In plaats van de regio veiliger te maken, dreigt het streven naar "afschrikking" de Stille Oceaan in een slagveld te veranderen, terwijl middelen worden weggetrokken van de urgente uitdagingen waarmee gemeenschappen vandaag daadwerkelijk worden geconfronteerd.
Op 24 juni startte de tweejaarlijkse militaire oefening genaamd ‘Rim of the Pacific’, kortweg RIMPAC - de grootste internationale maritieme oorlogsoefening ter wereld. Onder leiding van de Verenigde Staten brengt ze 31 landen bijeen en nemen er meer dan 25.000 militairen, 40 schepen, vijf onderzeeërs en 140 vliegtuigen aan deel. Het evenement, dat duurt tot en met 31 juli, markeert de nieuwste escalatie van Washingtons voorbereidingen op een oorlog met China. Daarbij militariseert de VS de Stille Oceaan verder en wordt het vooruitzicht van een conflict genormaliseerd door steeds grootschaligere oefeningen en een almaar uitdijend netwerk van bondgenootschappen en militaire basissen.
Tegelijkertijd lanceerden de VS en zijn partnerlanden de tiendaagse militaire oefening ‘Valiant Shield 2026’ op Guam, de Noordelijke Marianen, in Japan en in de omringende zeeën. De hele Stille Oceaan is in een zone van intensieve militaire operaties veranderd.
In een tijd waarin klimaatrampen in intensiteit toenemen en de economische onzekerheid groeit, is de boodschap vanuit Washington duidelijk: er is altijd meer geld voor oorlog. RIMPAC vindt plaats terwijl het Congres een duizelingwekkend oorlogsbudget van 1,5 biljoen dollar probeert goed te keuren, zelfs al worden gemeenschappen over de hele wereld getroffen door dodelijke hittegolven, overstromingen en andere door klimaatverandering veroorzaakte rampen.
Afgelopen week, terwijl VS-marineschepen voor de kusten van Guam en de Noordelijke Marianen oorlogsoefeningen hielden, werden deze eilanden geteisterd door supertyfoon Bavi. Het tyfoonseizoen was nog maar een week bezig en het was al de tweede zware tyfoon die de eilandengroep trof. Veel inwoners zaten nog steeds zonder stroom na de vorige supertyfoon, Sinlaku, die aan 17 mensen het leven kostte en voor meer dan 1,5 miljard dollar aan schade veroorzaakte. Klimaatwetenschapper Kristina Dahl merkte op: "In beide gevallen zien we de invloed van de klimaatverandering op deze stormen, en dat heeft werkelijk verwoestende gevolgen voor de mensen die er herhaaldelijk door worden getroffen".
Deze elkaar overlappende crisissen leggen een diepgaand onevenwicht in de prioriteiten bloot. Terwijl gemeenschappen in de Stille Oceaan-regio worden geconfronteerd met steeds ernstigere klimaatrampen, blijft de VS duizelingwekkende bedragen investeren in militaire uitbreiding en oorlogsvoorbereidingen. De ironie is des te stuitend omdat het VS-leger de grootste institutionele verbruiker van fossiele brandstoffen ter wereld is en een van de grootste institutionele uitstoters van broeikasgassen, terwijl decennia van militaire activiteiten blijvende schade hebben toegebracht aan zowel het milieu als de bevolking van de eilandgemeenschappen in de Stille Oceaan.
In plaats van middelen te investeren in het voorkomen van klimaatverandering en het beschermen van mensen die in de frontlinie van de klimaatcrisis staan, blijft de VS geld pompen in zijn opgeblazen oorlogsbudget. In de Stille Oceaan-regio wordt militaire uitbreiding gerechtvaardigd door de toenemende aansturing op oorlog met China. In de Nationale Defensiestrategie van 2026 engageert de VS zich ertoe “China in de Indo-Pacifische regio af te schrikken door middel van militaire macht” via de oprichting van “een sterke afschrikkingsverdediging langs de Eerste Eilandenketen”, zodat de “gezamenlijke strijdkrachten altijd de mogelijkheid hebben om verwoestende aanvallen en operaties uit te voeren tegen doelen”.
