De meest gewelddadige periode van Israëlische agressie op de Westelijke Jordaanoever sinds de Tweede Intifada wordt grotendeels over het hoofd gezien -deels vanwege de enorme omvang en de gruwel van Israëls genocide in Gaza- maar de gevolgen ervan zouden wel eens even verwoestend kunnen blijken.
‘Shock and awe’ (schok en ontzag). Deze uitdrukking is treffend om te beschrijven wat Israël vrijwel onmiddellijk na de gebeurtenissen van 7 oktober 2023 en het begin van de Israëlische genocide in Gaza heeft gedaan op de bezette Westelijke Jordaanoever.
In haar boek 'The Shock Doctrine' definieert Naomi Klein ‘shock and awe’ niet louter als een militaire tactiek, maar als een politieke en economische strategie, die momenten van collectief trauma -veroorzaakt door oorlog, natuurrampen of economische instorting- uitbuit om radicale beleidsmaatregelen door te voeren die anders op verzet zouden stuiten. Volgens Klein geraken samenlevingen in een staat van shock, ze worden gedesoriënteerd en kwetsbaar, waardoor machthebbers ingrijpende veranderingen kunnen doordrukken terwijl de oppositie gefragmenteerd of overweldigd is.
Hoewel dit beleid vaak besproken wordt in de context van het VS-buitenlands beleid -van Irak tot Haïti- heeft Israël shock-and-awe-tactieken toegepast met grotere frequentie, consistentie en verfijning. In tegenstelling tot de Verenigde Staten, die de doctrine episodisch inzet in verre strijdtonelen, heeft Israël ze consistent en aanhoudend gebruikt tegen een gevangen bevolking die onder zijn directe militaire controle leeft.
De Israëlische variant van shock and awe is al lange tijd een standaardbeleid voor het onderdrukken van Palestijnen. De doctrine is gedurende decennia toegepast in de bezette Palestijnse gebieden en uitgebreid naar naburige Arabische landen wanneer dit Israëlische strategische doelstellingen ten goede kwam.
In Libanon werd deze benadering bekend als de Dahiya-doctrine, genoemd naar de wijk Dahiya in Beiroet die systematisch werd verwoest tijdens de Israëlische oorlog tegen Libanon in 2006. Deze doctrine bepleit het gebruik van disproportioneel geweld tegen burgergebieden, het doelbewust aanvallen van infrastructuur en het herleiden van hele wijken tot puin om verzet af te schrikken door middel van collectieve bestraffing.
Gaza is het epicentrum van Israëls toepassing van deze tactiek. In de jaren voorafgaand aan de genocide bestempelden Israëlische functionarissen hun terugkerende aanvallen op Gaza steeds vaker als beperkte, “gemanagede” oorlogen met het oog op het periodiek verzwakken van het Palestijns verzet.
Deze operaties werden gerationaliseerd met het concept “het maaien van het gras” (‘mowing the lawn’), een uitdrukking die wordt gebruikt door Israëlische militaire strategen om het periodiek inzetten van overweldigend geweld te beschrijven, met als doel het “herbevestigen van de afschrikking”. De logica erachter was dat Gaza niet politiek opgelost kon worden, louter voor onbepaalde duur gemanaged via terugkerende vernietiging.
Wat zich kort na het begin van de genocide in Gaza ontvouwde op de Westelijke Jordaanoever vertoonde een opvallend vergelijkbaar patroon.
Vanaf oktober 2023 lanceerde Israël een ongekende campagne van geweld op de hele Westelijke Jordaanoever. Ze omvatte grootschalige militaire invallen in steden en vluchtelingenkampen, het routinematig inzetten van luchtaanvallen -voordien was dit zeldzaam op de Westelijke Jordaanoever- de grootschalige ontplooiing van gepantserde voertuigen en een sterke toename van kolonistengeweld, gepleegd met de steun van of met de directe deelname van het Israëlisch leger.
Het dodental liep scherp op. Binnen een periode van enkele maanden werden honderden Palestijnen gedood, waaronder ook kinderen. Volledige vluchtelingenkampen, zoals Jenin, Nur Shams en Tulkarm, werden blootgesteld aan systematische verwoesting: wegen werden opengebroken, woningen gesloopt, water- en elektriciteitsnetwerken vernietigd en de toegang tot medische zorg werd ernstig beperkt. Gemeenschappen werden herhaaldelijk belegerd door Israëlische troepen, waardoor de doorgang van ambulances, journalisten en hulpverleners werd verhinderd.
