Fossiele brandstoffen en militarisme maken deel uit van hetzelfde machtssysteem. Als regeringen de strijd tegen klimaatverandering serieus nemen, moeten ze bereid zijn de politieke en economische structuren aan te vechten die de winning van fossiele brandstoffen én oorlog in stand houden.
We kunnen fossiele brandstoffen niet los zien van de aanhoudende oorlog van de VS en Israël tegen Iran. De volatiliteit rond de Straat van Hormuz heeft de wereldeconomie opgeschrikt en belemmert de doorvoer van olie uit de grootste olieproducerende landen in de Golfregio. De economische kosten van deze illegale, onrechtvaardige en impopulaire oorlog lopen op, net als de hartverscheurende menselijke tol – waaronder gesneuvelde militairen en duizenden doden in heel Iran en Libanon.
Maar er zijn ook de snel stijgende milieukosten. Alleen al tijdens de eerste twee weken van Operatie ‘Epic Fury’ (de VS-oorlog tegen Iran) werd 5 miljoen ton koolstofdioxide uitgestoten – evenveel als de 84 minst uitstotende landen in de wereld samen.
De internationale gemeenschap moet een einde maken aan deze oorlog – en de diepere klimaatcrisis aanpakken – voordat er nog meer schade wordt aangericht. Een hoopvolle ontwikkeling is de allereerste Conferentie voor de Transitie Weg van Fossiele Brandstoffen, die momenteel (24-29 april) plaatsvindt in Santa Marta, Colombia. Tegen de achtergrond van een verergerende wereldwijde klimaatcrisis én pogingen van fossiele-brandstofproducerende landen om de transitie naar schone energie te blokkeren, biedt deze top de meer dan 50 deelnemende landen de kans om te streven naar een veiligere toekomst en een leefbare planeet.
Colombia en co-organisator Nederlands brengen nationale en subnationale regeringsdelegaties samen met vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld en leiders van inheemse gemeenschappen, om te doen wat decennia van klimaatonderhandelingen hebben nagelaten: het rechtstreeks aanpakken van fossiele brandstoffen. Opvallende afwezigen zijn de bewust niet-uitgenodigde horden lobbyisten van de fossiele brandstoffenindustrie die een steeds grotere stempel drukken op de klimaatconferenties van de Verenigde Naties (COP's).
Helaas zijn deze internationale klimaatonderhandelingen er niet in geslaagd ons wezenlijk dichter te brengen bij een rechtvaardige transitie, omdat ze weigeren de strijd met fossiele brandstoffen werkelijk aan te binden. In plaats daarvan zijn ze afhankelijk gebleven van emissiedoelstellingen, CO2-compensatiesystemen en marktmechanismen die ervoor zorgen dat de winning van olie en gas gewoon doorgaat. De huidige conferentie komt er dan ook na de wijdverbreide teleurstelling en frustratie onder klimaatactivisten over het beschamend zwakke eindresultaat van de VN-klimaatconferentie (COP30), afgelopen november in Brazilië.
De conferentie in Santa Marta wil breken met dit neagtieve kader. Ze creëert de ruimte om een meer fundamentele vraag te stellen: wat is er nodig om fossiele brandstoffen daadwerkelijk uit te faseren en wie staat dit in de weg? Het is een cruciale eerste stap voor stakeholders om zich te engageren voor een internationaal verdrag inzake de non-proliferatie van fossiele brandstoffen. Groepen zullen zich buigen over de processen, tijdschema's en acties die nodig zijn om tot een onderhandeld akkoord te komen over de uitfasering van fossiele brandstoffen, dat verder zal worden uitgewerkt tijdens een toekomstige bijeenkomst in de Pacifische natie Tuvalu.
Het militair-olie-industrieel complex
Maar om deze stap echt te kunnen zetten, moet een ander probleem worden aangepakt dat bewust is genegeerd: militarisme.
Fossiele brandstoffen zijn de levensader van het modern militair-industrieel complex. Tegelijkertijd bestaan legers deels om de toegang tot fossiele brandstoffen veilig te stellen. De infrastructuur van oorlog -van wapenproductie tot militaire basissen- kluistert regeringen aan een langdurige afhankelijkheid van fossiele brandstoffen, terwijl ze tegelijkertijd fungeert als instrument om de belangen van de fossiele brandstofindustrie te verdedigen. Legers beschermen de toeleveringsketens van olie, beveiligen handelsroutes en beïnvloeden de geopolitieke verhoudingen rond fossiele brandstoffen in het voordeel van de dominante machten.
