Image
Min Aung Hlaing

Voorzitter van de Staatsbestuursraad generaal Min Aung Hlaing; Beeld: Wikicommons, CC BY 4.0

Myanmar (Deel II): de 'vriendenclub' van de Myanmar-junta
Artikel
17 minuten

Uit mijn vorige bijdrage -’Myanmar-junta raakt internationaal geïsoleerd, maar alsmaar bloeddorstiger tegen eigen volk’ - zou men kunnen afleiden dat de dagen van de junta geteld zijn. Dat lijkt me echter een voorbarige conclusie. De junta kan blijkbaar nog steeds rekenen op belangrijke economische, politieke en militaire 'supporters', zowel in binnen- als buitenland. 

Zo werden eind oktober, voor de tweede keer sinds februari, pro-junta-bijeenkomsten gehouden in de Myanmarese hoofdstad Naypyitaw en andere steden met een sterke militaire aanwezigheid. Een mix van nationalistische boeddhistische monniken en aanhangers van door het leger gesteunde politieke partijen paradeerden met posters die hun toewijding aan het militaire regime verklaarden en de burgerverzetsbeweging als 'terroristen' bestempelden.

In mijn bijdragen over het Militair-Industrieel Complex o.a. in Vrede (24 april 2021), en Pala (21 april en 7 mei 2021), kan men reeds lezen dat benevens China, achtereenvolgens Singapore, Thailand, Hong Kong, Groot-Brittannië, Korea, Vietnam, Maleisië, Nederland en Japan de voornaamste investeerders in Myanmar zijn. En dat de Tatmadaw, het leger van Myanmar, aanzienlijke economische en politieke invloed uitoefent via de vele bedrijven die het controleert. 

Het leger van Myanmar oefent aanzienlijke economische en politieke invloed uit via de vele bedrijven die het controleert.

Een rapport uit 2019 van de ‘Independent International Fact-Finding Mission’ van de Verenigde Naties over Myanmar onthulde dat het leger in Myanmar twee grote holdings beheert en exploiteert: ‘Myanmar Economic Holdings Limited’ (MEHL) en ‘Myanmar Economic Corporation’ (MEC).

Op diplomatiek-politiek vlak heeft Myanmar altijd kunnen rekenen op China en Rusland. De Verenigde Naties werden in een pat-situatie gemaneuvreerd door het Chinese en Russische veto in de Veiligheidsraad. Meer nog, deze twee landen kondigden enkele dagen na de militaire staatsgreep van 1 februari 2021 een strategisch partnerschap aan tegen inmenging en unilaterale sancties – daar moeten sancties van de VS en de EU tegen de militaire leiders in Myanmar onder worden verstaan. Het waren ook China en Rusland, samen met India, Israël en Oekraïne, die de Tatmadaw van het meeste wapentuig bleven voorzien. 

Om bovenstaande verder toe te lichten wil ik hier twee onderwerpen verder uitspitten: de UMFCCI-vergadering van 24 september en de rol van China.

Nationaal en internationaal Militair-Economisch Netwerk

In Myanmars economische hoofdstad Yangon heeft het regime getracht een façade van normaliteit te creëren door buitenlandse zakengroepen op 24 september uit te nodigen voor een persoonlijke ontmoeting. De bijeenkomst werd georganiseerd door de in ongenade gevallen nationale bedrijfslobby, de ‘Union of Myanmar Federation of Chambers of Commerce and Industry’ (UMFCCI), en voorgezeten door Aung Naing Oo, de door het leger benoemde Minister van Investeringen. Ondanks aanvankelijk protest van sommige buitenlandse en lokale bedrijven, konden de Myanmarese generaals troost putten uit het feit dat sommige zakengroepen beleefd zwegen over de crisis en er geen probleem van maakten om een door het leger benoemde minister te ontmoeten en te begroeten.

