Overslaan en naar de inhoud gaan
Image
Fukushima

Shutterstock.com

De onaflatende nachtmerrie van Fukushima, 15 jaar later
Artikel
10 minuten

Negen landen beschikken vandaag over kernwapens en er is zojuist een nieuwe oorlog uitgebroken in het Midden-Oosten, omdat nog een land deze wapens zogezegd zou willen verwerven. Terwijl we stilstaan bij de gevaren van dergelijke wapens en hun vermogen om enorme verwoestingen aan te richten, zien we vaak de risico’s over het hoofd van wat nog steeds wordt beschouwd als ‘vreedzame’ kernenergie. Met dat in gedachten wil ik even terugkomen op een moment 15 jaar geleden waarop die realiteit veel duidelijker had moeten worden.

Ik was op 10 maart 2011 in bed gekropen en was door mijn Instagram-feed aan het scrollen. Die app was op dat moment vrij nieuw en ik volgde maar een dozijn accounts, verschillende daarvan uit Japan. Een amateurfotograaf daar had enkele minuten eerder beelden geplaatst van een gebarsten voetpad en een omgevallen boekenkast. Een zware aardbeving had Tokio zopas doen schudden op zijn grondvesten. Een nieuwsartikel bevestigde dat op 130 km voor de kust van Japan een aardbeving met een kracht van 7,9 op de schaal van Richter had plaatsgevonden. Later werd de kracht bijgesteld naar 9,0 - wat qua vrijgekomen energie 1000 keer zo krachtig is. “Holy shit”, dacht ik. “Dat is enorm!” Bezorgd stuurde ik een e-mail naar mijn oude studievriend Ichiro, die in Tokio woonde, om te vragen of zijn familie ongedeerd was. Even later antwoordde hij dat het goed met hen ging, maar dat een enorme tsunami de Tohoku-regio ten noorden van Tokio had overspoeld. Er waren veel doden. “Het is verschrikkelijk. Het is chaos”, schreef hij me.

Op het moment dat ik Ichiro’s bericht kreeg, circuleerden er online al schokkende beelden van de tsunami en liep het dodental snel op, hoewel het water op dat moment al aan het zakken was. Terwijl ik naar hartverscheurende video's keek van schreeuwende omstanders, gekapseisde boten, drijvend puin en auto's die onder water stonden als speelgoed in een badkuip, ontvouwde zich een andere tragedie waarvan maar weinigen, zelfs binnen de Japanse regering, op de hoogte waren. Een kerncentrale in Fukushima, geëxploiteerd door TEPCO (de ‘Tokyo Electric Power Company’), was getroffen door de enorme overstromingen en had alle stroom verloren.

De ‘Fukushima Daiichi’ kerncentrale, gebouwd door ‘General Electric’ (GE) in het midden van de jaren 1960 was ontworpen om natuurrampen te doorstaan, maar de ingenieurs hadden nooit een aardbeving van deze omvang voorzien. Toen de sensoren van de kerncentrale de beving detecteerden, werden de reactoren automatisch stilgelegd. Door die noodstop (of ‘scram’) werd het kernsplijtingsproces gestopt, waardoor de noodstroomvoorziening in werking trad om ervoor te zorgen dat koud zeewater door de reactoren en de opslagvaten voor verbruikte splijtstof bleven stromen om zo oververhitting te voorkomen. Alles ging volgens plan in Fukushima tot die enorme tsunami op de kerncentrale insloeg, waarbij transmissietorens werden weggespoeld en elektrische systemen werden beschadigd. Er waren noodgeneratoren in de kelder, maar ook die waren overspoeld door golven van zeewater – een reeds slechte situatie stond op het punt nog veel erger te worden.

