Belgische militair
Belgische militair (Foto: 7th Army Joint Multinational Training Command from Grafenwoehr, Duitsland)
Rapport adviseert regering: meer bewapening en militaire confrontatie
Dossier
17 minuten

Minister van Defensie, Ludivine Dedonder, belastte een groep van 12 experts met de opdracht om de ‘Strategische visie voor Defensie’ te actualiseren. Die kwam er in 2016 onder voormalig minister van Defensie Steven Vandeput om de toekomst en de noden van het leger tot 2030 vast te leggen. De experts, van wie er verschillende verbonden zijn aan het militair apparaat, kwamen in mei 2021 met twee rapporten voor de dag. Het eerste (Veiligheidsomgeving 2021-2030, VO) brengt een analyse over het ingeschatte veiligheidsklimaat tot 2030. Het tweede rapport (Actualisering van de Strategische Visie 2030: Aanbevelingen, SV) presenteert een reeks van voorstellen die de strategische visie van het Belgisch militair apparaat moeten aanpassen. Volgens de auteurs zijn sinds de publicatie van de 'Strategische visie' de “internationale spanningen toegenomen en is het tempo van de strategische veranderingen versneld”.

(Lees hier het opiniestuk van 10 academici)

Het is de schuld van de ander

Een eerste vaststelling is dat er geen enkele analyse in terug te vinden is over de rol van de NAVO, de Europese Unie en een aantal van de lidstaten van beide organisaties in het ontstaan van het verslechterde veiligheidsklimaat. Daar staat tegenover dat deze experts op verschillende plaatsen graag stilstaan bij China, Rusland of Iran: “Het multilateralisme erodeert en verbrokkelt, nu onder meer Rusland, China of Iran opstaan en de op regels gebaseerde orde waarop de veiligheid van België is gebaseerd, ter discussie te stellen” (VO, p.8). Dat Washington de afgelopen jaren uit een hele reeks internationale verdragen is gestapt, de internationale rechtsorde meer dan eens heeft ondergraven en geregeld unilaterale sancties oplegt die ook derde landen dwingt om zich daaraan te houden, kan je niet lezen in de veiligheidsanalyse. Het zijn “landen als Rusland en China” die hun toevlucht zoeken tot “illegale middelen, onder meer economische spionage”, hoewel de VS in hetzelfde bedje ziek zijn. Denken we maar aan de onthullingen van Edward Snowden in 2013 over de grootschalige internationale afluisterpraktijken door de NSA op wereldwijde schaal. Recent nog kwam aan het licht dat de NSA met de hulp van Deense inlichtingendiensten zelfs Europese leiders liet afluisteren.

De experts hebben blijkbaar geen zin om de grote militaire aanwezigheid in de Indo-Stille Oceaan als belangrijke bron van spanningen in de analyse op te nemen.

China en “Euraziatische landen zoals, Rusland en Iran” streven naar “het ondermijnen van het Amerikaanse overwicht en het vergroten van hun militaire vrijheid van handelen vanaf het Euraziatische continent tot aan de maritieme marges ervan”, zo luidt het verder (VO, p.13). Het lijkt wel alsof het Amerikaanse overwicht en zijn militaire ‘vrijheid’ een vanzelfsprekendheid is. De experts hebben blijkbaar geen zin om de grote militaire aanwezigheid in de Indo-Stille Oceaan als belangrijke bron van spanningen in de analyse op te nemen. Meer dan 50 militaire basissen omringen China van Noord-Japan tot Diego Garcia in de Indische Oceaan. De Zevende US-vloot controleert er de wateren met minstens een vliegdekschip en een 50-70 andere oorlogsbodems bemand door een 20.000 troepen. Ook Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk voeren hun militair maritieme aanwezigheid in de Indo-Stille Oceaan op. In het Midden-Oosten en Afghanistan beschikt de VS over tientallen militaire basissen verspreid in de regio met rond de 60.000 troepen. De aanwezigheid van meer dan 5.000 VS-troepen in Irak is een gevolg van de laatste Golfoorlog (2003) – zonder mandaat van de VN-Veiligheidsraad – die het land en de regio verregaand heeft gedestabiliseerd. In hun rapport verzwijgen de experts deze feiten, noch werpen ze de vraag op wat de gevolgen zijn voor de veiligheidspercepties in China.

