Image
klimaatmars

De 'Climate March' tijdens COP30 in Belém; Foto: Hellen Loures/Cimi, CC BY NC SA

COP30 en de militaire bijdrage aan de klimaatcrisis en de milieuvervuiling
Dossier
10 minuten

De VN-klimaatconferentie COP30, vond plaats in Belém (Brazilië) van 10 tot en met 21 november 2025, en richtte zich op wereldwijde klimaatactie en duurzaamheid. De conferentie speelt een cruciale rol bij het vormgeven van het wereldwijde klimaatbeleid en het bevorderen van internationale samenwerking om klimaatverandering te bestrijden. De oprichting in 1992, onder auspiciën van de Verenigde Naties (VN), van het ‘United Nations Framework Convention on Climate Change’ (UNFCCC), werd ondertekend tijdens de ‘Earth Summit’ in Rio de Janeiro. Het Klimaatverdrag heeft tot doel om de uitstoot van broeikasgassen te reduceren en daarmee de ongewenste gevolgen van klimaatverandering te voorkomen. Landen verbonden zich ertoe hun jaarlijkse uitstoot van broeikasgassen te rapporteren aan de VN.

Een blinde vlek in de wereldwijde uitstoot

Maar er ontbreekt iets: legers en militaire instellingen zijn niet verplicht om hun emissies te rapporteren. Dit wordt de ‘militaire emissiekloof’ genoemd - de kloof tussen wat overheden rapporteren en de werkelijke omvang van de bijdrage van hun landen aan de wereldwijde uitstoot. Het is een gevaarlijke blinde vlek in de klimaatactie, vooral omdat de militaire uitgaven jaar na jaar blijven stijgen -net zoals de uitstoot van broeikasgassen-, en de militaire bijdrage aan de klimaatcrisis nog steeds wordt onderschat.

Het militaire apparaat gebruikt enorme hoeveelheden fossiele brandstoffen (en overheidsgelden) voor militaire oefeningen, wapenproductie en testen, opslag, transport en gewapende interventies tijdens conflicten. Wat ontbreekt is toezicht op en transparantie over de impact hiervan op milieu en klimaat.

Tijdens de derde Conferentie van Partijen (COP) in Kyoto (Japan) in 1997 onderhandelde de Verenigde Staten over een algemene vrijstelling van rapportering voor broeikasgasemissies door militaire activiteiten. De regering-Clinton-Gore beweerde de nationale veiligheid na te streven door militaire emissies vrij te stellen van rapportering, terwijl ze tegelijkertijd de uitbreiding plande van het militair bondgenootschap de NAVO - een strategische zet.

Na de ineenstorting van de Sovjet-Unie en het Warschaupact stonden militaire overmacht in de lucht en geallieerde interoperabiliteit centraal in de NAVO-strategie. In de periode na de Koude Oorlog hebben NAVO-bondgenoten luchtaanvallen ingezet om militaire interventies uit te voeren, wat ernstige gevolgen had voor de getroffen landen en het klimaat.

In 1993 lanceerde de regering-Clinton-Gore het ‘Joint Advanced Strike Technology’-programma, dat later uitgroeide tot de ontwikkeling van de ‘F-35 Joint Strike Fighter’. Dit gevechtsvliegtuig is het duurste en meest vervuilende wapensysteem ooit.

In 2015 maakte het Akkoord van Parijs de rapportering van militaire koolstofemissies mogelijk, maar op vrijwillige basis, waardoor regeringen vandaag nog steeds niet verplicht zijn om hun militaire uitstoot te rapporteren. (Voor wie dat wel wil doen, creëerde de UNFCCC een aantal richtlijnen.) Daarnaast blijven methodologieën voor het meten van emissies tijdens gewapende conflicten onderontwikkeld, en hebben ze onzekerheid en onvolledigheid geïntroduceerd in wereldwijde emissie-inventarissen, emissiekloof-analyses en klimaatmodellen, evenals in beleidsacties.

Het ‘Military Emissions Gap’-project beoordeelt o.a. de toegankelijkheid van militaire emissiegegevens die aan het UNFCCC zijn gerapporteerd in 2025. Op basis van een analyse scoorden slechts zes landen een 'redelijke' score voor de toegankelijkheid van de gegevens: Duitsland, Hongarije, Noorwegen, Slowakije, Bulgarije en Cyprus.