Officieel waren de Australische bedrijfsvereniging ‘AustCham Myanmar’, de ‘China Enterprises Chamber of Commerce in Myanmar’ (CECCM), de ‘Myanmar-Hong Kong Chamber of Commerce and Industry’ (MHKCCI), de ‘India-Myanmar Chamber of Commerce’ (IMCC), de ‘Thai Business Association of Myanmar’, de ‘Korea Chamber of Commerce in Myanmar’ (KoCham) en Israëlische en Maleisische bedrijfsgroepen aanwezig op de bijeenkomst. Bedrijfsverenigingen uit de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Japan en de Europese Unie lieten zich niet zien.

Zakelijke bronnen in Yangon wezen erop dat AustCham Myanmar de enige onder de aanwezigen was die zich eerder tegen het regime had uitgesproken. Critici zeggen dat het stilzwijgen van de anderen over de staatsgreep en de daaruit voortvloeiende crisis, terwijl ze stiekem de junta ontmoeten, neerkomt op actieve steun aan de militaire autoriteiten.

De aanwezigheid van KoCham op de bijeenkomst van 24 september bracht de Zuid-Koreaanse regering bijzonder in verlegenheid. Zij was immers de eerste buitenlandse regering die de parallelle Regering van Nationale Eenheid van Myanmar (NUG) in ballingschap toestond een officieel kantoor te openen in Seoul. Hoewel KoCham-vertegenwoordiger Jerry Kim aan het online nieuwsmagazine 'The Diplomat' bevestigde dat het de ambassade niet geraadpleegd had over het besluit om de vergadering bij te wonen, heeft de kwestie de ambtstermijn van de vertrekkende Zuid-Koreaanse ambassadeur Lee Sang-hwa verkort. 

Posco, de grootste staalproducent van Zuid-Korea, verklaarde in april dat het de banden van zijn coatingbedrijf met ‘Myanmar Economic Holdings Public Co.’ doorsneed vanwege de relaties met de militaire junta. Nu blijkt evenwel dat Posco niet van plan is het staatsolie- en gasbedrijf van Myanmar-onderdeel van het consortium met Posco- te sluiten. Posco argumenteerde dat het bedrijf belangrijk is voor het dagelijks leven van de bevolking van Myanmar, omdat 20% van het gas aan de binnenlandse markt wordt geleverd.

Ook andere kamers hebben expliciete banden met de overheid: de CECCM wordt voorgezeten door Liu Ying, de senior vertegenwoordiger van de staatsbank van China; terwijl Shirley Ng, de officiële secretaris-generaal van de Hong Kong Trade Development Council, de secretaris-generaal van de Myanmar Hong Kong Chamber of Commerce and Industry (MHKCCI) is. Deze kamers, evenals Indiase, Israëlische, Maleisische en Thaise bedrijfsgroepen, reageerden niet of weigerden botweg om commentaar te geven.

De bijeenkomst van 24 september heeft de woede gewekt van activisten en oppositie in Myanmar. “Buitenlandse kamers (van koophandel en industrie) die deelnemen aan deze meet-and-greet met de militaire junta, legitimeren in feite een onwettige, terroristische entiteit. De militaire junta poogt haar heerschappij te verankeren en de inkomsten te verhogen om haar terreurcampagne te financieren”, zegt Yadanar Maung, woordvoerder van de actiegroep 'Justice for Myanmar'. 

“Buitenlandse kamers moeten voor mensenrechten en verantwoord ondernemen staan, maar deze kamers die samenwerken met de Staatbestuursraad (SAC) van de militaire junta, doen het tegenovergestelde. Dit weerspiegelt ook een falen van het regeringsbeleid van de respectievelijke kamers, die geen van allen gerichte sancties hebben opgelegd sinds de illegale staatsgreep van het leger”, aldus Maung. Justice for Myanmar noemde het "betreurenswaardig" dat de Australische, Chinese, Hong-Kongse, Zuid-Koreaanse, Indiase en Thaise kamers "leden hebben met blijvende zakelijke banden met het leger van Myanmar en zijn conglomeraten, en die de bevindingen van de VN-feitenonderzoeken hebben genegeerd en zodoende medeplichtig zijn aan de misdaden van het leger.”