Een stroomuitval in een kernenergiecentrale staat bekend als een ‘station blackout’. Zoals je je wellicht kunt voorstellen, is dit een van de ergste scenario’s die kunnen voorkomen met betrekking tot kerncentrales. Als alle stroom uitvalt, betekent dit dat er geen koelwater meer in de gloeiend hete kern van de reactor wordt gepompt. En als die kern niet voortdurend wordt gekoeld, is één ding zeker: er volgt een ramp. Het kernsplijtingsproces zelf mag dan ingewikkeld zijn, maar dit is elementaire natuurkunde. Om de zaken nog erger te maken, waren er drie reactoren operationeel bij Fukushima Daiichi. Gelukkig lagen drie andere reactoren stil voor onderhoud. Als de elektrische stroom echter niet snel hersteld zou worden, dan zouden de drie operationele reactoren van Fukushima in grote problemen komen.

Later zouden we vernemen dat niemand –niet bij TEPCO, noch bij GE, noch bij de Japanse toezichthouders- ooit had stilgestaan bij de mogelijkheid dat alle reactoren tegelijkertijd zonder stroom zouden kunnen vallen. Ze hadden alleen noodplannen opgesteld voor het uitvallen van één reactor, waarbij de andere reactoren de centrale draaiende konden houden. Maar allemaal offline en alle generatoren buiten werking? Daar bestond geen precedent of draaiboek voor.

De nucleaire industrie heeft een tamelijk beleefde naam voor een ramp zoals degene die Fukushima trof. Ze noemen het een 'beyond design-basis accident', omdat geen enkel kerncentrale-ontwerp elk mogelijk probleem kan incalculeren dat zich tijdens de levensduur van een centrale zou kunnen voordoen. Het feit dat hier een term voor bestaat, zou je ongerust moeten maken.

Kernsmelting radioactieve neerslag

In de dagen die volgden op de tsunami verslechterde de noodsituatie in Fukushima Daiichi alleen maar. Elke poging om de stroomtoevoer naar de reactoren te herstellen liep op niets uit. De stralingsdetectieapparatuur ter plaatse, die waarschuwingen had moeten activeren en de evacuatie van mensen in gevaar had moeten begeleiden, werkte niet meer. Plannen om water in de reactoren te pompen om ze te koelen mislukten. De reactorkernen geraakten steeds meer oververhit en de kokende bassins met verbruikte splijtstof dreigden uit te drogen, wat een enorme brand zou kunnen veroorzaken waarbij extreme hoeveelheden straling zouden vrijkomen. Binnen de drie dagen -na een reeks van uitgebroken branden, waterstofexplosies en paniek onder degenen die wisten wat er gaande was- vonden er in de reactoren 1, 2 en 3 van Fukushima volledige kernsmeltingen plaats, d.w.z dat de reactorkern zodanig oververhit raakt dat ze volledig smelt.

Binnen een straal van 30 kilometer waren al meer dan 150.000 mensen gedwongen geëvacueerd, en het zou twee weken duren voor de radioactieve wolken om zich over het noordelijk halfrond te verspreiden, hoewel de Japanse regering pas in juni 2011 -drie maanden later- publiekelijk zou toegeven dat er kernsmelting had plaatsgevonden.

Het enige goede nieuws voor de 13 miljoen mensen die 240 kilometer zuidelijker in Tokio woonden, was dat de winden tijdens en direct na de kernsmeltingen een groot deel van Fukushima’s radioactieve materiaal wegvoerden van de smeulende reactoren, over de zee. Naar schatting kwam 80% van de radioactieve neerslag (of fallout) van Fukushima in de oceaan terecht, wat betekent dat het grootste deel naar het oosten is gedreven in plaats van naar de bevolkingscentra in het zuiden en westen. Het andere goede nieuws was dat de containers met verbruikte splijtstof het op de een of andere manier allemaal hadden overleefd. Als het water in deze bassins was weggevloeid, zou er veel meer straling zijn vrijgekomen.

Maar Tokio werd niet volledig gespaard. Na jarenlang onderzoek ontdekten wetenschappers dat de regio Tokio bedekt was met cesiumrijke microdeeltjes. Het was een onwelkome ontdekking die veel kritiek uitlokte en tot dreigingen met academische censuur leidde. In de gebieden rondom de verboden zones van Fukushima werden de hoogste stralingsniveaus gemeten. Japanse regeringsfunctionarissen minimaliseerden voortdurend de gevaren van het incident en waren zelfs terughoudend om het te classificeren als een nucleaire ramp van niveau 7, de hoogste classificatie op de Internationale Schaal voor Nucleaire Incidenten. Dit gebeurde uiteindelijk pas na enkele weken, waardoor Fukushima op dezelfde hoogte kwam te staan als de kernramp van Tsjernobyl in 1986.