Sommige grote militaire machten, zoals het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk, scoorden 'slecht' omdat ze de gegevens niet gedetailleerd en opgesplitst weergaven en een analyse bijgevolg niet mogelijk was. Landen zoals Japan, Polen en Turkije verstrekten helemaal geen informatie. Ook de grootste militaire macht ter wereld, de VS, diende niets in. Door het ontbreken van rapporteringsplicht geven noch China, noch India, noch Saoedi-Arabië hun militaire uitstootgegevens vrij, ondanks het feit dat ze in 2024 gezamenlijk meer dan 480 miljard dollar investeerden in hun legers en ze tot de grootste machten ter wereld behoren wat militaire uitgaven betreft.

Klimaatverandering, milieuvervuiling en oorlog versterken elkaar

In 2019 bedroegen de wereldwijde militaire uitgaven 1,9 biljoen VS-dollar, in 2024 was dit gestegen tot 2,7 biljoen dollar, en naar verwachting zal dit bedrag blijven groeien. Als de huidige trend van militarisering zich voortzet, zouden de wereldwijde militaire uitgaven in 2035 zelfs 6,6 biljoen dollar kunnen bereiken.

Elke stijging van 100 miljard dollar in militaire uitgaven zal naar schatting ongeveer 32 miljoen ton koolstofdioxide-equivalent (tCO2e) genereren. Elke dollar die aan het militaire apparaat wordt uitgegeven, genereert meer dan dubbel zoveel uitstoot als een dollar die elders aan wordt besteed.
De verdere militarisering neemt niet alleen fondsen weg van de noodzakelijke energietransitie maar ook van de broodnodige sociale budgetten om menselijke noden aan te pakken.

De uitstoot van broeikasgassen door het globale militaire apparaat werd voor 2019 geschat op 2.000 miljoen ton CO2, goed voor 5,5% van de wereldwijde CO2-emissies dat jaar. Dit komt overeen met de nationale uitstoot van een land als India en Rusland. Deze cijfers zijn echter een grove onderschatting, omdat ze alleen de uitstoot van de militaire toeleveringsketen en de dagelijkse werking of paraatheid van legers weergeven.

De militaire emissiekloof groeit verder

Militaire emissiebronnen omvatten immers meer dan alleen het stationair en mobiel brandstofverbruik van legers. De productie, het gebruik en de berging van munitie, afvalbeheer en -verwijdering, en vluchtige emissies van koel-, airconditioning-, radar- en elektrische apparatuur worden doorgaans niet opgenomen in de rapportering. Daarnaast hoeven militaire emissies in internationale wateren of het luchtruim helemaal niet gemeld te worden volgens de huidige UNFCCC-richtlijnen. Dit betekent dat zelfs als alle landen over hun militaire uitstoot zouden rapporteren in overeenstemming met die richtlijnen, de militaire emissiekloof toch zou blijven bestaan.

Ook uitstoot die buiten de landsgrenzen wordt gegenereerd door militaire strijdkrachten, wordt vrijgesteld door de rapporteringsrichtlijnen. Deze aanpak creëert een grijze zone in het afleggen van verantwoording, omdat emissies van militaire operaties of installaties in het buitenland buiten de rapportering van zowel de operationele landen als de gastlanden vallen. Zonder gecoördineerde gegevensuitwisseling of duidelijkere richtlijnen blijven deze emissies buiten beschouwing in de wereldwijde inventarissen, waardoor de militaire emissiekloof opnieuw verder toeneemt.

Gevolgen van oorlog en de voorbereiding ervan

Wat zijn de gevolgen van oorlog en de voorbereiding ervan voor het milieu en het klimaat, de gezondheid, ons ecosysteem en het overleven in oorlogs- en naoorlogse gebieden?

Oorlog en gewapende conflicten veroorzaken niet alleen enorm menselijk leed, maar brengen ook aanzienlijke schade toe aan het milieu en ecosystemen.

Chemische stoffen, brandstoffen en zware metalen uit explosieven en munitie kunnen jarenlang de bodem en waterbronnen vervuilen. Bombardementen beschadigen belangrijke waterinfrastructuur zoals irrigatiesystemen en waterzuiveringsinstallaties, terwijl landmijnen hele gebieden landbouwgrond onbruikbaar maken.

