging moet zich weer laten zien. Ze is meer dan ooit noodzakelijk. De vredesbeweging dat zijn wij allemaal samen. Het platform Stop Militarisering is een campagne die het protest onder de slogan “Meer welzijn, minder oorlog” meer zichtbaarheid en kracht wil geven. Daarvoor hebben we u nodig.
Ook in Europa proberen we onze krachten te bundelen. Samen met het netwerk 'Stop ReArm Europe' roepen we op om deel te nemen aan een Europese betoging op 14 juni in Brussel om een halt toe te roepen aan de militarisering en een beleid te vragen dat kiest voor mens en milieu. Met uw hulp kan het een startsein worden voor de opbouw van een krachtige vredesbeweging.