Wanneer Stalin van iemand af wilde, liet hij de persoon in kwestie niet simpelweg executeren met een schot in het achterhoofd. Hij trachtte het ongewenste individu ook uit de geschiedenis te laten verdwijnen door diens naam uit encyclopedieën te schrappen en diens beeltenis van foto’s weg te retoucheren. Op een beruchte foto uit 1920, waarop twee dozijn communistische leiders te zien waren, werden in de daaropvolgende jaren zoveel van hen tot ‘vijand van het volk’ uitgeroepen, dat op de officiële versie uiteindelijk slechts Lenin en de schrijver Maxim Gorki overbleven op de treden van een opvallend lege veranda. Op andere gemanipuleerde kiekjes staat Stalin helemaal alleen afgebeeld, in een ontvolkte ruimte.
Donald Trump is bekend met dergelijke visuele manipulaties, al heeft hij de neiging zichzelf toe te voegen in plaats van anderen weg te laten. Zo heeft hij zichzelf al afgebeeld als Jezus, als een Amerikaanse olympische ijshockeyer die een doelpunt maakt en de Canadese tegenstanders in elkaar slaat, en als een zonnebader te midden van andere kabinetsleden in de spiegelvijver voor het Lincoln Memorial in Washington D.C. Eén van zijn fervente aanhangers in het Huis van Afgevaardigden, Anna Paulina Luna (Florida), diende vorig jaar een wetsvoorstel in om Trump toe te voegen aan het Mount Rushmore-monument (de 18 meter hoge, uit graniet gehakte koppen van de VS-presidenten George Washington, Thomas Jefferson, Theodore Roosevelt en Abraham Lincoln in South-Dakota). Al was Trump haar vijf jaar eerder al te snel af met een tweet waarin hij zichzelf naast de 'Founding Fathers' plaatste.
Ondanks zijn voorliefde om het visuele universum te overspoelen met zijn eigen beeltenis, heeft Trump ook zijn eigen eliminatieproces ontwikkeld. Hij heeft een lijst met vijanden samengesteld -met daarop onder meer voormalig FBI-directeur James Comey, de procureur-generaal van New York Letitia James en senator voor Arizona Mark Kelly- die hij bestookt met rechtszaken en lastercampagnes. Geen genoegen nemend met een loutere focus op het heden, tracht hij bovendien actief alle niet-witte en niet-mannelijke historische figuren -die dankzij eerdere campagnes van de vergetelheid werden gered- te laten verwijderen van federale websites, uit publicaties en uit parken.
Maar de misschien wel zijn gevaarlijkste poging tot geschiedvervalsing betreft de klimaatverandering. Trump heeft zich tot het uiterste ingespannen om de Verenigde Staten te doen opschuiven van een weinig enthousiaste pleitbezorger van maatregelen ter vermindering van de koolstofuitstoot, tot een keiharde ontkenner van het feit dat klimaatverandering überhaupt plaatsvindt. Het is algemeen bekend dat Trump er een hekel aan heeft niet bovenaan elk lijstje te staan: beste president, slimste man in de zaal, meest creatieve kapsel, enz. Laten we er nog één lijstje aan toevoegen: de grootste bedreiging voor de mensheid. Misschien om ook dat lijstje te kunnen aanvoeren, heeft de president de dreiging van de klimaatverandering afgezwakt tot onbestaand. Net als Stalin staat Trump nu alleen.
De ontkenningscampagne begon met het verwijderen van alle verwijzingen naar klimaatverandering van de federale websites.
