In Zagreb en drie andere steden is onder de leuze 'Verenigd tegen het fascisme' betoogd tegen de banalisering van de Kroatische nazi’s, de Oestasji ustaša). De antifascisten herinneren eraan dat die Oestasji tijdens de Tweede Wereldoorlog honderdduizenden mensen afslachtten in uitroeiingskampen.
Hoe alledaags die verheerlijking wel is geworden, bleek op een zomerconcert van de nationalistische zanger ‘Thompson’ (Marko Perkovic) in Zagreb, waar meer dan 300.000 fans (Kroatië heeft 4 miljoen inwoners) de grote leuze van de Oestasji, “Za dom, spremni” (Voor het Vaderland, paraat) – mee scandeerden.
Zwart Woodstock
Dat concert begin juli is echter geen keerpunt. De nostalgie naar het naziregime van de Oestasji is sinds de onafhankelijkheid in 1992 nooit echt weggeweest, maar sinds het concert zijn de riemen los.
De regerende Kroatische Democratische Partij (HDZ - in het Europarlement aangesloten bij de conservatieve Europese Volkspartij) deed vroegere uitingen van Oestasji-verering af als marginaal en zorgde ervoor goed te staan met de kleine resterende Servische minderheid. Ze heeft evenwel het hare bijgedragen aan de banalisering van die ‘nostalgie’ – die intussen al lang geen nostalgie meer is, maar duidelijk op de nabije toekomst is gericht. Zo kwam premier Andrej Plenkovic, zanger Thompson (genoemd naar het veelgebruikte machinegeweer tijdens de Kroatische onafhankelijkheidsoorlog van 1991-1995) begroeten op de avond voor het concert. Terwijl parlementsvoorzitter Gordan Jandrokovic het concert zelf bijwoonde, terwijl rond hem duizenden de Oestasji-groet brachten op wat linkse opposanten het “Neofascistisch Woodstock” noemen.
Sindsdien neemt het aantal ‘acties’ van extreemrechtse bendes tegen al wat ze volksvreemd vinden toe: onder meer deelnames van Serviërs aan sportwedstrijden, het Servisch Cultureel Centrum in Zagreb dat op 7 november door een bende gemaskerde mannen werd bestormd, alles dat met LGBTQ+ te maken heeft, enz.
Cultuur
Tot nog toe is extreemrechts electoraal redelijk marginaal gebleven. Vorige week hebben vier radicale partijen de handen in elkaar geslagen om bij de volgende verkiezingen front te vormen. Ze rekenen op voldoende winst om het onmogelijk te maken om zonder hen te regeren. Bij een regeringsvorming met bijvoorbeeld de HDZ zullen ze in elk geval het ministerie van Cultuur opeisen, om Kroatië in christelijke en conservatieve banen te leiden, aldus de vier.
De huidige regering-Plenkovic bestaat naast de conservatieve HDZ uit de zeer rechtse Vaderland Beweging die in de ogen van de vierpartijenalliantie verraad pleegde door de Servische minderheid te veel rechten toe te staan - zo werden onlangs de subsidies voor nationale minderheden met 13% verhoogd. Bovendien heeft de Vaderland Beweging bij de regeringsvorming in april 2024 het ministerie van Cultuur niet opgeëist. Ze was tevreden met het uitsluiten van de Servische minderheidspartij. Serviërs zijn in de ogen van extreemrechtse Kroaten minderwaardig. De nazi’s kenden de Kroaten Arische wortels toe.
Oestasji
De verwijzingen naar de Oestasji-periode gebeuren ook geruisloos: bijvoorbeeld door straten een naam van een Oestasji te geven. Of door het Oestasji-teken met kruisbeeld te verspreiden. In Zagreb wordt elk jaar een gedenkmis gehouden voor Ante Pavelic, oprichter in 1929 van de fascistische Oestasji-beweging en van 1941 tot 1945 leider van de Onafhankelijke Kroatische Staat (een fascistische vazalstaat van de nazi's). De foto van Pavelic prijkt in tal van etalages. En vooral: men vermijdt het te hebben over de aard en de misdaden van zijn collaboratieregime.
Pavelic stichtte de Oestasji-beweging met als voornaamste agendapunt de oprichting van een onafhankelijk Kroatië. Kroatië maakte op dat moment deel uit van het Koninkrijk van Kroaten, Serviërs en Slovenen en werd gedomineerd door de Serviërs. Die spraken evenals de Kroaten Servo-Kroatisch, maar de gemeenschappen waren verdeeld geraakt door godsdienst: de Serviërs van het Oost-Romeinse Rijk hadden missionarissen gekregen uit Constantinopel, de Kroaten uit Rome. Met het schisma van 1054 werden de Serviërs orthodox, en de Kroaten katholiek. Het waren ineens twee volkeren.
De katholieke kerk speelt tot vandaag een zeer grote rol in het Kroatisch nationalisme. Nogal wat katholieke priesters waren erg actief betrokken bij de misdaden van het Oestasji-bewind onder leiding van Führer Pavelic.
Jasenovac
De wreedheid van de Oestasji deed zelfs de Duitse nazi’s opkijken. Serviërs, joden en zigeuners werden massaal vermoord. In het concentratiekamp Jasenovac, het "Auschwitz van Kroatië", werden tussen de 600.000 en 700.000 Serviërs afgemaakt. Kampbewaarders hielden onder elkaar wedstrijden in het doorsnijden van kelen. Officier Petar Brzica, een franciscaan, werd een legende omdat hij in de nacht van 29 augustus 1942 minstens 1360 mensen ombracht. Een andere 'legende' was priester Miroslav Filipovic, ook al een franciscaan, ook "de duivel van Jasenovac" of "Broeder Satan" genoemd.
De Kroatische oestasji kregen steun van moslimgroepen uit Bosnië dat deel uitmaakte van de Kroatische staat, onder meer van de Handzar Divizije, een militaire eenheid verbonden met de SS. In totaal werden tussen 800.000 en 1,2 miljoen Serviërs afgeslacht en van de circa 40.000 Joden in het land overleefden er slechts enkele duizenden. Roma-slachtoffers werden amper geteld. Bij het einde van de oorlog en erna zijn nogal wat Oestasji-kopstukken kunnen ontkomen, met medeplichtigheid van het Vaticaan.
Dat Vaticaan was er in 1992 (met Joannes Paulus II aan het roer) ook als de kippen bij om de onafhankelijkheid van Kroatië door de EU-lidstaten te doen erkennen. In het bestuur van president Franjo Tuđman zaten figuren uit de oestasji-periode die hun werk konden voortzetten: de ganse regio Krajna, vooral door Serviërs bewoond, werd ‘gezuiverd’. Wie niet snel genoeg kon lopen, werd afgemaakt. Maar die misdaden kregen in de westerse media veel minder aandacht dan de vele misdaden aan Servische kant, terwijl de Kroatische gewelddadige zuivering geruisloos gebeurde.
De huidige heropleving van het Kroatisch fascisme staat natuurlijk niet los van wat er zich elders afspeelt: op de Balkan, in Hongarije en aan de overkant van de Adriatische Zee, in Italië. En ook in de rest van Europa, en ver daarbuiten, tekent zich hetzelfde beeld af: een fascisme in opmars en een linkerzijde die ondergaat – in meer dan één betekenis.
Dit artikel verscheen ook op Uitpers.