De VS-doctrine van 'afschrikking' is zowel onlogisch als hypocriet. In naam van het “beschermen” van de Stille Oceaan tegen een toekomstige denkbeeldige dreiging schaadt de VS -via militaire uitbreiding, aantasting van het milieu en de transformatie van eilanden tot uitvalsbasissen voor oorlog- juist deze gemeenschappen die het beweert te verdedigen. Het narratief van een op handen zijnde Chinese overname van de hele Stille Oceaan-regio wordt vaak voorgesteld als een vaststaand gegeven, ondanks het feit dat er geen bewijs is dat China van plan is om Pacifische landen binnen te vallen of te bezetten. In plaats van de regio veiliger te maken, dreigt het streven naar afschrikking de Stille Oceaan te veranderen in een oorlogstoneel, terwijl het middelen wegtrekt van de urgente uitdagingen waarmee gemeenschappen vandaag daadwerkelijk worden geconfronteerd.
Een recent rapport van het ‘Institute for Policy Studies’ stelde vast dat de economische voordelen van de aanwezigheid van het VS-leger op Hawaï voor de lokale gemeenschappen aanzienlijk zijn overschat en dat ze er een enorme verborgen prijs voor betalen. Het rapport schat dat de vraag naar huisvesting door het leger de huurprijzen op Oʻahu in 2024 alleen al met 7,1% heeft opgedreven, wat huurders zonder militaire achtergrond samen 234,8 miljoen dollar extra heeft gekost.
Het rapport stelde ook vast dat het opruimen van PFAS-verontreiniging -de zogenoemde 'forever chemicals' die in militair blusschuim worden gebruikt- in slechts drie militaire installaties minstens 493 miljoen dollar zou kunnen kosten, terwijl de bredere gezondheids- en milieuschade mogelijk in de miljarden kan oplopen. Ondertussen huurt het Pentagon meer dan 46.000 hectare aan Hawaïaanse gronden voor bedragen van slechts 1 dollar, ondanks dat de geschatte marktwaarde van het land oploopt tot 133,7 miljard dollar. In plaats van Pacifische gemeenschappen te beschermen, heeft de militaire opbouw van de VS bijgedragen aan onzekerheid op de woningmarkt, milieuverontreiniging en de inbeslagname van inheemse gronden.
De VS-militarisering van Guam heeft vergelijkbare grote gevolgen gehad voor de lokale gemeenschappen daar. Het VS-leger controleert ongeveer 27% van het landoppervlak van het eiland. Bovendien hebben decennia van militaire activiteiten geleid tot vervuild grondwater, gevaarlijk afval en beschadigde ecosystemen. Er zijn PFAS aangetroffen in de drinkwaterputten van Guam. Daarmee komt de belangrijkste bron van zoet drinkwater op het eiland in gevaar. De militaire uitbreiding heeft daarnaast koraalriffen, kwetsbare kusthabitats en wilde diersoorten in gevaar gebracht.
Deze gebeurtenissen, die slechts enkele voorbeelden vormen van de ecologische en menselijke kost van militarisering, leggen de diepe hypocrisie bloot van de VS-strategie van "vrede door militaire macht". In plaats van lokale gemeenschappen te beschermen, maakt militarisering hen juist kwetsbaarder. Tegelijkertijd leidt de enorme militaire uitgavenstroom middelen weg van dringende maatschappelijke behoeften, zoals maatregelen tegen de gevolgen van klimaatverandering
De door de VS-regering voorgestelde oorlogsbegroting van 1,5 biljoen dollar zal deze schadelijke prioriteiten alleen maar verder versterken, terwijl grootschalige militaire oefeningen zoals RIMPAC de spanningen tussen de Verenigde Staten en China verder aanwakkeren, het risico op gevaarlijke confrontaties op zee vergroten en de kans verhogen dat de Pacifische regio wordt meegesleurd in een verwoestende oorlog.
Dit vertaalde artikel verscheen eerder op 'Common Dreams'.