De ambtstermijn van de eerste linkse president van Colombia, Gustavo Petro, loopt binnenkort af. Op zondag 31 mei vindt de eerste ronde van de Colombiaanse presidentsverkiezingen plaats. Nadat Petro’s partij, het ‘Pacto Histórico’ (PH), het goed deed in de parlementsverkiezingen afgelopen maart, voert de presidentskandidaat van PH, senator Iván Cepeda, al geruime tijd de vele peilingen aan.
Hij is daarin consistent goed voor meer dan 30% van de stemmen. Eind maart klokte hij in een peiling af op 37,5%, terwijl zijn dichtste concurrenten niet boven de 20% uitstegen. Een aantal recentere peilingen dichtten hem zelfs meer dan 40% toe. Volgens een website die sinds maart alle peilingsgemiddelden berekent, haalt Cepeda momenteel 36,9%. De kloof met zijn dichtste concurrent is de afgelopen twee maanden wel aanzienlijk kleiner geworden. Dat is de extreemrechtse populist Abelardo De la Espriella, die volgens dezelfde peiling 29,9% van de Colombiaanse kiezers zou kunnen bekoren. Paloma Valencia, die zich meer centristisch positioneert ten opzichte van De la Espriella, maar deel uitmaakt van de eveneens zeer rechts-conservatieve partij van ex-president Álvaro Uribe, ‘Centro Democrático’ (CD), zou 16,7% halen. Als we de peilingen mogen geloven, ziet het er dus naar uit dat Iván Cepeda de eerste ronde zal winnen. Maar als de rechtse krachten zich in de tweede ronde, voorzien op 21 juni, zouden verenigen achter de overgebleven kandidaat, zou hij alsnog het onderspit kunnen delven.
Iván Cepeda en de Caso Uribe
Cepeda’s vader, Manuel Cepeda, was een leider van de Communistische Partij, redacteur van de partijkrant en senator. Hij werd in 1994 vermoord door paramilitairen. De 64-jarige filosoof van opleiding, Iván Cepeda, zetelt sinds 2010 in het parlement -eerst als volkvertegenwoordiger en later als senator- maar is in Colombia ook zeer bekend als een prominente mensenrechtenactivist. Zo was hij een van de mede-oprichters van de ‘Movimiento Nacional de Víctimas de Crímenes de Estado’ (MOVICE), een koepel bestaande uit 17 organisaties die naar gerechtigheid streven voor de slachtoffers van staats- en paramilitair geweld tijdens het gewapend conflict in het land. Zijn werk als activist leidde tot heel wat bedreigingen aan het adres van Cepeda en zijn gezin, wat tussen 2000 en 2003 resulteerde in een periode van ballingschap in Parijs. (Als kind leefde hij ook een periode in ballingschap in het buitenland wegens bedreigingen tegen zijn vader).
Als politicus startte Cepeda in 2012 een parlementair onderzoek naar de banden van toenmalig senator Álvaro Uribe (president van 2002 tot 2010 en voordien gouverneur van het departement Antioquia) met paramilitaire groepen die burgers vermoordden, mishandelden en deden verdwijnen. Uribe reageerde door een rechtszaak tegen Cepeda aan te spannen. Hij beschuldigde Cepeda ervan ex-paramilitairen te manipuleren om tegen hem te getuigen. Het onderzoek van het Hooggerechtshof deed de situatie echter kantelen. Er werd geen bewijs gevonden tegen Cepeda, maar er waren wel aanwijzingen dat Uribe’s kamp zelf geprobeerd had om getuigen te beïnvloeden. Dit leidde tot de opening van een grote rechtszaak wegens corruptie en manipulatie tegen Uribe (de veelbesproken ‘Caso Uribe’). In 2025 werd Uribe veroordeeld, maar later werd hij in hoger beroep vrijgesproken. Aangezien cassatie nog mogelijk is, is de zaak nog niet definitief afgerond.
Petro's erfenis
Dat Iván Cepeda het goed doet in de verkiezingspeilingen heeft uiteraard te maken met zijn eigen werk als mensenrechtenactivist en politicus, maar ook met de populariteit van de huidige president Petro, die zijn goedkeuringspercentage de afgelopen maanden zag stijgen tot 50%. Het Pacto Histórico -dat in september 2025 werd omgevormd van een coalitie van sociale bewegingen en verschillende linkse partijen (o.a. de Communistische Partij) tot één partij- kwam als grootste politieke kracht uit de parlementsverkiezingen van 8 maart 2026, maar zonder absolute meerderheid. De partij won 25 van de 102 Senaatszetels (Centro Democrático eindigde op de tweede plaats met 17 zetels), en 36 van de 183 zetels in het Huis van Afgevaardigden (opnieuw gevolgd door CD met 25 zetels). Het Colombiaanse parlement is traditioneel sterk gefragmenteerd.
