waterstofenergie
Shell Waterstof Station in Cobham; Creative Commons Attribution-Share Alike 4.0
Zes redenen waarom de EU niet zo groen is als ze beweert te zijn
Artikel
7 minuten

Deze week vierde de Europese Unie (EU) haar jaarlijkse Groene Week (‘Green Week’), waarin de Europese milieu-elite samenkomt om elkaar te feliciteren met hoe ‘groen’ ze wel zijn.

Het is zeker zo dat de EU beweert de klimaatcrisis ernstig te nemen, met name via de Europese ‘Green Deal’, het vlaggenschipproject van de Europese Commissie. De deal werd gelanceerd in 2019 en omvat vrijwel elk beleidsterrein. Dit pakket maatregelen wil van Europa tegen 2050 het eerste CO2-neutrale continent maken en ook het eerste dat een klimaatwet ontwikkelt met bindende emissiedoelstellingen.

Er wordt heel weinig ruchtbaarheid gegeven in de media aan de deal – waarschijnlijk omdat alles wat met de EU te maken heeft gezien wordt als zo droog als een door het klimaat veroorzaakte stofstorm. Maar iedereen die geeft om het leven op de planeet Aarde zou er goed aan doen op te letten. De Europese Green Deal is namelijk niet zo fantastisch als ze voorgesteld wordt.

Hier zijn zes redenen waarom.

1) De deal klampt zich vast aan het dogma van economische groei.

De Amerikaanse Green New Deal die voorgesteld werd aan het Congres door Alexandria Ocasio-Cortez zwijgt in alle talen over het onderwerp economische groei. Het omzeilt daarmee het netelige debat tussen diegenen die zich inzetten voor ‘groene groei’ en diegenen die argumenteren dat groei -de oneindige expansie van de economie- incompatibel is met een groene agenda. Economische groei mag immers geen doel op zich zijn. Wat er uiteindelijk toe doet is dat we economieën opbouwen waarin iedereen goed kan leven binnen de planetaire limieten. 

De Europese Green Deal zet zich echter expliciet in voor een nieuwe groeistrategie, waarin de economische groei losgekoppeld wordt van het gebruik van natuurlijke bronnen. Om te bewijzen dat dit mogelijk is, beweert de Commissie dat Europa’s CO2-uitstoot tussen 1990 en 2017 met 22% gedaald is, terwijl de economie met 58% groeide. Wat het vergeet te vermelden is dat de import vanuit China -die niet meegeteld wordt als Europese uitstoot- de afgelopen twee decennia verviervoudigde van 90 miljard euro tot 420 miljard euro.

Er is geen bewijs dat een absolute loskoppeling van de economische groei en het gebruik van natuurlijke bronnen op wereldschaal mogelijk is binnen de tijdsspanne die we ter beschikking hebben. Door zich vast te klampen aan groei, doet de EU wat in de wereld van de cryptomuntenhandel bekend staat als HODLing – ‘holding on for dear life’ (het op leven en dood vasthouden) aan een product dat aan het crashen is, in de hoop dat het zich ooit zal herstellen. Dat zal niet gebeuren.

2) De deal steunt op ‘groen kolonialisme’.

Groene technologie staat centraal in de Europese Green Deal. Maar zonnepanelen en batterijen voor elektrische auto’s hebben lithium, kobalt, nikkel en andere schaarse grondstoffen nodig. Deze elementen bevinden zich vooral in regio’s van de wereld waar gemeenschappen al te lijden hebben onder een gewelddadig extractivisme dat zijn oorsprong heeft in koloniale plundering.

In de deal wordt gesproken over de overgang naar een ‘circulaire economie’ (een economisch en industrieel systeem waarin geen eindige grondstoffenvoorraden worden uitgeput en waarin reststoffen volledig opnieuw worden ingezet in het systeem, nvdr), maar zolang het concept van economische groei onwankelbaar is, blijft dit een onwaarschijnlijk doel. De totale waarde van de Europese import -waaronder de invoer van mineralen- ligt drie maal hoger dan de totale export.

Een recent BBC-artikel (‘Move to net zero inevitably means more mining') wijst op de noodzaak van meer mijnbouw om een netto-uitstoot van broeikasgassen te kunnen bereiken. Maar moeten we allemaal een elektrische auto bezitten? Of kunnen we opteren voor meer gemeenschapsgerichte oplossingen die de nood aan ontginningspraktijken reduceren? Er moeten fundamentele vragen gesteld worden over hoeveel extractie we echt nodig hebben, over wie beslist, en over hoe de ontginning uitgevoerd wordt en ten gunste van wie.

3) De deal financiert grote vervuilers.

De Europese Investeringsbank wordt getipt als de drijvende financiële kracht achter de Green Deal, maar ze heeft niet eens bindende ecologische criteria. De ‘cohesie-’ en ‘rechtvaardige transitie’-fondsen van de EU sluiten evenmin investeringen in fossiele brandstoffen uit. Polen is één van de grootste ontvangers van deze fondsen, maar rekent voor de komende decennia desalniettemin op steenkool om zijn energiebehoeften te dekken. In plaats daarvan zou het geld naar gemeenschapsgestuurde oplossingen kunnen gaan die de Europese regio wegleiden van fossiele brandstoffen.

