Op het moment van dit schrijven heeft het VS-leger minstens 87 mensen gedood bij aanvallen op 23 civiele boten voor de Venezolaanse kust in de Caraïbische Zee en de Stille Oceaan. Zonder daarvoor enig publiek bewijs te leveren, stelt de Trump-regering dat het “drugboten” betreft, die moeten worden tegengehouden om de stroom illegale verdovende middelen naar de Verenigde Staten te beteugelen.
Aan het Congres werd meegedeeld dat de VS zich nu in een “gewapend conflict” met drugskartels bevindt, dat begon met de eerste raketaanval op een vermeende drugboot op 2 september. Maar zelfs als het daadwerkelijk om schepen van drugssmokkelaars zou gaan, dan zouden de verdachten op wettige wijze onderschept en vastgehouden moeten worden in afwachting van een eerlijk proces. De Verenigde Naties en mensenrechtenorganisaties hebben het over moord en illegale buitenrechtelijke executies.
Trump bestempelt de gedode personen echter als "narco-terroristen" en “onwettige strijders”, en claimt het recht om dodelijke aanvallen uit te voeren zonder rechterlijke toetsing op grond van een als geheim geclassificeerde memo van het ministerie van Justitie. Volgens 'The Wall Street Journal' wordt fentanyl in deze memo als een “chemische wapendreiging” omschreven die zou uitgaan van de geviseerde “drugboten”. De regering-Trump heeft nog geen enkel bewijs geleverd van de aanwezigheid van illegale verdovende middelen op de aangevallen boten, noch van banden van de opvarenden met drugskartels. Zowel het VS-drugsbestrijdingsagentschap DEA als de VN oordelen overigens dat Venezuela geen primaire producent, noch een internationaal doorvoerpunt is van fentanyl of andere drugs.
Onder het mom van de strijd tegen drugs, heeft de VS op korte tijd een ongekende militaire opbouw gerealiseerd in de Caraïbische regio, met o.a. het vliegdekschip USS Gerald R. Ford (CVN-78), ten minste acht andere oorlogsschepen, F-35 straaljagers, en 15.000 VS-soldaten, evenals gecoördineerde militaire activiteiten in Puerto Rico, Trinidad en Tobago, en de Dominicaanse Republiek.
De CIA kreeg ondertussen de toestemming van de Trump-regering om geheime operaties uit te voeren op Venezolaanse bodem. Vorige week donderdag waarschuwde Trump dat de VS “zeer binnenkort” zijn aanvallen op vermeende drugboten in de wateren voor de kust van Venezuela zou kunnen uitbreiden naar doelen in het land zelf, en een dag later postte hij op sociale media dat het luchtruim “boven en rondom” Venezuela beschouwd moet worden als “volledig gesloten” (al heeft dit voorlopig nog niet veel luchtvaartmaatschappijen afgeschrikt). Het is onduidelijk of dit betekent dat Trump in de nabije toekomst van plan is een eenzijdige no-fly zone boven Venezuela in te stellen. Maar als dat zo is, zou dat een oorlogsdaad zijn – volgens de VS-grondwet illegaal zonder toestemming van het Congres en een schending van het internationaal recht.
Regimeverandering
Trumps drukoffensief tegen Venezuela heeft uiteraard niets te maken met het bestrijden van de drugshandel, net zomin als zijn voorgangers erop gebrand waren om de “democratie te brengen” naar het Zuid-Amerikaanse land. In werkelijkheid storen opeenvolgende VS-regeringen zich al jaren aan de onafhankelijke anti-imperialistische en antikoloniale koers die Venezuela vaart en een beletsel vormt voor de in Washington vanzelfsprekend geachte politieke dominantie van de VS in heel Latijns-Amerika. President Nicolás Maduro is de politieke erfgenaam van Hugo Chavéz, die in 1998 de Venezolaanse verkiezingen won en vervolgens zijn ‘Bolivariaanse Revolutie’ lanceerde, bestaande uit socialistische hervormingen en de nationalisering van de belangrijkste industrieën. Venezuela zit bovenop de grootste bewezen olievoorraad ter wereld en beschikt over waardevolle afzettingen goud, diamant en coltan. Trump aast (al een tijdje) op de controle over deze natuurlijke rijkdommen voor de VS-industrieën. In 2023 zei Trump in een toespraak: “Toen ik in 2021 mijn ambt neerlegde, stond Venezuela op het punt in te storten. We zouden het hebben overgenomen. We zouden al die olie in handen hebben gekregen”.