Japanse functionarissen hebben ook nagelaten om langdurige epidemiologische studies uit te voeren, inclusief het vaststellen van het uitgangsaantal kankergevallen. Dit heeft twijfels doen ontstaan over schildklier-screenings, die zorgwekkend hoge aantallen kankergevallen vonden, veel hoger dan onderzoekers hadden verwacht.

Radioactieve vissen

Vóór de aardbeving bedroeg het cesium-137-gehalte in de oceaan bij Fukushima 2 becquerel (een eenheid voor radioactiviteit) per kubieke meter, ruim onder de aanbevolen drempelwaarde voor drinkwater van 10.000 becquerel. Vlak na 11 maart 2011 schoot het cesium-137-gehalte er omhoog tot vijftig miljoen, waarna het weer daalde toen zeestromingen de radioactieve deeltjes van de kust wegvoerden. De oceaan was echter vergiftigd.

In de jaren na de kernramp in Fukushima stelden onderzoekers een beangstigende, maar voorspelbare ontwikkeling vast. Radioactieve isotopen in het zeewater werden opgenomen door zeeplanten (fytoplankton), en kwamen vervolgens via de voedselketen terecht in miniscule zeedieren (zoöplankton) en uiteindelijk in vissen. Cesium-137 dat door vissen wordt opgenomen, kan maandenlang in hun lichaam blijven, terwijl strontium-90 jarenlang in hun botten blijft. Als mensen dergelijke vis eten, worden ook zij blootgesteld aan die radioactieve deeltjes. Hoe meer besmette vis ze eten, hoe groter de ophoping van radioactiviteit.

In 2023, meer dan tien jaar na de kernramp, waren de stralingsniveaus bij zwarte zeebaarsen die voor de kust van Fukushima werden gevangen nog steeds torenhoog. Andere bodemvissen bleken eveneens vol te zitten met radioactiviteit, waaronder paling en rotsforel. Er ontstond ook bezorgdheid over het behandelde radioactieve water dat TEPCO in de oceaan bleef lozen, wat China ertoe aanzette de import van zeevruchten uit Japan op te schorten. 

Afgezien van deze bevindingen is er maar weinig onderzoek gedaan naar de gevolgen van de straling uit Fukushima voor ecosystemen of voor de Japanse bevolking. “Japan heeft wetenschappelijk onderzoek naar de nucleaire ramp aan banden gelegd”, stelt kinderarts Alex Rosen van ‘International Physicians for the Prevention of Nuclear War’. “Er is nauwelijks literatuur of gepubliceerd onderzoek over de gezondheidseffecten op mensen, en de publicaties die er zijn, zijn afkomstig van een kleine groep onderzoekers aan de ‘Fukushima Medical University’.”

Het toegeven van dergelijke stralingsniveaus -zelfs indien beperkt tot de wateren rond Fukushima- zou de nucleaire industrie blootleggen als een aanzienlijke bedreiging, niet alleen voor Japan maar wereldwijd. Elke erkenning dat de straling van Fukushima verband houdt met een stijging van het aantal kankergevallen zou tot bredere bezorgdheid leiden over de toekomstige levensvatbaarheid van kernenergie. Blootstelling aan straling is cumulatief en hoewel Fukushima niet onmiddellijk tot massale slachtoffers heeft geleid, was het ook geen onschuldig ongeval. Het duurde tientallen jaren voordat werd aanvaard dat Tsjernobyl tienduizenden extra sterfgevallen door kanker had veroorzaakt. Het zou nog langer kunnen duren om een volledig begrip te hebben van alle gevolgen van Fukushima. Ondertussen zouden de kosten van de nog steeds aan de gang zijnde sanering van de uitgebrande faciliteiten kunnen oplopen tot 80 biljoen yen ($ 500 miljard).