De ‘confronterende’ koers van Rusland

Rusland heeft zich volgens de ‘experts’ “vastgebeten in een confronterende koers” (VO, p.14). Van de opstellers van deze veiligheidsanalyse krijg je niet te lezen dat de NAVO hier ook niet vrijuit gaat: de NAVO-expansie richting Russische grens, de opendeurpolitiek en de uitgebouwde militaire relaties met Georgië en Oekraïne (twee voormalige Sovjetrepublieken), de roterende NAVO-troepenmacht aan de Russische grens en de vele recente grootschalige manoeuvres die provocatief op Rusland zijn gericht, om er slechts enkele te noemen. In een eerlijke en evenwichtige veiligheidsanalyse horen die mee te worden opgenomen.

Wat de auteurs blijkbaar niet over de lippen krijgen is dat het de VS was die het INF als eerste opzegde

 

Waar nodig wordt zorgvuldig vermeden om de verantwoordelijkheid van de NAVO of bondgenoten te vernoemen met passages als “nucleaire staten moderniseren momenteel hun arsenaal…” (VO, p.10). Er had kunnen staan dat de VS veruit het belangrijkste moderniseringsprogramma heeft lopen. Volgens het jongste ICAN-rapport is de VS in 2019 met 35,4 miljard dollar verantwoordelijk voor meer dan de helft van alle investeringen in de nucleaire arsenalen. Als je daar ook nog eens de investeringen van het Verenigd Koninkrijk (8,9 miljard) en Frankrijk (4,8 miljard) bijtelt, dan zijn de NAVO-bondgenoten samen verantwoordelijk voor 2/3 van deze investeringen. Ook geen woord over de geplande vervanging van de VS-kernbommen in België, Duitsland, Italië, Nederland en Turkije. Idem voor wat betreft de Britse aangekondigde uitbreiding van het aantal kernkoppen van 180 naar 260, hoewel dat een flagrante overtreding is van het Non-Proliferatieverdrag uit 1970 waarin de nucleaire staten zich ertoe verbinden om een einde te maken aan de kernwapenwedloop en tot volledige nucleaire ontwapening. Elders heet het dat “het opgeven van het INF en de Russische uitrol van langeafstandskruisraketsystemen” de Europese veiligheid ondermijnen. Wat de auteurs blijkbaar niet over de lippen krijgen is dat het de VS was die het INF als eerste opzegde, noch zal je lezen dat Rusland niet te spreken is over de nieuwe B61-12 die volgens Moskou de “strategische balans in Europa” kunnen veranderen.

Gebrek aan zelfkritiek

Een zelfde gebrek aan zelfkritisch vermogen zien we ook in de analyse over de veiligheidssituatie in Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Je leest bijvoorbeeld niet hoe de militaire interventie van de NAVO in Libië (2011) onmiskenbaar heeft bijgedragen aan de destabilisatie van het land en de regio. De gewelddadige regimeverandering heeft de fragmentatie van het land in de hand gewerkt, waarbij gebiedsdelen onder controle kwamen te staan van warlords en gewapende islamisten. Libië is ook een biotoop geworden voor mensensmokkelaars, waar mensenrechtenschendingen en uitbuiting van vluchtelingen schering en inslag zijn. Volgens een officieel intern EU-rapport van 2017 werkte EUBAM (EU Border Assistance Mission in Libya) onrechtstreeks samen met instanties die gecontroleerd worden door warlords en mensensmokkelaars. De interveniërende landen hebben nagelaten een duidelijk strategie te ontwikkelen om Libië terug herop te bouwen.

De val van het Khaddafi-regime heeft ook zware repercussies gehad voor de regio. Wapens en gewapende Toearegs die dienden in het Libische leger, gingen de grens over met Mali waar ze een onafhankelijkheidsstrijd voerden. In een tweede fase veroverden gewapende islamisten steeds meer terrein, waardoor de regering in Mali beroep moest doen op westerse steun. In de jaren daarop is de hele Sahel-regio zo gedestabiliseerd geraakt. Een kritische analyse over de rol van de NAVO en de EU in deze destabilisatie ontbreekt.

De experts weigeren de impact van de illegale oorlog tegen Irak (2003) in kaart te brengen.

