Image
klimaatmars

Klimaatmars 10.10.2021, Brussel

Klimaatverandering en militarisering versterken elkaar
Artikel
9 minuten

Er bestaat een belangrijk verband tussen de opwarming van de aarde en een dalende mondiale veiligheid. Secretaris-generaal van de Verenigde Naties Guterres waarschuwde niet zo lang geleden dat klimaatveranderingen “niet alleen het milieu schaden waarvan we afhankelijk zijn, maar ook onze politieke, economische en sociale systemen verzwakken”. 

De VN beschikt sinds 2020 over een 'Climate and Security Mechanism' om te kunnen omgaan met klimaatgebonden conflicten. De link tussen klimaat en oorlogen is vaak indirect en niet-lineair omdat conflicten doorgaans multicausaal zijn. Toch kunnen een veranderend klimaat en de gevolgen daarvan -bijvoorbeeld een toenemende competitie voor vruchtbaar land en water- bestaande socio-economische, ecologische en politieke spanningen in die mate verergeren dat ze in geweld en oorlogen uitmonden. Vandaag zijn daar al tal van voorbeelden van en deze trend zal zich in de toekomst alleen maar voortzetten.   

Klimaatverandering en de gevolgen ervan kunnen bestaande maatschappelijke spanningen zodanig verergeren dat ze uitmonden in geweld.

Zo kunnen er verbanden gelegd worden tussen klimaatveranderingen en het ontstaan van gewapende groepen in Afghanistan, Syrië, Guatemala, Somalië, Tunesië, Soedan, enz. Een duidelijk voorbeeld is terug te vinden in de regio van het Tsjaadmeer, waar een combinatie van sterk verminderde regenval en intensieve irrigatiepraktijken het watervolume van het meer deed slinken van 25.000 km² (in de jaren 1980) tot amper 2000 km² vandaag. De voedselveiligheid van miljoenen mensen in de regio, afhankelijk van landbouw en visvangst, kwam daardoor ernstig in het gedrang. 

De frustratie over het gebrek aan mogelijkheden en het ongenoegen over de povere functionering van de staat creëerden dan weer rekruteringsmogelijkheden voor plaatselijke gewapende groepen. Niet alleen bieden deze milities een uitlaatklep voor woede en frustratie, ze leveren ook economische alternatieven, sociale dienstverlening en bescherming. De islamistische terreurorganisatie Boko Haram rekruteert op die basis onder de moslimgemeenschappen in de regio. Volgens onderzoek vervoegen jonge moslims Boko Haram veeleer omwille van sociale grieven dan uit religieuze motieven. Een gemilitariseerde ‘oorlog tegen terreur’ zal die grieven niet wegnemen, integendeel. 

De opwarming van de aarde en klimaatgerelateerde veiligheidsrisico's worden de laatste jaren expliciet opgenomen in de veiligheidsanalyses van internationale, regionale en nationale instituties en legers. In een recent rapport dat de basis moet vormen voor een nieuwe strategie stelt de NAVO bijvoorbeeld dat klimaatverandering “de wereld gevaarlijker maakt”. Het perverse resultaat is dat de veiligheidsgevolgen van de klimaatverandering gebruikt worden om groeiende militaire uitgaven te legitimeren.

De kortzichtige neiging om klimaatverandering te zien als een veiligheidsprobleem dat te bestrijden valt met militaire middelen leidt ertoe dat heel wat fondsen net weggeleid worden van hoogstnoodzakelijke duurzame en radicale transformatieve maatregelen om de opwarming van de aarde en de gevolgen ervan tegen te gaan. Misplaatste budgettaire prioriteiten hebben een vernietigende impact, zoals ook duidelijk is gebleken tijdens de COVID19-pandemie. 

Vluchtelingenstromen veroorzaakt door de gevolgen van de opwarming van de aarde worden door autoriteiten gezien als een veiligheidsdreiging.