Trump beweert nu dat de Venezolaanse president Nicolás Maduro persoonlijk aan het hoofd staat van de criminele bende Tren de Aragua -wat wordt tegengesproken door zijn eigen inlichtingendiensten- evenals van het zogenaamde ‘Cártel de los Soles’, een vermeend drugsnetwerk waarvan het bestaan niet eens bewezen is, maar dat toch door Trumps ministerie van Buitenlandse Zaken wordt aangemerkt als een “terroristische organisatie”.
Terwijl Trump Maduro ervan beschuldigt de VS te overspoelen met drugs, verleende hij onlangs gratie aan een van de grootste bewezen cocaïnehandelaars in de regio: de voormalige president van Honduras, Juan Orlando Hernández, die vorig jaar werd veroordeeld tot 45 jaar gevangenisstraf voor het creëren van “een cocaïnesnelweg naar de Verenigde Staten”.
De militaire opbouw van Trump tegen Venezuela is opmerkelijk aangezien hij als presidentskandidaat beloofde om zich terug meer op eigen land te concentreren ('America First') en geen nieuwe oorlogen te voeren. Maar in een scenario dat verbazende gelijkenissen vertoont met de aanloop naar de Irak-oorlog in 2003 -toen George W. Bush loog over het bestaan van Iraakse massavernietigingswapens om het regime van Saddam Hoessein omver te kunnen werpen- lijkt Trump nu in de drugsbeschuldigingen tegen Venezuela een drogreden te zoeken om de regering van Maduro ten val te brengen.
Controverse
Ondanks Trumps hang naar militaire escalatie lijkt de publieke opinie in de Verenigde Staten echter niet happig te zijn op een oorlog met Venezuela. Volgens een recente peiling (CBS/YouGov) is maar liefst 70% van de VS-burgers -over de partijgrenzen heen- gekant tegen het ondernemen van militaire actie tegen Venezuela. 76% van de ondervraagden vindt dat Washington zijn positie met betrekking tot een eventueel militair optreden tegen het Latijns-Amerikaanse land nog niet duidelijk heeft uitgelegd, en slechts 13% beschouwt Venezuela als een ernstige bedreiging voor de nationale veiligheid van de VS. Drie op de vier Amerikanen -waaronder iets meer dan de helft van de Republikeinen- zeggen dat Trump de goedkeuring van het Congres nodig heeft om militaire actie te kunnen ondernemen tegen Venezuela. Volgens het internationaal recht is het gebruik van militair geweld tegen een soeverein land alleen toegestaan uit zelfverdediging tegen een gewapende aanval of met toestemming van de VN-Veiligheidsraad. Geen van beide is hier uiteraard van toepassing.
De huidige militaire aanvallen op boten die verdacht worden van drugssmokkel zorgen voor grotere verdeeldheid. Iets meer dan de helft van de VS-burgers is voorstander (53%), als gevolg van de bijna unanieme steun onder Republikeinen. Al vindt 75% van de ondervraagden wel dat ze bewijs moeten zien dat het effectief om drugboten gaat.