Dat geldt ook voor het Midden-Oosten. De experts weigeren de impact van de illegale oorlog tegen Irak (2003) in kaart te brengen. Er wordt in algemene termen gesproken over de “oorlogen in Irak, Syrië en Jemen” (VO, p.19). Het is onmogelijk om de situatie in Irak en Syrië vandaag los te zien van de westerse militaire interventies of de enorme Europese en VS-wapenhandel met landen als Saudi-Arabië. In Irak ontmantelde de VS-bezettingsmacht het leger en het staatsapparaat. Samen met de operaties tegen het Iraaks verzet droeg dat bij tot de radicalisering van gewapende groepen en het ontstaan van de Islamitische Staat (IS). Het rapport vernoemt weliswaar de “gebrekkige sociaaleconomische ontwikkeling”, maar laat de oorzaken en eigen verantwoordelijkheden daarvan in het ongewisse: steun aan autoritaire regimes, de sociale gevolgen van de IMF-politiek, de EU-handelspolitiek,…

De Palestijnse kwestie wordt afgehandeld in een zinnetje: “Het is twijfelachtig of het Israëlisch-Palestijnse conflict tegen 2030 zal zijn opgelost.” Het conflict heeft nochtans een grote impact op de hele regio. De NAVO en de EU onderhouden nauwe banden met Israël. Hun weigering om daadkrachtig op te treden tegen allerlei Israëlische inbreuken op het internationaal recht – de kolonisatie van de bezette gebieden, de opeenvolgende oorlogen en het embargo tegen Gaza, het apartheidsregime, het repressief optreden tegen Palestijnse politieke en mensenrechtenactivisten,… - hebben de situatie en het uitzicht op een Palestijnse staat verregaand helpen ondergraven.

De reden voor een dergelijke eenzijdige veiligheidsanalyse is dat er zorgvuldig over wordt gewaakt dat de actualisering van de Strategische Visie en het militaire beleid in de gewenste richting wordt gestuurd.

De reden voor een dergelijke eenzijdige veiligheidsanalyse is dat er zorgvuldig over wordt gewaakt dat de actualisering van de Strategische Visie en het militaire beleid in de gewenste richting wordt gestuurd. Als de NAVO of de EU zelf de genoemde veiligheidsdreigingen in de hand werken zal het natuurlijk moeilijk worden om vervolgens een pleidooi te houden om het Belgische militaire apparaat te conformeren aan de wensen (en eisen) van diezelfde NAVO of het Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid (GVDB) van de EU.

Gevolgen voor het Belgische ‘defensie’beleid

De analyse van de veiligheidsomgeving dient als basis om de defensiestrategie te bepalen. In het tweede rapport (‘Actualisering van de Strategische Visie 2030: Aanbevelingen’) worden de missies opgesomd: een paraat en veerkrachtig leger dat moet instaan voor de collectieve verdediging via afschrikking en verdediging en moet bijdragen aan de collectieve veiligheid in het buitenland. De defensiediplomatie en de steun aan de Belgische samenleving in noodsituaties vervolledigen de missie.

Wat het rapport verzwijgt is dat het Russische militaire budget 7% bedraagt van dat van de gezamenlijke NAVO-lidstaten

De auteurs houden een pleidooi om de collectieve verdediging in NAVO-verband terug meer op de voorgrond te plaatsen. Dat is volgens het rapport nodig gezien “de assertiviteit van Rusland” (SV, p.8) en de “strategisch verschuiving van de VS van Europa naar Azië”. De algemene strategie van de NAVO is gebaseerd op een passende mix van conventionele, nucleaire en raketverdedigingscapaciteiten, aldus het rapport. En dus: “Dit impliceert dat de conventionele component niet verder kan worden teruggebracht zonder de reeds aanzienlijke mate van afhankelijkheid van nucleaire afschrikking te vergroten. Het opvoeren van de conventionele vuurkracht en ook van de hybride vermogens van de Europese bondgenoten zal van cruciaal belang zijn om in alle mogelijke scenario's een geloofwaardige afschrikking te handhaven.” M.a.w. we moeten verder conventioneel bewapenen om een nucleaire herbewapening te vermijden. Dat is niet alleen een erg enge uiting van veiligheidsdenken. Het gaat ook voorbij aan de reële krachtsverhoudingen. De vraag is tegen welke dreiging “het opvoeren van de conventionele vuurkracht” gericht is. Impliciet gaat het duidelijk over Rusland dat immers ‘assertief’ is, een “confronterende koers” vaart, “Illegale middelen” gebruikt en de “op regels gebaseerde orde waarop de veiligheid van België is gebaseerd, ter discussie” stelt. Wat het rapport verzwijgt is dat het Russische militaire budget 7% bedraagt van dat van de gezamenlijke NAVO-lidstaten of anders, het equivalent is van de militaire uitgaven van het Verenigd Koninkrijk alleen. Ook in globaal perspectief is de collectieve conventionele vuurkracht van de NAVO – zowel financieel als qua capaciteiten - in alle opzichten superieur. De NAVO-lidstaten zijn goed voor 55% van de wereldwijde militaire uitgaven. De lidstaten van de Europese Unie beschikken over bijna dubbel zoveel gevechtsvliegtuigen als Rusland. In NAVO-verband (met de VS en Canada) is de verhouding ongeveer 5 op 1. Het NAVO-overwicht geldt voor nagenoeg alle militaire capaciteiten. Alleen op vlak van gevechtstanks en nucleaire capaciteit kan Rusland zich meten met de NAVO.