Tegelijkertijd versnelde Israël de etnische zuivering van Palestijnse gemeenschappen, met name in Gebied C (dat is het deel van de Westelijke Jordaanoever -ongeveer 60%- dat volledig onder Israëlische civiele en militaire controle staat, nvdr.). Tientallen bedoeïenen- en plattelandsdorpen werden met geweld ontruimd via een combinatie van militaire bevelen, aanvallen door kolonisten, vernietigingen van woningen en het ontzeggen van de toegang tot land en water aan de Palestijnse bewoners. Gezinnen werden verdreven door aanhoudende terreur met het oog op het onmogelijk maken van het dagelijkse leven.
Toch wordt deze gewelddadigste periode van Israëlische agressie op de Westelijke Jordaanoever sinds de Tweede Intifada (2000–2005) grotendeels over het hoofd gezien - deels vanwege de enorme omvang en de gruwel van Israëls genocide in Gaza. De totale vernietiging van Gaza heeft het geweld op de Westelijke Jordaanoever in de mondiale verbeelding ogenschijnlijk naar de achtergrond gedrukt, ondanks het feit dat de langetermijngevolgen ervan wel eens even verwoestend zouden kunnen blijken.
Tegelijkertijd presenteerden de Israëlische premier Benjamin Netanyahu en zijn extremistische coalitie zich aan de wereld als roekeloos, losgeslagen en gedreven door ideologie - bereid en in staat om de cyclus van vernietiging ver voorbij Gaza uit te breiden, naar de Westelijke Jordaanoever en over Israëls grenzen heen, tot in de Arabische buurlanden. Dit vertoon van extremisme fungeerde als een politieke strategie.
De gevolgen zijn onmiskenbaar. Grote delen van de Westelijke Jordaanoever liggen in puin. Volledige gemeenschappen zijn ontwricht - hun sociale en fysieke weefsel doelbewust ontmanteld. Volgens de VN-organisatie voor Palestijnse vluchtelingen in het Nabije Oosten (UNRWA) blijven meer dan 12.000 Palestijnse kinderen op de Westelijke Jordaanoever ontheemd als gevolg van Israëls aanhoudende militaire operatie in het noorden van het bezette gebied. Het lijkt er steeds meer op dat deze ontheemding eerder permanent zal zijn dan tijdelijk.
De geschiedenis biedt echter een belangrijke les. De Palestijnse strijd tegen het Israëlisch bezettingskolonialisme heeft herhaaldelijk aangetoond dat Palestijnen niet passief blijven. Ondanks de verlamming en fragmentatie van hun politieke leiderschap heeft de Palestijnse samenleving haar vermogen tot verzet steeds opnieuw geregenereerd.
Ook Israël begrijpt deze realiteit. Het weet dat shock niet oneindig doorwerkt, dat angst uiteindelijk plaatsmaakt voor verzet, en dat de Palestijnen zich -van zodra het onmiddellijke trauma begint te vervagen- zullen reorganiseren en weerstand zullen bieden tegen opgelegde voorwaarden van overheersing.
Daarom speelt er zich nu een race af tegen de klok. Israël werkt hard om een -wat het hoopt- onomkeerbare nieuwe realiteit op het terrein te consolideren - een realiteit die formele annexatie mogelijk maakt, permanente militaire heerschappij normaliseert en de etnische zuivering van grote delen van de Palestijnse bevolking voltooit.
Om die reden is een dieper en langduriger begrip van de huidige gebeurtenissen op de Westelijke Jordaanoever essentieel. Zonder deze realiteit rechtstreeks te confronteren, zullen de Israëlische plannen grotendeels ongehinderd doorgaan. Het blootleggen, weerstaan en uiteindelijk verijdelen van deze plannen is niet alleen een kwestie van politieke analyse, maar een morele plicht die onlosmakelijk verbonden is met het steunen van het Palestijnse volk bij het herstel van hun waardigheid en het bereiken van hun reeds lang ontzegde vrijheid.
Dit vertaalde artikel verscheen eerder op de website van de auteur.