De ontkenningscampagne van de regering begon met het verwijderen van alle verwijzingen naar klimaatverandering van de federale websites. Dit heeft wijdverbreide zelfcensuur aangemoedigd: iedereen die zijn federale job wil behouden of een federale subsidie wil aanvragen, heeft alles wat met het milieu te maken heeft tactisch uit zijn beschrijvingen en aanvragen geschrapt. De vijandigheid tegenover alles wat klimaatgerelateerd is, heeft ook een grote invloed gehad op heel wat recente overheidsbezuinigingen: het budget van het Milieubeschermingsagentschap (EPA) werd gehalveerd, er werd 1,6 miljard dollar geschrapt in het budget van de ‘National Oceanic and Atmospheric Administration’, het programma ter waarde van 4 miljard dollar voor de ondersteuning bij energiekosten voor huishoudens met een laag inkomen (LIHEAP) werd afgeschaft en de financiering voor hernieuwbare energie werd met 449 miljoen dollar teruggeschroefd.
Het is geen verrassing dat de federale regering het gemunt heeft op VS-staten die vasthouden aan een krachtig klimaatbeleid. Het ministerie van Justitie heeft bijvoorbeeld Vermont, New York en California in het vizier. De eerste twee staten vanwege hun benadering gebaseerd op 'de vervuiler betaalt', en Californië vanwege zijn 'cap-and-trade'-systeem (waarbij er een CO2-uitstootlimiet wordt opgelegd, maar bedrijven onderling kunnen handelen in uitstootrechten om binnen die limiet te blijven). Ondanks deze aanvallen gaan tal van staten toch door met de uitvoering van hun strategieën voor emissiereductie en energietransitie. De 24 staten die zijn aangesloten bij de ‘US Climate Alliance’ hebben hun uitstoot met 24% teruggebracht ten opzichte van het niveau van 2005, en stimuleren de ontwikkeling en toepassing van schone energietechnologieën.
De aanpak van de regering omvat ook de beloning van klimaatonvriendelijke projecten. Ze heeft pijpleidingen goedgekeurd (zoals de recente ‘Bridger Pipeline Extension’), groen licht gegeven voor diepzeeolieboringen in de Golf van Mexico, het ‘Arctic National Wildlife Refuge’ in Alaska opengesteld voor oliemaatschappijen en geprobeerd de stervende steenkoolindustrie overeind te houden. De regering heeft ook 2 miljard dollar uitgekeerd aan bedrijven om hun windenergieprojecten te schrappen en in plaats daarvan te investeren in fossiele brandstoffen. Deregulering en een gebrek aan handhaving -van vervuilingsnormen, van veiligheids- en gezondheidsvereisten en van milieuvergunningen- zijn enorme geschenken voor bedrijven die de atmosfeer volpompen met broeikasgassen.
Nog onheilspellender is dat de regering de kern van het milieubeleid- en reguleringssysteem heeft veranderd door de zogenoemde ‘endangerment finding’ in te trekken (de juridische vaststelling dat broeikasgassen schadelijk zijn). Volgens een uitspraak van het Hooggerechtshof uit 2007 is de EPA verplicht vast te stellen of klimaatverandering een gevaar vormt en, indien dit het geval is, stappen te ondernemen om dit aan te pakken. Onder opeenvolgende regeringen deed de EPA precies dat. Maar het huidige hoofd van de EPA -Lee Zeldin, die vastbesloten is zijn eigen organisatie te vernietigen- veegde onlangs bijna twintig jaar aan juridische precedenten van tafel met de afschaffing van de ‘endangerment finding’.
Tijdens een persconferentie met Trump in het Witte Huis stelde Zeldin dat het intrekken van de ‘endangerment finding’ de VS-burgers 1,3 biljoen dollar zou besparen, voornamelijk in de vorm van lagere autoprijzen. Hij verzuimde echter de kosten van deze maatregel te vermelden. Volgens de schattingen van het EPA zelf zouden die kunnen oplopen tot meer dan 1,4 biljoen dollar, en dan zijn de uitgaven die gepaard gaan met de toegenomen opwarming nog niet eens meegerekend. Ongeveer de helft van de VS-staten heeft de krachten gebundeld om tegen Zeldin in te gaan en de zaak voor het Hooggerechtshof te brengen.
