Image
Iran

Shutterstock.com

Gaat Trumps duim omhoog of omlaag?
Artikel
10 minuten

Tijdens de inaugurele vergadering van Trumps fameuze Vredesraad donderdag in Washington D.C. suggereerde de VS-president dat Iran zo’n tien dagen de tijd krijgt om tot een nucleaire deal te komen, anders “gaan er slechte dingen gebeuren”. Deze uitspraak volgde enkele dagen na een tweede ronde van indirecte gesprekken tussen Washington en Teheran.

De huidige nucleaire onderhandelingen vinden plaats tegen een achtergrond van een doorgedreven opbouw van de Amerikaanse militaire aanwezigheid in de Golfregio. Eind januari bevestigde de VS-president dat er een “enorme armada” onderweg was naar de Arabische Zee, met het vliegdekschip USS Abraham Lincoln en bijbehorende maritieme gevechtsgroep, tientallen gevechts- en tankvliegtuigen, en extra troepen. Na enige vertraging stuurde Trump ook een tweede vliegdekschip, de USS Gerald R. Ford, vanuit de Caraïben naar het Midden-Oosten om Iran te intimideren. Verwacht wordt dat het nu zondag aan de Israëlische kust zal arriveren.  

De lopende diplomatie belet geenszins de dreigementen en vijandige retoriek tussen Washington en Teheran. De VS-president zinspeelt steeds luider op een militaire aanval. In een bericht op zijn sociale mediaplatform 'Truth Social' stelde Trump dat de vloot die hij richting Iran heeft gestuurd “groter” is dan de vloot die begin dit jaar werd uitgezonden ter ondersteuning van de militaire operatie waarbij de Venezolaanse president Nicolás Maduro werd ontvoerd. “Net als bij Venezuela is zij [de vloot] klaar, bereid en in staat om haar missie snel te volbrengen, met snelheid en geweld, indien nodig”, schreef hij. “Hopelijk zal Iran snel ‘aan tafel komen’ en onderhandelen over een eerlijke en billijke overeenkomst – GEEN KERNWAPENS – een overeenkomst die goed is voor alle partijen.”

Afgelopen dinsdag plaatste de Iraanse Opperste Leider van de Islamitische Republiek Iran, ayatollah Ali Khamenei, op sociale media een door AI gegenereerde afbeelding van een gezonken USS Gerald R. Ford, vergezeld van het bijschrift: “De Amerikanen zeggen voortdurend dat ze een oorlogsschip naar Iran hebben gestuurd. Natuurlijk is een oorlogsschip een gevaarlijk stuk militair materieel. Maar nog gevaarlijker dan dat oorlogsschip is het wapen dat dat oorlogsschip naar de bodem van de zee kan sturen.”

Iran en Rusland kondigden ondertussen ook gezamenlijke marineoefeningen aan in de Zee van Oman om elke “unilaterale actie in de regio te ontmoedigen”. Maandag en dinsdag hield de Iraanse Revolutionaire Garde (IRGC) in de Straat van Hormuz een reeks militaire oefeningen -een poging tot militair spierballengerol- ter voorbereiding op “mogelijke veiligheids- en militaire dreigingen”.

Dialoog of ultimatum?

Hoewel er tot nu toe slechts enkele uren van onrechtstreekse onderhandelingen doorgingen -respectievelijk op 6 februari in Oman en op 17 februari in Genève- zei de Iraanse minister van Buitenlandse Zaken Abbas Araghchi woensdag dat beide partijen “substantiële vooruitgang hebben geboekt” en “in grote lijnen overeenstemming hebben bereikt over een reeks richtinggevende beginselen” voor een akkoord. Woordvoerster van het Witte Huis Karoline Leavitt had het eerder over “een klein beetje vooruitgang”, en stelde: “op sommige punten liggen we nog steeds ver uit elkaar”. Ze voegde onheilspellend toe dat Iran er zeer verstandig aan zou doen een snelle overeenkomst te sluiten met president Trump.

Indien de VS -zoals Trumps sociale media-berichten lijken te suggereren- louter garanties wil dat Iran geen kernwapen zal ontwikkelen, zou er in theorie gemakkelijk een deal gesloten kunnen worden. Iran, dat systematisch ontkent dat het een kernwapen nastreeft, heeft al verklaard bereid te zijn de uraniumverrijking te beperken en zijn civiele nucleaire programma (voor de opwekking van energie) onder rigoureus internationaal toezicht te plaatsen in ruil voor verlichting van de VS-sancties, die voor een economische ravage hebben gezorgd. 