De vluchtelingenstromen veroorzaakt door de gevolgen van de opwarming van de aarde worden door autoriteiten eveneens gezien als een veiligheidsdreiging. Rijke landen reageren door hun grenzen te sluiten en te militariseren. Hele bevolkingsgroepen lijden nu al ernstig onder de gevolgen van de klimaatopwarming. Kwetsbare mensen in enkele van de armste, vaak door conflicten getroffen landen ter wereld worden onevenredig getroffen. Bovendien hebben de gebieden waarin ze leven historisch gezien het minst bijgedragen aan de opwarming van de aarde.

Zowel op nationaal, als op individueel niveau ontbreekt het in deze gebieden aan de middelen om zich aan te passen aan een steeds vijandiger wordende omgeving. Het domino-effect van opeenvolgende rampen veroorzaakt door de klimaatverandering op economisch achtergestelde gemeenschappen, drijft heel wat mensen op de vlucht.

Volgens de VN ontvluchten elk jaar meer dan 20 miljoen mensen de gevolgen van aan het klimaat gerelateerde natuurrampen, zoals overstromingen, zware stormen of droogte. Kleine eilandjes als Kiribati, Nauru en Tuvalu, waar het water de bevolking bijna letterlijk aan de lippen komt, kenden het afgelopen decennium een emigratiegraad van 10%. De Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) schat dat het aantal klimaatvluchtelingen tegen 2050 kan aangroeien tot 200 miljoen. 

Het doorsluizen van biljoenen euro's naar militarisering belet ons te investeren in echte menselijke veiligheid en rechtvaardige klimaatoplossingen. De wereld spendeert momenteel maar een fractie van het budget dat naar gewapende strijdkrachten en militarisering gaat aan het aanpakken van de klimaatverandering. Op die manier zijn de strijd tegen militarisering en de strijd tegen de klimaatverandering onlosmakelijk met elkaar verbonden. 

Het doorsluizen van biljoenen euro's naar militarisering belet ons te investeren in rechtvaardige klimaatoplossingen.

Militaire apparaten slokken echter niet alleen veel fondsen op, ze zijn (samen met het breder militair-industrieel complex) ook zeer actieve bijdragers aan de opwarming van de aarde. Met het grootste leger ter wereld en een jaarlijks budget van meer dan 700 miljard dollar (705,39 miljard dollar in 2021) spant het Pentagon de kroon.

Fossiele brandstoffen zijn het bloed van het militair apparaat. Het Amerikaans ministerie van Defensie is de grootste institutionele gebruiker van petroleum ter wereld. Jaarlijks produceert het VS-leger ongeveer 59 miljoen ton aan broeikasgassen. Dat is meer dan de totale uitstoot van geïndustrialiseerde landen als Zweden, Denemarken, Portugal of Nieuw-Zeeland. 

Schokkend genoeg dwong de Amerikaanse regering tijdens de onderhandelingen over het Kyoto-protocol van 1997 een vrijstelling af voor de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen door het leger. Deze traditie werd verder gezet in latere klimaatonderhandelingen. In het klimaatakkoord van Parijs (2015) werd het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen door het leger overgelaten aan het oordeel van de individuele landen.

Het VN-raamverdrag over klimaatverandering (UNFCCC) verplicht ondertekenaars om de jaarlijkse uitstoot van broeikasgassen te publiceren, maar de rapportering van de uitstoot van legers is vrijwillig en wordt vaak niet gedaan. Deze uitstoot wordt bijgevolg ook niet opgeteld bij de totale CO2-emissies van landen. Zonder rekening te houden met de ecologische voetafdruk van militaire apparaten bij het vastleggen van klimaatverplichtingen komen de vooropgestelde projecties neer op levensgevaarlijk zelfbedrog.