Een recente motie op het Wereldcongres van de Internationale Unie voor het Behoud van de Natuur (IUCN), riep op tot meer aandacht voor grootschalige onderzoeken naar de toestand van de ecosystemen in de wereld, zoals het ‘Millennium Ecosystem Assessment’ (MEA) van het UNFCCC. Deze kunnen worden ingezet om staten in conflictgebieden meer hulp te bieden.

De extra koolstofuitstoot en kosten gegenereerd door de na-oorlogse wederopbouw van een door oorlog vernield land en infrastructuur (productie, transport, saneren van gebieden, ontruimen en bergen van onontploft oorlogstuig, enz.) wordt nergens geregistreerd. En daarnaast zijn er de menselijke en immateriële kosten: de verzorging van zieken en verminkten, traumaverwerking, de volledige ontwrichten van sociale weefsels, enz.

Zeker niet te vergeten zijn de enorme risico's die kerncentrales en opgeslagen kernwapens vormen bij oorlog en gewelddadige conflicten. Het kan een kwestie van geluk zijn dat een kerncentrale of opslagplaats van kernwapens niet geraakt worden door bombardementen.

Zijn er juridische stappen mogelijk om het milieu en het klimaat te beschermen?

Welke juridische manieren bestaan er om het milieu en het klimaat te beschermen tegen vervuiling door oorlog en het militair gebruik van giftige en radioactieve stoffen, en wat met de mensenrechten die geschonden worden? Op deze vragen werd op 3 en 4 november 2025 geantwoord door experten van de ‘International Coalition to Ban Uranium Weapons’ (ICBUW) uit Duitsland, Italië, Servië en België, tijdens infosessies voor de studenten Recht en Criminologie van de KULeuven. Er werd gefocust op verarmd uranium (VU)-wapens als case studie (conventionele wapens met verarmd uranium verspreiden na gebruik radioactieve en chemisch toxische partikels, die kunnen worden opgenomen door mens, dier en milieu).

De verschillende juridische procedures en mechanismen die een rol spelen in de ICBUW-campagne voor een totaal verbod op VU-wapens werden toegelicht. Het internationaal humanitair recht, de mensenrechtenwetgeving, het voorzorgsbeginsel en Artikel 1 van het Verdrag van Genève tonen aan dat het gebruik, het transport en het testen van VU-wapens in strijd is met deze principes en wetten.

Wat slachtofferhulp, milieusanering en internationale bijstand betreft, worden pragmatische oplossingen aanbevolen, parallel aan de Artikelen 6 en 7 van het Verdrag inzake het Verbod op Kernwapens (TPNW). De oprichting van een internationaal orgaan voor consultatie en hulp aan VU-slachtoffers is dringend nodig.

Om het uiteindelijke doel van de campagne te bereiken, een totaalverbod op VU-wapens, zijn ondersteunende activiteiten en nieuwe ideeën nodig, zoals film, media, publicaties, kunst, lobbywerk en voortdurende sensibilisering.

Klimaatverandering, milieuvervuiling en oorlog vormen een vicieuze cirkel

De wereld kampt met meer gewapende conflicten dan ooit sinds de Tweede Wereldoorlog. De UNFCCC-processen zijn tot nu toe niet in staat gebleken om de directe en indirecte gevolgen van gewapende conflicten in een klimaatactieplan op te nemen.

Conflicten en geopolitieke geschillen leiden op verschillende manieren tot onnauwkeurigheden in de algemene rapportering van de uitstoot van broeikasgassen. Zo leiden bezettingssituaties tot zowel onder- als overrapportage bij de VN. Rusland rapporteert sinds 2016 bijvoorbeeld de emissies van de geannexeerde Krim en recentelijk heeft het ook andere bezette Oekraïense gebieden in zijn rapportering opgenomen. Oekraïne blijft over al zijn regio's -dus inclusief de bezette- rapporteren, wat leidt tot dubbeltelling.

China kiest er dan weer voor de uitstoot van Taiwan niet te rapporteren, ondanks het feit dat Beijing soevereiniteit claimt over het eiland en het als een Chinese provincie beschouwt. Omdat Taiwan geen erkende staat is binnen de VN, kan het zijn eigen uitstoot niet rapporteren. Het resultaat is dat de uitstoot van broeikasgassen door Taiwan niet wordt opgenomen in de rapportage, ondanks het feit dat het een van de twintig grootste economieën ter wereld is qua bruto binnenlands product (BBP).

