Overslaan en naar de inhoud gaan
Image
Peru

Emilio Estrella, lid van de Kakataibo inheemse wacht, Yamino, Peru, mei 2026; Foto: Leslie Searles / Global Witness

Wereldwijd gevaar voor land- en milieubeschermers
Artikel
7 minuten

Wie zich inzet voor de bescherming van land, natuur en leefomgeving loopt in veel delen van de wereld ernstig gevaar. Volgens het zopas verschenen jaarrapport van de ngo ‘Global Witness’ werden in 2025 wereldwijd ten minste 124 land- en milieubeschermers vermoord omdat ze zich inzetten voor het behoud van hun gronden, leefomgeving en bestaanszekerheid. Sinds Global Witness in 2012 met het systematisch documenteren van deze gevallen begon, zijn 2.375 geverifieerde moorden en verdwijningen geregistreerd.

Het aantal geregistreerde moorden lag in 2025 wel lager dan in voorgaande jaren: in 2024 waren er 142 moorden en vier verdwijningen en in 2023 werden 196 moorden opgetekend. Toch is het volgens Global Witness te vroeg om van een duidelijke verbetering te spreken. Veel aanvallen worden nooit gemeld of kunnen niet onafhankelijk worden geverifieerd. Dat is vooral het geval in landen met gewapende conflicten, grote politieke repressie of een zeer beperkte ruimte voor civiel-maatschappelijke organisaties. Van de vijftien landen waar in 2025 moorden werden geregistreerd, werden er tien door de 'CIVICUS Monitor' als repressief aangemerkt.

Naast de dodelijke aanvallen bestaat er bovendien een veel grotere, minder zichtbare vorm van repressie. Bedreigingen, strafrechtelijke vervolging, intimidatie en lastercampagnes tegen land- en milieubeschermers zijn aan de orde van de dag. Ook sociale media worden gebruikt om activisten en inheemse leiders in diskrediet te brengen en te isoleren van hun omgeving. De daling van het aantal moorden kan daarom mede samenhangen met een verschuiving naar andere manieren om land- en milieuverdedigers het zwijgen op te leggen.

Latijns-Amerika blijft het gevaarlijkst

Het zwaartepunt van het geweld ligt opnieuw in Latijns-Amerika. Daar werden 105 van de 124 in het rapport van Global Witness gedocumenteerde moorden gepleegd - oftewel 85% van het wereldwijde totaal. Colombia voert de lijst aan met 39 doden -bijna een derde van alle geregistreerde gevallen wereldwijd- gevolgd door Brazilië met 26 doden. Honduras en de Filipijnen staan beide op twaalf, Mexico op tien en Guatemala op acht vermoorde verdedigers.

Een belangrijke oorzaak van het geweld is de onzekerheid rond grondbezit en territoriale rechten. Vooral inheemse en Afro-Latijns-Amerikaanse gemeenschappen en kleinschalige boeren leven in gebieden waar andere actoren de rechten op grond en natuurlijke hulpbronnen claimen of zich toe-eigenen. Dit onderstreept de dringende noodzaak voor overheden om de territoriale en landrechten van deze gemeenschappen te waarborgen. In Brazilië hielden bijna alle geregistreerde moorden verband met landconflicten. In Guatemala waren verschillende doden gekoppeld aan verzet tegen mijnbouw- en waterkrachtprojecten van grote bedrijven.

Van de 39 geregistreerde moorden in Colombia hielden er 35 verband met landconflicten. In 17 gevallen werden vermoedelijke banden met de georganiseerde misdaad vastgesteld en bij nog eens vijf gevallen was er sprake van vermoedelijke huurmoordenaars. Met 13 vermoorde verdedigers is vooral de regio Cauca een brandpunt. De strategische ligging van het gebied, de groei van de cocateelt en de aanwezigheid van gewapende groepen en illegale mijnbouw versterken de druk op lokale gemeenschappen en hun leefomgeving.

In Brazilië nam het geweld tegen land- en milieuverdedigers in 2025 sterk toe in vergelijking met het jaar ervoor. Het aantal geregistreerde moorden verdubbelde zelfs. Vooral in de Amazone-staten Rondônia en Pará botsen kleinschalige boeren en inheemse gemeenschappen met illegale houtkap-operaties, mijnbouw, grootschalige veeteelt en landroof door bedrijven. Tegelijkertijd worden stappen gezet om de bescherming van verdedigers te verbeteren. Zo heeft het Braziliaanse parlement ingestemd met de ratificatie van het Escazú-akkoord, dat onder meer toegang tot milieu-informatie, publieke participatie en bescherming van milieubeschermers moet versterken.