In een ideale wereld vormt Trumps aanval op de klimaatwetenschap, de financiering van de energietransitie en de reguleringsmechanismen de laatste stuiptrekking van de fossiele brandstoffen-sekte. De prijs van hernieuwbare energie daalt immers, de wetenschappelijke gemeenschap blijft eensgezind in haar sombere prognoses, en een groot deel van de rest van de wereld wil wel iets doen om de naderende storm af te wenden. Zelfs Trumps grootscheepse poging om de steenkoolindustrie in de VS te redden, moet het afleggen tegen de onverbiddelijke wetten van de markt. Aangezien kolencentrales verouderd en simpelweg onrendabel zijn, zijn er onder Trump meer gesloten dan onder eender welke andere VS-president.
Maar dit is verre van de ideale wereld. Trumps achterhoedegevechten komen er op een hachelijk moment, waarop zelfs halfslachtige pogingen om de klimaatverandering aan te pakken overduidelijk ontoereikend zijn. Alleen grootschalige, collectieve actie tegen fossiele brandstoffen kan de ergste gevolgen van de klimaatverandering tegengaan. In plaats daarvan speelt Trump de vervuilende industrieën in de kaart, in een poging elke laatste hoop op het herstel van enige mate van evenwicht op de planeet te vernietigen.
Het klimaat blijft veranderen
Hoewel bijna elk land ter wereld heeft toegezegd zijn uitstoot van broeikasgassen te verminderen, blijft de totale hoeveelheid koolstofdioxide die in de atmosfeer wordt gespuid, toenemen. Aangewakkerd door een emissietoename van 4,1%, gelinkt aan de olie- en gassector, bereikte de CO2-uitstoot in 2025 een nieuw record. Ook de methaanuitstoot, die aanzienlijk gevaarlijker is dan die van koolstofdioxide, steeg na een lichte daling in 2024 naar een nieuw hoogtepunt.
Het totaal nam in 2025 toe, deels als gevolg van een sterke stijging van de uitstoot van de VS. In 2023 en 2024 was de uitstoot van broeikasgassen in de VS nog licht gedaald. Minstens zo belangrijk is dat het beleid er in die jaren in slaagde om de koppeling tussen economische groei en uitstoot door te knippen: d.w.z. dat de economie groeide, terwijl de uitstoot afnam. Maar in 2025 steeg de uitstoot, met 2,4%, terug sneller dan de economische groei.
De werkelijke impact van Trumps klimaatbeleid zal pas tegen het einde van 2026 zichtbaar beginnen worden in de statistieken.
Net zoals de invloed van het Pentagon-budget op de wereldwijde militaire uitgaven pas meetbaar zal zijn zodra de cijfers voor dit jaar worden gepubliceerd, zal ook de werkelijke impact van Trumps klimaatbeleid pas ten vroegste tegen het einde van 2026 zichtbaar beginnen worden in de statistieken. De toename van de CO2-uitstoot vorig jaar was eerder toe te schrijven aan een ongewoon koude winter en de uitbreiding van zowel AI-datacenters als cryptomining, dan aan Trumps beleid dat fossiele brandstoffen bevoordeelt.
Er is niet louter slecht nieuws. China -in absolute cijfers met afstand 's werelds grootste uitstoter van broeikasgassen- nadert zijn CO2-uitstootpiek, terwijl het tegelijkertijd de export van zonnepanelen, batterijen en windturbines naar recordniveaus stuwt, zodat andere landen de overstap naar deze hernieuwbare energiebronnen kunnen maken. Tegelijk daalt de Europese uitstoot. In 2025 leverde energie via zonnepanelen voor het eerst de grootste bijdrage aan de groei van de wereldwijde energievoorziening. Wind- en zonne-energie hebben nu ook een groter aandeel in de elektriciteitsopwekking dan steenkool.