Het valt dus op dat Petro en zijn Pacto Histórico standhouden, ondanks de gemengde balans van zijn ambtstermijn. Na de verkiezing van de eerste linkse president in de geschiedenis van het land was een desillusie bij een deel van het publiek onvermijdelijk door de torenhoge verwachtingen. Verschillende concrete verkiezingsbeloften bleken ook te ambitieus om te verwezenlijken, vooral zonder meerderheid in het parlement. Het onervaren kabinet van Petro werd de afgelopen jaren bovendien geplaagd door enkele schandalen en wissels van functionarissen, waarbij vooral de huidige minister van Binnenlandse Zaken, Armando Benedetti, een voortdurende bron van controverse bleek. Maar de regering kan ook een aantal belangrijke verwezenlijkingen voorleggen.
Petro’s hervormingsprogramma voor de gezondheidszorg werd verworpen door het parlement, maar zijn omvangrijke pensioenhervormingsplan, waarin gendergelijkheid centraal stond, werd wel goedgekeurd. De uitvoering ervan hangt nu af van een uitspraak van het Constitutionele Hof. Er werd ook een groot deel van een uitgebreid programma voor arbeidshervormingen ingevoerd. Colombia noteert momenteel de laagste werkloosheidscijfers in decennia en eind vorig jaar werd het minimumloon met 23% verhoogd, wat zo'n 2,5 miljoen werknemers ten goede komt.
De overheid verhoogde ook haar investeringen in de publieke infrastructuur van gemeenten, met name voor scholen en universiteiten. Het bruto Binnenlands Product (BBP) van Colombia liet in het derde kwartaal van 2025 een groei van 3,6% op jaarbasis zien, en de inflatie daalde van 13,3% in 2023 naar 5,5% eind 2025. Tegelijk daalden de multidimensionale armoedecijfers (die rekening houden met de algemene situatie op het gebied van onderwijs, gezondheid, huisvesting en werkgelegenheid) verder van 12,9% in 2022 naar 9,9% in 2025. Petro’s regering heeft 2.038.619 hectare grond toegewezen aan kleine boeren, etnische gemeenschappen en slachtoffers van het gewapend conflict, maar heeft geen alomvattend landhervormingsprogramma kunnen doorvoeren. (Colombia heeft een extreem grote landongelijkheid, waarbij ongeveer 1% van de landbouwbedrijven rond de 80% van de productieve landbouwgrond controleert.)
In een poging verschillende onderdelen van zijn hervormingsagenda, die door het parlement werden geblokkeerd, alsnog door te voeren, riep Petro sinds 2024 consequent op tot een grondwetgevende vergadering (‘constituyente’), maar die is er niet gekomen wegens politieke weerstand en een gebrek aan publieke mobilisatie.
Paz Total
De centrale pijler van Petro’s verkiezingscampagne was ‘Paz Total’ (totale vrede): een definitief einde aan het interne gewapende conflict dat al sinds de jaren 1960 aansleept en het leven kostte aan meer dan een half miljoen mensen, via een combinatie van onderhandelingen met alle gewapende actoren, sociale- en landhervormingen in de plattelandsgebieden, transitionele justitie en strafrechtelijke vervolging.
In 2016 was al een historisch vredesakkoord ondertekend tussen de toenmalige regering en de Revolutionaire Strijdkrachten van Colombia (FARC), de belangrijkste guerrillabeweging in het land. De FARC legde de wapens neer, en het geweld nam de eerste jaren aanzienlijk af. Maar de regering verzuimde de bepalingen uit het vredesakkoord na te komen. Dissidente FARC-rebellen keerden het de rug toe en andere gewapende groepen, zoals het Nationaal Bevrijdingsleger (ELN), waren nooit opgenomen in de vredesgesprekken. Samen met paramilitaire groeperingen zoals Clan del Golfo en andere criminele bendes die onder meer gelinkt zijn aan de lucratieve illegale cocaïnehandel, vulden ze het machtsvacuüm dat door de FARC werd achtergelaten. Het interne gewapende conflict laaide opnieuw op, maar is met meerdere actoren gefragmenteerder dan voorheen.
Eenmaal president, startte Petro -zelf een ex-guerrillero- onmiddellijk gesprekken op met het ELN, sinds de FARC van het toneel was verdwenen, de grootste guerrillabeweging van het land. Het wantrouwen was echter van meet af aan groot en de lokale commandanten handelden vaak autonoom, waardoor het geweld met het oog op territoriumuitbreiding in bepaalde rurale gebieden onverminderd aanhield. In januari 2025, na zware gevechten tussen ELN-fracties en FARC-dissidenten in de regio Catatumbo, waarbij tientallen burgerdoden vielen en vele duizenden mensen ontheemd raakten, schortte de regering de onderhandelingen officieel op. Petro beschuldigde het ELN van oorlogsmisdaden en verklaarde dat de groepering “absoluut geen wil tot vrede heeft”. Binnen het kader van het Paz Total-beleid bleef de regering-Petro wel betrokken bij verschillende, parallelle vaak fragmentaire of fragiele dialogen met andere gewapende groepen, met name met FARC-dissidenten.
