Image
Senkaku-eilanden

Shutterstock.com

Wil Japan een supermacht zijn? 
Artikel
6 minuten

Ondanks zijn ‘vredesgrondwet’, heeft Japan een groeiende militaire voetafdruk.

Begin november 2021 meerde het Duitse fregat ‘Bayern’ aan in Japan na twee dagen van oefeningen met de torpedojager ‘Samidare’ van de Japanse Maritieme Zelfverdedigingsmacht. Nee, het betreft niet het herstel van de Asmogendheden, maar het is wel betekenisvol.  

“De Indo-Pacifische Oceaan is vandaag een van de strategisch belangrijkste regio’s in de wereld”, zei generaal Eberhard Zorn, hoofd van de Duitse strijdkrachten op een persconferentie in Tokio. “Hier worden belangrijke beslissingen genomen over vrijheid, vrede en welzijn in de wereld. Ons fregat ontplooien in de Indo-Pacifische Oceaan maakt duidelijk dat Duitsland opkomt voor onze gemeenschappelijke waarden”. Met andere woorden, de Duitsers doen hun deel om China te beteugelen, net zoals de Britten, de Fransen, en de Nederlanders. En uiteraard de Amerikanen.   

De Japanse Zelfverdedigingstroepen worden beschouwd als het vijfde machtigste leger ter wereld. In november 2021 werd het Japans militair budget van 47 miljard dollar aangevuld met een bijkomend bedrag van 6,7 miljard dollar. De toenmalige eerste minister Yoshihide Suga en de regerende Liberaal-Democratische partij (LDP) hadden aangedrongen op dit supplement “wegens aanhoudende dreigingen” niet alleen van China, maar ook van Rusland en Noord-Korea.

Dit kwam niet als een verrassing voor de Amerikanen. Tijdens een ontmoeting in Washington, verklaarden zowel Suga als president Biden hun voornemen om de Japanse nationale defensiecapaciteiten op te krikken met het oog op de “verdere versterking van de Amerikaans-Japanse alliantie en de regionale veiligheid”.

Biden wil de Japanse nationale defensiecapaciteiten opkrikken met het oog op de versterking van de Amerikaans-Japanse alliantie.


Regionale veiligheid impliceert een strategische militaire macht, wat in strijd is met de Japanse Vredesgrondwet van 1947. Dit basisdocument is vrij expliciet in zijn toewijding aan wereldvrede en regionale vrede. Artikel 9 luidt: “Oprecht strevend naar een internationale vrede gebaseerd op gerechtigheid en orde, doet het Japanse volk voor altijd afstand van oorlog als een soeverein recht van de natie, en van de dreiging met of het gebruik van geweld als middel om internationale geschillen te beslechten. Om de doelstelling van de vorige paragraaf te bewerkstelligen zullen nooit land-, zee- en luchtmachten, evenals ander oorlogspotentieel gehandhaafd worden. Het recht op oorlogsvoering van de staat zal nooit erkend worden”.   

Deze spectaculaire verklaring, onderdeel van een document dat na WO II door de Amerikaanse Bezetting werd opgedrongen aan de natie die Oost- en Zuidoost-Azië verwoestte, is echter aan het eroderen sinds de dag dat de inkt op papier werd gezet. Vandaag heeft Japan een groter militair budget dan Frankrijk of het Verenigd Koninkrijk, en het blijft groeien. 

Japan heeft een groter militair budget dan Frankrijk of het Verenigd Koninkrijk. 

Japan geeft nu openlijk toe dat het van plan is om militair bij te dragen aan de verdediging -wat dat ook mag betekenen- van zijn kustwateren en zijn verafgelegen eilanden, waarvan China de meeste claimt. Deze door Japan gecontroleerde eilandjes in de Oost-Chinese Zee worden de Senkaku-eilanden genoemd in het Japans en de Diaoyu-eilanden in het Chinees. 

Tokio is ook tamelijk open over zijn doel een belangrijke speler te worden in de Oost- en Zuid-Chinese Zeeën, evenals in de rest van de westelijke Stille Oceaan. Dit project heeft blijkbaar de zegen van het Pentagon. Na zijn ontmoeting in Washington met president Joe Biden in april 2021, zei de nieuwe Japanse eerste minister Fumio Kishida dat hij een “sterke” boodschap ontving van de VS-president over het Amerikaans engagement om de Senkakus “te verdedigen”. De verklaring miste details, waarschijnlijk omdat de Verenigde Staten niet helemaal weet hoe zo’n verdediging er zou uitzien.

Tokio is tamelijk open over zijn doel een belangrijke speler te worden in de Oost- en Zuid-Chinese Zeeën.  