Boycot van aan de junta gelieerde producten en diensten

Sinds de militaire staatsgreep hebben anti-coup-demonstranten in het hele land opgeroepen tot een boycot van producten en diensten van aan het leger gelieerde of door het leger geleide bedrijven. Tot de meest prominente van de laatstgenoemde behoren ‘Myanma Economic Holdings Limited’ (MEHL) en ‘Myanmar Economic Corporation’ (MEC). Ze worden rechtstreeks beheerd door het leger van Myanmar en beschikken over diverse portefeuilles die de bank-, vastgoed-, bouw-, mijnbouw-, voedsel- en drankensector omvatten. Kort na de staatsgreep werd een succesvolle boycot gelanceerd tegen Myanmar Beer, een joint venture tussen MEHL en de Japanse biergigant Kirin. De boycot zorgde ervoor dat de verkoop in mei met de helft daalde. Kirin moest in augustus 193 miljoen dollar afschrijven voor de gezamenlijke onderneming.

Het telecombedrijf van de Tatmadaw, Mytel, een partnerschap met het Vietnamese ministerie van Defensie, werd ook het doelwit van een boycot, waarbij telecomtorens werden aangevallen door de Defensietroepen van het Volk (de gewapende vleugel van de Nationale Eenheidsregering in ballingschap). Volgens een schatting van een industriebron zijn de afgelopen weken meer dan 100 Mytel-torens beschadigd. Het kostte het telecombedrijf minstens 24,9 miljoen dollar en een verlies van bijna 2 miljoen abonnees sinds februari. Onlangs raakte bekend dat de financieel directeur van Mytel, Thein Aung, buiten zijn huis in Yangon door onbekende schutters was vermoord. Het lijkt de meest opvallende moord op een junta-lid sinds de staatsgreep.

Naast lokale boycotbewegingen worden ook sancties opgelegd door buitenlandse regeringen aan bedrijven gelieerd aan de militaire junta en aan aanhangers van het regime. Op 2 september legde de Britse regering sancties op aan de Htoo Group, waarvan de eigenaar Tay Za een berucht wapenhandelaar is die nauwe banden heeft met de voormalige dictator Than Shwe. Tay Za staat in het bedrijfsleven van Yangon bekend voor het uitgeven van miljoenen dollars in de casino's van Singapore, met name de Marina Bay Sands.

Er worden sancties opgelegd door buitenlandse regeringen aan bedrijven gelieerd aan de militaire junta en aan aanhangers van het regime.

"Door zijn uitgebreide banden met de voormalige en huidige junta-regimes heeft Tay Za steun verleend aan ernstige mensenrechtenschendingen, via zijn rol als helper van het leger bij het verkrijgen van wapens", zei het Britse ministerie van Buitenlandse Zaken bij de aankondiging van de sancties. Het bevroor alle Britse activa van de Htoo Group en verbood Tay Za het land binnen te komen. 

De val van de kyat

Waarnemers verwachten dat de druk voor het invoeren van internationale sancties door het Westen zal blijven toenemen. Myanmar stevent nu af op een complete bank- en valutacrisis, waarbij de Myanmarese munt, de kyat, van ongeveer 1300 voor de coup is opgeblazen tot bijna 2800 (ten opzichte van de Amerikaanse dollar) medio september - een verlies van meer dan 60 procent.

De beperkingen van de junta op het opnemen van contant geld en de pogingen om de geldstromen zwaar te controleren, in combinatie met de groeiende economische wanhoop bij de bevolking, hebben geleid tot massale opnames van contant geld. Pogingen van de Centrale Bank van Myanmar om in te grijpen, bijvoorbeeld door dollars op de markt te verkopen of exporteurs te instrueren om binnen de maand dollarwinsten te repatriëren, zijn volgens zakenmensen geen oplossing op lange termijn, aangezien het vertrouwen in het systeem is ingezakt. De waardevermindering van de kyat is daarom wellicht niet tijdelijk maar permanent.

