De VS is uitgegroeid tot de belangrijkste veiligheidspartner van Ecuador en levert materieel, training, inlichtingen en sinds kort ook directe militaire steun. Volgens een nieuw rapport van Human Rights Watch (HRW) brengt deze nauwere samenwerking echter ernstige risico's met zich mee, omdat beide regeringen de strijd tegen de georganiseerde misdaad benaderen als een oorlog, wat gepaard gaat met zware mensenrechtenschendingen.
Op basis van 62 interviews, satellietbeelden, gerechtelijke documenten, medische dossiers en ander bewijsmateriaal onderzocht HRW vier incidenten waarbij burgers slachtoffer werden van onder meer willekeurige detentie, foltering, droneaanvallen en verdwijningen. In alle gevallen rijzen vragen over de veiligheidsrelatie tussen beide landen en over de precieze rol van de VS.
Het rapport plaatst de onderzochte incidenten in de bredere context van een ernstige veiligheidscrisis in Ecuador. Sinds 2019 is het geweld toegenomen door de groei van de georganiseerde misdaad en internationale drugshandel. De regering van president Daniel Noboa heeft daarop gereageerd met een sterk gemilitariseerde aanpak en door een "intern gewapend conflict" uit te roepen. Volgens HRW heeft deze strategie de veiligheid niet vergroot en leidt ze ook tot een sterke toename van meldingen van buitengerechtelijke executies, gedwongen verdwijningen, willekeurige arrestaties en marteling.
Het eerste incident waarvan sprake in het rapport vond plaats tussen 1 en 6 maart 2026 in San Martín, aan de grens met Colombia, tijdens een gezamenlijke militaire operatie van Ecuador en de VS. Ecuadoraanse militairen arresteerden er arbitrair vier Colombiaanse landarbeiders, onderwierpen hen aan folteringen -waaronder elektrische schokken, slagen en schijnexecuties- en staken vervolgens drie boerderijen in brand die geen aantoonbare band hadden met de georganiseerde misdaad. Enkele dagen later werden twee van die eigendommen ook nog vanuit de lucht gebombardeerd. De Ecuadoraanse regering stelt dat het om een kamp van een gewapende criminele groepering ging, maar HRW concludeerde op basis van getuigenissen, satellietbeelden en ander bewijsmateriaal dat het een melkveebedrijf betrof. Hoewel de VS-regering de operatie omschreef als een gezamenlijke actie waarbij VS-militairen aanwezig waren, heeft ze geen duidelijkheid gegeven over hun precieze rol.
De drie overige incidenten speelden zich af voor de kust van de Galápagoseilanden. Tussen januari en maart 2026 verdween het vissersschip Fiorella met het grootste deel van zijn bemanning, terwijl de vissersboten La Negra Francisca Duarte II en Don Maca volgens de overlevenden werden aangevallen met bewapende drones. De bemanningsleden verklaarden dat zij na de aanvallen werden opgepikt door een schip waarop gewapende personen in militaire uniformen met insignes van de VS-vlag hen geboeid en geblinddoekt vasthielden, waarna zij werden overgedragen aan de Salvadoraanse kustwacht en pas tien dagen later naar Ecuador konden terugkeren.
Het VS-ministerie van Defensie en de VS-kustwacht ontkennen iedere betrokkenheid bij deze incidenten, terwijl de Ecuadoraanse autoriteiten amper informatie vrijgeven. HRW kon niet met zekerheid vaststellen wie verantwoordelijk was voor de droneaanvallen of wat er met de Fiorella en zijn acht vermiste bemanningsleden is gebeurd. Wel zijn er volgens de mensenrechtenorganisatie verschillende aanwijzingen die kunnen duiden op VS-betrokkenheid of voorkennis, waaronder consistente getuigenverklaringen, meldingen van VS-vlaggen op schepen en uniformen en verklaringen van Salvadoraanse kustwachters dat de overlevenden aan hen werden overgedragen door VS-functionarissen.
HRW stelt dat de vele onbeantwoorde vragen een grondig en transparant onderzoek vereisen. De organisatie roept zowel de VS als Ecuador op tot volledige openheid over hun rol in deze incidenten, de aard van hun militaire samenwerking en de maatregelen die moeten voorkomen dat gezamenlijke operaties leiden tot mensenrechtenschendingen. Daarnaast wordt de regering van president Daniel Noboa gevraagd haar benadering van de criminaliteitsbestrijding te herzien en meer in te zetten op de versterking van de rechtsstaat. Daarnaast zou het VS-Congres de regering-Trump ter verantwoording moeten roepen over de samenwerking met Ecuador en nagaan of deze voldoende waarborgen bevat om mensenrechten te beschermen.