Naar verluidt eist de VS echter een totale nucleaire overgave. Washington zou zich verzetten tegen elke vorm van uraniumverrijking op Iraanse bodem -ook de lage verrijking die nodig is voor civiel gebruik- en zou daar louter tegenover stellen dat het geen bijkomende sancties zal invoeren. Dit vormt een rode lijn voor Teheran. Daarnaast zou de VS beperkingen willen opleggen aan het Iraans ballistische raketarsenaal, maar elke concessie op dat vlak is onbespreekbaar voor Teheran aangezien die zijn defensiecapaciteit -specifiek tegen Israël- ernstig zou aantasten.

Deze lijst van VS-eisen lijkt overigens rechtstreeks overgenomen van Israël, dat zelf de enige kernwapenstaat is in het Midden-Oosten, maar zijn arsenaal niet laat controleren door de erkende internationale instanties. Trumps langdurige steun aan Israël vormt dan ook de kern van zijn vijandigheid tegenover Iran.

Nucleair programma

In 2015 sloot VS-president Obama (samen met de vier andere leden van de VN-Veiligheidsraad plus Duitsland en de EU) een nucleaire deal (JCPOA) met Iran, die de nucleaire ambities van het land beperkte en een strenge controle van zijn civiel nucleair programma oplegde, in ruil voor de opheffing van internationale economische sancties. Het Internationaal Atoomenergieagentschap rapporteerde herhaaldelijk dat Iran zich aan de bepalingen hield.    

Destijds uitte Trump in navolging van de eeuwige bondgenoot Israël veel kritiek op deze “slechtste deal ooit” en eenmaal president trok hij de VS er in 2018 unilateraal uit terug. Sindsdien voert hij een beleid van “maximale druk” tegen Iran (dat overigens niet werd opgeheven tijdens de Biden-jaren), met zware economische sancties en ook maatregelen tegen Teherans bondgenoten in de regio en daarbuiten. In zijn tweede ambtstermijn heeft president Trump dat sanctiebeleid tegen Iran nog verder aangescherpt en uitgebreid.

Gezien het vorige nucleaire akkoord door de huidige VS-president werd opgeblazen, zal Iran de huidige onderhandelingspoging met argwaan benaderen. Een eerdere poging om opnieuw nucleaire onderhandelingen tussen Washington en Teheran op gang te brengen, liep vorig jaar vast toen Israël in juni 2025 aanvallen uitvoerde op Iran, wat een twaalf dagen durende oorlog ontketende waarbij naar schatting zo’n 1.000 Iraniërs omkwamen. De VS sloot zich toen aan bij de Israëlische militaire interventie door tientallen doelen in het land te bombarderen, waaronder de belangrijke Iraanse nucleaire sites in Fordow, Natanz en Isfahan en een ballistische raketinstallatie in Yazd. Trump beweerde na afloop dat het VS-leger de nucleaire capaciteit van Iran “volledig verwoest” had. Toch worden de Iraanse nucleaire ambities nu opnieuw uit de kast gehaald om een eventuele militaire aanval te verantwoorden.

Interne crisis, externe machtspolitiek

Iets meer dan een maand geleden had Trump de grootschalige regeringsprotesten in Iran nog als reden aangegrepen om te dreigen met een militair optreden tegen de islamitische republiek. Die protesten braken eind vorig jaar uit als gevolg van uiteenlopende grieven, waaronder de economische ineenstorting (waar de VS-sancties een heel groot aandeel in hebben), corruptie en staatsrepressie. Trump spoorde de demonstranten aan om staatsinstellingen over te nemen en beloofde hen dat “hulp onderweg” was. “Iran kijkt naar VRIJHEID, misschien wel als nooit tevoren. De VS staat klaar om te helpen!!!”, schreef hij op 10 januari.

Teheran reageerde door te dreigen met het sluiten van de Straat van Hormuz -een cruciale exportroute voor olie uit de Golfregio- en waarschuwde voor aanvallen op de militaire installaties van de VS in de regio. Het Pentagon stationeert al decennia vele duizenden troepen in het bredere Midden-Oosten. Momenteel zijn er tussen de 40.000 en 50.000 VS-militairen ontplooid, verspreid over negentien basissen (waarvan acht permanent), van Turkije tot Oman.