In het Congres -waar overigens ook nooit toestemming is gegeven om boten voor de Venezolaanse kust te viseren- is inmiddels toch enige ongerustheid ontstaan over de escalerende militaire campagne in de Caraïbische wateren. Specifiek het zogenaamde “double tap”-incident veroorzaakt heel wat commotie, ook onder Republikeinen. Op vrijdag 28 september meldde 'The Washington Post' dat VS-minister van Oorlog Pete Hegseth voor de aanval van 2 september -waarmee de militaire campagne van de regering-Trump tegen vermeende drugssmokkelboten van start ging- de expliciete opdracht heeft gegeven aan het leger om iedereen aan boord van de beoogde boot te doden. Toen een surveillancedrone na de eerste aanval twee overlevenden zag die zich vastklampten aan het wrak van de brandende boot, lanceerde het leger een tweede aanval in overeenstemming met het bevel van Hegseth om geen overlevenden achter te laten, waarbij de twee mannen omkwamen, aldus The Washington Post.
Hegseth ontkent een dergelijk bevel te hebben gegeven en de zwarte piet werd al snel doorgeschoven naar het leger. Admiraal Frank Bradley, hoofd van het VS-Speciale Operaties Commando, beval de tweede aanval en “handelde volledig binnen zijn bevoegdheden en de wet, toen hij opdracht gaf tot de aanval om ervoor te zorgen dat de boot werd vernietigd en de dreiging voor de Verenigde Staten van Amerika werd weggenomen”, verklaarde Karoline Leavitt, perschef van het Witte Huis, afgelopen maandag.
Over de partijgrenzen heen werd echter aangedrongen op een onderzoek om vast te stellen of er oorlogsmisdaden zijn gepleegd en of er sprake is van schendingen van de VS-wetgeving, het internationaal recht of beide. Donderdag -dezelfde dag dat er opnieuw vier mensen gedood werden in een raketaanval op een boot voor de Venezolaanse kust- kreeg een selecte groep wetgevers, waaronder de leiders van de Commissies voor de Strijdkrachten en Inlichtingendiensten in het Huis van Afgevaardigden en de Senaat, in een geheime briefing videobeelden te zien van de dubbele aanval op 2 september. Verschillende Democratische wetgevers uitten achteraf hun grote bezorgdheid en schok over de beelden, terwijl de aanwezige Republikeinse wetgevers tevreden leken met de uitleg van de regering. Juridische experts in de VS wijzen erop dat de eigen regels van het leger stellen dat het illegaal is om op scheepswrakken en drenkelingen te schieten. De druk om de beelden openbaar te maken, stijgt. Het is alleszins duidelijk dat de huidige fixatie van media en politiek op dit specifieke incident, de aandacht dreigt af te leiden van de illegaliteit van de VS-bombardementencampagne tegen civiele boten in zijn geheel. (Ondertussen is trouwens bekend geraakt dat de boot in kwestie niet eens onderweg was naar de VS, maar naar een ander schip dat naar Suriname voer.)
Tegengas
De familie van de 42-jarige Colombiaanse visser Alejandro Carranza, die op 15 september omkwam bij een VS-aanval op een civiele boot in de Caraïbische wateren, diende afgelopen dinsdag een klacht in bij de Inter-Amerikaanse Commissie voor de Rechten van de Mens (IACHR), een autonoom orgaan van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS), met hoofdzetel in Washington DC. Het is de eerste formele aanklacht tegen het gewelddadig VS-beleid gericht tegen vermeende drugboten. Carranza's familie zegt dat hij niets te maken had met drugshandel en stelt dat de VS zijn recht op leven, op gelijkheid voor de wet, op erkenning van de rechtspersoonlijkheid en op een eerlijk proces heeft geschonden.
De zaak-Carranza is in zijn geboorteland Colombia uitgegroeid tot een explosieve kwestie, die de oppositie tegen de VS-bombardementencampagne heeft aangewakkerd. De linkse Colombiaanse president Gustavo Petro -die Trump reeds meermaals tegen de haren instreek met zijn standpunten (o.a. zijn scherpe veroordeling van de genocide in Gaza, zijn bezwaar tegen VS-inmenging in Latijns-Amerika, zijn kritiek op het VS-immigratie- en deportatiebeleid, enz)- heeft al verschillende keren publiekelijk naar deze zaak verwezen en veroordeelt de bombardementen als buitengerechtelijke executies. “Amerikaanse regeringsfunctionarissen hebben moord gepleegd en onze soevereiniteit in onze territoriale wateren geschonden”, stelde Petro op 18 oktober.
