Elk jaar op 15 mei herdenken miljoenen mensen de Nakba (oftewel ‘de catastrofe’): de gewelddadige verdrijving van honderdduizenden Palestijnen van hun thuisland door zionistische milities om plaats te maken voor de oprichting van Israël in 1948. De Nakba is echter niet louter een historische gebeurtenis, maar een aanhoudend proces van etnische zuivering en kolonisatie.
Op de 78e herdenkingsdag van de Nakba, werd dit proces onverbiddelijk voortgezet. Zo voerden Israëlische kolonisten (de ondertussen ongeveer 1 miljoen bewoners van de internationaalrechtelijk illegale joodse nederzettingen in bezet Palestijns gebied) vandaag aanvallen uit op Palestijnse gemeenschappen, terwijl Israëlische troepen ten zuiden van Nablus een Palestijnse tiener doodschoten.
Het Palestijns nieuwsagentschap WAFA, meldde deze ochtend dat Israëlische kolonisten in de vroege uren van 15 mei een moskee en verschillende auto’s van Palestijnen in brand staken in het dorp Jibiya (ten noordwesten van Ramallah). De kolonisten trokken het dorp voor zonsopgang binnen en spoten ook racistische slogans op de muren van Palestijnse huizen – een regelmatig voorkomende praktijk.
In een ander geval van kolonistengeweld werden deze ochtend verschillende huizen in het dorp Al-Lubban Al-Sharqiya (ten zuiden van Nablus) aangevallen. Daarbij werden huisnummers afgerukt en deuren ingetrapt, wat voor paniek zorgde bij de bewoners, waaronder kinderen. Het dorp wordt regelmatig geviseerd omdat het langs een hoofdweg ligt die gebruikt wordt door kolonisten om zich te verplaatsen tussen verschillende illegale nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever.
In hetzelfde dorp werd voor zonsopgang een Palestijnse tiener doodgeschoten door Israëlische troepen. Over de omstandigheden werd niet gecommuniceerd door de Israëlische autoriteiten, maar volgens WAFA verhinderden de Israëlische soldaten een medisch team van de Rode Halve Maan om de gewonde tiener te helpen. De 16-jarige Fahd Zidan Owais werd enige tijd later dood verklaard. Zijn lichaam was op het moment van dit schrijven niet vrijgegeven.
Later op de dag meldde de Rode Halve Maan dat een kolonist een Palestijn in de dij had geschoten tijdens een aanval in adh-Dhahiriya, ten zuiden van de bezette stad Hebron. Nog een andere kolonistenaanval, op de huizen van de Sarkawi-familie in het dorp Al-Maniya (ten zuidoosten van Bethlehem), resulteerde in een gebroken arm bij een oude vrouw. Vrijdagavond staken kolonisten in Shuqba (ten westen van Ramallah) enkele auto’s in brand en sloegen de ruiten van andere voertuigen in.
Een dozijn Israëlische kolonisten viel vandaag ook Palestijnse herders aan tussen de dorpen Beit Anan en Beit Duqqu, ten noordwesten van bezet Jeruzalem. Vervolgens achtervolgden ze hen en probeerden ze hun schapen te stelen. Herders op de bezette Westelijke Jordaanoever vormen vaak het doelwit van intimidatie en geweld van kolonisten die hen de toegang tot graasweiden proberen te beletten.
In de wijk al-Suweih in bezet Oost-Jeruzalem werd een Palestijnse vrouw vandaag dan weer verplicht door de Israëlische autoriteiten om haar eigen huis te slopen. Onder het voorwendsel dat het werd gebouwd zonder de juiste vergunning kreeg ze de keuze tussen het huis zelf afbreken of een sloop uitgevoerd door de gemeente, wat gepaard gaat met hoge kosten en boetes. Sinds begin dit jaar hebben de Israëlische autoriteiten in Jeruzalem al meer dan 200 huizen en bouwwerken gesloopt of laten slopen door de Palestijnse eigenaars op straffe van zware financiële sancties.
Al deze aanvallen op Nakba-dag maken deel uit van een breder patroon van toenemend kolonistengeweld tegen Palestijnse dorpen en eigendommen op de bezette Westelijke Jordaanoever, inclusief bezet Oost-Jeruzalem. Het aanbrengen van vernielingen aan Palestijnse eigendommen waaronder brandstichting, het ontwortelen van gewassen en olijfbomen, en de intimidatie en het gebruik van geweld tegen Palestijnen zijn er schering en inslag. Zelden wordt dit geweld vervolgd door de Israëlische autoriteiten en vaak kunnen de kolonisten zelfs hun gang gaan onder het goedkeurend oog van de Israëlische bezettingssoldaten.
Sinds het begin van de Israëlische genocide in Gaza in oktober 2023 werden op de bezette Westelijke Jordaanoever zeker 1.155 Palestijnen gedood in Israëlische militaire operaties of als gevolg van kolonistengeweld, aldus de Palestijnse Autoriteit. Zeker 11.750 Palestijnen geraakten gewond en er werden 22.000 arrestaties verricht.
In de Gazastrook, waar sinds 11 oktober 2025 een staakt-het-vuren van kracht is, doodde het Israëlisch leger op deze Nakba-dag zeven Palestijnen en verwondde tientallen anderen in een luchtaanval op burgerinfrastructuur ten westen van Gaza-stad. De dodelijke slachtoffers vervoegen de meer dan 72.000 doden ten gevolge van de aanhoudende genocide. Sinds het begin van het zogenaamde staakt-het-vuren heeft Israël 857 Palestijnen gedood en 2.486 anderen verwond. De Israëlische blokkade blijft gehandhaafd. De hoeveelheid commerciële goederen en humanitaire hulp die Gaza binnenkwam nam tijdelijk wel toe, maar de leveringen bleven ontoereikend om aan de enorme behoeften in het hele gebied te voldoen. Bovendien is de toevoer van hulpgoederen eind februari opnieuw aanzienlijk gedaald, toen Israël de grensovergangen van Gaza opnieuw sloot na de start van de gezamenlijke oorlog met de VS tegen Iran.
Omdat er aan de Nakba -de genocide in de Gazastrook, de kolonisatie en de etnische zuivering van de bezette Palestijnse gebieden- maar geen einde komt, en omdat de algemene onverschilligheid van Europese politieke leiders groot blijft, organiseert de Nationale Coalitie voor Palestina op 17 mei opnieuw een solidariteitsmars voor Palestina. Afspraak om 14 uur aan het station Brussel-Noord.