Naarmate de sociale onrust in Iran groeide en de protestacties zich in de eerste week van januari uitbreidden over het hele land, traden de Iraanse autoriteiten gewelddadiger op. Er werd een digitale blackout doorgevoerd om het protest te fnuiken en de dodelijke repressie te verbergen. Tegen medio januari was de grootste protestgolf onderdrukt en op 21 januari meldde Teheran een officieel dodental van 3.117. Het werkelijke aantal mensen dat omkwam tijdens de anti-regeringsprotesten ligt waarschijnlijk een pak hoger. De Speciale VN-Rapporteur voor Iran spreekt over 5.000 tot mogelijk 20.000 doden. De in de VS gevestigde mensenrechtenorganisatie Hanra rapporteerde vorige week dat het aantal bevestigde dodelijke slachtoffers is opgelopen tot 7.015 (waaronder 226 minderjarigen). Er zouden ook meer dan 50.000 mensen gearresteerd zijn.

Hoewel Trump meermaals herhaalde dat de VS militair zou ingrijpen ter ondersteuning van de demonstranten, zijn veel Iraniërs die het huidige theocratische regime liever kwijt dan rijk zijn gekant tegen inmenging van Washington of Tel Aviv - zeker gezien de VS-voorgeschiedenis van geheime regimeveranderingsoperaties (zoals in Iran in 1953), openlijke militaire interventies en destabilisatiemissies in het Midden-Oosten, en Israëls expansionistische en agressieve regionale machtsambities die zich uiten in een langdurige campagne van sabotage, cyberoperaties en gerichte aanvallen op Iraanse doelwitten in de regio, inclusief in Iran zelf.

Op 14 januari verklaarde Trump plots dat hij afzag van militaire interventie, omdat Iran volgens hem onder VS-druk had ingestemd met het opschorten van de executies van dissidenten. Dat hij van gedachten was veranderd, was echter eerder het gevolg van de diplomatieke inspanningen van bevriende Golfstaten, waaronder Oman, Qatar en Saoedi-Arabië, die vrezen voor een verwoestende regionale oorlog en verdere escalatie willen voorkomen, niet in het minst omdat het sjiitische Iran een invloedssfeer heeft die zich uitstrekt van de Kaukasus tot Jemen en van Libanon tot Afghanistan. Ook nu spelen landen in de regio -met name Turkije, Egypte, Saoedi-Arabië, Oman, Qatar en Irak- een cruciale rol bij het aanmoedigen en bevorderen van de gesprekken tussen de VS en Iran. Oman fungeert daarbij als de belangrijkste facilitator en bemiddelaar. 

Ondertussen zijn het repressief karakter van het Iraanse regime, de slachtoffers ervan en het lot van de opgepakte demonstranten volledig uit Trumps discours verdwenen. Net als in Venezuela, Cuba en elders maalt hij niet om ‘democratie’, ‘vrijheid’ of het lijden van de bevolking. Het is hem louter te doen om volgzame regimes die bereid zijn om zaken te doen met de VS (geopolitieke, economische en machtsbelangen).

Deal of oorlog, of beide?

Terwijl Trumps bedreigingen zich opnieuw concentreren op de nucleaire kwestie, zijn de concrete doelstellingen van de president niet duidelijk. De vraag is of de VS daadwerkelijk tot een akkoord wil komen om een confrontatie te vermijden, of dat de huidige gesprekken eerder performatief zijn, totdat alles in gereedheid is gebracht voor een militair offensief tegen een Iraans regime dat de VS-president als ernstig verzwakt beschouwt na de luchtaanvallen van vorige zomer en de recente grootschalige protesten. Op de vraag of hij regimeverandering nastreefde, antwoordde Trump een week geleden dat dit “het beste lijkt wat er zou kunnen gebeuren”.

Zo’n offensief zou volgens de doorgaans goed over deze onderwerpen ingelichte Israëlische journalist Barak Ravid “gezamenlijk worden uitgevoerd met Israël”. 'The New York Times' berichtte onlangs dat in Israël inderdaad voorbereidingen worden getroffen om zich bij een eventuele VS-aanval aan te sluiten en daarbij de Iraanse raketvoorraden te viseren.