Ook in Honduras verdubbelde het aantal moorden op verdedigers in 2025. Tien van de twaalf dodelijke slachtoffers waren kleinschalige boeren uit de regio Colón, waar al tientallen jaren een conflict over landbouwgrond woedt. Volgens Global Witness waren bij alle tien moorden vermoedelijke banden met de georganiseerde misdaad aanwezig. Het conflict laat zien hoe onduidelijkheid over grondbezit, economische belangen en criminele netwerken elkaar kunnen versterken.

Niet alleen Latijns-Amerika

Buiten Latijns-Amerika vond 12% van de moorden die Global Witness kon verifiëren plaats in Azië. De meeste daarvan in de Filipijnen, waar in 2025 twaalf verdedigers werden gedood. Global Witness identificeerde vijf moorden waarbij het Filipijnse leger vermoedelijk was betrokken. De moorden en aanvallen tegen land- en milieuverdedigers deden zich voor te midden van de uitgebreide antirebellencampagne van president Marcos Jr. en de toenemende militarisering van rurale gebieden die daarmee gepaard gaat. Naast dodelijke aanvallen worden Filipijnse verdedigers ook regelmatig het doelwit van strafrechtelijke vervolging, via de praktijk van ‘red-tagging’, waarbij zij ervan worden beschuldigd communisten of terroristen te zijn. De Filipijnse mensenrechtenorganisatie KARAPATAN documenteerde het gebruik van de terrorismewetgeving tegen 227 activisten in 2025.

In veel delen van Azië is de maatschappelijke ruimte sterk ingeperkt, waardoor het moeilijk is om gevallen te documenteren. In Indonesië heeft de regering van president Prabowo het repressieve beleid van zijn voorganger Jokowi verder aangescherpt. Dit heeft geleid tot een toename van de strafrechtelijke vervolging van activisten en een sterke inperking van de burgerlijke vrijheden. Autoritaire regimes in Rusland en Centraal-Azië stellen verdedigers en journalisten strafbaar, en beboeten en stigmatiseren ze als onderdeel van de bredere repressie tegen politieke tegenstanders.

Ook mensenrechtenorganisaties in Afrika ondervinden grote problemen bij het documenteren van gevallen van geweld tegen land- en milieuverdedigers, omdat er in veel landen sprake is van ernstige beperkingen van de maatschappelijke ruimte. In Kenia, Oeganda en Tanzania zetten regeringen het rechtssysteem steeds vaker in als middel om verdedigers op basis van verzonnen terrorismebeschuldigingen te vervolgen en gedwongen verdwijningen mogelijk te maken.

Tegelijkertijd zijn er landen in Afrika, zoals de Democratische Republiek Congo (DRC) en Soedan, waar langdurige dodelijke conflicten heersen. Geweld, grootschalige ontheemding, straffeloosheid en het uiteenvallen van de rechtsstaat bemoeilijken het verifiëren van aanvallen op verdedigers in deze conflictgebieden. Zowel in Azië als in Afrika moet dus voorzichtig worden omgegaan met de lage aantallen geregistreerde moorden op land- en milieuverdedigers.

Rekening houdend met deze beperkingen documenteerde Global Witness drie moorden op verdedigers in Afrika: twee in Tanzania en één in de DRC. De concurrentie om de bodemrijkdommen heeft in de DRC ecosystemen verwoest en geweld tegen inheemse volken en lokale gemeenschappen aangewakkerd. Sinds 2012 werden er 79 geverifieerde moorden op verdedigers gedocumenteerd, waarmee het land het dodelijkste is van Afrika. 

Bescherming schiet tekort

De in het rapport gedocumenteerde slachtoffers zijn doorgaans mensen die rechtstreeks afhankelijk zijn van hun onmiddellijke leefomgeving. Het totaal aantal vermoorde land- en milieuverdedigers in 2025 bestond voor 75% uit kleinschalige boeren (47), leden van inheemse gemeenschappen (44) en Afro-Latijns-Amerikanen (3). Landconflicten -over de eigendom, het gebruik, de toegang tot of de zeggenschap over gronden- zijn veruit de belangrijkste onderliggende oorzaak van dodelijk geweld tegen verdedigers. Van de 124 moorden werden er 84 aan conflicten over land gekoppeld.