Dat hij er uiteindelijk niet in is geslaagd om het gewapend conflict een halt toe te roepen, kan als de grootste mislukking van Petro’s presidentschap worden beschouwd.
Abelardo de la Espriella
De afgelopen maanden en weken, in de laatste rechte lijn naar de stembusgang, is het aantal aanslagen, gevechten en ontvoeringen in het land gestegen. Alle kandidaten hebben in de aanloop naar de verkiezingen doodsbedreigingen gemeld. De kandidate voor vicepresident aan de zijde van Cepeda, senator Aída Quilcuée, werd in februari zelfs enkele uren ontvoerd. Quilcuée is een leidster van een van de belangrijkste inheemse rechtenbewegingen in Colombia en Latijns-Amerika, de ‘Consejo Regional Indígena del Cauca’ (CRIC), die meerdere inheemse volkeren vertegenwoordigt, waaronder de Nasa, waartoe de vicepresidentskandidate zelf behoort.
Het escalerend geweld en het stijgend onveiligheidsgevoel zijn in het voordeel van de voornaamste tegenstanders van het Pacto Histórico, die voortdurend benadrukken dat Petro’s beleid het geweld niet alleen niet kon tegenhouden, maar het zelfs zou hebben veroorzaakt. Iván Cepeda, die mee aan de basis stond van het Paz Total-beleid, wil het programma voorzetten, met nog meer nadruk op sociale rechtvaardigheid. Maar de rechtse kandidaten Abelardo de la Espriella en Paloma Valencia beloven beiden om het plan volledig te schrappen en terug te keren naar een totale oorlog tegen alle gewapende groepen in het land. Cepeda waarschuwde voor de mogelijke electorale gevolgen van de geweldsescalatie in regio’s waar links "brede steun" geniet. "Er rijst een gerechtvaardigde bezorgdheid over de vraag of (...) deze gebeurtenissen bedoeld zijn om een angstklimaat te creëren dat de belangen van extreemrechtse stromingen dient."
Abelardo de la Espriella -die zichzelf ‘El Tigre’ noemt- sluipt inderdaad steeds dichterbij in de peilingen naarmate er meer verhalen over geweld en onveiligheid in de media komen. Hij stelt dat Petro’s regering het grondgebied straffeloos heeft “overgelaten” aan “guerrilla’s, narco-terroristen en criminele groepen”. “In mijn regering zullen er geen vredesprocessen zijn”, waarschuwt hij. In plaats daarvan belooft de patserige advocaat en zakenman, zonder enige politieke ervaring, de “narco-terroristen en guerrillastrijders te bombarderen”, liefst met de hulp van de Verenigde Staten, waarmee hij -net als met Israël- een militair bondgenootschap wil aangaan. Verder is hij voorstander van een economisch ‘laissez faire’-beleid, de inkrimping van de staat, lage belastingen en vindt hij dat Colombianen het recht zouden moeten hebben om wapens te dragen. Op internationaal vlak wil hij Colombia terugtrekken uit organisaties als het Inter-Amerikaans Hof voor de Rechten van de Mens en de Verenigde Naties.
Met zijn extreemrechts, nationalistisch, maar tegelijk anti-establishment profiel past de la Espriella perfect in het rijtje met politieke figuren als Donald Trump, Javier Milei (Argentinië) en Nayib Bukele (El Salvador) - allemaal presidenten waarvoor hij zijn bewondering heeft geuit.
In de media wordt hij het vaakst vergeleken met de autoritaire Salvadoraanse president Bukele. Niet alleen omdat hij met zijn keurig getrimde baard, zonnebril en luxehorloges qua stijl het meest op hem lijkt, maar ook vanwege zijn keiharde veiligheidsdiscours. De La Espriella staat, net als Bukele, voor een 'mano duro'-beleid van totale nultolerantie voor criminaliteit en is van plan om tien megagevangenissen te bouwen in Colombia. (Bukele sloot al meer dan 90.000 mensen op in overvolle gevangenissen, op basis van weinig of geen individuele verdenking. Gedetineerden hebben onvoldoende of geen toegang tot juridische bijstand en hun recht op een eerlijk en tijdig proces wordt structureel aangetast.)
Het is duidelijk dat de aankomende verkiezingen in Colombia niet alleen een strijd worden om het presidentschap, maar ook om radicaal verschillende toekomstmodellen rond veiligheid, vrede, sociale rechtvaardigheid, economische ontwikkeling en de rol van de staat in de samenleving.