Mensenrechtenadvocaat Dan Kovalik die de familieleden van Carranza vertegenwoordigt, waaronder zijn vrouw en vier kinderen, erkent dat de IACHR geen handhavingsbevoegdheid heeft, maar hoopt dat een gunstige uitspraak van de commissie in combinatie met groeiende druk van de publieke opinie, verdere escalatie kan voorkomen. Op grassroots-niveau is er alvast wat aan het bewegen. Vredesorganisaties in de Verenigde Staten hielden gisteren een nationale actiedag onder de slogan 'No war on Venezuela! – Stop the war before it starts'. In meer dan 65 steden trokken bezorgde mensen de straat op om te demonstreren.
De groeiende internationale en binnenlandse verontwaardiging ten spijt, blijft de Trump-regering voorlopig ostentatief achter haar strategie van bombardementen op drugboten staan. Het louter verder aanwakkeren van deze crisis fungeert uiteraard ook perfect als afleiding van binnenlandse zorgen, zoals het Epstein-dossier, de dalende populariteit van president Donald Trump en zijn mislukte economische beleid dat heeft geleid tot een stijgende levensduurte voor de gemiddelde VS-burger. Het huidige discours van de president wijst in de richting van een mogelijke escalatie tot luchtaanvallen op gronddoelen in Venezuela - een illegale oorlog dus.
Het Latijns-Amerikaanse land effectief binnenvallen met grondtroepen, zou onwaarschijnlijk dwaas en kostelijk zijn -zowel menselijk, financieel als qua reputatie. Trump is echter onvoorspelbaar en irrationeel. Als hij zijn gewenste doelen van regimeverandering en beslaglegging op de natuurlijke rijkdommen van het land niet kan bereiken met dreigementen, militaire intimidatie of transactionele deals bestaat de kans altijd dat hij (al dan niet bewust) in een echte invasie verzeild raakt.
Militair gezien is de VS uiteraard superieur, maar Venezuela is een groot land, dat 30 miljoen inwoners telt en een actief leger van meer dan 110.000 soldaten, aangevuld met een vrijwilligersmilitie die honderdduizenden en volgens sommige bronnen zelfs miljoenen leden zou tellen. De VS heeft een uitgebreide en erbarmelijke staat van dienst wat betreft inmenging in de politieke aangelegenheden en militaire interventies in Latijns-Amerika (en daarbuiten). Washington slaagde er geregeld in om onwelwillende leiders te verwijderen, maar regimeverandering leidde doorgaans tot chaos en instabiliteit, nieuwe tegenstanders, langdurige militaire aanwezigheid, en slechtere economische en politieke omstandigheden voor de lokale bevolkingen. Van een militaire interventie in Venezuela kan men dus vergelijkbare negatieve resultaten verwachten. Los van de aard van het huidige Venezolaanse regime, is het belangrijk om zich uit te spreken tegen de illegale VS-campagne van buitenrechtelijke executies in de Caraïbische Zee en de Stille Oceaan, tegen elke vorm van verdere militaire escalatie en oorlog, en tegen VS-inmenging in Latijns-Amerika.
Op 16 december organiseren we een actiedag onder de slogan 'Stop de agressie van Trump!' We eisen dat de EU-instellingen en lidstaten de acties van de Trump-regering veroordelen. Om 17u30 zetten we deze eis kracht bij met een betoging op het Luxemburgplein. Om 19 uur verzamelen we in 'le DK' voor de conferentie 'Trump en het offensief in Latijns-Amerika - Hands off Latin America & Caribbean'. Meer info vind je in onze kalender.