Schend de mensenrechten niet in de respons op COVID-19
Schend de mensenrechten niet in de respons op COVID-19
Opinie
8 minuten

CIVICUS, een mondiale alliantie van maatschappelijke organisaties en activisten die zich inzetten voor het versterken van burgeracties en het maatschappelijk middenveld over de hele wereld, uit zijn bezorgdheid over bepaalde COVID-19 maatregelen.

Terwijl regeringen uitzonderlijke maatregelen nemen om de verspreiding van COVID-19 tegen te gaan, erkennen en prijzen we de inspanningen die staten leveren om het welzijn van hun bevolkingen te verzekeren en de mensenrechten te beschermen, zoals het recht op leven en gezondheid. We dringen er echter bij de staten op aan om deze maatregelen te implementeren in de context van de rechtstaat: alle reacties op COVID-19 moeten gebaseerd zijn op bewijs, moeten legaal zijn, noodzakelijk zijn om de volksgezondheid te beschermen, en moeten niet-discriminerend, tijdgebonden en proportioneel zijn.

Alle reacties op COVID-19 moeten diepgeworteld zijn in deze transversale principes: respect voor de menselijke waardigheid, onafhankelijkheid en autonomie van de persoon, niet-discriminatie en gelijkheid, en respect voor diversiteit en inclusie. Elke reactie moet voldoen aan de internationale standaarden inzake noodwetgeving, en moet de mensenrechten en de rechtstaat respecteren.

Uitzonderlijke maatregelen zijn alleen legitiem onder uitzonderlijke omstandigheden, bijvoorbeeld wanneer er een onmiddellijke dreiging is voor de volksgezondheid. Deze maatregelen moeten worden gebruikt op noodzakelijke en proportionele wijze en moeten worden afgestemd op de internationale wetgeving inzake mensenrechten.

Vandaag (16 april) zijn er meer dan 1.400.000 bevestigde gevallen van COVID-19 over heel de wereld. De komende weken zullen cruciaal zijn, vermits de maatregelen ingevoerd door staten het verloop van de pandemie zullen bepalen. De middelen staan onder immense druk en er kunnen meer tekorten in personeel en beschermend materiaal volgen.

Een rapportering van meer gevallen zou kunnen leiden tot de implementatie van nog striktere maatregelen in sommige landen. Ondanks de uitdagingen waarmee de regeringen over heel de wereld geconfronteerd worden, mogen reacties op de pandemie niet gebruikt worden als een voorwendsel om de civiele ruimte in te perken.

We zijn vooral bezorgd om staten die misbruik maken van de noodbevoegdheden om de fundamentele rechten in te perken, waaronder de vrijheid van meningsuiting en het recht op toegang tot informatie. Over de hele wereld worden journalisten, mensenrechtenbeschermers en andere onafhankelijke stemmen bedreigd en gestraft omdat ze zich uitspreken over de omvang van de pandemie in hun respectievelijke landen of over de maatregelen die ingevoerd werden als reactie op COVID-19. Het gaat onder meer over Tadzjikistan, Niger, Egypte, Thailand, Saoedi-Arabië, El Salvador, Bangladesh en China. Andere regeringen nemen wettelijke maatregelen die de fundamentele vrijheden inperken, zoals in Hongarije, Armenië, Azerbeidzjan en de Filipijnen. Sommige staten maken misbruik van hun bevoegdheden om vreedzame vergaderingen te onderdrukken, onder meer in Hong Kong.

Regeringen, onder meer van India, Myanmar en Bangladesh, hebben het internet platgelegd of internetrestricties doorgevoerd waardoor veel mensen geen toegang hebben tot cruciale informatie over hoe ze zich moeten beschermen tegen het virus. Dergelijke restricties hebben ook een negatieve impact op het groeiend aantal mensen dat van thuis uit werkt om de fysieke afstand te kunnen bewaren.

