Image
Manifestatie tegen de junta in Myanmar

Demonstranten hekelen de militaire staatsgreep in Myanmar (foto: Voa News)

Myanmar is ver van ons bed
Opinie
5 minuten

Terwijl de aandacht van de wereld bijna volledig is gericht op de Russische invasie van Oekraïne, valt er nauwelijks iets over de tragedie in Myanmar te vernemen. De internationale gemeenschap kijkt liever de andere kant op.

Buitenlandse mogendheden, waaronder de Europese Unie, lijken in een verklaring van oktober vorig jaar de kwestie Myanmar te hebben uitbesteed aan de Associatie van Zuid-oost Aziatische Staten (ASEAN). In een verklaring “herhaalt de EU zijn krachtige steun voor de inspanningen van de ASEAN om een vreedzame oplossing voor de huidige crisis te vinden en benadrukt dat Myanmar de vijfpuntenconsensus snel en getrouw moet uitvoeren om een proces van de-escalatie en terugkeer naar democratie op gang te brengen."

De "vijfpuntenconsensus", die werd aangenomen toen juntaleider Min Aung Hlaing op 24 april vorig jaar een kort bezoek bracht aan Jakarta, riep op tot een stopzetting van het geweld en "een constructieve dialoog tussen alle betrokken partijen". Het is opmerkelijk dat de "vijfpuntenovereenkomst" eigenlijk al dood was toen de Europese Unie ernaar verwees. Het is afgezanten van de ASEAN in Myanmar niet toegestaan om iemand te ontmoeten behalve junta-functionarissen, en het woord "dialoog" is nooit gebruikt door Min Aung Hlaing en zijn militairen.

Tijdens een recent bezoek aan Myanmar van de Cambodjaanse vice-premier en minister van Buitenlandse Zaken, Prak Sokhonn, inde hoedanigheid van vertegenwoordiger van de ASEAN, had de junta hem alleen maar een ontmoeting te bieden met Su Su Lwin, de vrouw van Htin Kyaw, president van 2016-2018 en lid van de door de staatsgreep verdreven National League for Democracy (NLD). Su Su Lwin weigerde de ASEAN-gezant echter te ontmoeten, daarbij verwijzend naar "gezondheidsproblemen".

Dat weerhield Noeleen Heyzer, de speciale gezant van de secretaris-generaal van de VN voor Myanmar, er niet van om samen te werken met Prak Sokonn en Hun Sen, de autoritaire heerser van Cambodja, dat dit jaar de ASEAN-wisselvoorzitter is.

Op 1 april bracht het kantoor van Heyzer een verklaring uit waarin werd verwezen naar de "robuuste ASEAN-VN-paraplu" en dat "ASEAN en de bredere internationale gemeenschap de verantwoordelijkheid hebben om de wil van de mensen te versterken en te ondersteunen”.

Machteloze ASEAN

Heyzer lijkt gemakshalve vergeten te zijn dat de ASEAN een bijeenkomst is van tien overwegend ondemocratische naties die in de nu bijna 55-jarige geschiedenis van de organisatie nooit heeft geholpen bij het oplossen van een probleem binnen, of van bilaterale geschillen tussen de lidstaten.

Dergelijke kwesties variëren van het conflict in Oost-Timor, over grensgeschillen tussen Cambodja en Thailand, Cambodja en Vietnam, Maleisië en de Filippijnen, tot grensoverschrijdende opstanden tussen Thailand en Maleisië. Misschien wel het belangrijkste was dat er geen gemeenschappelijk standpunt kwam over de Zuid-Chinese Zee toen China zijn verreikende aanspraken op de strategische waterweg bevestigde.

In feite maken de twee leidende principes van de ASEAN – consensus en niet-inmenging – het blok machteloos als het gaat om regionale veiligheid of de bevordering van vrede en democratie. Het enige dat de ASEAN als vooruitgang kan laten zien, zijn enkele handelsovereenkomsten en visumvrijstellingsregels voor burgers van haar lidstaten.

Het leger van Myanmar zet zijn brute campagne voort om verzetsstrijdkrachten uit te roeien en de controle over het land te herstellen.