Momenteel heeft Japan 150.000 actieve grondtroepen, 50.000 troepen in de Maritieme Zelfverdedigingsmacht (naast 150 schepen en 350 vliegtuigen) plus 50.000 troepen in de luchtmacht. Dat is meer militair personeel dan in het Verenigd Koninkrijk of Frankrijk. Daarbovenop gaat het extra budget dat toegekend werd afgelopen november naar de aankoop van Amerikaanse grond-luchtraketsystemen (SAM) en andere hoogtechnologische apparatuur, alsook naar meer prozaïsche maritieme patrouillevliegtuigen, zeemijnen, torpedo’s en andere hardware. 
Dat is allemaal gericht op het tegengaan van Noord-Korea’s met raketten dreigende houding en China’s aanspraken op Japans grotendeels onbewoonde eilanden in de westelijke Stille Oceaan.

Maar budgetten reflecteren niet altijd de doeltreffendheid van een militair apparaat. De Japanse Zelfverdedigingsmacht vertrouwt voornamelijk op Japans materieel, en dat is zowel gedateerd als duur. De tanks die onlangs te zien waren tijdens de veelbesproken openbare manoeuvres in Hokkaido, waren 30 jaar oud. Dit plaatst het Japans leger niet alleen in een nadelige positie op het slagveld, maar belemmert ook de Japanse wapenverkoop in de rest van de wereld. 

Budgetten reflecteren niet altijd de doeltreffendheid van een militair apparaat.

Defensie-expert Heigo Sato stelt in een gesprek met het persagentschap AP: “Het probleem is dat Japans defensieproducten niet eersterangs zijn. Niemand is geïnteresseerd in het kopen van tweede- of derderangs producten tegen hogere prijzen.” Daarnaast wordt Japan ook gehinderd door zijn niet te beste relatie met nominale anti-China bondgenoot Zuid-Korea. De Koreanen blijven boos omdat Japan tekortschiet in het vereffenen van de slechte behandeling die de toenmalige kolonie tijdens de oorlog te beurt viel, terwijl de Japanners op verschillende manieren zeggen: “Laat het los”.    

China heeft een groter leger dan Japan en waarschijnlijk de grootste zeemacht ter wereld. Volgens Richard Samuels, directeur van MIT’s Centrum voor Internationale Studies “is het onwaarschijnlijk dat Japan ooit in staat zal zijn om China op eigen kracht af te schrikken en is het daarom ijverig de VS aan het omarmen en relaties aan het cultiveren met andere landen in de regio – en zoals je zal gemerkt hebben, ook in Europa”.

En dan is er nog de vervelende kwestie van de Japanse vredesgrondwet. Ondanks het feit dat hij vaak creatief geïnterpreteerd wordt, blijft hij nog altijd van kracht. Kortom, de Japanse rechterzijde is helemaal voor het terug opeisen van een agressief leger, maar het is totaal niet duidelijk of de algemene bevolking zal willen volgen. Sabine Frühstück, voorzitter van het departement Japanse Culturele Studies aan de Universiteit van Californië benadrukt dit punt. “Het maakt niet uit met wie je spreekt, ik zou de vraag stellen of ze denken dat Japans jongemannen en vrouwen bereid zouden zijn om ten oorlog te trekken indien het conflict een realiteit wordt” – vooral voor een paar desolate rotsen aan de maritieme grens tussen Japan en China. 

Ondanks het feit dat de Japanse vredesgrondwet vaak creatief geïnterpreteerd wordt, blijft hij nog steeds van kracht.

En het is niet alleen een kwestie van bereidheid. Er is ook het probleem van het dalend bevolkingsaantal. Volgens het ‘US Army War College’ “legt het gebrek aan mankracht een structurele beperking op aan het vermogen van Japan om zijn leger uit te breiden, zelfs al waren de middelen beschikbaar voor een grote opbouw. Het personeelsbestand is sinds het einde van de Koude Oorlog gestagneerd. Zorgwekkender is dat het leger moeite heeft om de gelederen aan te vullen”.  

Ik durf er geen geld op in te zetten of de Japanners bereid zijn om hun nog steeds welvarende en goed geordende beschaving te riskeren voor de overblijfselen van hun ooit enorme Pacifische rijk – zelfs met de Verenigde Staten en die ene boot van de Duitse marine aan hun zijde. 

Op 28 december 2021 schreef de Japan Times: “Defensieminister Nobuo Kishi zei maandag dat hij overeengekomen is met zijn Chinese tegenhanger Wei Fenghe om te midden van de spanningen rond de betwiste eilanden in de Oost-Chinese Zee een hotline te openen tussen hun administraties.” Maar noch China, noch Japan lijkt bereid om zijn territoriale aanspraken te laten varen. 

Dit artikel verscheen eerder op Foreign Policy in Focus.


Iets fout of onduidelijk gezien op deze pagina? Laat het ons weten!

Land

Nieuwsbrief

Schrijf je in op onze digitale nieuwsbrief.