Het is nu 15 jaar geleden sinds de kernsmeltingen van de reactoren in Fukushima en we weten nog steeds niet wat de gevolgen op lange termijn zijn. Voorstanders van kernenergie stellen dat Fukushima geen ernstig incident was en dat nucleaire technologie nog steeds veilig is. Ze minimaliseren de stralingsrisico's en beweren optimistisch dat nieuwe ontwerpen voor reactoren onfeilbaar zullen zijn. Ze negeren het feit dat er simpelweg geen permanente oplossing is voor radioactief afval en zien de onlosmakelijke link tussen kernenergie en atoomwapens over het hoofd. Per slot van rekening zullen we ongetwijfeld kernenergie nodig hebben om onder andere de artificiële intelligentie-hype van stroom te voorzien, nietwaar?

De operatoren en toezichthouders in Fukushima waren totaal niet voorbereid op wat zich op die noodlottige dag in 2011 zou afspelen. Ze hadden nooit kunnen vermoeden dat een aardbeving van een dergelijke omvang een tsunami zou veroorzaken die zo verwoestend was dat deze het elektriciteitsnet vernietigde, de waterpompen uitschakelde en de noodgeneratoren buiten werking stelde.

Er is ook niemand die kan garanderen dat kerncentrales of opslagtanks voor radioactief afval veilig zijn in oorlogsgebieden, of dat de rivieren en meren die wereldwijd nodig zijn om reactoren te koelen, niet op een dag zullen opdrogen of te warm worden om die taak te vervullen - iets wat in Europa al is gebeurd. Uiteindelijk kunnen we niet op elk ongeluk, elke menselijke fout en elke natuurramp (zeker in dit tijdperk van klimaatchaos) anticiperen. De wereld is onvoorspelbaar en zelfs van de veiligste kerncentrale is niet gegarandeerd dat ze bestand zal zijn tegen eender welke tragedie die op ons af zou kunnen komen.

Zo’n 80 kilometer van waar ik woon in het zuiden van California, staat aan de Pacifische kust een verlaten nucleaire faciliteit in een aardbeving en tsunami-gevoelig gebied, gelijkaardig aan de site waar de Fukushima-centrale werd gebouwd. Stroom produceert deze centrale uit de jaren 1960 al lang niet meer, maar er bleven wel 123 grote opslagvaten van beton en staal achter, met daarin 3,6 miljoen pond hoogradioactief afval. Binnen een straal van 80 km van deze constructies wonen ongeveer 8,4 miljoen mensen

Het is niet de enige dergelijke centrale in Californië, maar deze zie ik regelmatig omdat ik in de buurt ga surfen. Als ik daar ben, denk ik aan Fukushima en beeld me in wat er zou gebeuren als een soortgelijke onverwachte ramp de kusten van Californië zou treffen en hoe zo’n gebeurtenis dit gebied voor altijd zou veranderen.

Met negen kernmachten en zo’n 12.000 kernkoppen op deze planeet is het onvermijdelijk zich zorgen te maken over een kernoorlog. Het gevaar van een nucleaire ramp in een ogenschijnlijk vreedzame kerncentrale wordt echter vaak over het hoofd gezien. De toekomst van kernenergie blijft onzeker, maar het is onze plicht om deze gevaarlijke energiebron uit te bannen voordat een nieuw Fukushima een catastrofe veroorzaakt die niet moet onderdoen voor een oorlog.

Dit vertaalde en ingekorte artikel verscheen eerder op TomDispatch.
 


Iets fouts of onduidelijks gezien op deze pagina? Laat het ons weten!

Land

Zonder kritisch middenveld, geen gezonde democratie!

De Vlaamse regering is met de botte bijl door de structurele subsidie van Vrede vzw gegaan. Vanaf 2026 moeten we het doen met meer dan de helft minder dan verwacht. Dit brengt onze algemene werking in gevaar! Een kritische, antimilitaristische tegenstem is vandaag nochtans meer dan nodig. Stel ons in staat om de strijd voor vrede en rechtvaardigheid voort te zetten!

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze digitale nieuwsbrief.