Verschillende multinationale ondernemingen hebben hun activiteiten opgeschort of hebben Myanmar verlaten sinds de staatsgreep van februari, omdat de veiligheidsomstandigheden en bedrijfsactiviteiten zijn verslechterd. 

Verschillende multinationale ondernemingen hebben hun activiteiten opgeschort of hebben Myanmar verlaten sinds de staatsgreep van februari.

De door het regime voorgestelde economische nood- en begrotingsplannen voor Myanmar (‘Myanmar Economic Recovery Plan’ - MERP) hebben weinig effect gehad op de crisis. Bronnen uit de industrie wijzen op de overeenkomsten tussen het MERP en de plannen van de afgezette regering. In het MERP heeft de junta voornamelijk het beleid van de afgezette regering overgenomen, minus de sociale hervormingen. Het begrotingsplan kende evenwel meer dan 15 procent van het budget toe aan defensie-uitgaven, het grootste bedrag van alle categorieën.

Tin Tun Naing, de minister van Financiën van de NUG brandmerkte het MERP als "los van de realiteit”. “Het slaagt er niet in de grondoorzaken van de economische ramp in het land te erkennen. De COVID-19-pandemie is verwoestend, maar het was de roekeloze staatsgreep van het leger en de gevolgen ervan die de economie van Myanmar hebben vernietigd”. Politiek analist, Khine Win, beaamde deze mening: “Het militaire regime kan de economie niet redden, ongeacht de vorm van het bedrijfs- of investeringsbeleid, omdat het uiteindelijk een politiek probleem is en er een grote hoeveelheid schade is toegebracht aan het vertrouwen van de mensen.”

China's Januskop in Myanmar 

Voor de staatsgreep van 1 februari behoorde China tot de internationale toppartners van de Nationale Liga voor Democratie (NLD) die van de macht verdreven werd. Van 2015 tot begin 2020, toen China zijn grenzen sloot vanwege COVID-19, maakte NLD-leider Aung San Suu Kyi vijf reizen naar China en ontmoette Xi Jinping vijf keer. Tijdens zo'n bezoek kondigde Xi aan dat hij zou samenwerken met de NLD-leiding om "gezamenlijk een gemeenschap van China-Myanmar met een gedeeld lot te creëren". 

Reeds enkele dagen na de verkiezingen van november 2020 stuurde de Chinese president Xi Jinping een felicitatiebericht naar Aung San Suu Kyi. In de verklaring beloofde Xi, in zijn hoedanigheid van algemeen secretaris van de Chinese Communistische Partij, dat China zou samenwerken met San Suu Kyi, met name bij het bevorderen van de betrekkingen tussen de partijen en tussen de regeringen. 

Na de coup heeft China de contacten met de NLD evenwel onmiddellijk teruggeschroefd. Een reeks brieven en verzoeken aan China van de NLD-partij en van de parallelle ondergrondse NUG-regering bleven maandenlang onbeantwoord. Pas in juli, na een felicitatiebrief van de NLD aan de Chinese Communistische Partij ter gelegenheid van haar 100-jarig bestaan, verbrak Peking eindelijk de stilte. Dit deed echter weinig om de houding van China ten opzichte van het juntaleger te veranderen. Integendeel, in de daaropvolgende weken breidde China op werkniveau banden uit met de Staatbestuursraad van de junta (SAC) en nodigde hen uit om deel te nemen aan belangrijke bilaterale en multilaterale bijeenkomsten.

Na de coup van februari heeft China de contacten met de NLD onmiddellijk teruggeschroefd.

De Chinese regering stelt dat “de vriendschap tussen China en Myanmar openstaat voor alle mensen in Myanmar”, en beweert stevige betrekkingen met de NLD te onderhouden, maar als we de acties van Chinese belanghebbenden van de afgelopen paar maanden nauwkeurig bekijken, ontstaat er een heel ander beeld: een dubbelzinnig Janus-beeld. Of, zoals Gareth Price van Chatham House stelt: “China kan het gevoel hebben dat het, ongeacht de uitkomst, de belangrijkste partner van Myanmar zal blijven. Maar dat gevoel kan een verkeerde inschatting zijn, want als het leger gedwongen wordt zich terug te trekken, kan dit resulteren in een meer uitgesproken anti-China-kanteling, waardoor de Chinese strategische belangen worden bedreigd”.

