Trump leek ontgoocheld na zijn gesprekken met Jinping in China. Niet omdat er niets werd besproken, maar omdat Beijing hem niet gaf wat hij waarschijnlijk had gehoopt: druk op Iran, snelle toegevingen en een diplomatieke overwinning die hij thuis kon verkopen.
Maar de echte betekenis van deze top van 13 tot 15 mei ligt elders. Voor China was dit geen mislukking. Integendeel: het was een strategische doorbraak. Na jaren waarin Washington China vooral behandelde als rivaal, uitdager en bedreiging, kwam een VS-president nu naar Beijing met een delegatie van top-CEO’s en een duidelijke vraag naar samenwerking.
Dat zegt veel.
Nog vóór Trump in Beijing landde, had hij in feite al toegegeven - alleen merkte bijna niemand het op. De westerse media toonden de vertrouwde beelden: handdrukken, banketten, Boeing-deals, kinderen met vlaggetjes op de luchthaven. Ze spraken over diplomatie, protocollen en staatsmanschap. Maar onder die ceremonie lag een veel hardere structurele realiteit.
Trump ging naar Beijing omdat de Verenigde Staten vastzit.
De VS voert een oorlog in het Midden-Oosten die kort had moeten duren, maar is uitgegroeid tot een uitputtingsslag. De Straat van Hormuz ligt onder druk of is deels geblokkeerd, energieprijzen stijgen, de VS-economie groeit nog slechts met ongeveer 1,8 procent op kwartaalbasis, terwijl de Chinese economie rond de 5,1 procent groeit. Dat verschil is niet zomaar een cijfer. Het toont twee systemen in een totaal verschillende fase: de VS probeert branden te blussen terwijl China verder bouwt.
En dan is er het element dat bijna alles verandert: zeldzame aardmetalen.
China controleert ongeveer 90 procent van de wereldwijde verwerking van zeldzame aardmetalen. Dat zijn geen exotische grondstoffen voor laboratoria. Ze zitten in smartphones, elektrische wagens, windturbines, radarsystemen, VS-gevechtsvliegtuigen, precisieraketten en moderne communicatietechnologie. Zonder die materialen hapert niet alleen de groene economie, maar ook de militaire machine van de Verenigde Staten.
Toen China die export begon te beperken, stortte de tariefoorlog van Trump in elkaar als politiek theater. Washington had geen gelijkwaardig drukmiddel. Geen equivalent. Geen hefboom die even diep in de Chinese economie sneed als China’s controle over kritieke grondstoffen in de VS-industrie en defensie.
Dat was de werkelijke achtergrond van Trumps reis.
Toen Trump in 2017 China bezocht, leefde de wereld nog grotendeels in een VS-logica. Washington bepaalde de toon. China werd gezien als de opkomende macht die moest worden afgeremd. De Chinese bedrijven Huawei en ZTE kwamen onder vuur te liggen. De handelsoorlog begon. De Indo-Pacific-strategie kreeg vorm. Alles draaide rond competitie en containment.
Vandaag is de toon anders. De Verenigde Staten wil opnieuw zaken doen. Het zoekt toegang, stabiliteit, chips, energie, investeringen en een uitweg uit conflicten die het zelf niet meer alleen kan beheersen.
Dat is de kern van de nieuwe machtsverhouding.
Voor de ontmoeting zelfs begon, had Trump al twee opmerkelijke signalen gegeven. Hij keurde de verkoop goed van geavanceerde Nvidia AI-chips aan China - precies de technologie die Washington jarenlang had gebruikt als wapen in zijn poging om China’s technologische opmars af te remmen. De chipblokkade was een van de belangrijkste instrumenten van de VS-strategie. Als die nu wordt versoepeld, is dat geen detail. Dat is een erkenning dat de strategie niet heeft gewerkt zoals bedoeld.
Daarnaast werd een wapenpakket voor Taiwan ter waarde van ongeveer 13 miljard dollar opgeschort. Lees dat goed: nog vóór Trump met Xi Jinping aan tafel zat, werd een grote wapenlevering van de VS aan Taiwan gepauzeerd. Dat is geen onderhandelen vanuit kracht. Dat is de toegangsprijs betalen om überhaupt aan tafel te mogen zitten.
En Xi Jinping wist dat.
Daarom was het veelzeggend dat hij al in de openingsfase van de top duidelijk maakte dat Taiwan voor China de belangrijkste kwestie blijft. Niet handel. Niet chips. Niet Iran. Niet Boeing. Taiwan. Voor Beijing is dat geen onderhandelbaar dossier, maar een kernbelang. Door dat meteen op tafel te leggen, maakte Xi duidelijk waar de rode lijn ligt.
China heeft jarenlang gezegd dat het de VS niet wil vervangen als hegemon. Het wil geen kopie worden van de Verenigde Staten. Het gelooft niet in een wereld waarin één macht alles dicteert. Beijing denkt in termen van handel, infrastructuur, technologie en economische verwevenheid. Niet in klassieke geopolitieke overheersing.