Waar officiële boekhoudmechanismen falen, hebben het maatschappelijk middenveld en de academische wereld geprobeerd de leemte te vullen met innovatieve methodologieën om de klimaatimpact van geopolitieke en gewapende conflicten te meten.

Dankzij een groeiend bewustzijn over het verband tussen klimaat en conflicten, worden initiatieven voor milieubescherming en klimaatmaatregelen steeds vaker geïntegreerd (door NGO’s, de VN, en staten) in vredesopbouw en conflictpreventie.

Sommige beleidsmakers beginnen hun houding te veranderen. De Europese Unie heeft stappen gezet richting transparantere rapportering van koolstofuitstoot in de defensiesector, hoewel deze vooruitgang wordt bedreigd door de snel groeiende bewapening en de sterke wapenlobby.

De nieuwe NAVO-doelstelling om haar lidstaten 5% van hun BBP te laten spenderen aan militaire uitgaven, zou volgens schattingen jaarlijks tot 298 miljard dollar aan klimaatschade kunnen veroorzaken, waardoor de Europese klimaatdoelen niet gehaald kunnen worden.

De wereldwijde trend om klimaatgelden te gebruiken om stijgende militaire budgetten te faciliteren, moet stoppen. Overheidsbegrotingen en internationale betrekkingen zouden zich in plaats daarvan moeten richten op daadwerkelijke en menselijke veiligheid, financiering van klimaatacties, diplomatie, vredesopbouw en conflictpreventie.

Steeds meer defensie-instellingen werken ondertussen aan het ‘vergroenen’ van hun werking en hun imago. Maar alleen duurzame vrede en het voorkomen van gewapende conflicten zullen positief bijdragen aan het redden van ons klimaat en onze planeet – niet het ‘greenwashen’ van oorlogen en verdere militarisering.

Belém en de klimaatschaduw van oorlog

In de aanloop naar COP 30 hebben bijna 100 organisaties de eisen van de ‘War on Climate’-campagne ondertekend, die oorlog zichtbaar wil maken als een klimaatprobleem en ijvert voor verplichte rapportering van militaire emissies. Demonstranten en middenveldorganisaties eisten in Belém dat het UNFCCC de lang genegeerde militaire bronnen van vervuiling aanpakt.

Voor oorlog en gewapende conflicten en hun link met milieu en klimaat was er echter amper aandacht tijdens de officiële onderhandelingen van COP 30. Een nieuw en sterk klimaat van vrede en samenwerking, door middel van demilitarisering, verdere energietransitie, de zorg voor het milieu en vredesopbouw, is nochtans heel dringend nodig.  

Door de aankondiging van Oekraïne dat het de klimaatschade veroorzaakt door de oorlog zal verhalen op Rusland, kreeg oorlog wel meer aandacht dan tijdens de vorige COP’s. En veel meer mensen en organisaties hebben zich tijdens COP 30 uitgesproken om de rapportering van militaire uitstoot verplicht te maken.

Het internationaal recht versterkt de urgentie en de vraag naar verantwoording. Het recente baanbrekende advies van het Internationaal Gerechtshof (ICG) herinnert staten eraan dat zij op grond van de klimaatverdragen verplicht zijn om schade te beoordelen, te rapporteren en te beperken. In het kader van dit advies benadrukt ICG-rechter Cleveland in een afzonderlijke opinie “de aanzienlijke schade aan het milieu die wordt veroorzaakt door gewapende conflicten en andere militaire activiteiten” en merkt ze op dat deze opgenomen moeten worden in de verplichting van staten om schade aan het klimaatsysteem te beoordelen, te rapporteren en te beperken. Het negeren van deze klimaatverdragen versterkt niet alleen de verdere opwarming van de aarde, maar verhult ook de omvang van de crisis en verzwakt het vermogen van de wereld om de onderliggende oorzaken ervan aan te pakken.
 


Iets fouts of onduidelijks gezien op deze pagina? Laat het ons weten!

Land

Zonder kritisch middenveld, geen gezonde democratie!

De Vlaamse regering is met de botte bijl door de structurele subsidie van Vrede vzw gegaan. Vanaf 2026 moeten we het doen met meer dan de helft minder dan verwacht. Dit brengt onze algemene werking in gevaar! Een kritische, antimilitaristische tegenstem is vandaag nochtans meer dan nodig. Stel ons in staat om de strijd voor vrede en rechtvaardigheid voort te zetten!

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze digitale nieuwsbrief.