Dit roept de fundamentele vraag op: wat zijn de ware bedoelingen van China met betrekking tot de NLD en de bredere oppositie van Myanmar tegen het militair bewind? Jason Tower, de landencoördinator voor het Birma-programma van het ‘US Institute of Peace’ (USIP), poogt hierop in een goed gedocumenteerd artikel van 7 oktober 2021 een antwoord te geven. Ook de recente policy brief van Chatham House, het Britse ‘Royal Institute of International Affairs’, -’Who decides China’s foreign policy?’-, daagt de conventionele wijsheid uit dat China functioneert als een unitaire speler in zijn buitenlandsbeleidsvormingsproces. In werkelijkheid is Pekings benadering van externe kwesties het resultaat van intensieve onderhandelingen tussen talrijke subnationale autoriteiten met een breed scala aan doelstellingen. Het aantal centrale overheidsinstellingen, provinciale autoriteiten en grote staatsbedrijven met invloed op het buitenlands beleid van het land is toegenomen naarmate de internationale betrekkingen van China complexer zijn geworden.

Economische samenwerking

Na het besluit van China, begin augustus, om nauwer met de Staatsbestuursraad van de junta samen te werken, kwamen lokale en nationale Chinese functionarissen snel aanzetten met initiatieven die de economische banden verdiepten. Alles kadert in het Myanmarese onderdeel van het Chinese ‘Belt and Road Initiative’ (BRI). 

Het centrum van deze activiteit was Lincang City, gelegen in de Chinese provincie Yunnan, over de grens van de Kokang Speciale Autonome Zone (SAZ) van Myanmar en de thuisbasis van een enorme grensoverschrijdende economische samenwerkingszone van 3,5 vierkante kilometer.
Chinese overheidsdocumenten tonen aan dat de zone eind 2020 meer dan 31 miljard VS-dollar aan investeringen had gegenereerd. Het belangrijkste verkoopargument voor de voornamelijk Chinese investeerders is de toegang die geboden wordt tot de Indische Oceaan via de haven van Yangon en het geplande Kyauk Phyu haven-project in de zuidelijke Myanmarese staat Rakhine.

Eind augustus sloot Lincang een overeenkomst met de commerciële autoriteiten van de junta om de handelsroute naar Yangon te openen: de China-Myanmar New Corridor. Het verbindt een nieuwe spoorlijn van 201 kilometer die begint bij Lincang en aansluit op het Chinese nationale spoorwegsysteem met een snelweg - voltooid in mei - die naar de grootste stad van Myanmar, Yangon en de haven gaat.

In september volgde de naburige Chinese provincie Guangxi het voorbeeld van Lincang en sloot nieuwe zakelijke deals met de junta via een aparte China-ASEAN Expo. De Expo organiseerde een tentoonstelling van een grote door China gesteunde industriële zone in Mandalay en zag de ondertekening van belangrijke deals over e-commerce tussen Chinese bedrijven en Myanmarese bedrijven met banden met de junta. Diezelfde maand tekende een van China's grootste staatsbedrijven een deal om te beginnen met veldonderzoek voor het felbegeerde Kyauk Phyu zeehaven-project.

Wederzijdse politieke steun

Volgens sommige internationale waarnemers was China aanvankelijk terughoudend om de junta volledig te omarmen. Zo sloot China een deal met de Verenigde Staten om de zetel van Myanmar bij de Verenigde Naties (voorlopig) niet aan de door de generaals gekozen afgevaardigde te geven. Moet dit worden opgevat als een Chinese concessie aan de NLD? Niet wanneer de vertegenwoordigingsovereenkomst volledig bekeken wordt. Ze laat immers de huidige vertegenwoordiger, een uitgesproken pro-NLD-aanhanger, effectief gemuilkorfd, stelt de South China Morning Post.