Toen COVID-19 toesloeg voerde de Europese Centrale Bank (ECB) haar ‘quantitative easing’-programma op. (Dit is een monetair beleid waarbij een centrale bank op grote schaal staatsobligaties of andere financiële activa koopt om geld in de economie te injecteren en zo de economische activiteit te stimuleren, nvdr). De ECB kocht sinds de uitbraak van de pandemie voor 1850 miljard euro aan staats- en bedrijfsobligaties. Onder de begunstigden van dit programma vindt men Repsol, Airbus, BMW, Total Capital, E.ON en Shell – enkele van de grootste vervuilers op het continent.

4) De deal verlaat zich op valse oplossingen.

“Waterstof is geweldig” zei Frans Timmermans, vicepresident van de Europese Commissie en tevens de man die de leiding heeft over de Europese Green Deal. In theorie kan waterstof geproduceerd worden op een ‘groene’ manier, waarbij de elektriciteit gebruikt in dit proces opgewekt wordt door hernieuwbare bronnen, zoals wind en zon. Maar in Europa wordt slechts 0,1% van het waterstof op die manier gecreëerd. 90% is ‘grijs’, d.w.z. gemaakt door gebruik te maken van fossiele brandstoffen zoals aardgas.

Een overstap naar waterstof betekent dus in essentie de inwisseling van de ene fossiele brandstof (olie of steenkool) voor een andere – aardgas. De gasindustrie promoot waterstof als een ‘brugbrandstof’, een belangrijke schakel in de groene transitie. Een studie van Energy Watch toont echter aan dat een overstap van steenkool naar gas het broeikaseffect in feite met 40% zou kunnen verhogen.

Schattingen suggereren dat er tegen 2030, 430 miljard euro nodig zal zijn om waterstof op te schalen. Een derde van dat geld zouden publieke fondsen kunnen zijn die dus naar fossiele brandstoffen gaan als onderdeel van de ‘groene’ transitie.

5) De deal wordt gekaapt door bedrijfslobbyisten.

Hoe komt het dat Timmermans en andere EU-piefen waterstof omarmt hebben? De fossiele brandstof-industrie spendeerde in 2019 bijna 60 miljoen euro aan lobby-werk ter promotie van waterstof. Sinds 2010 besteedden alleen de grote vijf fossiele brandstofbedrijven -Shell, BP, Total, ExxonMobil en Chevron – meer dan 250 miljoen euro aan het lobbyen bij de EU.

Het waterstof-bedrog is één van de resultaten van deze inspanningen. Een ander resultaat is de uitholling van de Klimaatwet die voorgesteld werd in maart vorig jaar. Eenmaal goedgekeurd zal deze wet juridisch bindende doelstellingen ter vermindering van de CO2-uitstoot vastleggen. De wet is zodanig afgezwakt dat Greta Thunberg het een “overgave” noemde.

Het is niet alleen de energie-lobby. Europa’s landbouwlobby is er ook al in geslaagd om de doelstellingen voor ecologische landbouw te ondergraven. En handelslobbyisten hebben de EU er dan weer van overtuigd om de regels voor de import van palmolie – een belangrijke aanjager van ontbossing- te versoepelen.

6) De deal wordt gesaboteerd door het Energiehandvestverdrag

Je hebt waarschijnlijk nog nooit gehoord van dit obscure handelsverdrag dat 50 landen aan zich bindt, maar het stelt energiebedrijven in staat om regeringen aan te klagen voor beleidsmaatregelen die een negatief effect zouden kunnen hebben op hun winsten, inclusief het klimaatbeleid.

In februari dit jaar kondigde de energiereus RWE aan dat het de Nederlandse overheid voor 1,4 miljard euro zou aanklagen voor haar plannen om steenkool uit te faseren.

De onderzoekssite ‘Investigate Europe’ berekende dat de EU, het Verenigd Koninkrijk (VK) en Zwitserland de komende jaren verplicht zouden kunnen worden om 345 miljard euro aan compensatie te betalen voor klimaatactie. Het VK, het eerste grote land dat een netto-uitstootwet goedkeurde, is met activa ter waarde van 141 miljard euro die gedekt worden door het Energiehandvestverdrag, het meest kwetsbaar voor mogelijke rechtszaken.

De Europese Commissie heeft dit verdrag zelf “achterhaald” genoemd en roept op tot de modernisering ervan. Wetenschappers en wetgevers van over heel Europa stellen echter dat het verdrag niet te hervormen valt. De enige mogelijke weg vooruit, is er nu uit te stappen.

Laura Basu is redacteur van het ‘ourEconomy’-project van OpenDemocracy, waar dit artikel eerder verscheen. Ze is Research Fellow aan het ‘Institute for Cultural Inquiry’ (Universiteit Utrecht) en Goldsmiths (University of London). Ze is ook de auteur van ‘Media Amnesia: Rewriting the Economic Crisis’.