Militaire controle over olie en gas bepaalt al lange tijd de architectuur van de mondiale macht. Deze dynamiek is overal ter wereld zichtbaar. De VS-agressie tegen Iran blijft de spanningen rond olie escaleren, en de VS-interventie in Venezuela is onlosmakelijk verbonden met de positie van het land als belangrijke olieproducent. Ook in Palestina maakt de door de VS gesteunde Israëlische bezetting en controle van onder meer offshore gasvelden deel uit van het bredere systeem van kolonisatie dat niet kan worden losgekoppeld van grondgebied, infrastructuur en energie.
Zolang landen in hun legers investeren ten koste van al de rest, zal de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen niet worden doorbroken. De wereldwijde militaire uitgaven -2,7 biljoen dollar in 2024- leidt middelen weg die hard nodig zijn om een volledige uitfasering van fossiele brandstoffen en een mondiale rechtvaardige transitie te realiseren: gezondheidszorg, onderwijs, jobs, hernieuwbare energie en directe investeringen om de klimaatcrisis aan te pakken.
Met de hoogste militaire uitgaven ter wereld is de Verenigde Staten de grootste boosdoener. Het Pentagon is bovendien de grootste institutionele verbruiker van fossiele brandstoffen ter wereld – het heeft een grotere CO2-uitstoot dan de meeste individuele landen. Voor volgend jaar eist president Donald Trump een schokkend budget van 1,5 biljoen dollar voor het Pentagon. Schattingen suggeren dat de VS nu zo'n 1 miljard tot 2 miljard dollar per dag uitgeeft aan zijn oorlog tegen Iran. Daartegenover staat dat Washington op tien jaar tijd slechts 2 miljard dollar heeft bijgedragen aan het 'Green Climate Fund' (VN-fonds voor klimaatfinanciering aan ontwikkelingslanden).
Santa Marta moet het ook over militarisme hebben
Militarisme doet meer dan het fossiele brandstoffensysteem beschermen. Het ondermijnt actief de mogelijkheid van een rechtvaardige transitie. Samen met andere groepen die deelnemen aan de Santa Marta-conferentie roepen wij landen en stakeholders daarom op om drie eisen te overwegen:
- Kritieke lacunes in de rapportage van de militaire uitstoot aan te pakken.
- De afhankelijkheid van legers van fossiele brandstoffen te verminderen.
- De uit de hand gelopen militaire uitgaven terug te draaien ten gunste van een rechtvaardige transitie.
Om dit te bereiken zal gecoördineerde druk nodig zijn op alle niveaus -door regeringen, internationale organisaties, leiders van inheemse en Afro-diasporagemeenschappen, academici, activisten en het maatschappelijk middenveld- om te komen tot een uitfasering van fossiele brandstoffen en een veiligere wereld.
De conferentie in Santa Marta betekent een breuk met decennia van vertraging binnen het UNFCCC-proces (VN-raamverdrag waarbinnen landen wereldwijd onderhandelen over klimaatbeleid). Maar ze zal alleen betekenis hebben als ze het volledige systeem ter discussie stelt dat deze crisis aandrijft. Fossiele brandstoffen en militarisme maken deel uit van dezelfde machtsstructuur. Als regeringen de klimaatverandering echt willen bestrijden, moeten ze bereid zijn om meer te doen dan alleen klimaatdoelen stellen. Ze moeten bereid zijn de politieke en economische structuren uit te dagen die fossiele brandstofwinning en oorlog in stand houden.
Dat betekent investeren in het echte werk dat noodzakelijk is voor een rechtvaardige transitie: het heroriënteren van de economie, het herverdelen van middelen en het herstellen van de schade die is toegebracht aan gemeenschappen die het zwaarst worden getroffen door de klimaatverandering. Dat betekent geen verdere uitbreiding van fossiele brandstoffen, geen schijnoplossingen die de afhankelijkheid in stand houden, en geen aanhoudende investeringen in systemen van geweld die de mogelijkheid van een rechtvaardige transitie ondermijnen.
We kunnen blijven investeren in oorlog en de winning van fossiele brandstoffen, of we kunnen ervoor kiezen te investeren in onze gemeenschappen, in zorg en in een toekomst die niet is gebaseerd op opoffering. Santa Marta opent de deur. Wat daarna komt hangt af van onze bereidheid om door deze deur te gaan en om van onze regeringen te eisen dat zij hetzelfde doen
Dit vertaalde en licht aangepaste artikel werd eerder gepubliceerd op 'Common Dreams'.