Andere belangrijke politieke ontwikkelingen versterken de perceptie dat een opkomende alliantie tussen China en de SAC verder gaat dan de economische sfeer. Ten eerste, slechts twee dagen na de aankondiging van de VN-deal tussen China en de VS, benadrukte het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken in een persverklaring de rol die Myanmar in augustus had aanvaard als coördinator voor de betrekkingen tussen China en de Associatie van Zuidoost-Aziatische Naties  (ASEAN), en de wens van Peking om met Myanmar samen te werken om de relatie tussen China en ASEAN te verbeteren. De verklaring, waarin totaal geen melding werd gemaakt van de politieke crisis in Myanmar, benadrukte ook de wens van China om door te gaan met de implementatie van de China-Myanmar Economic Corridor, duidelijk een geruststelling voor zijn zuidelijke buur na het sluiten van de deal met de VS bij de Verenigde Naties.

Ten tweede sprak het SAC-ministerie van Volksgezondheid begin september zijn steun uit aan China in de controverse over de oorsprong van COVID-19. Peking gaf de aankondiging prominente aandacht op de staatstelevisie en ook het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken benadrukte de steun van Myanmar.

Mensenrechten en democratie als universele waarden staan in alsmaar meer Aziatische landen onder druk.

Ten derde, toen de VN-Mensenrechtenraad medio september in Genève bijeenkwam, was Myanmar een van de 40 landen die een door China ingediende verklaring ondertekenden waarin buitenlandse inmenging gerechtvaardigd door "mensenrechten of democratie" werd veroordeeld. Dit is vooral significant omdat China sinds de staatsgreep heeft betoogd dat “westerse troepen” achter veel van het geweld zitten, en herhaaldelijk de noodzaak heeft geuit om “buitenlandse inmenging in Myanmar te voorkomen”.

Als kanttekening bij dit laatste punt kan ook opgemerkt worden dat 'mensenrechten en democratie' als universele waarden in alsmaar meer Aziatische landen onder druk staan. Nog afgezien van de vraag hoeveel ASEAN-landen 'democratisch' zijn, krijgt het Westen, en vooral de VS, vaak met verwijzingen naar het eigen 'verleden' daar, lik op stuk.

De realiteit van partij-tot-partij betrokkenheid

De hervatting van de banden van de Chinese Communistische Partij (CPC) met de NLD volgde op een brief die de NLD stuurde ter herdenking van het 100-jarig bestaan van de CPC op 1 juli.  Vervolgens nodigde de CPC, Bo Bo Oo, de contactpersoon van de NLD voor betrekkingen met China, uit om via videoverbinding deel te nemen aan een seminarie voor Zuid- en Zuidoost-Aziatische politieke partijen voorafgaand aan de China-ASEAN Expo. Hoewel ook de ‘Union Solidarity and Development Party’ (USDP) dat nauw verbonden is met het Myanmarese leger was uitgenodigd, was alleen de NLD te zien op de video die de Chinese staatsmedia van het evenement uitzonden.

Hoewel China zich opnieuw soepeler opstelt ten aanzien van de NLD is er geen indicatie van Chinese warmte voor de parallelle, door de NLD gedomineerde regering van nationale eenheid (NUG). Integendeel, Chinese commentatoren hebben sinds de oprichting van de NUG betoogd dat Aung San Suu Kyi en de andere gedetineerde leiders van de NLD het misschien niet eens zijn met de ingeslagen weg van de regering in ballingschap. Op die manier trekken ze de legitimiteit van de NUG in twijfel.

De CPC heeft NLD-leiders ook gewaarschuwd om revolutionaire of destabiliserende activiteiten te vermijden. In plaats daarvan heeft de partij de NLD aangemoedigd om afstand te nemen van de NUG en van diens op 7 september uitgeroepen verklaring van een "verdedigingsoorlog voor het volk".