Toegang tot informatie is van cruciaal belang om de verspreiding van COVID-19 tegen te gaan. Regeringen moeten proactief belangrijke informatie over de pandemie delen van zodra deze beschikbaar is, zoals belangrijke overheidsbeslissingen, het aantal besmettingsgevallen, het materiaal en de voorraden die voorhanden zijn, en duidelijk advies. Informatie moet wijdverspreid beschikbaar zijn voor iedereen, niet alleen voor een select groepje regeringsfunctionarissen of andere tussenpersonen, zoals het geval is in Oezbekistan. Dit moet verzekeren dat individuen, gemeenschappen en gezondheidswerkers snel en verantwoordelijk kunnen reageren op nieuwe informatie.

Migranten in detentiecentra, bijvoorbeeld in Mexico en Griekenland, leven in erbarmelijke omstandigheden, zonder toegang tot adequate sanitaire voorzieningen. Wegens de overbevolking in deze centra is het ook onmogelijk voor hen om fysiek afstand van elkaar te bewaren. Alle asielzoekers die sinds 1 maart 2020 arriveerden in Griekenland kregen geen toegang tot de asielprocedure. We loven staten zoals Portugal die tijdelijk alle restricties hebben opgeheven voor asielzoekers waarvan de aanvragen in behandeling zijn. Dit zorgt er voor dat ze toegang hebben tot de gezondheidszorg en de sociale zekerheid net zoals de rest van de bevolking.

Vrouwen en kinderen die het slachtoffer zijn of riskeren het slachtoffer te worden van huishoudelijk geweld, kunnen gedwongen worden om in gevaarlijke situaties te blijven, met een misbruikende partner of familielid. Tegelijk kan de toegang tot veilige plaatsen en ondersteunende diensten afnemen omdat opvanghuizen gebukt gaan onder volksgezondheidsmaatregelen en omdat de middelen voor het strafrecht afgeleid worden.

We zijn bezorgd over overheden die personen met beperkingen opsluiten in instellingen, bijvoorbeeld in Frankrijk. Dit gaat in tegen de VN Conventie inzake de Rechten van Personen met Beperkingen en het stelt mensen met een beperking bloot aan een verhoogd risico op het krijgen van COVID-19.

We zijn bezorgd over overheden die restricties hebben opgelegd die leiden tot schendingen van de mensenrechten van LGBT+ personen, bijvoorbeeld in Peru, Oeganda en Colombia. Regeringen moeten verzekeren dat hun maatregelen inclusief zijn en dat alle openbare ambtenaren op de hoogte zijn van LGBT+ rechten.

Verschillende landen hebben gevangenen vrijgelaten als onderdeel van hun maatregelenpakket om de verspreiding van de pandemie tegen te gaan. Deze acties zijn prijzenswaardig omdat overvolle detentiefaciliteiten en gevangenissen plaatsen met een hoog besmettingsrisico zijn. We dringen er bij landen zoals Egypte, Bahrein, Koeweit, Iran, Israël, Libië, Marokko, Syrië, Turkije, India en de Verenigde Arabische Emiraten op aan om mensenrechtenbeschermers, vreedzame demonstranten en gewetensgevangenen vrij te laten.

We zijn ook bezorgd over de groeiende praktijk van het nagaan en nauwlettend controleren van de bewegingen van mensen, zelfs ten koste van hun privacy. Pogingen om het virus in te perken mogen niet gebruikt worden om invasieve systemen van digitale surveillance uit te breiden. Israël en Taiwan zijn opmerkelijke voorbeelden van de manier waarop technologisch toezicht in deze context wordt gebruikt en hoe disproportioneel het effect van dergelijke maatregelen kan zijn als ze niet strikt gedefinieerd en gelimiteerd worden.

De ongekende uitdagingen van COVID-19 bieden een kans aan staten en civiel-maatschappelijke organisaties om samen te werken om het virus te verslaan.

We dringen er bij de staten op aan om transparant en verantwoordelijk te zijn. Dit moet ervoor zorgen dat alle maatregelen aangenomen om de verspreiding van COVID-19 te voorkomen, doeltreffend zullen zijn. Meer specifiek dringen we er bij staten op aan dat:

    1. Ze verzekeren dat alle maatregelen genomen met betrekking tot de COVID-19 pandemie volledig voldoen aan de internationale mensenrechtenverplichtingen van staten, en dat alle gerelateerde restricties op de mensenrechten noodzakelijk, proportioneel, inclusief en tijdsgebonden zijn. Er moet regelmatig overlegd worden met het maatschappelijk middenveld om ervoor te zorgen dat nieuwe maatregelen in overeenstemming zijn met internationale normen. 