Daarom is de zogenaamde Thucydides-val zo belangrijk. In Washington leeft al jaren het idee dat een opkomende macht en een gevestigde macht onvermijdelijk botsen. Maar China verwerpt die logica. De opkomst van China hoeft niet automatisch de ondergang van de VS te betekenen. In een multipolaire wereld kunnen meerdere landen tegelijk groeien.
Dat is precies wat Xi Jinping al in 2013 probeerde duidelijk te maken: China en de Verenigde Staten hebben een nieuw model van grootmachtenrelaties nodig. Geen oorlog, geen onderwerping, geen hegemonische wissel, maar strategische stabiliteit.
Dertien jaar later lijkt Washington dat eindelijk te begrijpen — niet uit overtuiging, maar uit noodzaak.
De aanwezigheid van bedrijfsleiders uit de VS in Beijing was veelzeggend. Zij kwamen niet om China te isoleren, maar om deals te zoeken. Ook het gesprek over geavanceerde Nvidia-chips toont hoe dubbel de positie van de VS is geworden. Washington wil China technologisch afremmen, maar tegelijk zaken blijven doen met de grootste groeimarkt ter wereld.
China kijkt intussen verder. Het wil geen afhankelijkheid van technologie die morgen opnieuw via sancties kan worden afgesloten. Beijing bouwt aan soevereine AI, eigen chips, eigen infrastructuur en eigen strategische autonomie.
Dat is geen detail. Dat is de nieuwe realiteit.
De ironie is scherp. De Verenigde Staten gebruikte chips jarenlang als technologisch wapen tegen China. Maar China gebruikte grondstoffen, productiecapaciteit en markttoegang als strategische hefboom. En precies daar bleek Washington kwetsbaarder dan het wilde toegeven. De VS kan China wel sancties opleggen, maar het kan zijn eigen industrie niet zomaar losmaken van Chinese verwerking, Chinese toelevering en Chinese schaal.
Dat is waarom deze top niet begon toen Trump en Xi elkaar de hand schudden. Hij begon al eerder, in de concessies die Washington moest doen om de ontmoeting mogelijk te maken.
Ook rond Iran werd duidelijk dat de VS niet langer alleen de spelregels bepaalt. Trump hoopte waarschijnlijk dat China druk zou zetten op Teheran. Maar China zal Iran niet behandelen als een vazalstaat. Beijing koopt Iraanse olie, heeft strategische banden met Teheran en wil stabiliteit in West-Azië. Het zal zich niet zomaar laten inschakelen in een VS-oorlogslogica.
De oorlog tegen Iran is begonnen als een agressieoorlog van de VS en Israël. Nu Washington geen duidelijke militaire uitweg meer heeft, kijkt het naar China om de brokken te helpen lijmen. Maar de oplossing ligt niet in Chinese druk. De oplossing ligt in diplomatie tussen Washington en Teheran.
Ook de kwestie van de Straat van Hormuz toont hoe ingewikkeld de nieuwe wereld is. Iran eist erkenning van zijn soevereine rechten. De wereld wil vrije doorvaart. China wil energiezekerheid. De VS wil controle. Israël wil garanties. En de Golfstaten willen vermijden dat hun economieën gegijzeld worden door oorlog.
Dat los je niet op met dreigementen. Dat los je alleen op aan de onderhandelingstafel.
Iran zal herstelbetalingen vragen. Het zal veiligheidsgaranties eisen. Het zal zijn nucleaire rechten binnen het Non-proliferatieverdrag verdedigen. Tegelijk zal het moeten beseffen dat maximale eisen zonder toegevingen geen duurzame vrede brengen.
Maar één zaak is duidelijk: Iran beslist niet meer onder VS-dictaten. En China zal niet zomaar de rol spelen van deurwaarder voor de VS.
Daarom leek Trump wellicht ontgoocheld. Hij kreeg geen Chinese capitulatie. Hij kreeg geen openlijke breuk tussen Beijing en Teheran. Hij kreeg geen simpele overwinning.
Wat hij wel kreeg, was een les in multipolariteit.
De Verenigde Staten blijft machtig, maar het is niet langer almachtig. China hoeft de VS niet militair uit te dagen om invloed te winnen. Het gebruikt handel, technologie, diplomatie, grondstoffen, markttoegang en geduld. Iran toont dat regionale machten meer speelruimte hebben dan vroeger. En de oorlog in West-Azië bewijst opnieuw dat militaire overmacht niet automatisch politieke controle oplevert.
De top in Beijing was dus geen klassiek succes of falen. Het was een momentopname van een wereld in overgang.
Voor Washington was het ongemakkelijk. Voor Beijing was de top bevestiging. Voor Iran was de top bescherming. En voor de rest van de wereld was de top een signaal: de tijd waarin één macht alleen de regels schreef, is voorbij.
In de nieuwe wereldorde moet zelfs een VS-president naar Beijing reizen om te vragen wat nog mogelijk is.
Dit artikel verscheen eerder op Uitpers.