Het denkwerk beperkt zich tot een eng militaristische invulling van de Europese veiligheidsarchitectuur.

Het denkwerk beperkt zich tot een eng militaristische invulling van de Europese veiligheidsarchitectuur. De auteurs lijken te veronderstellen dat een Russische aanval tot de mogelijkheden behoort of nakende is. Er wordt ook niet stilgestaan bij de gevolgen van de herbewapening van de Europese NAVO-lidstaten die sinds 2014 aan de gang is. De militaire opbouw van de NAVO – en van het GBVB van de EU – dreigt een vicieuze cirkel in gang te zetten van wederzijdse bewapening, die uiteindelijk ook nog eens de budgettaire grenzen van de betrokken landen dreigt aan te tasten. Ook politiek dreigt het averechts te werken, omdat het de versterking van het autoritaire regime in Rusland in de hand kan werken.

Een andere missie van het leger die volgens de opstellers van het rapport moet versterkt worden is wat ze eufemistisch de ‘collectieve veiligheid’ noemen: “Dit houdt in dat actief wordt deelgenomen aan internationale crisisbeheersingsoperaties, missies ter ondersteuning van de veiligheidstroepen, vredesondersteuningsoperaties en, indien nodig, gevechtsoperaties tegen tegenstanders die de internationale orde dreigen te destabiliseren.” (SV, p.8) Een denkoefening over hoe de NAVO en/of haar lidstaten zelf mogelijks een bijdrage hebben geleverd aan het destabiliseren van de internationale orde via dergelijke militaire optredens is niet iets waar de auteurs zich blijken aan te willen wagen. Het is nochtans niet irrelevant om vragen te stellen als: wat zijn de gevolgen van militaire interventies in Afghanistan en Libië?; Hoe rijmt de Turkse oorlogspolitiek in Syrië en Noord-Irak met het zogenaamde NAVO-streven naar een stabiele wereldorde? Wat is de impact van de wapenhandel van de NAVO-lidstaten – goed voor 75% van het wereldtotaal – naar landen als Saudi-Arabië, Israël, Turkije,… ; Wat met partnerschappen van de NAVO met landen als Colombia, waar veiligheidstroepen zich bezondigen aan een bloedige binnenlandse repressie? enz.

Op zo’n eenzijdige analyse van de veiligheidsomgeving en een onkritische houding over de diverse missies die het leger zou moeten versterken, volgt noodzakelijkerwijs waar de auteurs op lijken aan te sturen: militaire confrontatie, opbouw en bewapening. Er moet werk worden gemaakt van een “doeltreffende conventionele afschrikking en verdediging” wat het vermogen vereist “om een oorlog met hoge intensiteit te voeren” (SV, p.10). Dat geldt ook voor operaties in het buitenland die erop gericht moeten zijn “om het hele jaar door aanzienlijke eenheden in operaties te handhaven”. “De tijd is gekomen om het bereik en de aantallen (van de troepen, nvda) uit te breiden, in het licht van de behoeften van nationale paraatheid, collectieve verdediging en collectieve veiligheid.” En “ondanks belangrijke aankopen tijdens de vorige legislatuur vertonen onze capaciteiten nog steeds aanzienlijke tekortkomingen”. M.a.w. het troepenaantal moet omhoog en de 9,4 miljard investeringen in nieuw militair materieel die de vorige regering in een programmawet vastlegde, zijn ruimschoots onvoldoende. Dat laatste blijkt alvast uit het opgesomde verlanglijstje. “Om een volledig operationele gemotoriseerde brigade die gevechtsklaar, duurzaam en inzetbaar is” (SV, p.11) te hebben voor expeditionaire missies en om bij te dragen aan de ‘NAVO-noodzaak’ om de Oostflank te versterken moet er verder geïnvesteerd worden in artillerie, ‘Ground-Based Air Defence, onbemande luchtafweersystemen en mogelijks ook België betrekken bij het toekomstige Frans-Duitse gevechtstanksysteem. Ook voor de luchtcomponent “dekken de recente aankopen de behoeften slechts gedeeltelijk” (SV, p.12), zo luidt het. Die moet worden aangevuld met vliegtuigen die verticaal of op korte afstand kunnen opstijgen, een bijdrage aan het raketafweersysteem van de NAVO, gewapende drones en zeer lange afstand lucht-luchtraketten en kruisraketten. Op zee moeten we “bekijken welke middelen nodig zijn om bij te dragen aan onze internationale verantwoordelijkheden”, en wordt een capaciteit gesuggereerd voor een “permanente aanwezigheid op zee”, die er nu niet is.