Ondertussen zet de Tatmadaw, het leger van Myanmar, zijn brute campagne voort om verzetsstrijdkrachten uit te roeien en de controle over het land te herstellen. Om de 'ideologie en organisatie' van dit leger te begrijpen is volgende analyse in de gezaghebbende The Diplomat wellicht verhelderend: “De Tatmadaw is een zeer samenhangende organisatie, gebouwd rond een centrale ideologie die het leger afschildert als de bewaker van de nationale eenheid, en wordt versterkt door een uitgebreid patronagenetwerk. De leden leven grotendeels gescheiden van de reguliere samenleving. Vaak geboren in militaire families van meerdere generaties, worden ze opgeleid in militaire scholen, hun vrouwen krijgen banen in militaire bedrijven, en wanneer hun kinderen ziek zijn, worden ze verzorgd in militaire ziekenhuizen. Vooral voor de lagere rangen betekent dit dat ze, ondanks hun mager salaris, voor hun onderhoud schatplichtig zijn aan het leger. Hoge officieren kunnen hun inkomen aanvullen door het aannemen van steekpenningen, waarvoor het leger een oogje dichtknijpt, maar zijn evenzeer aan het leger gebonden door hetzelfde systeem van stimulansen, evenals de belofte van geleidelijk lucratieve mogelijkheden tot corruptie”.

Leger streeft naar machtsbehoud

Verkiezingen kunnen al dan niet worden gehouden in 2023, zoals Mun Aung Hlaing ooit zei, maar voordat dat gebeurt, zal het leger ervoor moeten zorgen dat de NLD politiek en organisatorisch wordt ontkracht.

De NLD heeft immers verpletterende overwinningen behaald bij alle verkiezingen die zij heeft betwist. Eerst in 1990 voor een Nationale Vergadering die nooit werd bijeengeroepen, maar vervangen werd door het leger met een orgaan dat bestond uit niet meer dan 100 van de 492 gekozen parlementsleden, aangevuld met 600 afgevaardigden benoemd door het leger.

Daarna, in de verkiezingen van 2015, waarna de NLD een regering mocht vormen en, tenslotte, in 2020, toen het leger de macht greep voordat de gekozen vergadering bijeen kon komen. De generaals zijn nu druk bezig met de voorbereiding van de selectie van hun eigen verkiezingscommissarissen, terwijl alle NLD-leiders, waaronder president Win Myint en staatsadviseur Aung San Suu Kyi, in militaire hechtenis blijven.

Sinds de tanks Yangon en Naypyidaw zijn binnengerold en de (aanvankelijk vreedzame) protesten met geweld zijn beantwoord, zijn duizenden activisten gevlucht naar de grensgebieden waar etnische rebellen territoria hebben, of proberen ze verzet te organiseren in delen van centraal Myanmar waar sinds de jaren 1970 geen opstand meer is geweest.

Deze opstandelingen hebben een opmerkelijke veerkracht en vechtlust getoond, maar de overvloed aan lokale verzetsgroepen, losjes op één hoop gegooid als People's Defense Forces, lijkt hun activiteiten niet onder een centraal commando te coördineren. Er zijn regelmatig hinderlagen en schermutselingen in verschillende delen van het land, maar er lijkt geen coherente strategie te zijn ontwikkeld voor de strijd tegen de junta.

Ook hebben ze momenteel niet genoeg wapens om de machtige vuurkracht van het Myanmarese leger serieus uit te dagen. Deze 'vuurkracht' wordt vooral door Rusland en China geleverd. Tegelijkertijd zijn de junta-troepen op veel fronten te dun uitgerekt, en blijft het daardoor voor Min Aung Hlaing onmogelijk om het verzet te "vernietigen", zoals hij heeft beloofd.

Nu de buitenwereld bijna niets doet, kan er maar één conclusie zijn: de tragedie in Myanmar zal in de nabije toekomst zeker doorgaan, met meer interne onrust, vluchtelingenstromen naar buurlanden en repressie van elke afwijkende mening onder autoritaire generaals voor wie noties van compromissen, dialoog en luisteren naar de publieke opinie niet bestaan.


Iets fout of onduidelijk gezien op deze pagina? Laat het ons weten!

Thema
Land

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze digitale nieuwsbrief.