Ook de activiteiten van legers, oorlogsvoering en de voorbereidingen hierop in de vorm van militaire oefeningen, zijn zeer koolstofintensief. Het leger gebruikt op grote schaal vliegtuigbrandstof. Een zware bommenwerper type B-52 consumeert op 1 uur tijd evenveel brandstof als de gemiddelde autobestuurder in de VS op 7 jaar tijd. Elke luchtmissie produceert honderden ton CO2. De luchtoorlog tegen ISIS die in 2014 gelanceerd werd in Syrië en Irak omvatte bijvoorbeeld tienduizenden luchtmissies.

Een gevechtsvliegtuig van het type F-35, waarvan België de komende jaren meer dan 30 exemplaren wil aankopen, verteert 60% meer brandstof dan een F-16-toestel. Als we het verbruik van een F-35 -5600 liter brandstof per vlieguur- samenbrengen met het huidig totaal van 12.500 vlieguren voor de Belgische straaljagers per jaar, komen we aan zo'n 178.500 ton CO2-uitstoot.

De activiteiten van legers, oorlogsvoering en de voorbereidingen hierop in de vorm van militaire oefeningen, zijn zeer koolstofintensief.

Naast een enorme C02-voetafdruk brengen legers kolossale schade toe aan de ecosystemen en de bewoners van de plaatsen waar het operaties uitvoert, via toxische munitie, het verbranden van militair afval, enz.

En waarvoor worden de militaire strijdkrachten gemobiliseerd? De meeste militaire infrastructuur is strategisch gepositioneerd in regio's rijk aan olie en andere natuurlijke bronnen, en langs de scheepvaartroutes die de fossiele brandstoffeneconomie van de wereld draaiende houden. Het Midden-Oosten, dat meer dan de helft van de mondiale oliereserves omvat, is het meest gemilitariseerd. Olie is een belangrijke reden voor oorlogsvoering, kijk maar naar de goed gedocumenteerde geschiedenis van de VS wat dat betreft.

De fossiele brandstoffenindustrie rekent ook op de militarisering om haar operaties in stand te houden. De vaak inheemse gemeenschappen die hun gronden proberen te beschermen tegen de extractieve industrieën, worden regelmatig geconfronteerd met paramilitair- en staatsgeweld.

Naast de klimaatverandering vormen de huidige kernwapenarsenalen en nucleaire afschrikkingsdoctrines momenteel de grootste existentiële dreigingen voor mens en planeet. Wetenschappers van de Bulletin of the Atomic Scientists houden via hun zogenaamde Doomsday Clock bij hoe dicht de mensheid staat bij de vernietiging van de aarde door gevaarlijke evoluties en technologieën van eigen makelij. Ze maken dit visueel met behulp van een klok, waarbij 12 uur het punt van totale catastrofe symboliseert. In hun analyse nemen de wetenschappers zowel de klimaatverandering als de dreiging van nucleaire wapens op. In 2021 staat de Doomsday Clock op 100 seconden voor 12 – het dichtst sinds de lancering van het initiatief in 1945. 

Elke stap in de nucleaire keten, van de ontginning van uranium tot het 'bergen' van nucleair afval, brengt ernstige schade toe aan het milieu. Een echte atoomoorlog zou echter dramatische en blijvende mondiale gevolgen hebben voor het klimaat en de voedselvoorziening. Een wetenschappelijke studie uit 2019 die een conflict tussen India en Pakistan simuleert waarbij 100 kernwapens ingezet worden (elk met de omvang van de bom die in 1945 op Hiroshima viel), concludeert dat er op de eerste dag al miljoenen dodelijke slachtoffers zouden vallen en de wereld binnen een week ondergedompeld zou kunnen worden in een door de mens gecreëerde nucleaire winter. 

Elke stap in de nucleaire keten, van de ontginning van uranium tot het 'bergen' van nucleair afval, brengt ernstige schade toe aan het milieu.