    2. Ze verzekeren dat COVID-19 niet gebruikt wordt als een voorwendsel om het maatschappelijk middenveld ongerechtvaardigde restricties op te leggen. De pandemie mag niet gebruikt worden om mensenrechtenbeschermers en journalisten te viseren en autoritaire machtsgrepen te faciliteren. 

    3. Ze verzekeren dat de pandemie niet gebruikt wordt als een excuus om de gedwongen terugkeer van migranten en asielzoekers op te leggen, in strijd met de internationale wetgeving rond mensenrechten, noch als een voorwendsel om het grondrecht om asiel te zoeken op te schorten of aan te tasten.

    4. Ze verzekeren dat de onafhankelijke rechterlijke macht, en geen andere takken van de overheid, beslist over elke maatregel die de toegang tot en het functioneren van de rechtbanken beperkt. Onafhankelijke rechtbanken moeten in staat zijn om te oordelen over elke onwettige oplegging of ongerechtvaardigde uitbreiding van noodmaatregelen, of over de onwettige inperking van de rechtstaat. 

    5. Ze verzekeren dat de rechterlijke macht en andere relevante overheidsinstanties bijzondere aandacht besteden aan dringende gevallen waarin uitstel hoogstwaarschijnlijk onherstelbare schade kan veroorzaken, of waar beschermende maatregelen vereist zijn. Het gaat om: migranten (inclusief asielzoekers en vluchtelingen, evenals interne migranten), vrouwen en kinderen, LGBT + gemeenschappen, ouderen, personen met een beperking, religieuze minderheden en andere kwetsbare groepen. 

    6. Gevangenen vrijgelaten worden, met name de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van alle mensenrechtenbeschermers en gewetensgevangenen. Dat zal de druk op het gevangeniswezen verlichten en de kans verminderen dat de gevangenispopulatie en de bevolking in het algemeen COVID-19 oplopen. 

    7. Ze speciale aandacht besteden aan traditioneel gemarginaliseerde en kwetsbare groepen, en de toegang verzekeren tot de gepaste ondersteuning, middelen en beschermingsmechanismen. Er moet uitgekeken worden voor alle problemen met betrekking tot stigmatisering, uitsluiting, geweld, haat, etikettering en het viseren van slachtoffers van COVID-19.

    8. Ze verzekeren dat er niemand over het hoofd gezien wordt door de nationale maatregelen en strategieën om de COVID-19 pandemie aan te pakken. Er moet voor gezorgd worden dat het beleid inclusief is en effectief beschermt tegen discriminatie op gelijk welke grond. Er moet rekening gehouden worden met personen met een beperking en alle informatie moet via toegankelijke formats verspreid worden. 

    9. Ze een genderperspectief toepassen op alle maatregelen met betrekking tot de COVID-19 pandemie. 

    10. Ze een betrouwbare en onbelemmerde toegang tot het internet handhavenzodat iedereen het recht heeft om toegang te krijgen tot informatie en die te delen. Alle ongerechtvaardigde interferentie met de connectiviteit van het internet moet gestaakt worden.

    11. Ze de rol van de onafhankelijke mediakanalen en de journalistiek voor het publiek belang, beschermen. Er moet verzekerd worden dat de maatregelen om het virus in te dijken, evenals de strijd tegen desinformatie, niet gebruikt worden als een voorwendsel om de media te muilkorven of de mediavrijheden te reguleren. 

    12. Ze verzekeren dat elk gebruik van surveillance om de verspreiding van het coronavirus te volgen, beperkt is in doel en tijd, en de mensenrechten niet schendt. Staten moeten het recht op vrije meningsuiting, het recht op privacy, het recht op niet-discriminatie, het recht op vertrouwelijkheid en de bescherming van journalistieke bronnen blijven garanderen.

Dit statement van CIVICUS werd ondertekend door 620 middenveldsorganisaties van over heel de wereld, waaronder Vrede vzw.


Iets fout of onduidelijk gezien op deze pagina? Laat het ons weten!

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze digitale nieuwsbrief.