Het behoeft geen betoog dat het louter bedreigen met geweld van een soeverein land -hoe laakbaar de regering ervan ook is- een zware schending van het internationaal recht vormt, om nog maar te zwijgen van elk scenario waarbij effectief wordt overgegaan tot militaire agressie.

Hoewel het pad naar een nieuwe militaire aanval op Iran al lijkt ingeslagen, zijn er met de wispelturige Trump echter nooit zekerheden. Zijn vriend en bondgenoot Benjamin Netanyahu zal ongetwijfeld alles in het werk stellen om Trump tot grootschalige militaire actie te bewegen. De uitschakeling van het huidige Iraanse regime en de totale verzwakking en destabilisering van de regionale vijand Iran vormen niet alleen een diepgewortelde strategische doelstelling van Israël, maar ook al decennia een persoonlijke obsessie van Netanyahu. Tot nog toe is duidelijk gebleken dat de Israëlische premier Trumps oor heeft. VS-minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio zou op 28 februari in Israël een ontmoeting hebben met Netanyahu om Iran te bespreken.

Waarnemers speculeren ondertussen druk over verschillende mogelijke scenario’s. Een snelle transactionele deal tussen de VS-regering en de machtselite van de Islamitische Republiek, waarbij de olie van het land betrokken is -net zoals dat gebeurde in Venezuela- zou een gevaarlijke escalatie kunnen afwenden.

Om een dergelijk scenario te bewerkstelligen, wordt gedacht aan een snelle maar beperkte militaire actie, die een dwingend effect zou moeten hebben. Het doel zou dan een soort leiderschapswissel zijn, waarbij Khamenei van het toneel verdwijnt -bijvoorbeeld via een luchtaanval die de Opperste Leider fysiek elimineert- maar het staatsapparaat intact blijft. Een tegemoetkomend bewind dat met de VS wil onderhandelen, zou het dan op een akkoord kunnen gooien met Trump door de VS-oliemaatschappijen opnieuw toe te laten in het land of uitsluitend olie te verhandelen via VS-kanalen, in ruil voor sanctieverlichting. Een andere suggestie van pro-interventionistische haviken in de VS om een regimewissel af te dwingen, is de militaire inbeslagname van het Iraanse eiland Kharg, de belangrijkste olieterminal van het land, die goed is voor 90% van de Iraanse olie-export. Er circuleren nog varianten van dit scenario, maar de essentiële ingrediënten zijn snelheid, extreem geweld en de onderwerping van een nieuwe leiding of de overlevende leden van de huidige, aan het VS-dictaat.

Maar Iran is Venezuela niet. Iraanse functionarissen stellen zich verbeten op tegenover de dreigementen van de VS-president en zullen elke aanval -ook tegen ayatollah Khamenei- beschouwen als een existentiële bedreiging van de Islamitische Republiek.

In een recente brief aan de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties en VN-secretaris-generaal Guterres verklaart Iran dat het land geen “spanningen of oorlog” nastreeft en geen oorlog zal beginnen, maar dat “elke Amerikaanse agressie krachtig en proportioneel” zal worden beantwoord, op grond van zijn recht op zelfverdediging volgens het Handvest van de Verenigde Naties. Iran stelt ook dat de basissen, faciliteiten en activa van een vijandige macht daarbij als legitieme doelen beschouwd zullen worden. 

In een interview met de Saoedische zender Al-Arabiya, dat woensdag werd uitgezonden, zei de Russische minister van Buitenlandse Zaken Sergej Lavrov: “Iedereen begrijpt dat hier met vuur wordt gespeeld”. Hij riep de VS op om Iran niet aan te vallen en het land toe te staan een vreedzaam nucleair programma na te streven - een recht dat elk land heeft volgens het Non-proliferatieverdrag. De ultieme beslissing ligt bij keizer Trump.


Iets fouts of onduidelijks gezien op deze pagina? Laat het ons weten!

Zonder kritisch middenveld, geen gezonde democratie!

De Vlaamse regering is met de botte bijl door de structurele subsidie van Vrede vzw gegaan. Vanaf 2026 moeten we het doen met meer dan de helft minder dan verwacht. Dit brengt onze algemene werking in gevaar! Een kritische, antimilitaristische tegenstem is vandaag nochtans meer dan nodig. Stel ons in staat om de strijd voor vrede en rechtvaardigheid voort te zetten!

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze digitale nieuwsbrief.