De oorlog met Iran vormt ondertussen een onbedoeld kantelpunt in het verloop van de energiepolitiek. De blokkade van de Straat van Hormuz heeft geleid tot een enorme energiecrisis, met veel landen die melding maken van grote tekorten aan olie en gas. Zoals Zoya Teirstein en Jake Bittle schrijven in ‘Grist’: “Terwijl de prijzen stijgen en de voorraden slinken, heroverwegen landen over de hele wereld hun energietoekomst. Terwijl sommige landen terugvallen op vervuilende brandstoffen om de tekorten die zijn ontstaan door de afsluiting van de Straat van Hormuz op te vullen, hebben andere aanzienlijke investeringen aangekondigd in schone energie om afstand te nemen van de energiebronnen waarop zij al meer dan honderd jaar vertrouwen.”
Trump en co droomden ervan toegang te krijgen tot Iraanse fossiele brandstoffen en de prijzen aan de pomp te verlagen. Tot nu toe bereiken ze precies het tegenovergestelde van wat ze wilden. Hetzelfde zou kunnen gelden voor hun oorlog tegen hernieuwbare energie.
Een poging om de internationale respons te ondermijnen
Trump neemt er geen genoegen mee de binnenlandse infrastructuur van emissiereductie en energietransitie te ontmantelen. Als onderdeel van zijn inspanningen om de “groene nieuwe zwendel” (‘green new scam’) te vernietigen, heeft hij de VS teruggetrokken uit elk groot internationaal initiatief om klimaatverandering aan te pakken, te beginnen met het Klimaatakkoord van Parijs en het VN-Raamverdrag dat dit beheert, het UNFCCC.
Tot dusver is er echter geen massale uittocht geweest na de terugtrekking van de Verenigde Staten. Geen enkel ander land heeft het Akkoord van Parijs verlaten, Rusland niet, geen van de Golflanden, zelfs Nicaragua en Syrië niet (deze beide landen ondertekenden het akkoord aanvankelijk niet). Drie landen hebben de overeenkomst ondertekend maar niet geratificeerd -Iran, Libië en Jemen- maar interne onrust speelt een rol in hun gedraal. Ondertussen blijven alle VN-leden deel uitmaken van het UNFCCC.
De Verenigde Staten staat dus alleen in zijn weigering te erkennen dat de wereld in gevaar verkeert door de klimaatverandering.
In het algemeen zijn de internationale reacties ontoereikend voor de omvang van de uitdaging. Er gaat maar mondjesmaat financiering naar het helpen van landen bij het terugdringen van hun CO2-uitstoot (mitigatie), het aanpakken van de aanhoudende gevolgen van de klimaatverandering (adaptatie) en het maken van de transitie weg van fossiele brandstoffen. Maar de wereld -met uitzondering van de Verenigde Staten- schroeft haar toezeggingen om deze drie inspanningen te financieren in elk geval langzaam op. Er blijft zich ook mondiale actie richten op het behoud van de biodiversiteit en de 23 doelstellingen die zijn geïdentificeerd in het 'Kunming-Montreal Global Biodiversity Framework'.
De regering-Trump heeft klimaatwetenschap de rug toegekeerd, de financiering dramatisch teruggeschroefd en is zelfs van plan het ‘National Center for Atmospheric Research’ te ontbinden. Wetenschappers uit de VS worden aangetrokken door andere landen, die de VS overtreffen in het aanvragen van groene patenten.
Trump is aan de macht gekomen met een plan om de wereld te hermaken met zijn tarieven, zijn militaire interventies, zijn heroriëntatie op fossiele brandstoffen en zijn voorkeur voor autoritarisme. De wereld heeft er zeker nota van genomen. Gezien de omvang van de VS-economie en het VS-leger is het onmogelijk om Trump op deze vlakken te negeren. Wat zijn klimaatbeleid betreft, heeft de wereld de schouders opgehaald. De internationale gemeenschap versnelt haar inspanningen niet met de snelheid die nodig is om de wereld te redden, maar vertraagt ze ook niet om zich aan Donald Trump aan te passen.
Trump stuurt de Verenigde Staten een grote stap terug. Maar -tenminste als het om klimaatwetenschap gaat- weigert de rest van de wereld hem te volgen in die stap.
Dit vertaalde artikel verscheen eerder op 'Foreign Policy in Focus'.