Waar zijn de ethische, politieke en juridische bezwaren?

Ethische, politieke of juridische bezwaren tegen de aankoop van bepaalde wapensystemen worden niet gesteld. Het ABM-Verdrag (Anti-Ballistic Missile) van 1972 tussen de Sovjet-Unie (later Rusland) en de VS legde beperkingen op het ontwikkelen van antiraketsystemen. De VS zegde het in 2002 eenzijdig op omdat er zogezegd een dreiging kon uitgaan van een ‘schurkenstaat’, zijnde Iran. Het opzeggen ervan zette Rusland er naar eigen zeggen (volgens president Poetin) toe aan om nieuwe raketsystemen in stelling te brengen. De Belgische bijdrage aan een raketschild betekent dat men het belang van een ABM-verdrag naar de prullenmand verwijst. Een raketschild stimuleert de nucleaire wapenwedloop. Het toont de noodzaak om opnieuw werk te maken van ontwapeningsverdragen in een echte veiligheidspolitiek. Raketschilden en investeringen in nucleaire arsenalen doen net het omgekeerde.

Het rapport gaat ook voorbij aan ethische, politieke en juridische bezwaren tegen gewapende drones en de trend dat dergelijke wapensystemen autonoom opereren via Artificiële Intelligentie (AI). De lage militaire risico’s die verbonden zijn aan het gebruik van gewapende drones voor de betrokken strijdende partij, verlaagt ook de drempel van hun inzet en dus van het plegen van oorlogshandelingen, getuige het gebruik ervan door de VS in Jemen en Pakistan en door Turkije in Irak.

Een stijging van het militair budget

De auteurs pleiten ook voor een “evaluatie” van het Belgische groeipad van de militaire uitgaven die in de Strategienota uit 2016 op 1,3% van het BBP zou moeten uitkomen. Dat was toen het gemiddelde van de niet-nucleaire Europese NAVO-leden, maar dat is inmiddels “al hoger dan 1,7%”(SV, p.17). Dat de NAVO – zoals gezegd - nu al in een situatie van overbewapening zit in vergelijking met de rest van de wereld en dat net nu de overheidsbegrotingen door de COVID-19-pandemie zwaar onder druk staan, is in het rapport geen overweging waard. De auteurs laten in het midden in welke mate nog grotere uitgaven verantwoord zijn in het licht van de sociale, milieu- en gezondheidsnoden. Dat de militaire budgetten in de NAVO-lidstaten sterk zijn toegenomen is een gevolg van de norm die op de NAVO-top in Wales is afgesproken om te streven naar een militaire budget van 2% van het BBP. Die norm wordt dikwijls als een ‘NAVO-verplichting’ verkondigd, hoewel er geen democratische inspraak aan voorafging noch door de meeste parlementen achteraf over gestemd werd. België stemde op de bewuste NAVO-top in met deze norm onder een ontslagnemende regering.

Dat de militaire budgetten in de NAVO-lidstaten sterk zijn toegenomen is een gevolg van de norm die op de NAVO-top in Wales is afgesproken om te streven naar een militaire budget van 2% van het BBP

Er moet volgens het rapport ook een “aanzienlijke uitbreiding van het defensiebudget” komen voor militair onderzoek en technologie. “Een levendige veiligheids- en defensie-industrie zal België in staat stellen deel te nemen aan multilaterale onderzoeksprojecten en capaciteitsinitiatieven die de behoefte van Defensie bevorderen” (SV, p.20), en die de marktpositie van de defensie-industrie op de internationale wapenhandelmarkt kan helpen consolideren, zo vergeten de auteurs erbij te vertellen.