Een nucleaire winter is een ernstige en langdurig algemene afkoeling van het klimaat als gevolg van de grote vuurhaarden na een nucleaire oorlog. De hypothese is gebaseerd op het feit dat dergelijke uitgebreide branden rook, roet en as in de stratosfeer kunnen injecteren, wat zou verhinderen dat direct zonlicht en neerslag het aardoppervlak bereiken. De resulterende afkoeling van de planeet zou leiden tot wijdverbreide misoogsten, een verstoorde voedselketen, een gedestabiliseerde mondiale economie en hongersnood, met miljarden slachtoffers tot gevolg.

Er zijn momenteel nog altijd meer dan 13.000 kernwapens in de wereld. Ook op de Belgische vliegbasis van Kleine-Brogel liggen er in NAVO-verband een 20-tal Amerikaanse kernbommen. In deze tijden van toenemende polarisering tussen grootmachten blijft nucleaire afschrikking een belangrijk onderdeel uitmaken van de veiligheidsdoctrines van de kernwapenstaten. De grote ecologische, sociale en economische uitdagingen van de klimaatverandering vereisen constructieve internationale samenwerking. Dit staat lijnrecht tegenover het beleid van nucleaire afschrikking dat de kernwapenstaten blijven omarmen.

De meeste kernwapenstaten hebben momenteel lange-termijnprogramma’s lopen om hun arsenalen te moderniseren en performanter te maken. In 2020 werd daarvoor meer dan 72 miljard dollar uitgetrokken. Met de enorme bedragen die besteed (zullen) worden aan de instandhouding en modernisering van nucleaire arsenalen zouden tal van dringend noodzakelijke maatregelen ter beteugeling van de opwarming van de aarde genomen kunnen worden. Op die manier belemmert nucleaire bewapening de transitie naar een koolstofarme of -vrije maatschappij.

Ook de kernbommen op Belgische bodem zullen in 2023 vervangen worden door kleinere, meer inzetbare wapens. Als kernbommen gemakkelijker inzetbaar zijn, betekent dit een groter risico op een nucleaire escalatie van conflicten. Conflicten tussen kernwapenstaten kunnen op hun beurt in de hand gewerkt worden door de gevolgen van de klimaatverandering (denk maar aan India en Pakistan).

Nergens is de dubbele dreiging van kernwapens en klimaatverandering zo groot als op de Marshalleilanden. Van 1946 tot en met 1958 voerde de VS er 67 nucleaire testen uit op de Bikini en Enewetak atollen. De plaatselijke bevolking wordt er al decennia geconfronteerd met een zwaar vervuilde omgeving, en een hoge graad van kankers en ziektes gerelateerd aan radioactieve straling. In de jaren 1970 bouwde de VS op het eiland Runit (van de Enewetak atol) een betonnen bomkrater om het nucleair afval van de testen in op te slaan. Vandaag wordt deze dumpsite bedreigd door een stijgende zeespiegel en zware stormen ten gevolge van de opwarming van de aarde. Als het radioactief afval in de oceaan terechtkomt betekent dat een ramp voor de bewoners van de Marshalleilanden en het mondiale ecosysteem.  

De strijd tegen kernwapens is nauw verbonden met die van de klimaatbeweging. Het aanpakken van alle vormen van conflict en militarisme, waaronder een complete eliminatie van nucleaire wapens, is van essentieel belang bij het redden van de planeet van klimaatvernietiging. Middelen moeten dus dringend weggeleid worden van de oorlogsmachine naar klimaatoplossingen.  


Iets fout of onduidelijk gezien op deze pagina? Laat het ons weten!

Land

Campagne

Nog steeds worden mens en planeet bedreigd door kernwapens. Ook in het Belgische Kleine Brogel liggen VS kernwapens die binnenkort vernieuwd worden. Hoog tijd om duidelijk te maken dat deze massavernietigingswapens hier (en elders) niet gewenst zijn.

Basisinformatie

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze digitale nieuwsbrief.