Ondertussen herhalen Chinese staatsmedia de propaganda van de junta over de staatsgreep en verwerpen ze alle voorstellen van de NUG. Een cruciale beslissing van de NUG was bijvoorbeeld de nietigverklaring van de Grondwet van 2008, die het leger toestond aanzienlijke bevoegdheden te behouden. Veel etnische gewapende organisaties en figuren uit het maatschappelijk middenveld steunen dit NUG-standpunt volledig. Het officiële standpunt van China roept echter op om een einde te maken aan het geweld na de staatsgreep door middel van een politieke oplossing op basis van die Grondwet.

China speelt met vuur

Een nadere beschouwing van China's standpunt dat "de vriendschap tussen China en Myanmar openstaat voor alle mensen van Myanmar" biedt aanvullende aanwijzingen over de houding van Peking ten opzichte van de NLD. China blijft bezorgd over de risico's voor zijn strategische investeringen in Myanmar als gevolg van het groeiende anti-China sentiment. Sinds maart zijn Chinese projecten het doelwit van demonstranten die al tientallen miljoenen dollars aan schade berokkenden. Het openhouden van de lijnen met de NLD kan de relatie van China met het volk van Myanmar, dat de partij grotendeels blijft steunen, vergemakkelijken. China waarschuwt de Tatmadaw daarom om af te zien van het verbieden van de NLD, wat een negatieve reactie van de bevolking en verdere destabilisatie zou veroorzaken.

China waarschuwt de Tatmadaw om af te zien van het verbieden van de Nationale Liga voor Democratie.

Maar China speelt een ingewikkeld spel. Zodanig maneuvreren dat de NLD een laagje legitimiteit geboden wordt, terwijl de bredere NUG door China genegeerd wordt, brengt risico's met zich mee. Etnische gewapende groepen, het maatschappelijk middenveld en politieke partijen die samenwerken met de NUG stonden al wantrouwend tegenover de eerdere compromissen van de vorige NLD-regering met het leger. Een verbrijzeling van hun oppositionele eenheid zou elke succesvolle politieke regeling kunnen opblazen.

Als China zich ernstig zorgen maakt over zijn langetermijnbelangen in Myanmar moet het zijn aanpak radicaal heroverwegen. Het verklaarde beleid van vriendschap tussen China en Myanmar zou een uitgangspunt kunnen zijn, maar het moet erkennen dat het leger effectief een oorlog tegen het eigen volk voert. Er is geen manier voor China om deze vriendschap met het grote publiek te behouden terwijl het de junta overlaadt met erkenning, hulp en nieuwe zakelijke deals. China moet zich ook realiseren dat deze deals uiteindelijk kunnen mislukken als de junta niet in staat blijkt om het land te besturen.

Kortom

Het interpreteren van China's delicate dans met de dictators van Myanmar is op zijn best gecompliceerd te noemen. China blijft contacten onderhouden met zowel de NLD als de junta. Maar terwijl de NLD-connectie geen materiële steun oplevert, heeft Peking sinds augustus economische, diplomatieke en humanitaire activiteiten ontplooid die de banden met de militaire junta versterken en rechtstreeks ten goede komen. 

Het policy-document van Chatham House lijkt dit te bevestigen. Verre van een goed georkestreerde eenheid te zijn, is de formulering en implementatie van het Chinese buitenlands beleid in de machtscorridors van Peking vatbaar voor schermutselingen tussen centrale overheidsinstellingen, regeringen op provinciaal niveau en grote staatsbedrijven, die elk werken voor de uitbreiding van hun eigen autoriteit en budgettaire macht.

“Het zoeken naar consensus blijft een van de meest voorkomende vormen van besluitvorming binnen het Chinese politieke systeem. Aangezien China een belangrijke speler op het wereldtoneel is geworden, vereist de besluitvorming over het buitenlands beleid nu meer tijd en expertise dan in het verleden nodig was... Ondanks de ijzersterke benadering van president Xi wat partijcontrole betreft, blijft het besluitvormingsproces over het buitenlands beleid van China vloeiend van aard, ondoorzichtig in uitvoering en grillig in coördinatie”.


Iets fout of onduidelijk gezien op deze pagina? Laat het ons weten!

Thema
Land

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze digitale nieuwsbrief.