Conclusie

  1. De rapporten leggen de nadruk op een eenzijdige militaristische invulling van veiligheid en getuigen van de terugkeer van de koudeoorlogsmentaliteit, zoals die typerend is geworden in NAVO-kringen. Je kan stellen dat het een soort van nationale vertaling is van het NAVO 2030-rapport dat is opgesteld ter voorbereiding van de NAVO-top in Brussel en waarin Rusland en China ‘systemische rivalen’ worden genoemd. Het rapport dat bedoeld is om de Strategische Visie te actualiseren opent met een pleidooi om de ‘proactieve en anticiperende strategische cultuur’ te ontwikkelen. Dat zou nu net a priori niet-militair kunnen worden ingevuld: het vermijden van dreigingen en van oorzaken van instabiliteit en conflict, in plaats van ze militair te confronteren.
  2. De aanbevelingen dragen bij tot een confrontatiepolitiek en stimuleren de wapenwedloop. Collectieve defensie en afschrikking gaat ten koste van coöperatieve en gemeenschappelijke veiligheid, diplomatie en menselijke veiligheid. Het zou de Europese veiligheid ten goede komen moest de Slotakte van Helsinki (waaruit de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa, OVSE, is ontstaan) vanonder het stof worden gehaald en herwerkt op basis van een eerlijke en evenwichtige analyse van de veiligheidsomgeving. België zou afstand kunnen nemen van de militaristische koers van de NAVO en het voortouw nemen om de principes van Helsinki terug op de internationale politieke agenda te zetten. Zoals de voormalige voorzitters van de OVSE in een gezamenlijke opinie bepleiten: “we herhalen oproepen aan alle regeringen van de OVSE-deelnemende staten om dringend het respect voor de Helsinki-principes te herstellen, hun OVSE-toezeggingen uit te voeren en de steeds snellere ineenstorting van de internationale dialoog aan te pakken.”
  3. De oproep om “afschrikking en het vermogen om agressie met alle mogelijke middelen tegen te gaan” (SV, p.8) lijkt een gevaarlijke keuze om verder beroep te doen op nucleaire wapens ondanks de verplichtingen die voortvloeien uit het non-proliferatieverdrag. Een denuclearisering van België, een kernwapenvrije zone in Europa en de toetreding tot het Verdrag voor een Verbod op Kernwapens (TPNW) zijn een voorwaarde voor een veilig Europa.
  4. De rapporten getuigen van een manifest gebrek aan kritisch vermogen op de rol van België, de NAVO en de Europese Unie als bedreigende of destabiliserende factor in de regio en de wereld.
  5. Er wordt vertrokken van de valse premisse dat bewapening en militair interveniëren tot stabiliteit en veiligheid leidt. Er is nood aan een kritische analyse van de uitgevoerde militaire interventies in het buitenland en hun impact op de betrokken landen en regio’s op vlak van stabiliteit, migratie en in het ontstaan van terreur.
  6. Er bestaat een klaarblijkelijke afkeer voor het principe dat ontwapening en een bewapeningscontroleregime noodzakelijk zijn om te komen tot een stabiele veiligheidsomgeving in Europa.
  7. De budgettaire doelstellingen staan in complete wanverhouding tot reële dreigingen en militaire noden. De militaire middelen van de NAVO overstijgen vele malen die van concurrenten. Ze zijn onverantwoord in het licht van de beschikbare overheidsmiddelen en ondergraven de capaciteit om te antwoorden op de reële veiligheidsnoden van de bevolking, zoals klimaatdreigingen, sociale ongelijkheid en gezondheidsproblemen. Zich aanpassen aan het (nog steeds stijgende) NAVO-gemiddelde van 1,7% van het BBP is onrealistisch en onverantwoord.
  8. De versterking van de militaire industriële capaciteit zal noodzakelijkerwijs de Belgische wapenexport stimuleren met negatieve veiligheidsrepercussies in de bestemmingslanden.
  9. Bepaalde voorgestelde militaire investeringen roepen ethische, politieke en juridische vragen op die niet worden geëvalueerd, zoals gewapende drones, AI, langeafstandsraketten (tegen de geest van het voormalige INF-verdrag).
  10. De waarschuwing die een afscheidnemende president Eisenhower in 1961 lanceerde over het gevaar van de ‘ongeloofwaardige invloed van het militair industrieel complex’ is hier op zijn plaats.

 

Land

Basisinformatie

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze digitale nieuwsbrief.