Andere belangrijke aanjagers waren mijnbouw en andere vormen van grondstoffenwinning (verantwoordelijk voor elf gerelateerde moorden), de houtkap (acht moorden) en de agribusiness (zes moorden). Het geweld draait met andere woorden om de fundamentele vraag: wie heeft zeggenschap over land en natuurlijke hulpbronnen, en wie profiteert daarvan?

Georganiseerde misdaad maakt die conflicten nog gevaarlijker. Bij meer dan een derde van de moorden werden vermoedelijke banden met georganiseerde misdaad of huurmoordenaars vastgesteld. Criminele groepen zijn daarbij niet alleen de mogelijke uitvoerders van geweld (niet zelden in opdracht van bedrijven), maar ondermijnen ook de instituties die burgers zouden moeten beschermen. Corruptie, straffeloosheid en de controle van de georganiseerde misdaad over grondgebied verzwakken bestuur en rechtspraak en maken het moeilijker om daders ter verantwoording te roepen.

Dat bestaande beschermingsmechanismen niet altijd voldoende zijn, blijkt uit verschillende in het rapport uitgelichte gevallen. In Mexico werden twee verdedigers vermoord die onder een beschermingsregeling vielen. In Honduras werden vijf leden van een boerencoöperatie gedood die eerder beschermingsmaatregelen hadden gekregen van de Inter-Amerikaanse Commissie voor de Rechten van de Mens. Volgens Global Witness moeten overheden daarom verder kijken dan de bescherming van afzonderlijke personen en ook gemeenschappen en organisaties in hun geheel beschermen.

Daarbij komt dat in verschillende landen de ruimte voor maatschappelijke organisaties steeds kleiner wordt. Nieuwe wetten beperken financiering en activiteiten van ngo's, terwijl activisten te maken krijgen met juridische vervolging en publieke intimidatie. In Nicaragua is die ontwikkeling volgens Global Witness extreem: ongeveer een miljoen mensen leven in ballingschap en meer dan 5.000 ngo's zijn ontbonden. Ook Peru, Ecuador en El Salvador namen in 2025 maatregelen die de ruimte voor maatschappelijke organisaties verder beperkten.

Besluit

De 124 geregistreerde moorden vormen uiteindelijk slechts het meest zichtbare deel van een veel groter probleem. Achter de cijfers gaan bedreigingen, gedwongen verdwijningen, juridische vervolging, intimidatie en laster schuil. Tegelijkertijd maken oorlog, georganiseerde misdaad en politieke repressie het steeds moeilijker om aanvallen te documenteren.

Volgens de analyse van Global Witness ligt de oplossing daarom niet alleen in betere beveiliging van personen, organisaties en gemeenschappen. Overheden moeten landrechten duidelijker vastleggen, conflicten over grond oplossen, gemeenschappen betrekken bij beslissingen over mijnbouw en andere projecten en zorgen dat daders effectief worden vervolgd. Ook moet de ruimte voor maatschappelijke organisaties worden beschermd.

De strijd van land- en milieubeschermers gaat daarmee uiteindelijk over veel meer dan natuurbehoud. Het gaat om de zeggenschap over land en toegang tot natuurlijke hulpbronnen, maar ook over mensenrechten en de mogelijkheid om daar vreedzaam voor op te komen. Zolang landconflicten, economische belangen, georganiseerde misdaad en zwakke rechtsbescherming samenlopen en elkaar blijven versterken, blijft het voor veel mensen in de wereld levensgevaarlijk om hun eigen leefomgeving te verdedigen.


Iets fouts of onduidelijks gezien op deze pagina? Laat het ons weten!

Zonder kritisch middenveld, geen gezonde democratie!

De Vlaamse regering is met de botte bijl door de structurele subsidie van Vrede vzw gegaan. Vanaf 2026 moeten we het doen met meer dan de helft minder dan verwacht. Dit brengt onze algemene werking in gevaar! Een kritische, antimilitaristische tegenstem is vandaag nochtans meer dan nodig. Stel ons in staat om de strijd voor vrede en rechtvaardigheid voort te zetten!

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze digitale nieuwsbrief.